35 925 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022

Nr. 93 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 november 2021

Tijdens de begrotingsbehandeling BZK op 28 oktober (Handelingen II 2021/22, nr. 15, Begroting Binnenlandse Zaken 2022) zijn door het lid Eerdmans (JA21) twee moties ingediend die nog geen appreciatie van het kabinet hebben gekregen. Deze appreciaties geef ik u onderstaand.

Motie met Kamerstuk 35 925 VII, nr. 27 inzake aardgasvrije woningen

In het Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 193) is de afspraak gemaakt om 1,5 miljoen bestaande woningen te verduurzamen. Die afspraak vormt het fundament van het akkoord en daar moeten we aan vasthouden. Voor het verduurzamen van die 1,5 miljoen woningen bestaan verschillende strategieën: woningen kunnen bijvoorbeeld worden aangesloten op een warmtenet waarmee ze direct aardgasvrij worden, maar kunnen ook stapsgewijs verduurzamen door eerst te isoleren tot de standaard of een hybride warmtepomp aan te schaffen om later de stap naar aardgasvrij te maken. De motie roept op om die ambitie los te laten. Dat is onverstandig gelet op de doelen voor 2030 en daarom ontraad ik deze motie.

Motie met Kamerstuk 35 925 VII, nr. 28 inzake afzien van sancties voor gemeenten bij taakstelling huisvesting statushouders

Voordat sancties zoals indeplaatsstelling in zicht komen zijn er verschillende stappen te doorlopen op de interventieladder van interbestuurlijk toezicht. De gemeente wordt daarin ruimschoots in de gelegenheid gesteld om alsnog te voldoen aan haar taken. In het geval van huisvesting van statushouders ondersteun ik gemeenten ook met de inzet op het realiseren van tussenvoorzieningen waarbij ik ook grond en gebouwen van het RVB inzet. Daarmee kunnen extra woningen aan de bestaande voorraad worden toegevoegd die tevens voor andere doelgroepen inzetbaar kunnen zijn. Daarnaast kunnen gemeenten een beroep doen op de subsidieregeling voor de huisvesting van kwetsbare groepen en kan een beroep worden gedaan op de hotel- en accommodatieregeling.

Ook wijs ik op het amendement van het lid Koerhuis over flexwoningen (Kamerstuk 35 925 VII, nr. 52) dat mede gericht is op het bijdragen aan het kunnen halen van de taakstelling. Ik zie geen reden om het interbestuurlijk toezicht buiten werking te zetten en ik ontraad de motie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven