35 851 Wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige andere wijzigingen

Nr. 26 AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT

Ontvangen 8 december 2022

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel D, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «twee artikelen» vervangen door «drie artikelen».

2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 2ba

De artikelen 2 tot en met 2b zijn van overeenkomstige toepassing op het meldkanaal van het Huis.

II

In artikel I wordt na onderdeel E een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ea

Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. De uitoefening van de taken en bevoegdheden van het Huis geschiedt zonder ondergeschiktheid aan Onze Minister.

III

In artikel I wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

Artikel 3c, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste en derde zin wordt «bij koninklijk besluit» telkens vervangen door «door de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Huis gehoord,».

2. In de tweede zin wordt «door Onze Minister» vervangen door «door de Tweede Kamer der Staten-Generaal».

3. De laatste zin vervalt.

Toelichting

De Tweede Kamer moet een rol krijgen in de benoeming van de bestuursleden van het Huis.

Dit amendement voorziet daarin en voorziet in een expliciet verbod op het geven van aanwijzingen aan het Huis door de regering. De governance structuur en het interne meldkanaal binnen het Huis moeten goed op orde zijn en wettelijk vastgelegd worden: daartoe wordt vastgelegd in dit amendement dat het Huis zelf een meldkanaal heeft, ook zolang het minder dan 50 medewerkers heeft.

Omtzigt

Naar boven