Aan vicevoorzitter Šefčovič van de Europese Commissie
Den Haag, 3 april 2023
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel voor
een verordening tot vaststelling van een certificeringskader van de Unie voor koolstofverwijderingen.2 De leden van de fracties van de VVD, GroenLinks en de PvdA hebben naar aanleiding hiervan in het kader van het politieke dialoog gezamenlijk
een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fracties van de VVD, GroenLinks en de PvdA benadrukken dat CO2 een grensoverschrijdend probleem is en menen dat relatief gezien Europa (samen met
de Verenigde Staten van Amerika) de grootste veroorzaker van het probleem is. Tevens
constateren deze leden dat in Europa vaak de nadruk wordt gelegd op het gelijke speelveld.
Zij vragen waarom de Europese Commissie ervoor kiest om dit EU-certificeringskader
een vrijwillig karakter te geven in plaats van er voor zorg te dragen dat alle lidstaten
actie gaan ondernemen om het teveel aan CO2 in de atmosfeer te verminderen.
Hoe gaat de Europese Commissie waken over de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid
van het op te stellen certificeringsproces, alsmede over de governance rondom verhandeling
van certificaten, zonder dat dit verzandt in een enorme bureaucratie? Op de bureaucratie
lopen ondernemers, waaronder boeren en organisaties als SNK (Stichting Nationale Koolstofmarkt)
vaak vast en zeker als er per verwijderingsactiviteit aparte processen en certificaten
overwogen worden. Kan de Europese Commissie toelichten hoe dit voorstel zich gaat
verhouden tot het huidige EU-emissiehandelssysteem? Kan de commissie helder aangeven
hoe deze twee systemen zich tot elkaar moeten verhouden en waar een eventueel risico
van overlapping zit?
Kan de commissie aangeven welke mogelijkheden zij ziet om deze beoogde certificering
aan te laten sluiten bij andere doelen en certificeringen die de commissie voor ogen
heeft bij de implementatie van bijvoorbeeld de «farm-to-fork-strategie»? Kan de regeldruk
voor het bedrijfsleven bijvoorbeeld beperkt worden door aan te sluiten bij EKO-keurmerken,
wanneer aangetoond kan worden dat biologische landbouw beter in staat is koolstof
te binden dan de reguliere landbouw? Bijvoorbeeld door middel van een plus op het
bestaande certificaat? Zo ja, wat zouden de voordelen daarvan zijn en zo nee, waarom
niet?
Deze leden stellen dat de Europese Commissie een systeem probeert te ontwikkelen waardoor
ondernemers een prikkel krijgen om hiermee aan de slag te gaan. Zij missen echter
een uiteenzetting over de vraag hoe dit in de praktijk zou moeten werken. Kan de Europese
Commissie hier meer inzicht in geven? Wie ziet de commissie als verkopers en kopers
van de certificaten en hoe ziet het marktmechanisme eruit? Wordt een minimumprijs
voor certificaten overwogen? Kunnen bedrijven uit landen die zich niet voor het vrijwillige
systeem hebben aangemeld ook actief zijn op deze markt en geldt dit ook voor niet-EU-ingezetenen?
Heeft de commissie een idee over de minimale omvang van de markt om deze succesvol
te laten zijn? Welke lessen zijn er getrokken uit het opzetten van het EU-emissiehandelssysteem?
Worden deze lessen meteen meegenomen in het nieuwe systeem? Tot slot wijzen de leden
van de fracties van de VVD, GroenLinks en de PvdA de Europese Commissie erop dat fraudegevoeligheid
hier een belangrijk punt van aandacht zou kunnen zijn. Kan de commissie specifiek
reflecteren op het tegengaan van fraude?
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze
graag uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit, L.P. van der Linden