Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35860 nr. A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35860 nr. A |
Aan de Europese Commissie
Mevrouw M. Verstager
Den Haag, 14 juni 2021
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad en voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben met belangstelling kennisgenomen van de op 15 december 2020 gepubliceerde voorstellen COM(2020)825 voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (wet inzake digitale diensten) en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG)1 en COM(2020)842 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (wet digitale markten). De leden van de fractie van GroenLinks leggen naar aanleiding van deze voorstellen graag de volgende vragen en opmerkingen aan u voor.
Ten aanzien van voorstel COM(2020)825 hebben de leden van de GroenLinks-fractie de volgende vragen:
Op grond van artikel 5 van de verordening moeten hostingdiensten prompt handelen wanneer zij kennis hebben genomen van illegale inhoud en overgaan tot het verwijderen of het ontoegankelijk maken. De leden van de fractie van GroenLinks vragen de Europese Commissie wanneer hostingdiensten voldoen aan dit kenniscriterium en wat «prompt» precies inhoudt, aangezien dit beide niet wordt verduidelijkt in bedoeld artikel. En wordt er bij het «prompt» verwijderen of ontoegankelijk maken een onderscheid gemaakt naar het karakter van de illegale inhoud?
De leden van de fractie van GroenLinks constateren voorts dat er geen verplichtingen zijn opgenomen voor de betrokken online dienstverleners om illegale inhoud proactief op te sporen (bijvoorbeeld door middel van upload filters) of om ervoor te zorgen dat verwijderde informatie niet opnieuw wordt geplaatst (staydown filters). Dergelijke maatregelen zijn wel opgenomen in de Richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt2, het voorstel voor een verordening ter voorkoming van de verspreiding van terroristische online-inhoud3 en de aanbeveling over maatregelen om illegale online-inhoud effectief te bestrijden4. Wat is de reden dat er in het onderhavige voorstel niet dergelijke verplichtingen zijn opgenomen?
Artikel 14 van de verordening verplicht hostingdiensten de mogelijkheid te bieden aan gebruikers en derden illegale inhoud op de hostingdiensten aan te kaarten. Het voorstel stelt geen termijn voor afhandeling van een dergelijke melding. Er dient sprake te zijn van «een tijdige, zorgvuldige en objectieve» manier van afhandeling. Kan de Europese Commissie aangeven wat er wordt verstaan onder deze elementen, in het bijzonder onder een tijdige afhandeling? Dit laatste is ook van belang in verband met eventuele vervolgstappen (klacht -en beroepsprocedures). Artikel 14 biedt niet nadrukkelijk de mogelijkheid informatie strijdig met de algemene voorwaarden te melden. Waarom is hier niet voor gekozen door de Europese Commissie?
In de strijd tegen desinformatie bestaat het risico dat de vrijheid van meningsuiting wordt aangetast door private bedrijven die uit voorzorg meer weghalen dan noodzakelijk is vanuit het oogpunt van bestrijding van desinformatie. Hoe gaat de Europese Commissie dit proberen te voorkomen zonder artikel 6 van de verordening te verzwakken? Acht de Europese Commissie het opportuun om na te denken over een financieringsverplichting voor deze bedrijven om een meer onafhankelijk toetsings- en mogelijk uitvoeringsorgaan te bekostigen dat de keuzes van private bedrijven inzake bestrijding van desinformatie toetst of zelf mogelijk overneemt?
Met betrekking tot het notice & action mechanisme vragen de leden van de GroenLinks-fractie de Europese Commissie wie nu uiteindelijk bepaalt of inhoud desinformatie is of niet? Kan de Europese Commissie een reflectie geven hoe kan worden voorkomen dat private bedrijven scheidsrechter worden in de grenzen van het publieke debat? Welke risico’s ziet de Europese Commissie voor de vrijheid van meningsuiting en hoe zouden die in de hoogtechnologische decennia die nog gaan volgen beter kunnen worden gestut? Welke gedachten en plannen zijn hierover tot nu toe in de maak?
Gelet op de striktere maatregelen inzake Very Large Online Platforms (VLOP’s) hebben de leden van de GroenLinks-fractie de volgende vragen aan de Europese Commissie:
1. Is de Europese Commissie het ermee eens dat VLOP’s een steeds essentiëlere rol spelen in het functioneren van de samenleving?
2. Is het voor de Europese Commissie denkbaar dat vanuit het belang van de Europese burger gedeeltelijke of gehele nationalisering wenselijk is, waarbij nationalisering in dit geval dient te worden opgevat als Europeanisering (op Europees niveau en niet op het niveau van een lidstaat tot eigendom maken)? Zijn er beginnende gedachten hierover binnen de Europese Commissie? De leden van de fractie van GroenLinks willen benadrukken dat deze denkoefening binnen de bestaande kaders van ons huidige kapitalistische systeem kan plaatsvinden, waarbij data en ICT als water en de leidingen gezien moet worden. Zou de Europese Commissie voorgaande vraag ook kunnen beantwoorden in het licht van een gedeeltelijke nationalisering/Europeanisering, waardoor het feitelijk semipublieke organisaties zouden kunnen worden? Deze leden hechten eraan om te onderstrepen dat zij niet per se een voorstander zijn hiervan, maar de gedachtenoefening hiernaar wel een relevante vinden in het huidige veranderende tijdsgewricht.
3. Waarom heeft de Europese Commissie gekozen om de VLOP’s zelfevaluaties te laten doen naar systeemrisico’s? Is de Europese Commissie het met de leden van de fractie van GroenLinks eens dat dit vanuit de VLOP’s nooit objectief beoordeeld kan worden omdat niet voornamelijk vanuit het publieke belang kan worden gedacht? Wil de Europese Commissie toezeggen dat zij dit alsnog zal veranderen en hier een ander, mogelijk nieuw onafhankelijk op te richten, orgaan voor inzet? Deze leden onderschrijven het voorstel, maar vinden dit een onbegrijpelijk punt en verwachten aanscherping van de artikelen 26 en 27 van de verordening.
Het opt-in en opt-out systeem waar artikel 29 van de verordening op voorsorteert, stelt deze leden niet gerust. Een meer fundamentele bescherming van adequate informatie is in de ogen de leden van de GroenLinks-fractie van groot belang en daarin voorziet artikel 29 van de verordening te weinig. Is de Europese Commissie bereid om dit punt verder aan te scherpen zodat gebruikers van online diensten minder gemanipuleerd kunnen worden door de getoonde content? De leden van de GroenLinks-fractie zouden graag een meer expliciet verbod zien op micro-targeting van online inhoud, gebaseerd op het tracken van het online gedrag van een individu op het hele internet. Zou de Europese Commissie deze leden op de voorgaande punten tegemoet willen komen in het belang van een kwalitatieve informatievoorziening van burgers? Is de Europese Commissie het eens met de leden van de fractie van GroenLinks dat dit raakt aan de meest fundamentele pijlers van onze democratie en onze Unie? Zou de Europese Commissie in haar antwoord de nipte overwinning voor de Brexiteers en de combinatie van desinformatie en micro-targeting willen meenemen in de gevraagde reflectie?
Is de Europese Commissie het eens met de fractieleden van GroenLinks dat wanneer een gebruiker duidelijkheid wil hebben waarom deze bepaalde informatie dan wel een advertentie te zien krijgt, dit mogelijk moet zijn? En is de Europese Commissie het ermee eens dat dit op een laagdrempelige manier moet gebeuren? Is de Europese Commissie bereid om op deze punten nog een keer kritisch naar de artikelen 24 en 30 van de verordening te kijken? Zou de Europese Commissie uiteen kunnen zetten waarom er niet voor is gekozen om een Europese toezichthouder in te stellen? Heeft deze optie op tafel gelegen? Is de Europese Commissie bereid om dit te heroverwegen? En zo nee, hoe verwacht de Europese Commissie dat een toezichthouder in een kleine lidstaat tegenwicht kan bieden tegen een bedrijf dat meer omzet heeft dat het bruto binnenlands product in die lidstaat? Hoe kijkt de Europese Commissie aan tegen financiering van toezichthoudende taken door de VLOP’s?
Artikel 18 van de verordening regelt het klagen bij een buitengerechtelijke geschillencommissie. Deze procedure is – anders dan de klachtenprocedure – niet kosteloos. De geschillencommissie mag een kostendekkende vergoeding vragen. Kan de Europese Commissie uiteenzetten wat als een redelijke vergoeding wordt aangemerkt en wat deze vergoeding betekent als het gaat om toegang tot deze geschillencommissie voor iedereen, ook mensen met een kleine beurs?
Het voorstel laat toe dat er verschillende geschillencommissies worden gecertificeerd. Wat betekent dat voor de rechtszekerheid als er verschillende lijnen in jurisprudentie ontstaan? Ontstaat er dan een risico op «geschilcommissie shoppen»? Graag ontvangen deze leden een reflectie vanuit de Europese Commissie op dit punt. Mogen geschillencommissies onder het voorstel alleen oordelen op basis van algemene voorwaarden en de geldende wet- en regelgeving of mogen deze commissies ook oordelen over schending van grondrechten door online platforms?
Het voorstel maakt het niet mogelijk om klachten in te dienen over het niet aanbevelen van informatie van een klager aan andere gebruikers. Evenmin kan worden geklaagd over het niet opnemen van informatie in zoekresultaten. Waarom heeft de Europese Commissie er niet voor gekozen dit eveneens onder het bereik van artikel 17 van de verordening te brengen? Immers, zichtbaarheid van informatie kan zo beïnvloed worden, zonder dat die informatie wordt verwijderd of ontoegankelijk gemaakt. Beperking van zichtbaarheid hoeft op grond van artikel 15 van de verordening niet uitdrukkelijk aan de gebruiker te worden medegedeeld. Waarom heeft de Europese Commissie er niet voor gekozen van het platform een toelichting te vereisen bij iedere vorm van ingrijpen, waaronder ingrijpen ten aanzien van de zichtbaarheid van informatie?
De leden van de GroenLinks-fractie verwelkomen het voorstel COM(2020)842, dat zij zien als een belangrijk instrument om de excessieve datamacht van de tech-reuzen te bedwingen. Ten aanzien van dit voorstel hebben de leden van de GroenLinks-fractie de volgende vragen:
Hoe weegt de Europese Commissie de effectiviteit van artikel 5 van de verordening? Hoe gaat de Europese Commissie ervoor zorgen dat er daadwerkelijk een keus komt voor gebruikers om te voorkomen dat hun persoonlijke gegevens niet worden gecombineerd? Is de Europese Commissie bereid om zich in te zetten voor het opnemen van verplichte interoperabiliteit tussen kernplatforms? Waarom heeft de Europese Commissie gekozen om aanpassing van de Europese mededingingsrichtsnoeren en de rol van data in het verkrijgen en behouden van marktmacht niet direct in het voorstel uit te werken? Is zij bereid dit alsnog te doen?
De Nederlandse regering heeft aangegeven dat zij het belang van effectieve handhaving steunt en zij erkent dat een stevige stok achter de deur om niet-naleving te voorkomen noodzakelijk is. De Nederlandse regering is bereid te overwegen of een langere termijn dan vijf jaar hiervoor opportuun is en hierover met andere lidstaten in gesprek te gaan. Hoe kijkt de Europese Commissie hier tegenaan?
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad en Justitie en Veiligheid zien uw reactie met belangstelling tegemoet en stellen het op prijs uw antwoord zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van deze brief te ontvangen.
De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad, M.H.M. Faber-van de Klashorst
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, M.M. de Boer
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35860-A.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.