Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel geeft de commissie aanleiding tot
het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
1. Inleiding
De leden van de fractie van het CDA hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij verzoeken de regering
in te gaan op de volgende vragen.
De leden van de Fractie-Nanninga danken de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst voor zijn
brief van 31 oktober jl.2 Deze brief beoordelen deze leden in beginsel als positief en ambitieus en hebben
naar aanleiding daarvan nog enkele verdiepende vagen.
2. Vragen van de leden van de fractie van de CDA
De leden van de CDA-fractie verzoeken de regering om antwoord te geven op de vragen
en suggesties van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs in de nadere reactie
van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs van 18 november 2022.3
3. Vragen van de leden van de Fractie-Nanninga
De leden van de Fractie-Nanninga lezen in de brief van de Staatssecretaris van Financiën
– Fiscaliteit en Belastingdienst van 31 oktober jl. inzake de herziening van het belastingstelsel
dat de Staatssecretaris graag het gesprek met de leden van de Eerste Kamer aangaat.
Kan dit geconcretiseerd worden, zo vragen de leden van de Fractie-Nanninga? Staat
de Staatssecretaris open voor een mondeling overleg begin 2023? Het is voor deze leden
geen probleem dat het onderzoek waar de grootste winst behaald kan worden qua vereenvoudiging
later komt. Daar kan volgens hen op een later moment over worden gesproken.
Kan de Staatssecretaris aangeven of de als bijlage bij de genoemde brief meegestuurde
lijst met negatief geëvalueerde regelingen hetzelfde is als de zogenaamde «fiscale
rommelzolder» waarnaar de Staatssecretaris verwijst in zijn brief? Zo niet, is er
een actueel overzicht beschikbaar van deze «fiscale rommelzolder»?
Voorts schrijft de Staatssecretaris in zijn brief van 31 oktober jl. over een «rechte
rug» die nodig is bij kabinet en parlement en later over «politieke wil», die noodzakelijk
is om grote slagen te maken bij brede hervormingen of een grote schoonmaak. De leden
van de Fractie-Nanninga onderschrijven dit. Zij zijn van mening dat door juist aan
de voorkant het parlement, instituties en (niet-lobbyende) inwoners en specialisten
te betrekken en de aanvliegroute én de verantwoordelijkheid daarmee te verbreden,
hierbij zal helpen. Deelt de Staatssecretaris deze opvatting? En zo ja, kan de Staatssecretaris
aangeven wat voor randvoorwaarden hiervoor noodzakelijk zijn en wat voor werkvorm
kansrijk is?
In de motie Van der Linden (Fractie-Nanninga) c.s. over vereenvoudiging van het stelsel
van sociale zekerheid, belastingen en toeslagen
4
is verzocht om als uitgangspunt van de vereenvoudigingsopgave te hanteren: aanvaardbare
marginale druk, aanvaardbare budgettaire effecten, aanvaardbare inkomsteneffecten
en aanvaardbare arbeidsaanbodeffecten. In de brief van 31 oktober jl. zet de Staatssecretaris
in op met name de (on)doelmatigheid en (on)doeltreffendheid van fiscale regelingen.
Er zit in de brief een kleine waarschuwing betreft de inkomsteneffecten, maar er wordt
verder in het geheel niet gesproken over marginale druk en arbeidsaanbodeffecten,
aldus de leden van Fractie-Nanninga. Kan de Staatssecretaris nader ingaan op de in
deze motie vervatte vier uitgangspunten in relatie tot de geschetste aanpak in de
brief? Graag ontvangen deze leden per uitgangspunt in de motie een reactie.
Tot slot vernemen de leden van de Fractie-Nanninga graag hoe, waar en wanneer geïnteresseerde
«meedenkers» uit de samenleving (maatschappelijke partijen en experts) zich kunnen
aanmelden voor de door de Staatssecretaris genoemde dialoog over deze uitdagende exercitie.
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien de reactie van de regering met
belangstelling tegemoet en ontvangen de memorie van antwoord graag uiterlijk vrijdag
25 november 2022.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Essers
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, De Man