35 872 Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met het afschaffen van de collectiviteitskorting

Nr. 9 AMENDEMENT VAN DE LEDEN WESTERVELD EN ELLEMEET

Ontvangen 6 april 2022

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Aan het opschrift wordt toegevoegd «en het vrijwillig eigen risico».

II

In de beweegreden wordt na «op zorgverzekeringen» ingevoegd «en het vrijwillig eigen risico».

III

Voor artikel I, onderdeel A, worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:

000A

In artikel 1, eerste lid, vervalt onderdeel h.

00A

In artikel 3, vierde lid, onderdeel b, onder 2°, wordt «artikel 17, vijfde lid» vervangen door «artikel 17, vierde lid».

0A

In artikel 9, tweede lid, wordt de puntkomma aan het slot van onderdeel d vervangen door een punt en vervalt onderdeel e.

IV

In artikel I, onderdeel A, wordt «zonder collectiviteitskorting als bedoeld in artikel 18 en» vervangen door «, maar zonder collectiviteitskorting als bedoeld in artikel 18 en zonder vrijwillig eigen risico».

V

Artikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 1 komt te luiden:

1. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot het vierde tot en met zesde lid.

2. Onderdeel 2 komt te luiden:

2. In het vierde lid (nieuw) vervalt «, verminderd met de premiekortingen, bedoeld in de artikelen 18, vierde lid, of 20, indien deze van toepassing zijn».

VI

Na artikel I, onderdeel C, worden vijf onderdelen toegevoegd, luidende:

D

Artikel 20 vervalt.

E

Artikel 21, vierde lid, vervalt.

F

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «en indien dat van toepassing is, vrijwillig eigen risico».

2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

3. In het tweede lid (nieuw) vervalt «of tweede».

G

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt «of vrijwillig».

2. Het derde lid vervalt.

H

In artikel 87, zesde lid, onderdeel e, onder 2°, vervalt «of vrijwillig».

VII

Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

In artikel 6.18, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt «of een overeengekomen vrijwillig eigen risico» en wordt «artikel 1, onderdelen g en h,» vervangen door «artikel 1, onderdeel g,».

Toelichting

Met dit amendement wordt de mogelijkheid om te kiezen voor een vrijwillig eigen risico afgeschaft. Met het eigen risico wordt er namelijk een mogelijkheid gecreëerd om korting op de nominale premie te verkrijgen. Hierdoor wordt de premie lager voor mensen die kiezen voor een vrijwillig eigen risico en daarmee tegelijkertijd iets hoger voor mensen die geen vrijwillig eigen risico hebben. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de inkomsten van verzekeraars. Zij krijgen minder premie inkomsten vanuit de groep die een vrijwillig eigen risico heeft.

Het CPB1 stelt dat het vrijwillig eigen risico gerechtvaardigd kan worden als de korting op de premie wordt betaald door de groep die ook kiest voor een vrijwillig eigen risico. De groep met vrijwillig eigen risico zou dan dusdanig minder zorg moeten gebruiken dat de korting op de premie vanuit die besparing kan worden gefinancierd. Het remgeldeffect moet minstens even groot zijn als de premiekorting. Op het moment dat daar geen sprake van is, dan is er ook bij het vrijwillig eigen risico sprake van kruissubsidiering.

Of, en zo ja in welke mate, er sprake was van kruissubsidiering was tot juli 2021 nog niet goed onderzocht. Maar ondertussen blijkt uit onderzoek van Remmerswaal aan de Universiteit van Tilburg2: «dat het vrijwillig eigen risico het zorggebruik nauwelijks afremt, wat betekent dat mensen zonder een vrijwillig eigen risico bijdragen aan de premiekorting voor verzekerden met een vrijwillig eigen risico.»

Dat het vrijwillig eigen risico de solidariteit in de Zorgverzekeringswet onder druk zet, is ook af te leiden uit de groep mensen die kiest voor het vrijwillig eigen risico. Het vrijwillig eigen risico wordt vooral gekozen door jonge hoogopgeleide mannen, met een hoog inkomen en een goede gezondheid.3 Het vrijwillig eigen risico blijkt financieel voordelig voor deze groep. De premiekorting die samenhangt met het vrijwillig eigen risico is voor vrouwen, mensen met een laag inkomen, een minder hoge opleiding of een slechtere gezondheid in mindere mate beschikbaar. Tegelijkertijd betalen deze groepen wel mee aan de premiekorting voor mensen waarvan de persoonlijke situatie wel een vrijwillig eigen risico toestaat.

Samenvattend is het vrijwillig eigen risico een financieel voordelige regeling voor een specifieke groep, namelijk hoogopgeleide, jonge mannen, met een hoog inkomen en een goede gezondheid. De premiekorting die deze groep krijgt wordt betaald door de rest van de premiebetalers zonder vrijwillig eigen risico. Aangezien deze kruissubsidiering onwenselijk is, wordt met dit amendement het vrijwillig eigen risico afgeschaft.

Westerveld Ellemeet

Naar boven