Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel I wordt het voorgestelde artikel 139i als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «opzettelijk» ingevoegd «en wederrechtelijk» en wordt
na «openbaar maakt» ingevoegd «of verspreidt».
2. In het derde lid wordt na «openbaar maken» ingevoegd «of verspreiden».
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht.
B
In artikel II wordt het voorgestelde artikel 145f als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «opzettelijk» ingevoegd «en wederrechtelijk» en wordt
na «openbaar maakt» ingevoegd «of verspreidt».
2. In het derde lid wordt na «openbaar maken» ingevoegd «of verspreiden».
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht.
Toelichting
Deze nota van wijziging strekt ertoe het voorgestelde artikel 139i Sr (en het parallelle
artikel 145f Sr BES) op drie punten aan te passen. Deze wijzigingen zijn een reactie
op de in consultatie ontvangen reacties, het advies van de Raad van State en de schriftelijke
inbreng van partijen in de Kamer. De wijzigingen beogen de reikwijdte, uitvoerbaarheid
en juridische kwaliteit van de strafbaarstelling te verduidelijken en te versterken,
in samenhang met een betere bescherming van de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers.
1. Strafbaarstelling van het verspreiden
Met deze nota van wijziging wordt niet alleen het openbaar maken, maar óók het verspreiden
van beelden strafbaar gesteld. De praktijk laat zien dat niet alleen de eerste openbaarmaking,
maar juist het verdere verspreiden van beelden vaak leidt tot grote en langdurige
schade voor slachtoffers en nabestaanden. Verschillende fracties wezen erop dat het
eerdere onderscheid tussen het strafbare openbaar maken en het niet-strafbare verspreiden
onvoldoende recht doet aan deze werkelijkheid. Voor initiatiefnemers is dat reden
de reikwijdte van de strafbaarstelling te verbreden. Door ook verspreiden strafbaar
te stellen, wordt bovendien voorkomen dat daders zich aan strafrechtelijke aansprakelijkheid
kunnen onttrekken door zich te verschuilen achter de openbaarmaker en wordt de bescherming
van slachtoffers versterkt. Hiermee wordt bovendien tegemoetgekomen aan de proportionaliteitsbezwaren
van de Raad van State, die wees op het onwenselijke gevolg dat één-op-één delen wél
strafbaar is, maar grootschalige verspreiding niet.
2. Toevoegen van wederrechtelijkheid
Met deze nota van wijziging wordt het bestanddeel «wederrechtelijk» aan de delictsomschrijving
toegevoegd. Met het opnemen van het bestanddeel wederrechtelijk wordt tegemoetgekomen
aan opmerkingen van de Raad van State en van verschillende fracties in de Kamer dat
de bepaling voldoende duidelijk moet maken dat alleen van strafbaar handelen sprake
is bij het ontbreken van toestemming van het slachtoffer of een rechtvaardigingsgrond.
De bepaling wordt hiermee evenwichtiger en sluit aan bij het karakter van het strafrecht
als ultimum remedium.
3. Aanmerken als klachtdelict
Met deze nota van wijziging wordt van het voorgestelde artikel 139i Sr (en het parallelle
artikel 145f BES) een klachtdelict gemaakt. De initiatiefnemers vinden het van belang
dat slachtoffers of nabestaanden zelf kunnen bepalen of strafvervolging door het Openbaar
Ministerie gewenst is. Door het delict als klachtdelict vorm te geven, wordt de regie
bij het slachtoffer gelegd en wordt voorkomen dat zij tegen hun wil opnieuw worden
geconfronteerd met een strafproces. Bijkomend voordeel is dat schaarse capaciteit
van het Openbaar Ministerie efficiënt wordt ingezet en dus alleen als dit ook door
slachtoffers of nabestaanden wordt gewenst. Dit past binnen het bredere beleid om
de positie van slachtoffers te versterken en sluit aan bij privacy-gerelateerde delicten
die eveneens als klachtdelicten zijn vormgegeven. De kring van klachtgerechtigden
wordt beheerst door de artikelen 64 en 65 van het Wetboek van Strafrecht.
Straatman Mutluer