36 263 Tijdelijke regels inzake specifieke wettelijke voorzieningen voor het uitvoeren van onderzoeken door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst naar landen met een offensief cyberprogramma tegen Nederland of Nederlandse belangen alsmede voorzieningen inzake de mogelijkheid tot vaststelling van een nieuwe eindtermijn voor gebruik door de diensten van in het kader van hun taakuitvoering met bijzondere bevoegdheden verworven bulkdatasets en de invoering van een bindende toets ex ante van verleende toestemmingen voor de real time interceptie van verkeers- en locatiegegevens (Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen)

Nr. 33 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 oktober 2023

Op 16 oktober 2023 heeft het wetgevingsoverleg inzake het wetsvoorstel voor de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen plaatsgevonden. Tijdens dit wetgevingsoverleg zijn meerdere amendementen ingediend waarover ik, mede namens de Minister van Defensie, mijn oordeel heb gegeven. Op een daarvan kom ik graag terug, aangezien naar aanleiding van nader overleg met de indieners een gewijzigd amendement is ingediend. Het betreft het amendement van de leden Bisschop (SGP) en Van der Graaf (CU), Kamerstuk 36 263, nr. 18 (gewijzigd amendement ingediend op 19 oktober onder Kamerstuk 36 263, nr. 27). Het gewijzigde amendement verduidelijkt de intentie van beide kanten, namelijk het creëren van een helder toetsingskader voor de bevoegdheid tot OOG-interceptie.

Ik neem met instemming kennis van het aangepaste amendement. De punten die mij tot het oordeel brachten om het amendement te ontraden zijn grotendeels weggenomen. Wel acht ik het van groot belang om aan te geven hoe het gewijzigde amendement in de praktijk toegepast zal worden.

Zoals aangegeven in de memorie van toelichting (Kamerstuk 36 263, nr. 3) geeft de wetgever met artikel 7 van het wetsvoorstel richting aan de proportionaliteits- en gerichtheidstoets. Door «met name» te laten vervallen wordt sterker tot uitdrukking gebracht dat specifiek deze aspecten betrokken worden. Dat laat onverlet dat uit het EVRM en de jurisprudentie daarop ook andere maatstaven (kunnen) voortvloeien. Dit geldt bijvoorbeeld voor de toetsing aan subsidiariteit.

Daarnaast wordt het begrip «indicatie» vervangen door het begrip «omschrijving». Daar kan ik mij in vinden, met dien verstande dat voor de uitleg van het begrip «omschrijving» aansluiting moet worden gezocht bij hetgeen eerder is opgenomen over het begrip «indicatie» in de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag. Verder hecht ik eraan te benadrukken dat het hier gaat om een inspanningsverplichting om een omschrijving te geven van de te intercepteren gegevensstromen en van de wijze van reductie van gegevens binnen de hele keten. De omschrijving van deze aspecten moet recht doen aan en aansluiten bij de dynamische en veranderlijke werkelijkheid van gegevensstromen. Dit betekent dat de omschrijving alleen betrekking heeft op de feitelijke, technische aanduiding van de te intercepteren gegevensstromen en de wijze van reductie van deze gegevensstromen binnen de keten en voor beide aspecten alleen zoals deze bekend zijn op het moment van de aanvraag.

Met inachtneming van bovenstaande wil ik, mede namens de Minister van Defensie, het oordeel over dit amendement aan uw Kamer laten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge

Naar boven