36 100 I Jaarverslag en slotwet van de Koning 2021

Nr. 8 LIJST HOUDENDE EEN VRAAG EN EEN ANTWOORD

Vastgesteld 8 juni 2022

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een vraag voorgelegd aan de Minister-President, Minister van Algemene Zaken over de brief van 18 mei 2022 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2021 bij de Koning (Kamerstuk 36 100 I, nr. 2).

De Minister heeft deze vraag beantwoord bij brief van 7 juni 2022. Vraag en antwoord zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Hagen

De adjunct-griffier van de commissie, Honsbeek

Vraag 1

Kunt u aangeven, met verwijzing naar relevante, juridische bronnen, waarom u de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om elke vijf jaar te bekijken of de B-component nog past bij de werkelijke uitgaven niet uitvoert nu de Algemene Rekenkamer constateert dat dit binnen de grenzen van artikel 41 Grondwet mogelijk is?

Antwoord op vraag 1

In mijn brief van 5 oktober 2021 ben ik ingegaan op de motie-Sneller/Kuiken, die verzocht elke vijf jaar te toetsen of de B-component van de uitkering van de Koning nog passend is bij de hoogte van zijn personele en materiële uitgaven, zoals ook de Algemene Rekenkamer eerder had aanbevolen. In deze brief ben ik ook ingegaan op de grenzen van de Grondwet, in het bijzonder de artikelen 10 en 41 van de Grondwet. Voor een uitgebreide toelichting zij verwezen naar deze brief en het debat over de begroting van Algemene Zaken en de Koning van 14 oktober 2021.

Naar boven