Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juni 2023
Dagelijks kunnen duizenden nieuwkomers in Nederland naar school dankzij de inzet van
leraren en onderwijsondersteuners, schoolleiders en bestuurders. Ik heb met eigen
ogen gezien hoe al deze professionals onder druk en met grote toewijding hun werk
doen voor een groep kinderen en jongeren die niet alleen recht heeft op onderwijs,
maar een groep die ook bij uitstek behoefte heeft om op school een veilige plek te
vinden waar zij zich kunnen ontwikkelen.
De druk op het onderwijs voor nieuwkomers is sinds afgelopen schooljaar echter exponentieel
toegenomen. De inval van Rusland in Oekraïne leidde tot een massale toestroom van
ontheemden, waarna voor meer dan 20.000 leerlingen een plek in het onderwijs is gevonden.
Ook daarbuiten neemt het aantal nieuwkomers toe, bovenop de 55.000 nieuwkomers die
al een plek op school hebben. Scholen hebben in de afgelopen periode alles gedaan
om al deze nieuwkomers een plek te geven, maar de rek is eruit: naar schatting krijgen
inmiddels meer dan 2.000 kinderen en jongeren geen onderwijs, omdat klassen al overvol
zitten en scholen geen personeel meer kunnen vinden. Dit doet iedereen pijn en vraagt
om actie.
Het onderwijs heeft de regering gevraagd om duidelijke kaders die het mogelijk maken
om ook onder deze omstandigheden toch voor elke nieuwkomer te kunnen voorzien in een
plek in het onderwijs. Daarbij hebben scholen en gemeenten mij gevraagd deze kaders
snel te bieden. Daarom heb ik op 5 juni een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend.
Met dit wetsvoorstel bied ik scholen en gemeenten de mogelijkheid om, daar waar de
nood echt aan de man is en het onderwijs aan nieuwkomers niet meer op reguliere wijze
te organiseren is, zogenoemde tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen op te richten. In
deze tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen mag het onderwijs op andere wijze georganiseerd
worden door binnen gestelde kaders af te wijken van bestaande wet- en regelgeving.
Het streven van de regering is er voortdurend op gericht geweest om het wetsvoorstel
in werking te laten treden voor de start van het nieuwe schooljaar op 1 augustus om
te voldoen aan de gevraagde urgentie. De situatie in het nieuwkomersonderwijs vraagt
om snel handelen: de maatregelen van het wetsvoorstel bieden scholen ruimte om meer
onderwijsplekken te creëren en daarmee een oplossing te vinden voor de wachtlijsten
voor nieuwkomers om zich te kunnen aanmelden op een school. Het wetsvoorstel is dan
ook in kort tijdsbestek tot stand gekomen.
Op dit moment ligt het wetsvoorstel ter behandeling voor in de Tweede Kamer. De Tweede
Kamer streeft ernaar spoedig een debat in te plannen. Hopelijk vindt dat debat plaats
in de week van 26 juni. Zo spoedig mogelijk na deze behandeling in de Tweede Kamer,
zal het wetsvoorstel worden ingediend bij uw Kamer. Ik wil uw Kamer daarover nu alvast
– vooruitlopend op de behandeling in de Tweede Kamer – informeren. Ik hoop dat wanneer
het wetsvoorstel bij uw Kamer wordt ingediend ook uw Kamer bereid is de behandeling
van het wetsvoorstel spoedig ter hand te nemen. Daarbij besef ik terdege dat het tijdspad
krap is. Indien behandeling voor het zomerreces nog haalbaar blijkt, is het mogelijk
om de wet op 1 augustus in werking te laten treden.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma