36 281 Wijziging van de Woningwet (huurverlaging 2023 voor huurders met lager inkomen)

C VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT / ALGEMENE ZAKEN EN HUIS VAN DE KONING1

Vastgesteld 17 februari 2023

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van wetsvoorstel 36.281 Wijziging van de Woningwet (huurverlaging 2023 voor huurders met lager inkomen). Zij hebben een tweetal korte vragen over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. De leden van de fracties van het CDA, GroenLinks, PvdA en SP wensen zich aan te sluiten bij de vragen gesteld door de leden van de VVD-fractie.

De D66-fractieleden hebben met veel waardering kennisgenomen van bovenstaand wetsvoorstel waarin het kabinet voorstelt gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en de woningbouwcorporaties mogelijk te maken, zodat 600.000 huishoudens per 1 juli een huurverlaging kunnen krijgen. Het voorstel is uniek en past in een reeks van maatregelen van de regering om de koopkracht van juist de mensen met de laagste inkomens op peil te houden. De leden van de fracties van het CDA, GroenLinks, PvdA en SP wensen zich aan te sluiten bij de vragen gesteld door de leden van de D66-fractie.

De leden van de 50PLUS-fractie ondersteunen van harte dit wetsvoorstel tot huurverlaging 2023 voor huurders met een inkomen onder 120% van het minimuminkomen van de huurtoeslag. Zij hebben begrip dat in het belang van de aangeduide categorie huurders doorbreking van de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen noodzakelijk is. Zonder dat kunnen de woningcorporaties immers niet bepalen welke categorie huurders qua inkomen in aanmerking komen voor de voorgestelde huurverlaging per 1 juli 2023. Desondanks hebben deze leden nog enkele vragen. De leden van de fracties van het CDA, GroenLinks, PvdA en SP wensen zich aan te sluiten bij de vragen gesteld door de leden van de 50PLUS-fractie.

2. Particuliere verhuur

De regering erkent in de memorie van toelichting dat het onderscheid dat dit wetsvoorstel maakt tussen huurders met een lager inkomen die wel of geen woningcorporatie als verhuurder hebben onwenselijk is. De leden van de VVD-fractie vragen de regering aan te geven welke stappen zijn ondernomen om deze ongelijke behandeling te compenseren voor de groep van circa 100.000 huurders met een lager inkomen die huren via een particuliere verhuurder. Is overwogen om deze specifieke doelgroep een extra huurtoeslag toe te kennen om deze onwenselijke ongelijkheid doelmatig te repareren? Bijvoorbeeld door huurders uit deze specifieke doelgroep de mogelijkheid te bieden dat zij de Belastingdienst toestemming kunnen geven om een inkomensverklaring uit te wisselen met de particuliere verhuurder, waarna zij voor een extra huurtoeslag in aanmerking kunnen komen?

De leden van de D66-fractie begrijpen dat een huurverlaging van ongeveer 57 euro voor burgers die een inkomen hebben tot 120% van het minimuminkomen hierdoor mogelijk wordt. Uitvoeringsproblemen verhinderen dat dit ook geldt voor huurders die van particulieren huren. Kan de regering nog eens beargumenteren tegen welke feitelijke problemen de regering aanloopt om ook deze groep van de regeling te laten profiteren? De D66-fractieleden begrijpen dat deze huurders wel worden geholpen door de verhoging van de huurtoeslag die al is afgekondigd. Is dit juist? Is overwogen om juist voor deze groep tot een tijdelijke verhoging van de huurtoeslag te komen?

3. Belastingdienst

De voorgestelde wetswijziging moet op korte termijn, te weten 1 maart 2023, in werking treden zodat de Belastingdienst de voorgenomen huurverlaging per 1 juli 2023 kan realiseren. In de uitvoeringstoets is het wetsvoorstel door de Belastingdienst als uitvoerbaar beoordeeld. Is daarbij echter expliciet het feit meegenomen dat de Belastingdienst binnen een zeer korte termijn, van 1 maart tot 1 juni 2023, de complexe uitvoering zal moeten implementeren? De achtergrond van deze vraag is de aanbiedingsbrief van de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst bij het Jaarplan Belastingdienst 2023 van 15 december 2022 waarin de VVD-fractieleden lezen: «Mede door bovengenoemde uitdagingen heeft de Belastingdienst momenteel onvoldoende Informatievoorziening en personele capaciteit om alle beleidsmatige en politieke wensen uit te voeren.».2

4. Geheimhoudingsplicht

Zoals gezegd wordt in dit kader in het belang van de desbetreffende huurders inbreuk gemaakt op de geheimhoudingsplicht van de Belastingdienst en worden inkomensgegevens van burgers aan derden verstrekt. Mocht een individuele huurder om hem moverende redenen hiertegen toch bezwaar hebben welke middelen staan dan voor degene open om het delen van inkomensgegevens met derden i.c. woningcorporaties tegen te gaan? Worden huurders hierover vooraf geïnformeerd, zo vragen de 50PLUS-fractieleden.

Schept doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de Belastingdienst met dit wetsvoorstel geen precedent voor de toekomst? Niet uit te sluiten valt dat opnieuw onder de noemer «het is in het belang van een bepaalde categorie burgers» inkomensgegevens door de Belastingdienst gedeeld gaan worden met mogelijke derden waarvoor dan een wettelijke grondslag wordt gevraagd. Bestaat het risico op een glijdende schaal waardoor als het ware de wettelijke geheimhoudingsplicht van de Belastingdienst uitgehold gaat worden?

5. Inventarisatie

Tot slot vragen de leden van de 50PLUS-factie of er een inventarisatie wordt gemaakt door de woningcorporaties nadat deze wet is ingevoerd, zodat inzicht wordt verkregen hoe groot de categorie huurders is die voor huurverlaging 2023 in aanmerking komt gelet op het feit dat er nu slechts een schatting is gemaakt. Indien dit aantal de schatting van 510.000 huishoudens sterk overstijgt heeft aanneming van voorliggend wetsvoorstel dan financiële consequenties voor de woningcorporaties die aanzienlijk minder inkomsten kunnen genereren?

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning ziet met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding van het verslag en ontvangt deze graag uiterlijk vrijdag 17 februari 2023, 16.00 uur, in verband met de door de regering gewenste spoedige plenaire behandeling.

De voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, Dittrich

De griffier van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, Bergman


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Bezaan (VVD), Van den Berg (VVD), Crone (PvdA), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Talsma (CU) en Dessing (FVD).

X Noot
2

Kamerstukken I 2022/23, 31 066, AD.

Naar boven