Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135900 nr. 2

35 900 Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 in verband met de toebedeling van wettelijke taken op het gebied van internationalisering binnen het onderwijs (Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de internationale dimensie van het onderwijs van grote waarde is voor de Nederlandse kenniseconomie, het onderwijs en de wetenschap, en dat het om die reden wenselijk is om taken op het gebied van internationalisering wettelijk te borgen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING WET SUBSIDIËRING LANDELIJKE ONDERWIJSONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN 2013

De Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:

kennisveld:

instellingen waaraan beroepsonderwijs of een opleiding educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt verzorgd of geëxamineerd, instellingen en academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek,.

2. In de begripsbepaling van «instelling» wordt «artikel 2 of artikel 3» vervangen door «artikel 2, 3, 3a of 3b».

B

Na artikel 3 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 3a. Taken Stichting Nuffic

  • 1. Stichting Nuffic is het nationaal informatiecentrum, bedoeld in artikel IX.2, eerste lid, van het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002,137), is belast met de taken, bedoeld in artikel IX.2, tweede lid, van dit verdrag en is daarmee lid van het Europese Netwerk van nationale informatiecentra voor academische mobiliteit en erkenning, bedoeld in artikel X.3 van dit verdrag.

  • 2. Stichting Nuffic is het kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationalisering van het onderwijs en is belast met de volgende taken:

    • a. het desgevraagd verstrekken van advies over de waarde en authenticiteit van een in een ander land dan Nederland behaald diploma of opleidingsdocument

      • 1°. aan het instellingsbestuur in het kader van de inschrijving van een student of aspirant-student, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

      • 2°. aan Onze Minister in het kader van de toestemming tot het voeren van de Nederlandse titulatuur, bedoeld in artikel 7.23, derde lid, en artikel 7.23a, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    • b. het desgevraagd adviseren van Onze Minister over de vergelijkbaarheid van opleidingen buiten Nederland of buiten het eigen openbaar lichaam met het oog op toekenning van studiefinanciering respectievelijk studiefinanciering BES voor een vergelijkbare opleiding in de zin van artikel 2.14 van de Wet studiefinanciering 2000 respectievelijk artikel 2.9 van de Wet studiefinanciering BES, voor zover het een ho-student als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering BES betreft;

    • c. het publiek beschikbaar stellen van informatie over internationalisering binnen het onderwijs;

    • d. het desgevraagd adviseren van Onze Minister over het beschikbaar stellen van beurzen die de internationalisering bevorderen;

    • e. het ontwikkelen en uitvoeren van overige activiteiten ter bevordering van de internationalisering binnen het onderwijs.

  • 3. Onze Minister kan Stichting Nuffic subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.

  • 4. Onze Minister kan Stichting Nuffic aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitoefening van de taken, genoemd in het eerste en tweede lid.

  • 5. Indien Stichting Nuffic naar het oordeel van Onze Minister de taken, bedoeld het eerste en tweede lid, ernstig verwaarloost, en de door Onze Minister hierover gegeven aanwijzingen niet opvolgt, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat Stichting Nuffic in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog de taken, genoemd het eerste en tweede lid, naar behoren uit te voeren.

  • 6. Onze Minister stelt de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de getroffen voorzieningen bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 3b. Taak informeren over Europese ontwikkelingen op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie

  • 1. Onze Minister kan een rechtspersoon aanwijzen die tot taak heeft het kennisveld te informeren over het beleid van de Europese Unie op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie en de mogelijkheden die dit beleid biedt.

  • 2. Onze Minister kan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval intrekken, indien de rechtspersoon:

    • a. naar het oordeel van Onze Minister zijn taak niet langer naar behoren uitoefent;

    • b. niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald;

    • c. niet voldoet aan de in de aanwijzing gestelde eisen met betrekking tot toezicht en verantwoording; of

    • d. het overleg, bedoeld in het derde lid, niet in voldoende mate pleegt.

  • 3. De rechtspersoon pleegt over de uitoefening van haar taak geregeld overleg met de vertegenwoordigers van het kennisveld.

  • 4. Onze Minister kan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.

C

In artikel 4 wordt na «artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c» ingevoegd «, artikel 3a en artikel 3b,».

D

In het opschrift en de tekst van artikel 5 wordt «Kaderbrief SLOA» telkens vervangen door «Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito».

E

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a. Kaderbrief SLOA op het terrein van internationalisering

  • 1. Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA internationalisering bekend op het terrein van de taken, genoemd in de artikelen 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, 3b. Deze Kaderbrief heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.

  • 2. De kaderbrief, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de eerste maal bekend gemaakt voor 1 april 2022.

F

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «tot weigering van subsidieverlening» vervangen door «tot weigering van subsidieverlening voor de taken, genoemd in artikel 2 en artikel 3, en de taken, genoemd in artikel 3a en artikel 3b,».

2. In onderdeel a, wordt »de Kaderbrief SLOA« vervangen door «de Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito of de Kaderbrief SLOA internationalisering».

G

Artikel 7, tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en 3b, en.

H

Aan artikel 8 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, artikel 3b. Onze Minister kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.

I

In artikel 9 wordt «in artikel 2 en 3» vervangen door «in de artikelen 2 tot en met 3b».

J

In artikel 10, eerste en tweede lid, wordt «artikel 2 of artikel 3» vervangen door «de artikelen 2 tot en met 3b».

K

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL III. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,