36 090 Voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s, en tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU (COM(2021)663) | Voorstel voor een Verordeningtot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft vereisten inzake kredietrisico, risico van aanpassing van de kredietwaardering, operationeel risico, marktrisico en de output floor (COM(2021)664) | Voorstel voor een Verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/59/EU wat betreft de prudentiële behandeling van groepen van mondiaal systeemrelevante instellingen met een multiple-point-of-entry-afwikkelingsstrategie en een methodiek voor de indirecte plaatsing van voor het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva in aanmerking komende instrumenten (COM(2021)665)

A BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan vicevoorzitter Šefčovič van de Europese Commissie

Den Haag, 22 maart 2022

De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorstellen inzake het Bankenpakket 2021 (COM (2021) 663, 664, 665).1 De leden van de fracties van GroenLinks en PvdA hebben naar aanleiding hiervan in het kader van de politieke dialoog een aantal gezamenlijke vragen aan de Europese Commissie.

De Europese Commissie stelt voor een ondergrens vast te stellen voor de uitkomsten van interne modellen die moeten worden toegepast bij de berekening van alle geldende kapitaalvereisten, waaronder ook specifieke Europese kapitaalvereisten die niet rechtstreeks voorvloeien uit de bankenstandaarden zoals geformuleerd door de Basel Committee on Banking Supervision (BCBS)(hierna: Bazel-standaarden) (de «single stack» benadering).2 Van welke specifieke Europese standaarden is hier sprake? Waarom heeft de Commissie ervoor gekozen om af te wijken van de Bazel-standaarden?

Daarnaast wil de Commissie de bevoegdheden en instrumenten van de toezichthouders harmoniseren, waardoor in het uiterste geval bijkantoren tot dochter worden omgevormd. Welke instrumenten heeft de Commissie voor het toezicht op prudentiële eisen en de geschiktheid van aspirant-bestuurders bij (moeder)banken van buiten de EU?

Met het huidige voorstel worden Environmental, Social and Governance (milieu, maatschappij en bestuur, hierna ESG-) risico's beter in het prudentiële raamwerk van de richtlijn kapitaalvereisten geïntegreerd.3 Hoe heeft dit specifiek vorm gekregen in de verordening? Zijn er, naast onderdelen die het inzicht en management van ESG-risico's moeten verbeteren, ook wijzigingen doorgevoerd die duurzame investeringen moeten stimuleren, bijvoorbeeld wanneer een groene investering een hoger, maar acceptabel risico heeft dan een grijze investering? Hoe wordt er in de transitievoorstellen («supporting factors») rekening gehouden met het stimuleren van ESG-doelen? Op welke manier wordt het risicomanagement op ESG-risico's door banken en toezichthouders op korte termijn verbeterd? Op welke manieren wil de Commissie het onderzoek naar de opname van de ESG-factoren de komende jaren vormgeven? Wanneer uiterlijk worden de ESG-risico's geïntegreerd in het prudentiële raamwerk?

De impactanalyse van de Commissie is gebaseerd op data uit het vierde kwartaal van 2019.4 Heeft de Commissie zicht op de economische effecten van de coronacrisis en de stijgende inflatie op de voorspelde stijging van de minimale kapitaalvereisten? Zo ja, welke? Zo nee, is de Commissie voornemens haar impactanalyse te herzien met meer recente cijfers? Zijn er Nederlandse banken die op dit moment niet voldoen aan de nieuwe richtlijnen kapitaalvereisten? Om welke redenen wordt de implementatie van de eerste respectievelijk de tweede optie nu niet wenselijk geacht? Wat zijn de risico’s van een verlenging van de transitiefase met twee jaar?

Wat houdt een preferentiële behandeling van lange termijn, strategische investeringen precies in?5 Aan welke criteria of kaders moet een investering die in aanmerking komt voor een preferentiële behandeling van lange termijn, strategische investeringen voldoen?

De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, P.H.J. Essers


X Noot
1

COM(2021)663, COM(2021)664 en COM(2021)665; E-dossiers E210034, E210035, E210036 op www.europapoort.nl.

X Noot
2

Kamerstukken II 2021/22, 22 112, nr. 3250, p. 3.

X Noot
3

Richtlijn 2013/36/EU.

X Noot
4

SWD(2021)320.

X Noot
5

Kamerstukken II 2021/22, 22 112, nr. 3250, p. 8.

Naar boven