35 942 Wijziging van de Jeugdwet in verband met het versterken van de rechtspositie van jeugdigen die worden opgenomen in een gesloten accommodatie (Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp)

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID RAEMAKERS

Ontvangen 26 januari 2023

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 6.2.4 als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «een jeugdhulpverantwoordelijke» ingevoegd «en een vertrouwenspersoon» en wordt «diens naam» vervangen door «hun namen».

2. In het vierde lid, onderdeel c, wordt «een vertrouwenspersoon» vervangen door «de toegewezen vertrouwenspersoon».

Toelichting

Een vertrouwenspersoon kan van groot belang zijn voor een jeugdige die jeugdhulp ontvangt, zeker wanneer er sprake is van gesloten jeugdzorg en/of vrijheidsbeperkende maatregelen. Het voorliggend wetsvoorstel kent daarom ook terecht bevoegdheden en verantwoordelijkheden toe aan deze vertrouwenspersoon in het proces. Zo hebben zij bijvoorbeeld de taak om signalen over tekortkomingen in de uitvoering van gesloten jeugdhulp, voor zover deze afbreuk doen aan de rechten van een jeugdige, aan de ingevolge de Jeugdwet met toezicht belaste ambtenaren te melden. Het is daarom van belang dat iedere jeugdige die dat wil bijgestaan wordt door een vertrouwenspersoon.

De indiener wenst met dit amendement te regelen dat de jeugdhulpaanbieder aan iedere jeugdige een vertrouwenspersoon toewijst en dat de jeugdige hierover geïnformeerd wordt. Daarmee hebben jeugdigen in de regel de beschikking over een vertrouwenspersoon, tenzij zij ervoor willen kiezen geen gebruik te maken van deze vertrouwenspersoon. Dit is een wijziging ten opzichte van voorliggend wetsvoorstel waarin de jeugdige slechts geïnformeerd wordt over de mogelijkheid om een vertrouwenspersoon in te schakelen en dus niet standaard toegewezen wordt aan de jeugdige. In de nota naar aanleiding van het verslag stelt de regering hier niet voor gekozen te hebben aangezien zij het effect willen voorkomen dat de jeugdige de vertrouwenspersoon ervaart als een opgedrongen persoon met wie hij of zij verplicht in gesprek moet.1 De indiener vindt dat ook niet wenselijk en stelt daarom met dit amendement een vertrouwenspersoon niet verplicht. Wel wordt met dit amendement geregeld dat een vertrouwenspersoon standaard toegewezen wordt en de keuze aan de jeugdige is om hier gebruik van te maken.

Raemakers


X Noot
1

Kamerstukken II 2022/23, 35 942, nr. 6.

Naar boven