35 853 Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met enkele verbeteringen en preciseringen van de tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2

Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Ontvangen ter Griffie op 15 juni 2021.

De vastgestelde ministeriële regeling kan niet eerder inwerking treden dan op 23 juni 2021.

De vastgestelde ministeriële regeling vervalt van rechtswege indien de Kamer, op voorstel van vijftig leden uiterlijk 22 juni 2021 te kennen geeft niet in te stemmen met de regeling.

Brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2021

Op 11 juni jl. heb ik uw Kamer de wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met de inzet van coronatoegangsbewijzen op basis van vaccinatie of herstel toegestuurd (Kamerstuk 35 853, nr. 10). Per abuis is er een onjuiste versie van de tekst van het besluit aan uw Kamer verstuurd. Hierbij zend ik u de juiste versie toe1. Voor de volledigheid stuur ik de toelichting opnieuw mee2.

De belangrijkste wijzingen in deze versie zien op het volgende. Er is onderscheid gemaakt tussen het vaccinatiebewijs en het bewijs van herstel. Vanwege technische redenen kunnen toegangsbewijzen op basis van herstel niet eerder dan per 1 juli worden uitgegeven. De bepalingen over het vaccinatiebewijs kunnen wel eerder in werking treden. Daarnaast is de eis dat men niet langer dan 180 dagen eerder geïnfecteerd moet zijn geweest om met één prik volledig gevaccineerd te zijn, geschrapt. Hiermee reageer ik ook op de vragen die de heer Paternotte tijdens het wetgevingsoverleg vandaag heeft gesteld inzake de noodzaak om een termijn van 180 dagen te stellen. Ten slotte is aan de inleiding een alinea toegevoegd over de verhouding tot de Europese Verordening over de Digitale Corona Certificaat.

Beoogd wordt deze regeling in werking te laten treden in de voorlaatste week van juni 2021, tegelijk met de wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met enkele verbeteringen en preciseringen van de tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2 (Kamerstuk 35 853, nrs. 1–2).

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven