36 327 Vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

B1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 21 mei 2024

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid2 hebben kennisgenomen van de brief van de Minister voor Rechtsbescherming van 20 maart 20243 over de beoogde termijn waarbinnen het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking zal treden. De leden van de commissie hadden naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.

Naar aanleiding hiervan is op 10 april 2024 een brief gestuurd aan de Minister voor Rechtsbescherming.

De Minister heeft op 13 mei 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister voor Rechtsbescherming

Den Haag, 10 april 2024

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 20 maart 20244 over de beoogde termijn waarbinnen het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking zal treden. De leden van de commissie hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.

In uw brief informeert u de Kamer over het feit dat organisaties in de strafrechtketen hebben aangegeven drie jaar nodig te hebben voor de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering en dat u gelet hierop voornemens bent dit nieuwe wetboek in aansluiting op de genoemde duur van de implementatieperiode in werking te laten treden. U noemt 1 april 2029 als streefdatum voor de inwerkingtreding van deze wet. Dat betekent volgens u dat de tekst van de eerste vaststellingswet (Boek 1 tot en met 6), de tweede vaststellingswet (Boek 7 en 8), de eerste aanvullingswet en de noodzakelijke lagere regelgeving medio 2026 dient vast te staan.

De leden van de commissie merken op dat het wetsvoorstel voor de eerste vaststellingswet in maart 2023 bij de Tweede Kamer is ingediend. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel op z’n vroegst rond het meireces 2025 bij de Eerste Kamer in behandeling worden genomen. Dat zou gelet op de door u voorgestane planning betekenen dat de Eerste Kamer ongeveer een jaar heeft voor de behandeling van dit wetsvoorstel. De leden van de commissie verwachten dat een jaar minimaal benodigd zal zijn voor een ordentelijke behandeling in de Eerste Kamer. De overige wetten die u noemt (die ook medio 2026 zouden moeten zijn vastgesteld) zijn nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. Hierdoor is het op dit moment onzeker wat de doorlooptijd zal zijn van de behandeling in de Tweede Kamer en op welke termijn deze wetsvoorstellen bij de Eerste Kamer in behandeling kunnen worden genomen.

Gelet op het voorgaande vragen de leden van de commissie aandacht voor de benodigde tijd voor de behandeling in de Eerste Kamer van de verschillende wetgevingssporen die onderdeel uitmaken van het wetgevingstraject van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. In dit verband benadrukken zij dat naar hun oordeel een definitieve datum voor de inwerkingtreding pas kan worden vastgesteld, nadat alle onderdelen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering gereed zijn voor publicatie in het Staatsblad.

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien uw reactie – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2024

In uw brief van 10 april jl. (uw kenmerk: 173096.02U) wijst u op de passage in mijn brief van 20 maart 2024 waarin ik aangaf dat de organisaties in de strafrechtketen voor de algehele implementatieopgave van het nieuwe Wetboek van Strafvordering minimaal drie jaar nodig hebben, te rekenen vanaf de vaststelling van de tekst van het nieuwe wetboek.5 De leden van uw vaste commissie voor Justitie en Veiligheid vragen naar aanleiding daarvan aandacht voor de benodigde tijd voor de behandeling in de Eerste Kamer van de verschillende wetsvoorstellen die onderdeel uitmaken van het wetgevingstraject van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. In dit verband benadrukken zij dat naar hun oordeel een definitieve datum voor de inwerkingtreding pas kan worden vastgesteld, nadat alle onderdelen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering gereed zijn voor publicatie in het Staatsblad.

Uiteraard kan de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering pas plaatsvinden na aanvaarding van alle daartoe strekkende wetsvoorstellen door uw Kamer. Met de hierboven aangehaalde passage in mijn brief heb ik tot uitdrukking willen brengen dat de realisatie van aanpassingen die nodig zijn om met het nieuwe wetboek te kunnen werken (bijvoorbeeld aanpassingen in werkprocessen en omnummering of aanpassing van begrippen in ICT-systemen) kunnen aanvangen zodra het grootste deel van de wetsteksten stabiel is geworden. De periode tot aan dat moment wordt benut voor voorbereiding van de noodzakelijke aanpassingen. Aangezien de wetteksten na aanvaarding door de Tweede Kamer in beginsel niet meer wijzigen, hebben de organisaties in de strafrechtketen aangegeven dat zij met deze implementatiewerkzaamheden kunnen beginnen vanaf het moment dat de Tweede Kamer de twee vaststellingswetten en de eerste aanvullingswet, die het grootste deel van de wetteksten bevatten, heeft aanvaard. Vanaf dat moment hebben de ketenorganisaties ten minste drie jaren de tijd nodig om alle implementatiewerkzaamheden te volbrengen.

Bovenstaande laat onverlet dat de behandeling door Uw Kamer tot nadere inzichten kan leiden die kunnen doorwerken in de planning.

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind


X Noot
1

De letter B heeft alleen betrekking op 36  327.

X Noot
2

Samenstelling:

Croll (BBB) (ondervoorzitter), Marquart Scholtz (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Vogels (VVD), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66) (voorzitter), Belhirch (D66), Bezaan (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
3

Kamerstukken I 2023/24 36 327/29 279, A.

X Noot
4

Kamerstukken I 2023/24 36 327/29 279, A.

X Noot
5

Kamerstukken I, 2023/24, 36 327/29 279, A.

Naar boven