Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36225 nr. M |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36225 nr. M |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 mei 2026
Sinds 1 juli 2025 hebben gemeenten conform de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (hierna: de Wet) de wettelijke taak om lokale casusoverleggen te faciliteren. In het kader van de Wet heeft uw Kamer de motie Van de Sanden c.s. aangenomen.1Deze motie verzoekt mij onderzoek te doen naar de wettelijke kaders en richtlijnen met betrekking tot de bevoegdheid van burgemeesters om online te monitoren.
Hierbij is gevraagd bijzondere aandacht te hebben voor de rechtmatigheid en noodzaak van online gegevensverzameling door burgemeesters; de impact daarvan op de rolneming van burgemeesters; de impact daarvan op de privacy van burgers en de ethische overwegingen bij het gebruik van online monitoring. Daarnaast is verzocht om in samenspraak met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)/het Nederlands Genootschap van Burgemeesters een handreiking te ontwikkelen betreffende online monitoring die zowel bijdraagt aan de effectieve preventie en bestrijding van radicalisering en terrorisme als de privacy van burgers waarborgt. Via deze brief wil ik uw Kamer informeren over de wijze waarop er uitvoering is gegeven aan deze motie. Het is helaas niet gelukt uw Kamer voor het zomerreces van 2025 te informeren over de bevindingen van het onderzoek en eventuele aanbevelingen.
Samen met lokale en nationale stakeholders zijn de bevoegdheden van burgemeesters op het gebied van online monitoring in het kader van hun taken omtrent het voorkomen van terrorisme en radicalisering verkend. Hieruit is gebleken dat de huidige wettelijke kaders burgemeesters alleen grondslag bieden voor online onderzoek naar personen op het moment dat er sprake is van een concrete aanwijzing dat de openbare orde wordt of dreigt te worden verstoord. Dit is bij het (vroegtijdig) signaleren en voorkomen van radicalisering niet aan de orde. Ook de wettelijke taak die gemeenten hebben om lokale casusoverleggen te faciliteren biedt hen geen grondslag tot online monitoring. Een onderzoek naar de impact van dergelijke monitoring op de privacy van burgers en de ethische overwegingen die hierbij komen kijken, is daarom niet aan de orde. Het online monitoren of signaleren van radicalisering is dan ook vooral een taak die blijft voorbehouden aan politie en inlichtingendiensten.
Online radicalisering is een complex fenomeen: het vindt vaak snel, onopgemerkt en subtiel plaats, waardoor tijdig signaleren en ingrijpen lastig is. Er zijn indicatoren maar er is geen «checklist» van gedragingen die wijzen op (online)radicalisering. Om vroegtijdig in te kunnen grijpen in een mogelijk radicaliseringsproces, is het belangrijk om mogelijke signalen te herkennen en zorgen bespreekbaar te maken. Hier speelt de lokale aanpak, waar gemeenten regievoerders van zijn, een cruciale rol in. Bewustwording van de kaders, bevoegdheden en interventiemogelijkheden bij gemeenten is dan ook een belangrijke eerste stap. Hiertoe is aan de hand van gesprekken met gemeenten en de VNG het verdiepingsdossier «online radicalisering» ontwikkeld.2 Dit bevat een richtlijn over het herkennen van online radicalisering en schetst de kaders voor wat betreft de (on)mogelijkheden van onlineonderzoek. Deze kaders komen voort uit de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gepubliceerde handreiking gericht op online onderzoeksmogelijkheden voor gemeenten.3 Hierin zijn, in samenwerking met de VNG, juridische kaders, een stappenplan en veelgestelde vragen en antwoorden opgenomen. Om gemeenten te helpen in de praktijk, zijn door de VNG tevens een protocol online onderzoek en een visuele gebruiksaanwijzing gedeeld.4 Daarnaast verzorgt de Expertise-unit Sociale Stabiliteit van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verspreid over 2026 in samenwerking met de NCTV regionale adviseringstrajecten. Tot slot kunnen gemeenten doorlopend contact opnemen met hun lokale adviseurs van de NCTV voor advies.
Er is zodoende onderzocht of burgemeesters een wettelijke grondslag hebben tot het doen van online onderzoek gericht op personen ten behoeve van de preventie van radicalisering. Dit is niet het geval gebleken. Om toch te voorzien in de wens voor handvatten binnen het online domein, zijn gemeenten op diverse momenten geïnformeerd over de omstandigheden waarin online onderzoek voor hen wel mogelijk is en geadviseerd over de stappen die zij kunnen zetten om online radicalisering tegen te gaan binnen hun bevoegdheden. Hiermee beschouw ik de uitvoering van de motie Van de Sanden c.s. als afgedaan.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Juridisch kader online onderzoek in publiek toegankelijke bronnen door gemeenten in het kader van de openbare orde; Handreiking voor gemeenten voor online onderzoek bij het handhaven van de openbare orde; Veelgestelde vragen over online onderzoek door gemeenten in het kader van de handhaving van de openbare orde
Juridisch kader online onderzoek in publiek toegankelijke bronnen door gemeenten in het kader van de openbare orde; Handreiking voor gemeenten voor online onderzoek bij het handhaven van de openbare orde; Veelgestelde vragen over online onderzoek door gemeenten in het kader van de handhaving van de openbare orde
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36225-M.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.