Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 36200-VI nr. D |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 36200-VI nr. D |
Ontvangen 13 januari 2023
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen bij de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2023. Op de begroting 2023 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is artikel 2.25 CW2016 van toepassing. De vragen zijn gesteld door de Fractie-Nanninga en gaan over de dreiging van het Iraanse regime. Deze vragen werden ingezonden op 20 december 2022 met kenmerk 36 200 VI.
1.
Wordt gemonitord hoe de Iraanse dreiging is gestegen sinds de laatste reeks demonstraties? En zo ja, hoe ziet die ontwikkeling eruit?
Dreigingen die statelijke actoren opleveren voor de Nederlandse nationale veiligheid worden doorlopend gemonitord. Het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2, dat op 28 november 2022 aan de Tweede Kamer is aangeboden1, constateert dat een aantal landen – waaronder Iran – uiteenlopende inlichtingen- en beïnvloedingsactiviteiten ontplooit, onder meer gericht op hun diaspora. Er is op dit moment geen indicatie dat die dreiging is toegenomen. Over de exacte aard en omvang van de dreiging en de manier waarop deze wordt gemonitord, doet het kabinet geen uitspraken.
2.
Zijn er – zonder naar onthullende voorbeelden te vragen – maatregelen genomen om de veiligheid van de Iraanse Nederlanders te garanderen?
Om in bredere zin ongewenste buitenlandse inmenging tegen te gaan, heeft het kabinet in 2018 een nationale driesporen aanpak ontwikkeld, bestaande uit het diplomatieke spoor, het weerbaarheidsspoor en het bestuurlijke/strafrechtelijke spoor2. Er vindt een constante toets plaats of de aanpak volstaat en of zich nieuwe dreigingen op dit gebied aandienen. Vanzelfsprekend valt de Iraans-Nederlandse gemeenschap ook onder deze aanpak. Ten aanzien van de weerbaarheid van gemeenschappen in Nederland tegen ongewenste buitenlandse inmenging is een stijgende lijn in de bewustwording waar te nemen. De verruiming van de strafbaarheid van spionageactiviteiten, waarvan de Tweede Kamer recent het wetsvoorstel heeft ontvangen, zal naar verwachting een effectievere aanpak van ongewenste inmengingsactiviteiten door derde landen mogelijk maken.
In aanvulling op de bestaande aanpak is de Tweede Kamer op 28 november jongstleden geïnformeerd over het (verder) vergroten van de weerbaarheid tegen ongewenste buitenlandse inmenging. Hiertoe zal de NCTV de komende jaren, in nauwe samenwerking met onder meer de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bewustwording rondom dit thema verder vergroten. Die bewustwording ziet onder meer op het benoemen van welke statelijke actoren inmengingsactiviteiten verrichten en hun intenties daarbij. Daarnaast is de inzet gericht op bewustwording van doelgroepen/doelwitten van dergelijke statelijke actoren, om hen meer in generieke zin te informeren over de instrumenten die statelijke actoren inzetten en de ongewenste maatschappelijke effecten die deze teweeg kunnen brengen. Beoogde doelgroepen voor dit bewustwordingsinitiatief zijn gemeenschappen die slachtoffer kunnen worden van ongewenste buitenlandse inmenging, (decentrale) politieke ambtsdragers, maar ook overheidsorganisaties en (beleids)medewerkers op lokaal niveau.
3.
Indien ja, wordt daarbij samengewerkt met bevriende landen? Indien nee, waarom zijn er geen maatregelen genomen of indien er niet is samengewerkt met bevriende landen, waarom niet?
Het kabinet zet in internationaal verband in op samenwerking met internationale partners, met name binnen Europa, om kennis en ervaringen uit te wisselen op het gebied van het tegengaan van ongewenste buitenlandse inmenging. De aandacht gaat daarbij logischerwijs uit naar landen met vergelijkbare gemeenschappen als in Nederland. In dit kader heeft de Minister van Buitenlandse Zaken in Benelux-verband in de EU Raad Buitenlandse Zaken van 14 november 2022 ook aangedrongen op een review van deze problematiek en betere informatiedeling en samenwerking om te komen tot een effectiever beleid. Hiervoor is tevens gesproken met de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die deze oproep steunde en toezegde dit onderwerp op de agenda te zetten. Ook is dit onderwerp bilateraal met diverse counterparts besproken.
4.
Heeft de regering aanwijzingen dat criminele organisaties in Nederland het Iraanse regime als opdrachtgever hebben voor het potentieel bedreigen en uitschakelen van haar tegenstanders?
Zoals gezegd worden dreigingen die statelijke actoren opleveren voor de Nederlandse nationale veiligheid doorlopend gemonitord. Het kabinet doet geen uitspraken over de exacte aard en omvang van de dreiging en eventuele lopende onderzoeken naar relaties die statelijke actoren al dan niet onderhouden met criminele organisaties.
5.
Nederland is na Duitsland en Italië de derde handelspartner van Iran, gekeken naar exportwaarde.3 Dit geeft Nederland invloed. Is de regering van zins onze economische invloed ten opzichte van Iran aan te wenden om het extreme geweld van het regime te stoppen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
De vraag stelt onterecht dat Nederland de derde handelspartner zou zijn van Iran. Nederland heeft naar verhouding zeer beperkte handelsvolumes met Iran. Binnen de EU Lidstaten is Nederland inderdaad de derde handelspartner, maar voor Iran geldt dat de handelsrelatie met landen buiten Europa vele malen groter is. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is in 2021 voor 16 miljoen euro geïmporteerd uit Iran en is in dat zelfde jaar voor 435 miljoen euro geëxporteerd naar Iran, waarvan een significant deel wederuitvoer betreft (195 miljoen euro). De facto betreft de Nederlandse export naar Iran dus 240 miljoen euro. Geëxporteerde goederen betroffen voornamelijk medicinale en farmaceutische producten, machines en vervoersmaterieel, diverse gefabriceerde goederen en voeding. Het kabinet is van mening dat ondanks de beperkte omvang samen met EU partners aanvullende maatregelen dienen te worden genomen, rekening houdend met de gevolgen voor de Iraanse bevolking en de nucleaire onderhandelingen. Nederland is hierover in overleg met EU- en gelijkgezinde partners.
6.
Houdt de regering zwarte lijsten bij van aan het Iraanse regime gerelateerde personen die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen? Worden deze personen aan sancties onderworpen door Nederland of de Europese Unie? Zo nee, waarom niet?
Nederland monitort nauwgezet de mensenrechtensituatie in Iran. Het kabinet heeft Iran vanaf het begin van het (dodelijk) geweld tegen demonstranten herhaaldelijk opgeroepen om het geweld tegen demonstranten te staken, mensenrechten te respecteren en daders ter verantwoording te roepen. Dat doet het kabinet voortdurend via alle kanalen, zowel voor als achter de schermen en zowel bilateraal, via de EU als ook in multilateraal verband (VN). Zo heeft Nederland zich in EU-verband eerder hard gemaakt om de Iraanse Revolutionaire Garde op de lijst van bij terroristische daden betrokken personen, groepen en entiteiten te plaatsen (de EU-terroristenlijst). Dit is een kwestie van lange adem, waar het kabinet in de EU steun voor wil blijven verzamelen. Dit is tevens in lijn met de uitkomsten van het gesprek dat de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken op 10 januari jl. voerden met vertegenwoordigers van de Iraanse gemeenschap in Nederland.
Nederland is daarnaast mede-initiatiefnemer geweest van de tot dusver drie mensenrechtensanctiepakketten die door de EU zijn aangenomen sinds de protesten in september 2022 begonnen. Hiermee zijn in totaal 68 nieuwe personen op de lijst mensenrechtensancties onder het EU-Iran mensenrechtensanctieregime gezet. Voor de sancties geldt dat de tegoeden van de gesanctioneerde personen en entiteiten zijn bevroren, en EU-burgers en -bedrijven mogen aan hen geen middelen meer ter beschikking stellen. Ook geldt voor gesanctioneerde personen een reisverbod naar de EU. Nederland blijft – samen met andere EU Lidstaten – inzetten op het verder verhogen van de druk op Iran om straffeloosheid tegen te gaan, o.a. met nieuwe sancties.
7.
Is de regering van zins andere maatregelen te nemen om het extreme geweld van het Iraanse regime te stoppen?
In aanvulling op de maatregelen beschreven in het antwoord op vraag 6 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken laatstelijk op 9 december en 22 december 2022 met de Iraanse Minister van Buitenlandse Zaken gesproken en zijn ook op dat niveau nogmaals de ernstige zorgen over de mensenrechtensituatie in Iran in heldere taal overgebracht. Op 15 december 2022 is tevens de Iraanse ambassadeur in Nederland ontboden om deze boodschappen nogmaals te onderstrepen en specifiek op te roepen om nieuwe executies te voorkomen. In respons op de executie van opnieuw twee demonstranten in Iran op 7 januari 2023 heeft Nederland als eerste EU-land opnieuw de Iraanse ambassadeur ontboden. Nederland heeft tevens andere EU Lidstaten opgeroepen hetzelfde te doen. Vanwege de ernstige zorgen over een gebrek aan accountability en een eerlijk rechtsproces in Iran zelf, blijft Nederland daarnaast inzetten op het internationaal ter verantwoording roepen van daders van mensenrechtenschendingen in Iran. Binnen de VN-Mensenrechtenraad was Nederland cosponsor van de speciale zitting over Iran op 24 november 2022, waar met grote meerderheid een resolutie werd aangenomen voor een onafhankelijke Fact Finding Mission. Dit is een belangrijk instrument om bewijzen van mensenrechtenschendingen te verzamelen en deze schendingen internationaal aan de kaak te stellen.
8.
Het Iraanse regime executeert geregeld (jonge) demonstranten. Naar verwachting zal het regime dit blijven doen. Is de regering bereid om via actieve publieke diplomatie, en via eigen kanalen, deze doodstraffen te veroordelen?
Ja, het kabinet zal zich hiervoor blijven inzetten. Het kabinet heeft de executies van (jonge) demonstranten steeds sterk veroordeeld. Het kabinet heeft de ernstige zorgen hierover, zowel in publieke statements als achter de schermen, herhaaldelijk opgebracht. Zo sprak de Minister van Buitenlandse Zaken op 9 december en 22 december 2022 met de Iraanse Minister van Buitenlandse Zaken. In beide gesprekken heeft hij nogmaals de sterke veroordeling van het kabinet overgebracht van de executies van (jonge) demonstranten en opgeroepen om af te zien van nieuwe executies. Op 15 december 2022 is tevens de Iraanse ambassadeur ontboden om deze boodschappen nogmaals te onderstrepen en specifiek op te roepen om nieuwe executies te voorkomen. In respons op de executie van opnieuw twee demonstranten in Iran op 7 januari 2023 is opnieuw de Iraanse ambassadeur ontboden. Nederland heeft daarbij tevens andere EU Lidstaten opgeroepen hetzelfde te doen.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius
Embassy of the Islamic Republic of Iran, 15 augustus 2022, https://netherlands.mfa.gov.ir/en/newsview/690157.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36200-VI-D.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.