35 927 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2022)

Nr. 38 AMENDEMENT VAN HET LID MAATOUG C.S.

Ontvangen 9 november 2021

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel IX worden voor onderdeel A twee onderdelen ingevoegd, luidende:

aA

In artikel 12b wordt «bedoeld in artikel 22» vervangen door «bedoeld in artikel 22, eerste lid».

bA

In artikel 13aa, zesde lid, wordt «bedoeld in artikel 22» vervangen door «bedoeld in artikel 22, eerste lid».

II

Artikel IX, onderdeel Ha, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst en in de tekst wordt «artikel 15b, eerste lid, onderdeel a,» vervangen door «onderdeel a».

2. Voor onderdeel 1 (nieuw) wordt een aanhef ingevoegd, luidende:

Artikel 15b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

3. In onderdeel b wordt voor de punt ingevoegd «, met dien verstande dat, indien de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep met een of meer concernlichamen als bedoeld in artikel 22, derde lid, dit bedrag slechts in aanmerking wordt genomen indien dit bedrag in het jaar niet in aanmerking wordt genomen door een ander concernlichaam als bedoeld in artikel 22, derde lid, en de belastingplichtige voor het in aanmerking nemen van dit bedrag een verzoek als bedoeld in artikel 22, vierde lid, heeft ingediend».

III

In artikel IX wordt na onderdeel Ha een onderdeel ingevoegd, luidende:

Haa

In artikel 15h, tweede lid, wordt «bedoeld in artikel 22» vervangen door «bedoeld in artikel 22, eerste lid».

IV

In artikel IX, worden na onderdeel Hb twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Hc

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep met een of meer concernlichamen vindt het percentage van het laagste tarief, bedoeld in het eerste lid, slechts toepassing indien dit percentage in het jaar niet wordt toegepast door een ander concernlichaam en de belastingplichtige voor de toepassing van dit percentage een verzoek als bedoeld in het vierde lid heeft ingediend. Indien het percentage van het laagste tarief ingevolge de eerste zin geen toepassing vindt, wordt dit vervangen door het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een concernlichaam verstaan:

    • a. een in Nederland belastingplichtig lichaam waarin de belastingplichtige gedurende het gehele jaar voor meer dan 75% belang heeft;

    • b. een in Nederland belastingplichtig lichaam dat gedurende het gehele jaar voor meer dan 75% belang heeft in de belastingplichtige;

    • c. een in Nederland belastingplichtig lichaam waarin gedurende het gehele jaar een derde voor meer dan 75% belang heeft, terwijl deze derde tevens gedurende het gehele jaar voor meer dan 75% belang heeft in de belastingplichtige.

  • 4. Het verzoek betreft een schriftelijk verzoek van alle concernlichamen gezamenlijk, waaruit blijkt welke lichamen tot het concern behoren. Het verzoek wordt bij de aangifte van de belastingplichtige ingediend bij de inspecteur. Het verzoek geldt voor het jaar waarop het verzoek betrekking heeft.

  • 5. Indien de tijdvakken waarover belasting wordt geheven voor alle concernlichamen samenvallen en het verzoek, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot een jaar niet is ingediend, wordt het geacht te zijn ingediend voor de toepassing van het percentage van het laagste tarief ten behoeve van het lichaam met het hoogte belastbare bedrag en voor de toepassing van het bedrag als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel b, ten behoeve van het concernlichaam met het hoogste saldo aan renten, bedoeld in artikel 15b, tweede lid, in dat jaar.

Hd

In artikel 23c, vijfde lid, wordt «bedoeld in artikel 22» vervangen door «bedoeld in artikel 22, eerste lid».

V

Aan artikel IX wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

K

In artikel 31, aanhef, wordt «wijziging van artikel 22» vervangen door «wijziging van artikel 22, eerste lid,».

VI

In artikel XXVI, onderdeel d, wordt «A» vervangen door «aA, bA, A» en wordt «Ha» vervangen door «Ha, Haa, Hc, Hd». Voorts wordt «I en J» vervangen door «I, J en K».

Toelichting

De aanpak van belastingontwijking was een van de prioriteiten van het demissionaire kabinet. Toch zijn er ook in de nationale aanpak van belastingontwijking nog verbeteringen mogelijk. Een belangrijke vorm van belastingontwijking waardoor sommige grote bedrijven hier niet of nauwelijks winstbelasting betalen is het opknippen van de activiteiten over meerdere vennootschappen. Hierdoor loopt de overheid jaarlijks € 950 miljoen aan VPB-opbrengsten mis. Met dit amendement maken de indieners deze vorm van belastingontwijking onmogelijk. De opbrengsten kunnen worden ingezet voor lastenverlichting elders, extra wensen aan de uitgavenkant of voor verlagen van de staatsschuld.

Dit amendement voorziet in een concernbenadering voor de toepassing van de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel en het tariefopstapje in de vennootschapsbelasting. Het amendement houdt in dat de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel en het lage tarief in de vennootschapsbelasting van 15% binnen een concern slechts éénmaal toegepast kunnen worden. Hierdoor wordt de fiscale prikkel om activiteiten op te knippen over meerdere vennootschappen een halt toegeroepen.

Volgens de indieners van het amendement is er aanleiding om een wettelijke maatregel te nemen die het opknippen van activiteiten tegengaat. Het risico op het opknippen om vaker gebruik te maken van de drempel van € 1 miljoen is bij de invoering van de earningsstrippingmaatregel onderkend en het opknippen wordt inmiddels door de Belastingdienst waargenomen.1 Bovendien neemt het risico op het opknippen toe als gevolg van de voorgestelde verlaging van het aftrekpercentage van 30% naar 20% met ingang van 1 januari 2022.2 Het kabinet heeft bovendien aangegeven dat in het verder oplopende verschil tussen het lage en het hoge VPB-tarief eveneens een risico schuilt dat activiteiten worden gespreid over meerdere vennootschappen.3 Het voorgestelde amendement geeft gehoor aan de uitdrukkelijke aanbeveling van de OESO om in het kader van de implementatie van OESO/BEPS-actiepunt 4 anti-fragmentatiemaatregelen te overwegen ingeval een drempel wordt toegepast per vennootschap.4 De voorgestelde concernbenadering is een dergelijke anti-fragmentatiemaatregel.

De voorgestelde maatregel houdt in dat belastingplichtigen die gedurende het gehele jaar met elkaar een concern vormen, één belastingplichtige moeten kiezen die in dat jaar de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel toepast en één belastingplichtige die het tariefopstapje van 15% toepast. De drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel en het lage tarief van 15% kunnen bij twee verschillende belastingplichtigen binnen hetzelfde concern worden toegepast, maar dit kan ook dezelfde belastingplichtige zijn. Elk jaar mag de keuze op een andere belastingplichtige vallen.

Een belastingplichtige behoort tot hetzelfde concern als een ander lichaam (concernlichaam) indien 1) de belastingplichtige gedurende het gehele jaar een belang heeft van meer dan 75% in dat lichaam, 2) dat lichaam gedurende het gehele jaar een belang heeft van meer dan 75% in de belastingplichtige, of 3) een derde gedurende het gehele jaar een belang heeft van meer dan 75% in dat lichaam, terwijl deze derde tevens gedurende het gehele jaar een dergelijk belang heeft in de belastingplichtige. Tot het concernbegrip in de zin van deze bepaling behoren alleen lichamen die in Nederland (binnenlands of buitenlands) belastingplichtig zijn. Voor de afbakening van een concern wordt aangesloten bij de criteria van artikel 10a, vierde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met dien verstande dat de grens wordt gelegd bij een 75%-belang in plaats van een belang van een derde.

Het verzoek voor toepassing van de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel of het tariefopstapje van 15% betreft een schriftelijk gezamenlijk verzoek van alle concernlichamen. Dit verzoek dient te worden ingediend voorafgaand aan de aangifte vennootschapsbelasting van de belastingplichtige die de drempel of het tariefopstapje toe wenst te passen. Indien in een jaar het verzoek niet of niet tijdig wordt gedaan, wordt het verzoek voor de toepassing van het tariefopstapje geacht te zijn gedaan ten behoeve van het concernlichaam met het hoogte belastbare bedrag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Voor de toepassing van de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel wordt het verzoek geacht te zijn gedaan ten behoeve van het concernlichaam met het hoogste rentesaldo als bedoeld in artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Deze tegemoetkoming is alleen mogelijk indien alle concernlichamen hetzelfde boekjaar hanteren.

Ingeval concernlichamen niet hetzelfde boekjaar hanteren, dienen de concernlichamen een keuze te maken voor het lichaam dat het tariefopstapje in een jaar toepast en het lichaam dat de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel in een jaar toepast. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel dat een moedervennootschap die als boekjaar het kalenderjaar hanteert, alle aandelen houdt in een dochtervennootschap die een gebroken boekjaar hanteert van 1 juni tot 31 mei. Op grond van het voorgestelde amendement dienen de moeder- en dochtervennootschap gezamenlijk een keuze uit te brengen wie van hen het tariefopstapje toepast en wie van het de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel toepast. Indien de keuze valt op de moedervennootschap in 2022, kan die keuze pas worden veranderd naar de dochtervennootschap met ingang van haar gebroken boekjaar 2023/2024. In het gebroken boekjaar 2023/2024 wordt dan het tariefopstapje en de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel niet toegepast door een ander concernlichaam. De moedervennootschap dient aldus met ingang van 2023 de toepassing van het tariefopstapje en de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel te beëindigen.

Budgettair

Dit amendement leidt tot een budgettaire opbrengst van € 950 miljoen per jaar.

Maatoug Nijboer Gündoğan Azarkan Omtzigt


X Noot
1

Kamerstukken II, 2018–2019, 35 030, nr. 3, p. 12 en Kamerstukken II, 2021–2011, 35 927, nr. 8, p. 3 (onopgemaakte versie).

X Noot
2

Kamerstukken II, 2021–2022, 35 927, nr. 12, blz. 4.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2021–2011, 35 927, nr. 8, p. 3 (onopgemaakte versie).

X Noot
4

Zie het bijgewerkte rapport inzake OESO/BEPS-actiepunt 4 (Limiting Base Erosion Involving Interest Deductions and Other Financial Payments), OESO, Parijs, 2016, par. 26 en 55.

Naar boven