36 329 Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een certificeringskader van de Unie voor koolstofverwijderingen

B BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT / LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT1

Aan vicevoorzitter Šefčovič van de Europese Commissie

Den Haag, 3 april 2023

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een certificeringskader van de Unie voor koolstofverwijderingen.2 De leden van de fracties van de VVD, GroenLinks en de PvdA hebben naar aanleiding hiervan in het kader van het politieke dialoog gezamenlijk een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de fracties van de VVD, GroenLinks en de PvdA benadrukken dat CO2 een grensoverschrijdend probleem is en menen dat relatief gezien Europa (samen met de Verenigde Staten van Amerika) de grootste veroorzaker van het probleem is. Tevens constateren deze leden dat in Europa vaak de nadruk wordt gelegd op het gelijke speelveld. Zij vragen waarom de Europese Commissie ervoor kiest om dit EU-certificeringskader een vrijwillig karakter te geven in plaats van er voor zorg te dragen dat alle lidstaten actie gaan ondernemen om het teveel aan CO2 in de atmosfeer te verminderen.

Hoe gaat de Europese Commissie waken over de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van het op te stellen certificeringsproces, alsmede over de governance rondom verhandeling van certificaten, zonder dat dit verzandt in een enorme bureaucratie? Op de bureaucratie lopen ondernemers, waaronder boeren en organisaties als SNK (Stichting Nationale Koolstofmarkt) vaak vast en zeker als er per verwijderingsactiviteit aparte processen en certificaten overwogen worden. Kan de Europese Commissie toelichten hoe dit voorstel zich gaat verhouden tot het huidige EU-emissiehandelssysteem? Kan de commissie helder aangeven hoe deze twee systemen zich tot elkaar moeten verhouden en waar een eventueel risico van overlapping zit?

Kan de commissie aangeven welke mogelijkheden zij ziet om deze beoogde certificering aan te laten sluiten bij andere doelen en certificeringen die de commissie voor ogen heeft bij de implementatie van bijvoorbeeld de «farm-to-fork-strategie»? Kan de regeldruk voor het bedrijfsleven bijvoorbeeld beperkt worden door aan te sluiten bij EKO-keurmerken, wanneer aangetoond kan worden dat biologische landbouw beter in staat is koolstof te binden dan de reguliere landbouw? Bijvoorbeeld door middel van een plus op het bestaande certificaat? Zo ja, wat zouden de voordelen daarvan zijn en zo nee, waarom niet?

Deze leden stellen dat de Europese Commissie een systeem probeert te ontwikkelen waardoor ondernemers een prikkel krijgen om hiermee aan de slag te gaan. Zij missen echter een uiteenzetting over de vraag hoe dit in de praktijk zou moeten werken. Kan de Europese Commissie hier meer inzicht in geven? Wie ziet de commissie als verkopers en kopers van de certificaten en hoe ziet het marktmechanisme eruit? Wordt een minimumprijs voor certificaten overwogen? Kunnen bedrijven uit landen die zich niet voor het vrijwillige systeem hebben aangemeld ook actief zijn op deze markt en geldt dit ook voor niet-EU-ingezetenen? Heeft de commissie een idee over de minimale omvang van de markt om deze succesvol te laten zijn? Welke lessen zijn er getrokken uit het opzetten van het EU-emissiehandelssysteem? Worden deze lessen meteen meegenomen in het nieuwe systeem? Tot slot wijzen de leden van de fracties van de VVD, GroenLinks en de PvdA de Europese Commissie erop dat fraudegevoeligheid hier een belangrijk punt van aandacht zou kunnen zijn. Kan de commissie specifiek reflecteren op het tegengaan van fraude?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, L.P. van der Linden


X Noot
1

Samenstelling:

Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Vos (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga) (voorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Prins (CDA), vacant (GL), Van der Voort (D66), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA) en N.J.J. van Kesteren (CDA).

X Noot
2

COM(2022)672.

Naar boven