Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 januari 2026
Op 10 december 2025 heeft de Tweede Kamer de motie-Kröger c.s.1 aangenomen, waarin de regering wordt verzocht om in het nog te publiceren subsidiebeleidskader
voor het instrument Schone en eerlijke handel dialoog en informatiedeling met politici en andere beleidsmakers in Nederland niet
uit te sluiten als subsidiabele activiteit.
Binnen het instrument Schone en eerlijke handel kan de dialoog tussen overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties in het
kader van samenwerkingsverbanden zoals convenanten, platforms en andere multi-stakeholderinitiatieven
worden gefinancierd, ook wanneer deze in Nederland plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld
gaan om de deelname van een lokale ngo aan een rondetafelgesprek over knelpunten en
oplossingen in lokale markten, zoals in de koffie- of palmolieketen. Of om een Nederlandse
ngo die binnen overleggen van het Textielverbond kennis deelt over risico’s rondom
dwangarbeid. Het staat organisaties uiteraard nog steeds vrij om te lobbyen richting
politici in Nederland, zij het met andere middelen dan die van de Nederlandse overheid.
Binnen de instrumenten van het beleidskader Focus (2026–2030) is beleidsbeïnvloeding
bovendien subsidiabel in ontwikkelingslanden zelf, in de regio (bijvoorbeeld bij de
Afrikaanse Unie) en ook op internationaal niveau (bijvoorbeeld bij de Verenigde Naties).
Voor Focus hanteert het kabinet het uitgangspunt dat het financieren van beleidsbeïnvloeding
in Nederland met overheidsgeld onwenselijk is. Deze lijn is consequent toegepast in
alle subsidiebeleidskaders onder Focus en is ingegeven door de keuze om de beschikbare middelen primair in te zetten voor
het versterken van lokale maatschappelijke organisaties. Financiering van beleidsbeïnvloeding
in Nederland zou betekenen dat de besteding van de beperkte middelen wegschuift van
de mensen en organisaties in ontwikkelingslanden die dat het meest nodig hebben. Bovendien
is mede op basis van consultaties met partnerorganisaties en recente evaluaties gekozen
om meer nadruk te leggen op dienstverlenende activiteiten, zoals is toegelicht in
de Kamerbrief van 27 juni 2025.2
Het toestaan van financiering van beleidsbeïnvloeding in Nederland onder één instrument
zou leiden tot inconsistentie in het beleidskader Focus. Ook brengt het een risico op precedentwerking met zich mee voor de Focus-instrumenten die al in de markt zijn gezet of zijn toegekend. In dat geval zouden
deze moeten worden herzien, wat leidt tot administratieve lasten en tot vertraging.
Voor het Focus-beleidskader is de Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 (SRBZ) gewijzigd. Deze
wijziging is gepubliceerd in de Staatscourant. Het uitvoeren van de motie zou betekenen
dat dit proces in zijn geheel opnieuw moet worden doorlopen. De subsidieregeling biedt
immers op dit moment geen grondslag voor financiering voor beleidsbeïnvloeding in
Nederland. Dit zou leiden tot vertraging in de openstelling van het instrument Schone en eerlijke handel waardoor dit instrument niet in de eerste helft van 2026 van start kan gaan, wat
wel is toegezegd aan uw Kamer.
Alles afwegende heeft het kabinet besloten de motie niet uit te voeren. Het niet uitvoeren
van de motie-Kröger c.s. is in lijn met het eerdere besluit van uw Kamer om de motie-Dobbe c.s.
(Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 31), die de regering verzocht om nationale beleidsbeïnvloeding niet uit te sluiten van
het beleidskader, te verwerpen. Ook verwijs ik u in dit verband graag naar het schriftelijk
overleg over het niet uitvoeren van de motie-Hirsch c.s. (Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 34) (Kamerstuk 36 180, nr. 180).3
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries