36 176 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het invoeren van een investeringsverplichting ten behoeve van Nederlands cultureel audiovisueel product

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID KWINT

Ontvangen 22 maart 2023

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Aan het opschrift wordt toegevoegd «alsmede een heffing voor audiostreamingsdiensten».

II

In de beweegreden wordt na «Nederlands cultureel audiovisueel product» ingevoegd «alsmede over een heffing voor audiostreamingsdiensten».

III

In artikel I wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

In artikel 1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

audioaanbod:

aanbod van een mediadienst dat betrekking heeft op producten met geluidsinhoud zonder bewegende beeldinhoud;

IV

In artikel I wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Na hoofdstuk 3a wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 3b. AUDIOSTREAMINGSDIENSTEN

Artikel 3b.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder audiostreamingsdienst verstaan een dienst of een losstaand gedeelte daarvan die zich geheel of gedeeltelijk richt op publiek in Nederland en in dat kader een totale in Nederland gegenereerde omzet ter hoogte van het in artikel 3.29h, tweede lid, genoemde bedrag per boekjaar behaalt, en:

  • a. waarvan het hoofddoel of een essentiële functie bestaat uit het aan het algemene publiek aanbieden van audioaanbod of door gebruikers gegenereerde producten met geluidsinhoud ter informatie, vermaak of educatie;

  • b. waarvoor de audiostreamingdienst geen redactionele verantwoordelijkheid draagt;

  • c. waarvan de organisatie met automatische middelen of algoritmen wordt bepaald door de audiostreamingdienst; en

  • d. die wordt aangeboden door middel van openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.

Artikel 3b.2

  • 1. Onder de naam audiostreamingsheffing wordt een heffing bij audiostreamingsdiensten geheven ten behoeve van het stimuleren van live muziekoptredens in Nederland dan wel van muzikale creatieve en zakelijke trajecten waarmee een duurzame verbetering van het verdienmodel van artiesten in Nederland zal worden gerealiseerd

  • 2. De heffing wordt geheven naar de omvang van het publiek dat in Nederland in een kalenderjaar bereikt wordt door de audiostreamingsdienst. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de berekeningswijze van de omvang van het in Nederland bereikte publiek.

  • 3. De tarieven voor de heffing als bedoeld in het eerste lid worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

  • 4. De heffing als bedoeld in het eerste lid wordt door Onze Minister per kalenderjaar geheven.

V

In artikel I, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 9.14g «artikel 3.29e» vervangen door «de artikelen 3.29e en 3b.1, aanhef».

Toelichting

Het wetsvoorstel voorziet in een investeringsverplichting voor aanbieders van video on demand, maar verzuimt om voor audio hetzelfde te doen. Indiener is van mening dat de zwaarwegende redenen om te kiezen voor een investeringsverplichting in de ene sector ook van toepassing zijn op de andere sector. Namelijk de wens om het aanbod in alle breedte te ondersteunen, eigen producties te stimuleren en de makers in de sector een steuntje in de rug te geven.

Dit amendement zorgt ervoor dat aanbieders van audio on demand via streamingplatforms een heffing gaan betalen, waarmee geïnvesteerd kan worden in Nederlandse audioproducties. Hierbij kan gekozen worden voor een apart investeringsfonds voor de Nederlandse livemuziek of voor een aansluiting bij een van de regelingen die specifiek in het leven geroepen zijn ter ondersteuning van muzikanten, zoals Upstream.

Kwint

Naar boven