35 982 Staat van de Europese Unie 2022

I BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2022

Zoals toegezegd tijdens de Algemene Europese Beschouwingen met uw Kamer op 7 juni bied ik u hierbij het rapport van de nationaal coördinator sanctienaleving en handhaving aan. Eerder deelde ik dit rapport en de kabinetsreactie hierop al met de Tweede Kamer, mede namens de ministers van Financiën, van Economische Zaken en Klimaat, van Infrastructuur en Waterstaat, van Justitie en Veiligheid, de ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, voor Rechtsbescherming en voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en namens de staatssecretarissen Cultuur en Media, van Toeslagen en Douane en van Fiscaliteit en Belastingdienst.1

Zoals ook aan de Tweede Kamer aangegeven omarmt het kabinet de aanbevelingen van de nationaal coördinator, welke sindsdien worden uitgewerkt onder de coördinatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Kamerbrief inzake Rapport van de nationaal coördinator sanctienaleving en handhaving. Zie: Kamerstukken II (36 045, nr. 72).

Naar boven