36 108 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën voor het jaar 2022 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake aandelenemissie Air France-KLM)

J VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 4 mei 2023

De leden van de vaste commissie voor Financiën1 hebben kennisgenomen van de brief van 12 december 2022 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de moties en toezeggingen inzake de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden op Schiphol.2 De leden van de PvdD-fractie hebben naar aanleiding van deze brief een aantal vragen en opmerkingen, waarbij de leden van de SP-fractie zich hebben aangesloten.

Op 8 februari 2023 zijn deze vragen per brief gesteld aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

De Minister van Financiën heeft op 20 april 2023 gereageerd, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, De Man

BRIEF VAN DE VOORRZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 8 februari 2023

De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben kennisgenomen van de brief van 12 december 2022 over de moties en toezeggingen inzake de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden op Schiphol.3 De leden van de PvdD-fractie hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de SP-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de PvdD-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie

In de brief van 12 december 2022 verwijst u als het gaat om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen naar onderzoeken en handhavingstrajecten van de Arbeidsinspectie. Voorts verwijst u voor de arbeidsomstandigheden in het algemeen naar de werkwijze van de Arbeidsinspectie en daarbij stelt u in het kort dat het toezicht van de Arbeidsinspectie zich richt op de grootste risico’s en het behalen van een zo groot mogelijk maatschappelijk effect. Bovendien schrijft u dat het bestuur van Schiphol verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden. Hier hebben de leden van de PvdD-fractie een paar vragen over.

Volgens deze leden houdt de Arbeidsinspectie toezicht op de arbeidsomstandigheden en op naleving van de wet- en regelgeving ongeacht of een bedrijf een staatsdeelneming is of niet. Welke eigen verantwoordelijkheid ziet u voor de Staat gegeven dat de rijksoverheid wil dat staatsdeelnemingen een voorbeeldrol hebben? Bent u van mening dat Schiphol de beoogde voorbeeldrol vervult en zo ja, kunt u dit toelichten? Deze leden vragen of u van mening bent dat het zijn van een staatsdeelneming een toegevoegde waarde heeft vanuit het oogpunt van arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en het welzijn van werknemers?

In de Corporate Governance Code (2022)4 lezen deze leden dat hoe groter het belang van de aandeelhouder in een vennootschap is, des te groter diens verantwoordelijkheid is jegens de vennootschap en andere belanghebbenden. Zij constateren dat de Staat de overgrote meerderheid van de aandelen van Schiphol heeft en dat de gemeente Amsterdam de enige andere aandeelhouder is. Bent u van mening, zo vragen deze leden, dat werknemers en/of reizigers vallen onder «andere belanghebbenden»? Graag vernemen zij op dit punt een toelichting.

Voorts lezen deze leden in de Corporate Governance Code dat institutionele beleggers, als grote aandeelhouders die vele individuen vertegenwoordigen, transparant moeten zijn over hoe zij invloed uitoefenen als aandeelhouder. Bent u van mening dat ook van de Staat als aandeelhouder transparantie verwacht mag worden namens de samenleving? Zo ja, voldoet de informatie dat met het Schipholbestuur wordt gesproken, volgens u aan deze verwachting? Zo nee, waarom niet?

Tot slot stelt u in uw brief van 12 december jl. dat een specifieke commissaris die toeziet op de arbeidsomstandigheden weinig toegevoegde waarde heeft, omdat de raad van commissarissen van Schiphol een commissaris heeft met specifieke kennis en ervaring op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tonen de feiten met betrekking tot de arbeidsomstandigheden en de situatie voor reizigers, waarbij te denken valt aan de urenlange wachttijden, volgens u aan dat de desbetreffende commissaris en de raad van commissarissen hun taak op dit punt goed hebben vervuld?

De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, P.H.J. Essers

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 april 2023

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de antwoorden toekomen op vragen van leden van de PvdD en SP naar aanleiding van de brief van 12 december 2022 over de moties en toezeggingen inzake arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden op Schiphol5 (ingezonden 8 februari 2023, kenmerk: 172598.01U).

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

Antwoorden van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op schriftelijke vragen van de leden van de PvdD-fractie en de SP-fractie van de vaste Kamercommissie van de Eerste Kamer naar aanleiding van de brief van 12 december 2022 over de moties en toezeggingen inzake arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden op Schiphol (ingezonden 8 februari 2023, kenmerk: 172598.01U).

1.

Volgens de leden van de PvdD-fractie en de SP-fractie houdt de Arbeidsinspectie toezicht op de arbeidsomstandigheden en op naleving van de wet- en regelgeving ongeacht of een bedrijf een staatsdeelneming is of niet. Welke eigen verantwoordelijkheid ziet u voor de staat gegeven dat de rijksoverheid wil dat staatsdeelnemingen een voorbeeldrol hebben?

De Minister van Financiën is aandeelhouder van Schiphol. De Minister van IenW is verantwoordelijk voor het luchthavenbeleid. De Minister van SZW is verantwoordelijk voor de Arbeidsomstandighedenwet en het toezicht hierop.

Als Minister van Financiën verwacht ik dat Schiphol ambitieus is en een voorbeeldrol heeft op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en zich aan wet- en regelgeving houdt. Dit is ook onderdeel van het deelnemingenbeleid waarin ik veel waarde hecht aan het bevorderen van goed werkgeverschap en het bieden van een gezonde en veilige werkomgeving. Ik blijf vanuit mijn rol als aandeelhouder de raad van bestuur voortdurend aanspreken op hun verantwoordelijkheid als exploitant van de luchthaven Schiphol. Bovendien spreek ik hierover ook met de raad van commissarissen. Verder blijven de Ministers van IenW en SZW de verbeteringen van de werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden op Schiphol nauw volgen.

2.

Bent u van mening dat Schiphol de beoogde voorbeeldrol vervult en zo ja, kunt u dit toelichten?

Schiphol heeft de afgelopen periode maatregelen getroffen om de arbeidsomstandigheden op de luchthaven te verbeteren. Dit neemt niet weg dat er ruimte voor verbetering is, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de tussenrapportage Schiphol van de Arbeidsinspectie, die door de Minister van SZW aan de Kamer is verzonden op 14 maart jl.6. Wij zullen als aandeelhouder en beleidsverantwoordelijke ministers het gesprek met Schiphol blijven voeren.

Van Schiphol als staatsdeelneming en als exploitant van onze nationale luchthaven wordt verwacht dat het een voorbeeldrol vervult op MVO, en waar mogelijk haar invloed aanwendt om de arbeidsomstandigheden op de luchthaven te verbeteren. Via het Sociaal Akkoord is vorig jaar door Schiphol samen met de andere partijen verschillende afspraken gemaakt om de veiligheid te bevorderen en de werkdruk op het personeel te verminderen. Ook stimuleert Schiphol betere arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden voor de grondafhandeling. Schiphol heeft het afgelopen jaar manieren onderzocht om het grondafhandelingsproces op de luchthaven te verbeteren. Samen met IenW kijkt Schiphol naar de introductie van eisen voor toetreding en het beperken van het aantal afhandelaren.

De grondafhandelingsbedrijven zijn als werkgevers primair verantwoordelijk voor het zorgen van een gezonde en veilige werkomgeving. Zij dienen maatregelen te nemen om gezondheidsrisico’s voor hun personeel te voorkomen. Ook dienen zij toe te zien op het gebruik van arbomiddelen als tilhulpen door hun werknemers. De grondafhandelingsbedrijven werken in opdracht van de luchtvaartmaatschappijen. De luchtvaartmaatschappijen hebben daarmee als opdrachtgever een verantwoordelijkheid om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.

Schiphol heeft ook een brede verantwoordelijkheid om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Het gaat hierbij onder andere om adequaat ingerichte rustruimtes en sanitair en het verminderen/voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Voor de structurele verbetering is in december 2022 een plan van aanpak opgesteld. Daarvoor zijn gebruikerseisen en wensen voor de rustruimtes in het werkveld opgehaald. In de komende maanden zullen de nieuwe rustruimtes en sanitair worden opgeleverd. Op het terrein van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, werkt Schiphol aan manieren om blootstelling van personeel op het platform te verminderen. Hiervoor verwijs ik u naar paragraaf 1.2 van de brief van de Minister van IenW van 22 december 2022 over «Emissies door de luchtvaart».7

3.

De leden van de PvdD-fractie en de SP-fractie vragen of u van mening bent dat het zijn van een staatsdeelneming een toegevoegde waarde heeft vanuit het oogpunt van arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en het welzijn van werknemers?

De staat is aandeelhouder van de staatsdeelnemingen vanwege de specifieke publieke belangen die samenhangen met deze ondernemingen. Voor de luchtvaart zijn de publieke belangen zoals vastgesteld in de Luchtvaartnota relevant. In het geval van Schiphol als staatsdeelneming betreft dit primair de verbondenheid van Nederland met de rest van de wereld. De staat verwacht van staatsdeelnemingen dat zij publieke belangen nastreven en de verantwoordelijkheid nemen voor mensen, de maatschappij en het milieu, voor zover deze worden beïnvloed door de activiteiten van de deelneming. Deelnemingen dienen op MVO-gebied een voorbeeldrol te vervullen in hun sector. De staat hecht er veel waarde aan dat deelnemingen, in dit geval Schiphol, zijn activiteiten op maatschappelijk verantwoorde wijze uitvoeren. MVO is daarom integraal onderdeel van de manier waarop de staat invulling geeft aan zijn aandeelhoudersbevoegdheden.

4.

In de Corporate Governance Code (2022) lezen de leden van de PvdD-fractie en de SP-fractie dat hoe groter het belang van de aandeelhouder in een vennootschap is, des te groter diens verantwoordelijkheid is jegens de vennootschap en andere belanghebbenden. Zij constateren dat de staat de overgrote meerderheid van de aandelen van Schiphol heeft en dat de gemeente Amsterdam de enige andere aandeelhouder is. Bent u van mening, zo vragen deze leden, dat werknemers en/of reizigers vallen onder «andere belanghebbenden»? Graag vernemen zij op dit punt een toelichting.

Het klopt dat de staat de overgrote meerderheid van de aandelen van Schiphol heeft (69,77%). Naast dat de staat aandeelhouder is, heeft de gemeente Amsterdam 20,3% van de aandelen en de gemeente Rotterdam 2,2%8.

De staat als aandeelhouder stuurt aan op goed ondernemingsbestuur. Bij goed ondernemingsbestuur gaat het erom hoe een onderneming verantwoord wordt geleid en hoe het bestuur verantwoording aflegt over het gevoerde beleid aan belanghebbenden, waaronder de eigenaren (aandeelhouders), werknemers, afnemers, omwonenden en de samenleving als geheel. Op dit punt wil de staat als aandeelhouder een verschil maken. Met de bijdragen die de staat als aandeelhouder wenst te leveren aan goed ondernemingsbestuur, wordt beoogd langetermijn waardecreatie te stimuleren door de belangen van alle stakeholders mee te wegen. In het geval van Schiphol gaat het daarbij om de belangen van onder andere werknemers en reizigers. Het bestuur en de raad van commissarissen hebben een verantwoordelijkheid voor de afweging van deze belangen en nemen daarbij de code corporate governance code in acht.

5.

Voorts lezen de leden van de PvdD-fractie en de SP-fractie in de Corporate Governance Code dat institutionele beleggers, als grote aandeelhouders die vele individuen vertegenwoordigen, transparant moeten zijn over hoe zij invloed uitoefenen als aandeelhouder. Bent u van mening dat ook van de staat als aandeelhouder transparantie verwacht mag worden namens de samenleving? Zo ja, voldoet de informatie dat met het Schipholbestuur wordt gesproken, volgens u aan deze verwachting? Zo nee, waarom niet?

Transparantie van de staat over de uitvoering van de rol als aandeelhouder is uiteraard van belang. Daarom ontvangt de Tweede Kamer ieder jaar het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen. In dit jaarverslag legt de staat verantwoording af over hoe de rol als aandeelhouder van de staatsdeelnemingen het voorgaande jaar is uitgevoerd. In het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen staat bijvoorbeeld welke deelnemingen er zijn aangegaan en afgestoten, hoe de deelnemingen zijn beheerd, hoe de deelnemingen financieel en operationeel hebben gepresteerd en hoe zij invulling hebben gegeven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Naast het jaarverslag stuur ik ieder voorjaar mijn plannen met staatsdeelnemingen voor het betreffende jaar aan de Tweede Kamer, samen met een overzicht met de meest recente goedgekeurde investeringsvoorstellen van staatsdeelnemingen. Ook heb ik op 30 november 2022 bij het commissiedebat Staatsdeelnemingen uw Kamer toegezegd de implementatie van de Nota 2022 inzichtelijk te maken met een dashboard. Het primaire doel van het dashboard is om uw Kamer en de samenleving te informeren over de voortgang van de implementatie van de Nota en de resultaten daarvan. De uitwerking van het dashboard is in volle gang.

6.

Tot slot stelt u in uw brief van 12 december jl. dat een specifieke commissaris die toeziet op de arbeidsomstandigheden weinig toegevoegde waarde heeft, omdat de raad van commissarissen van Schiphol een commissaris heeft met specifieke kennis en ervaring op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tonen de feiten met betrekking tot de arbeidsomstandigheden en de situatie voor reizigers, waarbij te denken valt aan de urenlange wachttijden, volgens u aan dat de desbetreffende commissaris en de raad van commissarissen hun taak op dit punt goed hebben vervuld?

Schiphol heeft een gedeelde verantwoordelijkheid met betrekking tot het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en heeft reeds een aantal maatregelen genomen om de positie van de werknemers te verbeteren. In de «Achtste update drukte Schiphol» van 13 maart jl. is de Kamer geïnformeerd over de voortgang en de uitvoering van het Sociaal Akkoord.9 Ruimte voor verbetering is er altijd, hierover blijf ik in gesprek met de raad van commissarissen.


X Noot
1

Samenstelling:

Essers (CDA) (voorzitter), Prast (PvdD), Backer (D66), Kennedy-Doornbos (CU), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP), Van Strien (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), N.J.J. van Kesteren (CDA), Schalk (SGP), Van Rooijen (50PLUS), Vos (VVD), Van Ballekom (VVD), Berkhout (Fractie-Nanninga), Crone (PvdA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Karimi (GL) (ondervoorzitter), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Otten (Fractie-Otten), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), De Boer (GL), Van der Voort (D66), Raven (OSF) en Fiers (PvdA).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2022–2023, 36 108, G.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2022–2023, 36 108, G.

X Noot
5

Kamerstukken I, 2022–2023, 36 108, G.

X Noot
6

Kamerstukken II 2022–2023, 29 665, nr. 460

X Noot
7

Kamerstukken II 2022–2023, 31 936, nr. 1022

X Noot
8

In 2022 is de afbouw van de kruisparticipatie van het aandelenbelang tussen Groupe ADP en Schiphol Group afgerond. Momenteel zijn de teruggekochte aandelen (8%) in handen van Schiphol als schatkistaandeel.

X Noot
9

Kamerstukken II 2022–2023, 29 665, nr. 459

Naar boven