Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris Participatie en Integratie, na
overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid, de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 36 295, nr. 8) inzake het bovenvermelde voorstel alsmede een nota van wijziging (Kamerstuk 36 295, nr. 9) aan.
Zoals u bekend, gaat de Wams over personen met multi-problematiek. Dit is een brede
groep mensen met een veelheid aan problemen in het sociale domein en aanpalende domeinen.
Daar kunnen ook personen met verward en onbegrepen gedrag onder vallen. Voor wat betreft
personen met verward en onbegrepen gedrag attendeer ik u, wellicht ten overvloede,
op de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister
van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, mede
namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Staatssecretaris
van Participatie en Integratie en mijzelf aan uw Kamer van 11 december 2025 (Kamerstuk
25 424, nr. 772) over de brede aanpak van de problematiek van verward en onbegrepen gedrag.
In deze brief heeft het kabinet erkend dat het delen van relevante gegevens tussen
partijen in de keten rondom personen met verward/onbegrepen gedrag in de huidige praktijk
een belangrijk knelpunt is dat met prioriteit van een oplossingsrichting moet worden
voorzien. Gegevensdeling is een belangrijke randvoorwaarde voor het versterken van
procesregie op lokaal niveau. De huidige wetgeving biedt gemeenten onvoldoende wettelijk
kader om te waarborgen dat zij waar nodig worden geïnformeerd over inwoners met veiligheidsrisico’s
als gevolg van verward en onbegrepen gedrag. Dit ondanks bijvoorbeeld de mogelijkheden
voor gegevensdeling onder de Wet gegevensdeling door samenwerkingsverbanden en de
oggz-taak binnen de Wmo 2015, o.a. in het Zorg- en Veiligheidshuis. Daarmee ervaren
zij belemmeringen in het gezamenlijk (gemeente, politie, zorg, woningcorporaties)
verantwoordelijkheid kunnen nemen om, zo nodig via bemoeizorg, passende zorg te bieden
en escalatie zoveel mogelijk te voorkomen.
Door uw Kamer zijn echter veel kritische vragen gesteld over het in het wetsvoorstel
opnemen van de mogelijkheid het wettelijk geregelde beroepsgeheim te doorbreken bij
ernstige meervoudige problematiek. De reactie van uw Kamer is voor mij (mede) aanleiding
geweest het wetsvoorstel op dit punt aan te passen, door nu geen nieuwe mogelijkheden
tot doorbreking beroepsgeheim te creëren.
Uw Kamer heeft in de parlementaire verkenning verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
(25 424, nr. 706) benadrukt dat meer gegevensuitwisseling tussen het sociaal domein en aanpalende
domeinen noodzakelijk is voor professionals om adequaat te handelen bij verward en
onbegrepen gedrag met een veiligheidsrisico. Uw Kamer verzocht met de aanbeveling
expliciet werk te maken van wettelijke kaders die dit mogelijk zouden moeten maken.
Conform de toezegging in de brief van 11 december 2025 zal, samen met de ketenpartners
in kaart worden gebracht wat ervoor nodig is om het delen van gegevens over personen
met verward en onbegrepen gedrag voor zover noodzakelijk, te bevorderen. In het kader
hiervan zal ook bezien worden of en zo ja, welke (specifieke) wettelijke titel gecreëerd
dient te worden. Daarbij kan ook het beroepsgeheim worden bekeken. Het streven is
uw Kamer rond de zomer, via de jaarlijkse rapportage aanpak verward/onbegrepen gedrag,
te informeren over de stand van deze verkenning.
Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met Uw Kamer, op basis van de genoemde
verkenning, hierin een standpunt te bepalen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij