36 202 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2023)

AI VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 november 2023

De leden van de vaste commissie voor Financiën1 hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst over de aftopping van de periodieke giftenaftrek en de verwachte effecten daarvan op ANBI’s.2 De leden van de PvdD-fractie hebben daarover nog een aantal aanvullende vragen.

Naar aanleiding hiervan is op 4 oktober 2023 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst.

De Staatssecretaris heeft op 31 oktober 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, De Man

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst

Den Haag, 4 oktober 2023

De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben kennisgenomen van uw brief over de aftopping van de periodieke giftenaftrek en de verwachte effecten daarvan op ANBI’s.3 De leden van de PvdD-fractie hebben daarover nog enkele aanvullende vragen.

De leden van de PvdD-fractie verzoeken u aan te geven of er een onderscheid is tussen giften vanuit de besloten vennootschap. Is er een verschil tussen een gift vanuit een persoonlijke appreciatie van de ANBI of vanuit een zakelijk belang of zullen deze volledig gelijkgesteld worden?

Kunt u voorts aangeven of er spoedig een evaluatie te verwachten is van de maximering van giften aan politieke partijen en het door de Rijksoverheid afromen van erfenissen en legaten ten gunste van politieke partijen of hun neveninstellingen? Tot slot verzoeken deze leden u om aan te geven op welke termijn zo’n evaluatie te verwachten is en of daarin de vraag kan worden meegenomen of erfenissen en legaten die zouden kwalificeren boven het wettelijk maximum, omgezet zouden kunnen worden in een periodieke gift die het jaarlijkse wettelijk maximum niet overschrijdt?

De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk dinsdag 31 oktober 2023.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, W.T. van Ballekom

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN – FISCALITEIT EN BELASTINGDIENST

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 oktober 2023

De vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer heeft 4 oktober 2023 enkele aanvullende vragen gesteld over mijn brief van 27 juni 2023 over de aftopping van de periodieke-giftenaftrek en de verwachte effecten op algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s)4. In de brief van 27 juni heb ik een denkrichting beschreven om wettelijk te regelen dat giften die rechtstreeks door een vennootschap aan een ANBI of steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) worden gedaan, bij de aanmerkelijkbelanghouder niet leiden tot heffing van inkomstenbelasting en dividendbelasting. Daarbij is de mogelijkheid onderzocht om de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting te laten vervallen. Deze wijzigingen zorgen voor een vereenvoudiging van het systeem en stimuleren het geven door vennootschappen aan ANBI’s. In deze brief beantwoord ik, gelet op de vragen over giften aan politieke partijen mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de aanvullende vragen die zijn gesteld door de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen of er bij het geven vanuit de vennootschap een onderscheid is tussen giften vanuit persoonlijke appreciatie en giften vanuit een zakelijk belang.

Bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting, zoals besloten vennootschappen (bv’s), mogen voor de berekening van hun belastbare winst voor de vennootschapsbelasting in beginsel alle zakelijke kosten aftrekken. Zakelijke kosten zijn de kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van de onderneming en de kosten die rechtstreeks op de onderneming betrekking hebben. Uitgaven voor sponsoring en reclame zijn voorbeelden van dergelijke zakelijke kosten die volledig aftrekbaar zijn van de winst. Niet-zakelijke uitgaven zijn, kort gezegd, uitgaven die zijn gedaan zonder dat een direct bedrijfsbelang wordt beoogd en zijn niet aftrekbaar. Uitgaven die geen zakelijk motief hebben en worden gedaan vanuit aandeelhoudersmotieven, zijn niet aftrekbaar en worden daarnaast aangemerkt als een verkapte uitdeling aan de aandeelhouder. De aandeelhouder heeft het vermogen immers feitelijk aan de vennootschap onttrokken. Deze niet-zakelijke uitgaven vormen zodoende inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) bij de aandeelhouder die een aanmerkelijk belang heeft in de vennootschap die de niet-zakelijke uitgaven doet en een met dividendbelasting te belasten opbrengst bij de aanmerkelijkbelanghouder.

Bij giften door een vennootschap aan ANBI's en steunstichtingen SBBI's is het directe bedrijfsbelang in beginsel niet aanwezig en is veelal sprake van uitgaven door de vennootschap die worden gedaan vanuit een persoonlijke charitatieve behoefte van de aandeelhouder. Om giften aan goede doelen te stimuleren, is er in de huidige wetgeving een uitzondering op de hiervoor beschreven systematiek geïntroduceerd in de vorm van de giftenaftrek (voor de vennootschapsbelasting), en in het verlengde daarvan het besluit over giftenaftrek of uitdeling.5 Op grond daarvan zijn giften, die anders in beginsel niet aftrekbaar zouden zijn, onder voorwaarden wél aftrekbaar van de winst voor de vennootschapsbelasting. De giftenaftrek bedraagt ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000. In het beleidsbesluit over giftenaftrek of uitdeling staat verder dat giften door een vennootschap, die zijn ingegeven door de persoonlijke charitatieve behoefte van de aandeelhouder, maar verder voldoen aan de voorwaarden voor de giftenaftrek genoemd in de wet, als giften in de zin van het betreffende wetsartikel in aftrek komen. Daarnaast wordt in het genoemde besluit geregeld dat dergelijke giften niet als uitdeling aan de aanmerkelijkbelanghouder worden aangemerkt voor de vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting en de dividendbelasting. Deze goedkeuring geldt dus voor zover de giften het wettelijke maximum van € 100.000 en het maximum van 50% van de winst niet te boven gaan. Voor zover de giften meer bedragen dan het genoemde maximum wordt teruggevallen op het uitgangspunt dat de gift niet aftrekbaar is bij de vennootschap en als een uitdeling aan de aanmerkelijkbelanghouder in box 2 en als een uitdeling voor de dividendbelasting wordt aangemerkt.

De in mijn brief van 27 juni 2023 opgenomen denkrichting voor het aanpassen van de regeling voor geven vanuit de vennootschap maakt onderdeel uit van het wetsvoorstel Belastingplan 2024.6 De voorgestelde maatregel zou het geven vanuit de vennootschap stimuleren doordat giften die rechtstreeks door de vennootschap worden gedaan niet meer zouden leiden tot heffing van inkomstenbelasting en dividendbelasting, waarbij de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting zou komen te vervallen met ingang van 1 januari 2024. Inmiddels heeft de behandeling van het Belastingplan 2024 door de Tweede Kamer plaatsgevonden, waarbij een amendement van het lid Grinwis c.s.7 is aangenomen om de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting voor giften onder de € 100.000 niet af te schaffen. Het voorstel en amendement zien alleen op giften vanuit de persoonlijke charitatieve behoefte van de aandeelhouder. De voorgestelde maatregel en het aangenomen amendement hebben geen invloed op zakelijke uitgaven. Uitgaven die een direct bedrijfsbelang beogen, zoals sponsoring en reclame, blijven als zakelijke kosten aftrekbaar van de winst.

Daarnaast vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren om aan te geven of er spoedig een evaluatie te verwachten is van de maximering van giften aan politieke partijen en het door de Rijksoverheid afromen van erfenissen en legaten ten gunste van politieke partijen of hun neveninstellingen. Ook wordt verzocht om aan te geven op welke termijn zo’n evaluatie te verwachten is en of daarin de vraag kan worden meegenomen of erfenissen en legaten die het wettelijke maximum zouden overschrijden, omgezet zouden kunnen worden in een periodieke gift die het jaarlijkse wettelijke maximum niet overschrijdt.

Namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan ik deze vraag als volgt beantwoorden. Op 18 oktober 2022 is uw Kamer akkoord gegaan met de Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen (Wfpp).8 In artikel13329b van de Evaluatiewet Wfpp is naar aanleiding van het amendement Leijten c.s.9 bepaald dat vanaf 1 januari 2023 politieke partijen maximaal € 100.000 per donateur per kalenderjaar mogen ontvangen. Erfenissen en legaten vallen ook onder dit bijdragenmaximum. In de Wfpp staat ook bepaald dat binnen een jaar na de verkiezingen voor de Tweede Kamer een evaluatie naar de Eerste en de Tweede Kamer moet worden verzonden. Deze evaluatie gaat over de hele wet, waaronder dus ook de regels ten aanzien van erfenissen en legaten.

De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, M.L.A. van Rij


X Noot
1

Samenstelling:Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van Wijk (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Karimi (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Van de Sanden (VVD), Vogels (VVD), Bovens (CDA), Bakker-Klein (CDA), Aerdts (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Apeldoorn (SP), Holterhues (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2022–2023, 36 202, Y.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2022–2023, 36 202, Y.

X Noot
4

Kamerstukken I 2022/23, 36 202, Y.

X Noot
5

Artikel13316 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en Besluit van 31 oktober 2016, nr. BLKB2016/152.

X Noot
6

Kamerstukken II 2023/24, 36418.

X Noot
7

Kamerstukken II 2023/24, 36 418, nr. 60.

X Noot
8

Wijziging van de Wet financiering politieke partijen in verband met de evaluatie van deze wet (Evaluatiewet Wfpp). Stb 2022, 412.

X Noot
9

Kamerstukken II 2021/22, 35 657, nr. 62.

Naar boven