Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35925-VI nr. AL |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35925-VI nr. AL |
Vastgesteld 12 december 2023
De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid1 hebben kennisgenomen van de brief2 van de Minister van Justitie en Veiligheid van 2 juni 2023 met de reactie van de Minister op nadere vragen over de gewijzigde overeenkomst tussen de Staat en de landsadvocaat en de instelling van de onderzoekscommissie advocatendiensten aan de Staat. De leden van de PvdD-fractie hebben naar aanleiding van de voorgenoemde brief een aantal vervolgvragen opgesteld.
Naar aanleiding hiervan is op 18 juli 2023 een brief gestuurd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
De Minister heeft op 11 december 2023 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Van Dooren
Aan de Minister van Justitie en Veiligheid
Den Haag, 18 juli 2023
De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben kennisgenomen van uw brief3 van 2 juni 2023 met uw reactie op nadere vragen over de gewijzigde overeenkomst tussen de Staat en de landsadvocaat en de instelling van de onderzoekscommissie advocatendiensten aan de Staat. De leden van de PvdD-fractie hebben naar aanleiding van de voorgenoemde brief nog vijf vervolgvragen.
De leden van de PvdD-fractie moeten tot hun spijt constateren dat een tweede keer geweigerd wordt om antwoord te geven op de door hen gestelde vragen. Zij achten dit niet passend in het verkeer tussen leden van het parlement en de Minister. Dit betrof twee vragen: «Is ook onderschreven dat het kantoor daadwerkelijk aan die waarden voldoet? Zo nee, acht u het voldoende dat een kantoor het belang van die waarden onderschrijft maar niet aangeeft dat het aan die waarden voldoet?» De leden van de PvdD-fractie zien graag een beantwoording van deze reeds gestelde vragen.
De PvdD-fractieleden hebben ook nog drie nieuwe vervolgvragen. U schrijft dat Pels Rijcken zich aansluit bij het Charter Diversiteit van de SER. Daarin is vermeld: «In het Charter Diversiteit omschrijf je de concrete uitdaging op het gebied van diversiteit en inclusie op de werkvloer. Door te ondertekenen committeert jouw bedrijf zich aan die uitdaging.». Op grond van welke gegevens heeft u geconstateerd dat Pels Rijcken op het moment van ondertekening feitelijk voldeed aan de eisen op het gebied van diversiteit en de ethische waarden die de rechtsstaat Nederland als leidend aanvaard en waarop de «uitdaging» (sic) waarop in het Charter wordt gedoeld, betrekking heeft? Moeten de leden uit uw antwoord afleiden dat het voldoende is dat het kantoor die waarden onderschrijft maar niet wil aangeven dat het aan die waarden voldoet?
In de NRC is – zoals in voorgaande vragen al is uiteengezet – een artikel4 verschenen waarin de volgende informatie werd gegeven:
«Bij Pels Rijcken, blijkt uit de gesprekken, houden bepaalde advocatenafdelingen er al jaren uiterst grove omgangsvormen op na. De top van de organisatie – gevormd door de 37 partners – geeft niet bepaald het goede voorbeeld. Het «plezierig en stimulerend werkklimaat» dat het kantoor nastreeft, is soms ver te zoeken. Er zijn schreeuwende partners en medewerkers die huilen. Een partner spreekt over homoseksuele collega’s als «flikkers». Hij imiteert Chinezen en omschrijft hen als spleetogen. Hij noemt zwarte collega’s «neger» en Surinamers «lui». Gecorrigeerd wordt hij niet.
Ook elders klinkt racistische taal over buitenlanders – «grappig» bedoeld bij de lunch of bij het bespreken van werkopdrachten. Een advocaat in opleiding met een migratieachtergrond werd er in de ruim twee jaar dat hij bij Pels Rijcken werkte meermaals mee geconfronteerd. Juristen met een migratieachtergrond zijn zeldzaam bij het kantoor van de landsadvocaat. Van de 183 advocaten en notarissen bij Pels Rijcken hebben er vijf een niet-westerse achternaam, inclusief hij, blijkt uit het online personeelsoverzicht van eind oktober.».
Deelt u de mening van de leden dat als de feitelijke situatie op het kantoor mogelijk op dat moment zo was, het niet voldoende is dat het kantoor bevestigt dat zij inmiddels het hierboven besproken Charter heeft ondertekend, maar dat in de overeenkomst met de Staat voor de landsadvocaat verplichtingen moeten worden geformuleerd die zien op de naleving van de eisen en die voorts de Staat een grondslag bieden om de overeenkomst op te zeggen indien op enig moment opnieuw zou blijken van een cultuur die niet getuigt van respect voor de waarden die de Nederlandse staat op dat punt van fundamenteel belang acht?
De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien uw reactie – bij voorkeur uiterlijk 8 september 2023 – met belangstelling tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2023
Hierbij bied ik uw Kamer de antwoorden aan op de vervolgvragen van 18 juli 2023 van de leden van de fracties van de Partij voor de Dieren (PvdD) naar aanleiding van mijn brief van 2 juni 2023 over de gewijzigde overeenkomst tussen de Staat en de landsadvocaat en de instelling van de onderzoekscommissie advocatendiensten aan de Staat.
Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen van de leden van deze fractie. De vragen vat ik eerst samen en beantwoord ik daarna.
Allereerst vragen de leden van de fractie van de PvdD of twee eerder gestelde vragen kunnen worden beantwoord, namelijk: «Is ook onderschreven dat het kantoor daadwerkelijk aan die waarden voldoet? Zo nee, acht de regering het voldoende dat een kantoor het belang van die waarden onderschrijft maar niet aangeeft dat het aan die waarden voldoet?»
Vervolgens hebben de leden van de factie van de PvdD drie vervolgvragen. Zij vragen op grond van welke gegevens ik heb geconstateerd dat Pels Rijcken op het moment van ondertekening feitelijk voldeed aan de eisen op het gebied van diversiteit en de ethische waarden die de rechtsstaat Nederland als leidend aanvaard en waarop de «uitdaging» waarop in het Charter Diversiteit van de SER wordt gedoeld, betrekking heeft? Zij vragen zich af of zij uit mijn antwoord moeten afleiden dat het voldoende is dat het kantoor die waarden onderschrijft maar niet wil aangeven dat het aan die waarden voldoet.
Tenslotte citeren de leden wederom uit een artikel uit de NRC van 3 november 2021 en vragen zij of ik hun mening deel dat als de feitelijke situatie op het kantoor mogelijk op dat moment als beschreven in het artikel was, het niet voldoende is dat het kantoor bevestigt dat zij inmiddels het Charter Diversiteit heeft ondertekend, maar dat in de overeenkomst met de Staat voor de landsadvocaat verplichtingen moeten worden geformuleerd die zien op de naleving van de eisen en die voorts de Staat een grondslag bieden om de overeenkomst op te zeggen indien op enig moment opnieuw zou blijken van een cultuur die niet getuigt van respect voor de waarden die de Nederlandse staat op dat punt van fundamenteel belang acht.
Antwoord
Ten aanzien van het artikel uit de NRC van 3 november 2021 en de vragen van de leden van de PvdD die hier betrekking op hebben, hecht ik er waarde aan in algemene zin te benadrukken dat als de beweringen in het artikel juist waren, er geen sprake was van een cultuur die ik voorsta bij voor de Staat belangrijke leveranciers van producten of diensten. Het kantoor van de landsadvocaat heeft in reactie op het artikel van NRC aangegeven zich niet te herkennen in het beeld dat over het kantoor wordt geschetst en hier afstand van te nemen.5 Dat er desalniettemin verdere verbetering op het vlak van aanspreekbaarheid en open kantoorcultuur nodig was binnen de organisatie, heeft het kantoor erkend. Daar is Pels Rijcken geen uitzondering in. Het kantoor heeft daarna met voortvarendheid een groot aantal maatregelen genomen, waarover ik uw Kamer bij verschillende gelegenheden heb geïnformeerd.
Voorts kan ik aangeven dat in het landscontract is opgenomen dat de landsadvocaat als vertegenwoordiger van de Staat zich steeds rekenschap dient te geven van de in artikel 10a van de Advocatenwet neergelegde kernwaarden (onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid). Daarmee wordt bedoeld dat de positie van landsadvocaat een bijzondere is en dat de Staat hoge eisen stelt aan de manier waarop hij zich opstelt (bijvoorbeeld ten opzichte van procederende burgers). Het kantoor van de landsadvocaat is zich van zijn bijzondere positie zeer goed bewust, zo merk ik in de dagelijkse praktijk.
Tevens is in het contract opgenomen dat ter bevordering van een veilige werkomgeving het kantoor van de landsadvocaat zodanig dient te worden ingericht dat het beschikt over een functie vertrouwenspersoon, klokkenluidersregeling en klachtenregeling. De landsadvocaat heeft mij bericht dat dit het geval is.
Ten aanzien van de verplichting voor het kantoor van de landsadvocaat om zich aan te sluiten bij het Charter Diversiteit van de Sociaal-Economische Raad (SER) geldt dat in de contractsverhouding tussen het kantoor en de Staat is aangesloten bij vergelijkbare eisen in andere contracten voor de inkoop van producten of diensten door het Rijk. Ik vel zelf geen oordeel over de vraag of het personeelsbestand van een leverancier van goederen of diensten op dit moment voldoende divers is of de cultuur voldoende inclusief, voor zover dat al meetbaar zou zijn.
Het kantoor van de landsadvocaat heeft zich op 9 oktober als tweede advocatenkantoor van Nederland bij het Charter Diversiteit van de SER aangesloten. Elk jaar zal aan de SER zal worden gerapporteerd over de voortgang. Zoals ik u reeds heb medegedeeld zijn de vorderingen op het vlak van het diversiteitsbeleid ook onderwerp van bespreking in het bestuurlijk overleg dat ik met de landsadvocaat en zijn kantoor voer. De voorzitter van de onafhankelijke raad van commissarissen van het kantoor is daarbij ook aanwezig. In dat overleg blijkt duidelijk dat het kantoor van de landsadvocaat veel waarde hecht aan diversiteit op de werkvloer en gedreven is om hierop stappen te zetten. Zo heeft de landsadvocaat mij laten weten dat onder de advocaten van het kantoor de man-vrouw-verhouding gebalanceerd is en,6 dat ter verdere verbetering, diversiteit en inclusie tot een van de vier strategische pijlers van het kantoor behoort. De onafhankelijke raad van commissarissen houdt toezicht op tot op de voortgang en uitvoering van dit beleid. Ik zie dan ook geen aanleiding hierin nog nadere eisen te stellen.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius
Samenstelling:
Croll (BBB) (ondervoorzitter), Marquart Scholtz (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Vogels (VVD), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66) (voorzitter), Belhirch (D66), Bezaan (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
C. Driessen & P. de Witt Wijnen, «Racisme en geschreeuw bij landsadvocaat Pels Rijcken», NRC, 3 november 2021.
Zie in dit verband ook het diversiteitsonderzoek van het FD: https://specials.fd.nl/vrouwen-genoeg-maar-de-zuidas-blijft-een-mannenbolwerk waaruit blijkt dat het kantoor Pels Rijcken bovenaan staat zowel als het gaat om het aantal vrouwen in de partnergroep als in het bestuur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35925-VI-AL.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.