36 098 Interparlementaire Conferentie over Strategische Economische Autonomie

A/ Nr. 1 VERSLAG VAN EEN INTERPARLEMENTAIRE CONFERENTIE OVER STRATEGISCHE ECONOMISCHE AUTONOMIE

Vastgesteld 16 mei 2022

Een delegatie van de Staten-Generaal heeft op zondag 13 en maandag 14 maart 2022 deelgenomen aan de Interparlementaire Conferentie over Strategische Economische Autonomie. Deze conferentie werd georganiseerd door de Franse Nationale Assemblee en de Franse senaat in het kader van het Franse EU-voorzitterschap van de Raad.

De delegatie bestond uit de heer Erkens (VVD), delegatieleider, Tweede Kamerlid, de heer Boucke (D66), Tweede Kamerlid en de heer Berkhout (Fractie-Nanninga), Eerste Kamerlid.

De Nederlandse delegatie brengt als volgt verslag uit over haar deelname aan de conferentie in Parijs.

Openingssessie

Inleiding door mevrouw Sophie Primas, voorzitter van de commissie Economische Zaken van de Franse senaat

Na een welkomstwoord aan alle delegaties hebben de aanwezigen op initiatief van mevrouw Primas een moment stilte in acht genomen om de Europese solidariteit met Oekraine te tonen. Daarna gaf mevrouw Primas een toelichting op de redenen om «strategische economische autonomie» te kiezen als onderwerp voor deze conferentie. De Covid-19 pandemie en het herstel, en de oorlog in Oekraine hebben het belang van strategische autonomie voor het Europese continent des te meer aangetoond. Hierdoor is er binnen de EU ook meer steun ontstaan voor strategische autonomie dan aanvankelijk het geval was. Mevrouw Primas benadrukte dat strategische economische autonomie geen protectionisme betekent, of een aanval op globalisering. Deze conferentie richtte zich in het bijzonder op strategische economische autonomie, met aandacht voor de ontwikkeling van de industrie van de toekomst, energie- en mijnbouwsectoren en soevereiniteit op het gebied van voedsel.

Inleiding door de heer Roland Lescure, voorzitter van de commissie Economische Zaken van de Franse Nationale Assemblee

Volgens de heer Lescure is strategische economische autonomie van belang voor de toekomst van de EU, in een instabiele en nieuwe wereldorde. Het toont wat de spreker betreft de onwenselijkheid aan van de Europese afhankelijkheid van Russisch gas, of China’s zeldzame aardmetalen, en voedsel. De EU moet streven naar meer soevereiniteit, en minder afhankelijk worden van derde landen. Een belangrijke vraag is hoe deze strategische economische autonomie verenigd kan worden met het versterken van de interne markt, en het behouden van een open handelsbeleid.

Sessie I: Strategische autonomie in de industrieën van de toekomst

Keynote speech door de heer Thierry Breton, Eurocommissaris voor de interne markt

Eurocommissaris Breton benadrukte de context waarin deze conferentie plaatsvond; de Russische invasie in Oekraine, met een oorlog aan de grens van de EU als gevolg. De Europese regeringsleiders hebben op 10-11 maart jl. in Versailles onder meer de koers bevestigd van het vergroten van Europese soevereiniteit en het verminderen van strategische afhankelijkheden. Dit als gevolg van de huidige verstoringen van de wereldorde zoals de pandemie, de forse stijging van energieprijzen, tekorten en verstoringen in de toeleveringsketens. De heer Breton noemde hierbij de mondkapjes diplomatie van China aan het begin van de pandemie, en de «America First» politiek van Trump als bekende voorbeelden. Door deze ontwikkelingen wordt de EU gedwongen een nieuwe positie in te nemen, zowel als politieke en als economische macht. De heer Breton stond in dit kader stil bij het belang van een assertieve Europese industriepolitiek. Toeleveringsketens moeten veerkrachtiger worden en de productiecapaciteit in Europa moet worden vergroot. Volgens de heer Breton zijn hiervoor bijkomende investeringen nodig in onderzoek en innovatie, met een bedrag van € 650 miljard per jaar tot 2030, in het bijzonder voor decarbonisatie. In aanvulling op de herstelplannen die worden gefinancierd door NextGenerationEU, moet de EU private investeringen aantrekken. Om een antwoord te bieden aan de huidige situatie op de energiemarkt zal de Europese Commissie het REPower EU-plan presenteren, met als doel om de afhankelijkheid van de import van Russische fossiele brandstoffen te verminderen. Daarnaast benadrukte Breton dat de EU strategische partnerschappen moet bevorderen, met bijvoorbeeld Canada, Noorwegen, Afrika en Latijns-Amerika, om zo ook het aanbod te kunnen diversifiëren. De heer Breton vervolgde dat daarnaast allianties en IPCEI’s («Important Project of Common European Interest») zullen worden opgericht om de lokale productiemogelijkheden van de EU zelf te verhogen. Om de afhankelijkheid te verminderen van Azië, met Taiwan in het bijzonder, als het gaat om de productie van halfgeleiders, is het de doelstelling van de EU om 20% van haar microprocessoren in Europa te produceren aan het einde van dit decennium, vergeleken met de huidige 9%. In het kader van de Europese chipwet is € 30 miljard toegekend voor IPCEI’s voor de benodigde investeringen in fabrieken. Breton benadrukte tenslotte het belang van veilige communicatiesystemen voor het bevorderen van soevereiniteit. Naast Galileo en Copernicus, is een derde soevereine Europese constellatie nodig, gericht op connectiviteit via satellieten. Dit moet een antwoord bieden aan cyberaanvallen en communicatie tussen overheden kunnen versleutelen. Breton sloot af met het benoemen van het belang van een innovatieve technologische en industriële basis voor Europese veiligheid en strategische autonomie.

In de discussie die volgde benadrukte het lid Boucke dat de EU wanneer geconfronteerd met crises, deze altijd heeft gebruikt om zichzelf opnieuw uit te vinden en er sterker en meer verenigd uit te komen. Het probleem van de sterke afhankelijkheid van Russische energie moet worden aangepakt, en het REPowerEU plan is een stap in deze richting. Daarbij moet Europa’s afhankelijkheid van fossiele energie worden gereduceerd. Zo heeft het kabinet een ambitieus doel geformuleerd om de CO2-uitstoot te verminderen met 60% in 2030, en een klimaatfonds aangekondigd van € 35 miljard. Deze gedeelde uitdagingen moeten niet alleen worden aangepakt door de 27 lidstaten afzonderlijk, maar moeten gezamenlijk als Unie worden geadresseerd. Tenslotte kan de EU als economische grootmacht haar waarden alleen verdedigen als zij onafhankelijk is. In reactie stelde Eurocommissaris Breton dat een gedeelde Europese energiestrategie en infrastructuur noodzakelijk zijn. En dat hoewel de energiemix valt onder de competentie van de lidstaten, dit niet wegneemt dat betere coördinatie van infrastructuur, de bundeling van aankopen en grotere reserves wenselijk zijn.

De conclusies van het Franse EU-voorzitterschap naar aanleiding van sessie I zijn hier te vinden.

Sessie II: Strategische autonomie in de energie- en mijnbouwsectoren: het voorbeeld van zeldzame metalen

Keynote speech door de heer Guillaume Pitron, journalist en auteur van het boek: «The Rare Metals War: the dark side of clean energy and digital technologies»

De heer Pitron begon zijn speech met het schetsen van het ecologische, economische en geopolitieke belang van zeldzame metalen. Volgens hem zijn deze zeldzame metalen van doorslaggevend belang voor het bereiken van een koolstofvrije, of koolstofarme wereld. Deze metalen zijn vaak ook kritieke metalen die in specifieke gebieden worden gewonnen, hetgeen het risico van schaarste met zich meebrengt. De EU heeft sinds 2011 een lijst van bijna 30 kritieke metalen opgesteld, afgezet tegen de geüpdatete lijst van de VS die 50 minerale grondstoffen bevat die onderhevig zijn aan leveringsrisico. Pitron noemde het daarbij zorgelijk dat het Klimaatakkoord van Parijs geen aandacht heeft voor deze kritieke metalen. Daarbij waarschuwde Pitron voor de sterke afhankelijkheid van China en riep hij op tot «grondstoffen diplomatie» om voorraden veilig te stellen. China is zich terdege bewust van de geopolitieke belangen die op het spel staan, en is daarom ook sterk aanwezig in Afrika. De EU is wel betrokken bij een jaarlijkse dialoog met Latijns-Amerika over grondstoffen en de diversificatie van voorraden. Volgens Pitron zouden daarbij mijnen moeten worden heropend in de EU, in plaats van het winnen van grondstoffen aan China over te laten. Dit zou niet alleen duurzamer zijn, maar ook passen in de discussie over «supply sovereignty» en leveringszekerheid.

In de discussie die volgde benadrukte het lid Erkens dat de afhankelijkheid van Rusland voor kritieke grondstoffen de EU kwetsbaar maakt. Erkens deed een oproep om het momentum dat is ontstaan door de Russische invasie in Oekraine te benutten ten gunste van het bevorderen van strategische autonomie van de EU. De energietransitie vraagt om politiek leiderschap, waarbij risico’s genomen moeten worden, snel moet worden gehandeld en innovatie noodzakelijk is. Volgens Erkens zijn zeldzame metalen van groot belang voor de transitie en om de afhankelijkheid van Rusland en China te verminderen. De EU zou haar bedenkingen ten aanzien van mijnbouw moeten laten varen, aangezien een deel van de belangrijke grondstoffen in de EU zouden kunnen worden gewonnen, op voorwaarde dat wordt voldaan aan de Europese standaarden. Tenslotte benoemde Erkens de noodzaak verder te investeren in de circulaire economie.

De conclusies van het Franse EU-voorzitterschap naar aanleiding van sessie II zijn hier te vinden.

Sessie III: De uitdagingen van Europese voedselsoevereiniteit

Keynote speech door de heer Norbert Lins, voorzitter van de Landbouwcommissie (AGRI) van het Europees Parlement

De heer Lins benadrukte het belang van voedselzekerheid en zelfvoorziening in de context van de Russische invasie in Oekraine. De oorlog heeft niet alleen consequenties voor de voedselvoorziening in Oekraine en in Europa, maar ook wereldwijd aangezien Oekraine een van de belangrijkste exporteurs van tarwe en andere granen is. De gevolgen zijn volgens de spreker onder meer verstoringen in de toeleveringsketens in Azië en Afrika, waardoor voedselproblemen ontstaan. De EU zou in het kader van voedselsoevereiniteit niet meer afhankelijk moeten zijn van andere regio’s, maar tegelijkertijd ook niet naar binnen moeten keren. Volgens Lins moet de EU rekening houden met drie risico’s als het gaat om het bereiken van Europese voedselsoevereiniteit: de afhankelijkheid van politiek zwakke landen, internationale partnerschappen en klimaatverandering. De heer Lins vervolgde dat de AGRI-commissie het voorstel van de Europese Commissie voor een noodplan om te voorzien in voedselveiligheid heeft verwelkomd. Een gezamenlijke Europese benadering is nodig om paniek op de voedselmarkten te voorkomen. De Europese Commissie heeft daarvoor een aantal maatregelen ontwikkeld. Ten eerste moet het concept van voedselzekerheid worden herzien, en de afhankelijkheid van landbouwgrondstoffen worden verminderd. Ten tweede moet Europa haar strategische onafhankelijkheid versterken en haar eigen productie verbeteren. Tenslotte moet een steunpakket van € 500 miljoen worden opgericht, dat ten goede komt aan landbouwers die het meest worden geraakt door de crisis.

De conclusies van het Franse EU-voorzitterschap naar aanleiding van sessie III zijn hier te vinden.

Afsluiting

Conclusies door de heer Julien Dive, vicevoorzitter van de commissie Economische Zaken van de Nationale Assemblee

Terugkijkend op de drie sessies concludeerde de heer Dive dat de urgentie van strategische economische autonomie van de EU naar zijn oordeel is aangetoond, door zowel de Covid-19 pandemie als de Russische inval in Oekraine. Als het gaat om het bevorderen van strategische autonomie in de energiesector is het versnellen van de energietransitie dringend, net als het verminderen van de strategische afhankelijkheid van Rusland. Tenslotte is ook de zelfvoorziening in de landbouw en op het gebied van voedsel van strategisch belang voor de EU.

Conclusies door mevrouw Sophie Primas, voorzitter van de commissie Economische Zaken van de Franse senaat

Mevrouw Primas sloot af met het benoemen van het belang van zeggenschap van nationale parlementen in het definiëren van strategische economische autonomie, en het vervolgens in de praktijk brengen ervan. Om die reden is het volgens haar ook essentieel om interparlementaire samenwerking te blijven bevorderen. Er zou meer gebruik kunnen worden gemaakt van Europese vergelijkingen tussen lidstaten voordat Europese wetgeving wordt gemaakt. Daarnaast zouden nationale parlementen Europese wetgeving niet als een beperking moeten zien, maar als een hulpmiddel dat gezamenlijk wordt ontwikkeld.

Namens de delegatie van de Tweede Kamer, Erkens Boucke

Namens de delegatie van de Eerste Kamer, Berkhout

Naar boven