36 292 Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds; Kiev, 12 oktober 2021

B/ Nr. 2 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 12 oktober 2022 en het nader rapport d.d. 17 januari 2023, aangeboden aan de Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 5 september 2022, no. 2022001876, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 12 oktober 2022, nr. W17.22.0177/IV, bied ik U hierbij aan.

De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.

Bij Kabinetsmissive van 5 september 2022, no.2022001876, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds; Kiev, 12 oktober 2021 (Trb. 2021, 155), met toelichtende nota.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het verdrag.

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling adviseert het verdrag over te leggen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

De vice-president van de Raad van State,

Th.C. de Graaf

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W17.22.0177/IV

  • Licht in de toelichtende nota onder punt 2 inzake de Overeenkomst nader toe wat het effect is van de sinds 24 februari 2022 in de Oekraïne ontstane oorlogssituatie op de uitvoering van de Overeenkomst.

  • Verduidelijk in de toelichtende nota onder punt 7 inzake de Koninkrijkspositie dat de voor deze Overeenkomst relevante delen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie alleen voor het Europese deel van Nederland van toepassing zijn.

  • Geef in de toelichtende nota onder punt 7 inzake de Koninkrijkspositie inzicht in de overwegingen waarom geen sprake is van medegelding van de Overeenkomst voor het Caribische deel van het Koninkrijk.

Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Aan de opmerkingen in de redactionele bijlage bij het advies is gevolg gegeven.

  • In reactie op de eerste opmerking is in de vijfde alinea van punt 2 van de toelichting een alinea toegevoegd. Het effect van de sinds 24 februari 2022 in Oekraïne ontstane oorlogssituatie op de uitvoering van de Overeenkomst is dat Nederlandse luchtvaartmaatschappijen niet meer naar Oekraïne vliegen en dat Oekraïense luchtvaartmaatschappijen niet meer naar Nederland vliegen.

  • In reactie op de tweede opmerking is in punt 7 van de toelichting toegevoegd dat waar het de EU-partij betreft het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie alleen op het Europese deel van Nederland van toepassing zijn.

  • In reactie op de derde opmerking is in punt 7 van de toelichting toegevoegd dat hieruit volgt dat de Overeenkomst alleen voor het Europese deel van het Koninkrijk geldt en er geen sprake kan zijn van medegelding voor het Caribische deel van het Koninkrijk.

  • Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om aan punt 7 van de toelichting een alinea toe te voegen. Tijdens het overlegkader op grond van het Statuut voor het Koninkrijk hebben Aruba, Curaçao en Sint Maarten niet aangegeven in onderhandeling te willen treden met Oekraïne over een luchtvaartverdrag.

Ik verzoek U, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra

Naar boven