36 036 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met het verbeteren van de bestrijding van heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten

Nr. 17 AMENDEMENT VAN DE LEDEN STRAATMAN EN DIEDERIK VAN DIJK

Ontvangen 18 mei 2026

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In het in artikel I, onderdeel B, voorgestelde artikel 437, eerste lid, onderdeel c, vervalt « of van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van een of meer andere bewustzijnsbeïnvloedende middelen verkeert».

Toelichting

De indieners beogen met dit amendement de voorgestelde strafbaarstelling in art. 437 lid 1 sub c Sr te schrappen voor zover deze ziet op de opkoper of handelaar die een gebruikt of ongeregeld goed verwerft van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van een of meer andere bewustzijnsbeïnvloedende middelen verkeert. Het onderdeel van art. 437 lid 1 sub c Sr dat betrekking heeft op de koop van een gebruikt of ongeregeld goed van een minderjarige, blijft wel in stand.

Met de voorgestelde strafbaarstelling wordt beoogd de opkoper of handelaar strafbaar te stellen indien hij een goed verwerft van een persoon die onder invloed is van alcohol of andere bewustzijnsbeïnvloedende middelen. De indiener acht deze strafbaarstelling onwenselijk. In de eerste plaats is de koper niet verantwoordelijk voor het middelengebruik van de verkoper. De voorgestelde strafbepaling leidt er daarnaast toe dat juist de verkoper die onder invloed verkeert, strafrechtelijk wordt beschermd. Een zo vergaande bescherming van gebruikers van alcohol en drugs acht de indiener niet wenselijk.

Daarnaast is deze strafbaarstelling moeilijk handhaafbaar en overbodig. In gevallen waarin goederen worden gekocht van iemand die duidelijk onder invloed verkeert, kan al worden teruggevallen op bestaande strafbepalingen, zoals heling of witwassen. In dergelijke situaties bestaan vaak al voldoende aanwijzingen om te veronderstellen dat het aangeboden goed uit misdrijf afkomstig is. Een aanvullende strafbaarstelling is daarom niet noodzakelijk. Bovendien past het inzetten van het strafrecht als ultimum remedium hier niet volgens de indieners. Daarnaast, indien sprake is van misbruik, kan de koper gebruikmaken van civielrechtelijke remedies, zoals een beroep op misbruik van omstandigheden of vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling.

Deze bezwaren worden grotendeels gedeeld door de Raad voor de Rechtspraak en de Nederlandse Orde van Advocaten. Zij hebben kritiek geuit op dit onderdeel van het wetsvoorstel, onder meer omdat het voor een opkoper of handelaar in de praktijk lastig is om vast te stellen of een aanbieder daadwerkelijk in kennelijke staat van dronkenschap of onder invloed van andere bewustzijnsbeïnvloedende middelen verkeert. Bovendien is achteraf nauwelijks te bewijzen of de verkoper op het moment van de koop daadwerkelijk onder invloed was, en achteraf kan een opkoper eenvoudig stellen dat tijdens de koop niets is opgevallen. Dit benadrukt de beperkte handhaafbaarheid van de voorgestelde strafbaarstelling.

Straatman D. van Dijk

Naar boven