36 332 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1)

B VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 februari 2026

De vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Asiel en Migratie a.i., de Minister voor Asiel en Migratie en de Minister van Asiel en Migratie over een verzoek om een uitvoeringstoets uit te voeren naar het wetsvoorstel en de daarop aangenomen amendementen. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 5 juni 2025.

  • Een uitstelbericht van 11 juli 2025.

  • Een rappelbrief van 28 januari 2026.

  • De antwoordbrief van 30 januari 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Minister van Asiel en Migratie a.i.

Den Haag, 5 juni 2025

De vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad heeft het gewijzigd wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1)2 in behandeling genomen. Inbreng voor het verslag is voorzien voor 1 juli aanstaande. De commissie constateert dat het wetsvoorstel en de daarop aangenomen amendementen niet aan een uitvoeringstoets zijn onderworpen.3

De commissie hecht er belang aan dat er alsnog een uitvoeringstoets wordt uitgevoerd waaruit blijkt dat de partners in de asielketen in staat zijn om de bij het wetsvoorstel gedane voorstellen daadwerkelijk en redelijkerwijs uit te voeren.4 De commissie5 verzoekt de regering om op korte termijn en uiterlijk vrijdag 27 juni 2025, alsnog een uitvoeringstoets te overleggen zodat zij op dinsdag 1 juli aanstaande de behandeling van genoemd wetsvoorstel verder ter hand kan nemen. De commissie ziet met belangstelling uit naar de reactie.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, Van Hattem

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juli 2025

Uw Kamer heeft op 5 juni 2025 gevraagd om voor 27 juni 2025 een uitvoeringstoets aan u te doen toekomen over het gewijzigd wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) (herziene Europese blauwe kaart).

Een volledige uitvoeringstoets door de betrokken uitvoeringsinstanties, het UWV en de IND, is binnen deze termijn niet mogelijk, ook omdat de invulling van de delegatiebepaling nog wordt onderzocht. Ik bericht u hierover verder na het reces.

Hierbij stuur ik u wel vast de bij nader verzoek gevraagde EAUT Europese blauwe kaart van februari 2023.

De Minister voor Asiel en Migratie, Y.J. van Hijum

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Minister van Asiel en Migratie

Den Haag, 28 januari 2026

Het is de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad opgevallen dat diverse brieven over asiel en migratie die zij, al dan niet samen met de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, aan de regering heeft verzonden nog niet beantwoord zijn. Het gaat om de volgende (mede) tot u gerichte brieven:

  • Brief van 17 september 2025 betreffende Rappel toezeggingen en moties (kenmerk: 178088U).

  • Brief van 5 december 2025 betreffende Vragen inzake de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025 (kenmerk: 179110).

  • Brief van 9 december 2025 betreffende Vragen inzake het verslag van de formele JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025 (kenmerk: 179131).

De commissie verzoekt u te bewerkstelligen dat deze brieven op korte termijn worden beantwoord.

De commissie wijst daarnaast op de brief van 5 juni 2025 (kenmerk: 177215U) met het verzoek om een uitvoeringstoets met betrekking tot het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1). De commissie zou deze uitvoeringstoets graag snel ontvangen.

Tot slot wijst de commissie op de eerdere rappelbrief (kenmerk: 179503) betreffende vragen over de Terugkeerverordening en de Verordening «veilig derde land».

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad, A.W.J.A. van Hattem

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 januari 2026

In de brief van 11 juli jl. heeft mijn ambtsvoorganger Uw Kamer toegezegd om na het reces terug te komen op het verzoek van de vaste Commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, d.d. 5 juni jl., betreffende een uitvoeringstoets over de voorstellen ten aanzien van het wetsvoorstel voor de wijziging van de Vreemdelingenwet in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 (herziene Europese blauwe kaart, hierna: «de herziene richtlijn» en «de blauwe kaart»).

Hierbij geef ik, in afstemming met UWV en de IND, een eerste inschatting van de verwachte uitvoeringsgevolgen. In lijn met uw verzoek betreft deze inschatting artikel 15a van de Vreemdelingenwet 2000, in het wetsvoorstel gevoegd door middel van de amendementen-Saris (NSC) over de arbeidsmarkttoets en het looncriterium.6 Ten aanzien van beide amendementen verwijs ik u met nadruk naar de appreciatie zoals eerder gegeven aan de Tweede Kamer.7

De aanpassing van het looncriterium naar ten minste 1,3 maal het gemiddeld bruto jaarsalaris en ten minste 1,1 maal het gemiddeld bruto jaarsalaris voor recent afgestudeerden noopt tot aanpassing van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022. Niettemin verwachten UWV en IND relatief weinig uitvoeringslasten, aangezien de werkprocessen grotendeels hetzelfde blijven. Wel geldt dat door de directe inwerkingtreding van het wetsvoorstel er zeer beperkt tijd is om de nodige voorbereidingen te treffen en eventueel nadere regelgeving uit te werken.

Invoering van een arbeidsmarkttoets conform artikel 15a van de Vreemdelingenwet 2000, en in lijn met de herziene richtlijn, leidt tot een langere behandelduur en een structurele overschrijding van beslistermijnen. Voor aanvragen ingediend door erkend referenten en aanvragen in het kader van langetermijnmobiliteit geldt op grond van de herziene richtlijn een beslistermijn van 30 dagen in plaats van 90 dagen, waarbij in beginsel geen verlenging mogelijk is. Het gaat om circa 300 aanvragen op jaarbasis, op een totaal van ca. 530. In deze 300 gevallen zal de IND de beslistermijn in de regel niet halen als gevolg van de arbeidsmarkttoets.

Er is onderzocht of aanvullende capaciteit en/of een eenvoudiger invulling van de arbeidsmarkttoets voor de blauwe kaart de overschrijding van beslistermijnen zou kunnen voorkomen of beperken. Deze scenario’s zijn tot dusver echter niet haalbaar gebleken vanuit juridisch dan wel uitvoeringstechnisch oogpunt.

Tevens is al duidelijk dat de uitvoering een nieuw proces zal moeten inrichten voor deze arbeidsmarkttoets. Dat vergt tijd en capaciteit, onder meer voor een nieuwe ketenkoppeling tussen de ICT-systemen van de IND en UWV, aanpassing van formulieren, instructie van medewerkers en voorlichting aan werkgevers, hetgeen beslag legt op de toch al zeer schaarse ontwikkel- en ICT-capaciteit van zowel de IND als UWV. Beide organisaties wijzen daarbij op andere grote opgaven waar zij zich voor gesteld zien, onder andere op het vlak van asiel en Oekraïense ontheemden.

Extra complicerende factor is, ook bij de looncriteria, dat het wetsvoorstel bepaalt dat de wet – als geheel – in werking zal treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Hoewel er tijd nodig is om eventueel nadere regelgeving uit te werken, formele uitvoeringstoetsen uit te voeren en de nodige voorbereidingen te treffen, bestaat er geen mogelijkheid om artikel 15a van de Vreemdelingenwet 2000 op een later moment in werking te laten treden. Dit betekent onder andere dat afstemming tussen IND en UWV in de tussentijd, en voor zover mogelijk, per mail of post zal moeten verlopen en dat aanvragen handmatig moeten worden opgevoerd. Dit kost extra capaciteit en de IND verwacht hierdoor in enkele gevallen ook de beslistermijn van 90 dagen niet te kunnen halen. Tot slot geeft de IND aan ook extra capaciteit nodig te hebben in het geval de dienst wegens niet-tijdig beslissen in gebreke wordt gesteld.

Gelet op al het vorenstaande achten de IND en UWV het wetsvoorstel in deze vorm dan ook niet uitvoerbaar. Na uitvoerig overleg met deze uitvoeringsorganisaties en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is uiteindelijk vastgesteld dat de uitvoering van de verplichte arbeidsmarkttoets niet van UWV en de IND gevergd kan worden.

Tegelijkertijd hecht ik eraan te benadrukken dat het hier implementatiewetgeving betreft, waarvan de implementatietermijn tot 18 november 2023 liep en inmiddels ruimschoots is overschreden. De Europese Commissie is in januari 2024 een inbreukprocedure gestart, om welke reden ik het van groot belang acht dat de beslistermijnen, die dwingend volgen uit de herziene richtlijn, zo spoedig mogelijk worden geïmplementeerd, zodat de implementatie gereed kan worden gemeld en de inbreukprocedure in de administratieve fase kan worden afgerond. Verdere vertraging kan leiden tot een gang naar het Hof van Justitie van de Europese Unie en daarmee mogelijk tot een hoge boete én een dwangsom.

Alles overwegend kom ik tot de conclusie dat de uitvoerbaarheid in dezen doorslaggevend is: het aannemen van onderhavige wet met verplichte arbeidsmarkttoets, terwijl duidelijk is dat hieraan geen uitvoering gegeven zal worden, is geen reële optie. Zodoende zie ik geen beter alternatief dan een wetswijzigingstraject starten om de arbeidsmarkttoets voor de blauwe kaart weer uit de Vreemdelingenwet 2000 te schrappen. Ik ben voornemens een wetsvoorstel van dergelijke strekking zo snel mogelijk bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanhangig te maken.

Ik hoop uw Commissie hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en zie uit naar nadere wisseling van gedachten over het wetsvoorstel.

De Minister van Asiel en Migratie, D. van Weel


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Wetsvoorstel 36 332.

X Noot
3

Op p. 4 van de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2022/23, 36 332, nr. 3) wordt slechts opgemerkt dat de IND in de basis voldoende toegerust is op de uitvoering van de werkzaamheden.

X Noot
4

De commissie wijst in dit verband op de aangenomen motie-Dittrich (D66) c.s. over een uitvoeringstoets voor de partners in de asielketen (Kamerstukken I 2024/25, 36 600 XX, K).

X Noot
5

Met uitzondering van de leden van de fractie van de PVV.

X Noot
6

Kamerstukken II 2024/2025, 36 332, nrs. 48 en 49.

X Noot
7

Kamerstukken II 2024/2025, 36 332 , nrs. 19, 34 en 36.


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Wetsvoorstel 36 332.

X Noot
3

Op p. 4 van de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2022/23, 36 332, nr. 3) wordt slechts opgemerkt dat de IND in de basis voldoende toegerust is op de uitvoering van de werkzaamheden.

X Noot
4

De commissie wijst in dit verband op de aangenomen motie-Dittrich (D66) c.s. over een uitvoeringstoets voor de partners in de asielketen (Kamerstukken I 2024/25, 36 600 XX, K).

X Noot
5

Met uitzondering van de leden van de fractie van de PVV.

X Noot
6

Kamerstukken II 2024/2025, 36 332, nrs. 48 en 49.

X Noot
7

Kamerstukken II 2024/2025, 36 332 , nrs. 19, 34 en 36.

Naar boven