Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35822 nr. A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35822 nr. A |
Vastgesteld 2 Augustus 2021
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)1 en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)2 hebben met belangstelling kennisgenomen van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije3 van 20 maart 2021 en de kabinetsappreciatie van deze gezamenlijke mededeling die op 10 juni 2021 naar de Kamer is meegestuurd met de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 22 juni.4 Daarnaast hebben de leden van deze commissies tevens kennisgenomen van de Commissiemededeling inzake het vijfde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije en het Commissierapport Turkije 2020.5 De leden van de fracties van GroenLinks en D66 hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen en opmerkingen. De leden van de fractie van SP sluiten zich graag aan bij de vragen van de leden van de fracties van GroenLinks en D66.
Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de commissies een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken op 23 juni 2021.
De Minister heeft op 16 juli 2021 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, Van Luijk
BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 23 juni 2021
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije6 van 20 maart 2021 en de kabinetsappreciatie van deze gezamenlijke mededeling die op 10 juni 2021 naar de Kamer is meegestuurd met de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 22 juni.7 Daarnaast hebben de leden van deze commissies tevens kennisgenomen van de Commissiemededeling inzake het vijfde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije en het Commissierapport Turkije 2020.8 De leden van de fracties van GroenLinks en D66 hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen en opmerkingen. De leden van de fractie van SP sluiten zich graag aan bij de vragen van de leden van de fracties van GroenLinks en D66.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
In de gezamenlijke mededeling over de betrekkingen tussen de EU en Turkije geven de Commissie en de HV een algemeen positief beeld van de samenwerking met Turkije op basis van de EU-Turkije Verklaring van maart 2016. De Commissie stipt een aantal zorgpunten aan (te weten de periode na februari 2020, waarin asielzoekers in Turkije juist aangemoedigd werden om via de landroute Europa binnen te komen, het trage verloop en de opschorting van terugkeer naar Turkije, en gelimiteerde hervestiging in de EU), maar geeft aan dat het aantal migranten en asielzoekers dat via zee overstak van Turkije naar Griekenland is gedaald van 3262 per dag in de maanden voor implementatie van de Verklaring, naar 165 per dag in 2019.9 De regering onderschrijft deze analyse in het BNC-fiche. Kunt u een overzicht geven van de meest actuele situatie met betrekking tot de aankomst van asielzoekers via de Middellandse Zee in Europa? De humanitaire organisaties als Artsen Zonder Grenzen (AZG) en Sea Watch rapporteren geregeld over boten met vluchtelingen die in zeenood geraken en velen die verdrinken. Kunt u een appreciatie geven van deze ontwikkelingen?
De leden van de GroenLinks-fractie missen in de analyse van de Commissie en de regering een zeer belangrijk onderdeel: de gevolgen van de EU-Turkije Verklaring voor asielzoekers. In verband hiermee wijzen deze leden erop dat de Verklaring onder andere heeft geleid tot het vastzetten van tienduizenden asielzoekers in «Ontvangst- en identificatiecentra», ofwel hotspots op de Griekse eilanden, met als gevolg mensonterende situaties, zoals bekend uit het kamp Moria dat in september 2020 is verbrand. In kamp «Moria 2.0» is de situatie ondertussen nog onverbeterd. Naast deze impact op asielzoekers legt de «hotspot-aanpak» ook een hoge druk op de lokale gemeenschappen op de Griekse eilanden, met xenofobie en conflict tot gevolg. Met het oog op een gelimiteerde ratificatie van het Vluchtelingenverdrag en de (door de Commissie in het Turkije Rapport 2020 geconstateerde) veelvoorkomende mensenrechtenschendingen en afbrokkeling van de rechtsstaat in Turkije, kunnen verder grote vraagtekens worden gezet bij de gevolgen van het opvangen van asielzoekers in Turkije. Hiernaast zijn de leden van de GroenLinks-fractie van mening dat een systeem waarin een «ruil» van asielzoekers tussen landen plaatsvindt in essentie tegenstrijdig is met menselijke waardigheid. In dit kader hebben deze leden enkele vragen.
Hoe beoordeelt u de effectiviteit van de EU-Turkije Verklaring met inachtneming van de hierboven genoemde punten? De leden van de GroenLinks-fractie vragen of u hierbij specifiek kunt ingaan op de volgende doelen van de Verklaring die in de gezamenlijke mededeling genoemd worden:
a) het herstellen van een juridisch gedegen en ordelijk toelatingssysteem,
b) het beëindigen van irreguliere migratie van Turkije naar de EU,
c) het voorkomen van sterfte van asielzoekers (wegens verdrinking),
d) het tegengaan van smokkelaars, en
e) het verbeteren van de leefsituatie van Syrische vluchtelingen in Turkije.10
Kunt u in uw beantwoording ook de stijging van aankomsten in Italië, Bulgarije, Cyprus en in mogelijke andere routes meenemen? Kunt u hierbij verder ingaan op de waarde die volgens u moet worden gehecht aan de gevolgen die maatregelen ter bestrijding van migratie hebben op asielzoekers zelf?
In het vijfde jaarrapport over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije wordt uiteengezet hoe het totale beschikbare budget is aanbesteed. Hierbij wordt aangegeven dat de maatregelen in de tweede tranche, wegens de aanslepende crisis in Syrië, voor een groter gedeelte gericht is op ontwikkelingshulp.11 Wat is de inzet van de regering ten aanzien van aankomende voorstellen van de Europese Commissie over toekomstige financiering van de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije, gezien deze blijkbare noodzakelijkheid van hulp die de behoeften op de langere termijn ondersteunt?
Wat is de inzet van de regering tegenover een mogelijke voortzetting van de EU-Turkije Verklaring of een soortgelijke constructie? Bent u het met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat het onwenselijk is om dit systeem voort te zetten wegens de morele implicaties van het «ruilen» van asielzoekers, de desastreuze gevolgen bij hotspots op de Griekse eilanden, en de wankele democratische, rechtsstatelijke en mensenrechtelijke positie van Turkije?
In de gezamenlijke mededeling wordt genoemd dat, zodra het aantal irreguliere grensoverschrijdingen tussen Turkije en de EU substantieel en duurzaam verminderd is, een vrijwillig programma voor toelating op humanitaire gronden zal worden geïmplementeerd.12 Hoe voorziet u de effectiviteit van deze regeling, gezien de vaak geconstateerde onwilligheid van Europese landen om asielzoekers op te nemen? Hoe voorziet u de medewerking van Nederland aan dit «Voluntary Humanitarian Admission Scheme»?
De leden van de GroenLinks-fractie wijzen er voorts op dat de EU-Turkije Verklaring in 2016 volgde uit een overeenkomst tussen de Europese Raad en Turkije. Deze leden benadrukken het belang van democratische controle (zowel nationaal als internationaal) op plannen met zulke verstrekkende gevolgen. Hoe beoordeelt u de mogelijkheden voor democratische controle die er bij de Verklaring in 2016 zijn geweest? En hoe kan volgens u in mogelijke nadere samenwerking met Turkije gezorgd worden dat er genoeg beslissende democratische controle uitgevoerd kan worden door nationale parlementen en het Europees parlement?
In de gezamenlijke mededeling en het Vijfde jaarrapport wordt meermaals genoemd dat Turkije in februari tijdelijk besloot de grenzen met Europa niet langer te controleren en een vrije doorgang te bieden aan migranten. Het feit dat Turkije voor politieke doeleinden gebruik maakt van asielzoekers als een pressiemiddel is naar de mening van de leden van de GroenLinks-fractie verwerpelijk. Een van de punten die critici van de overeenkomst met Turkije vanaf het begin aan de orde hebben gesteld, was dat de EU met deze «afhankelijkheid» van de EU ten aanzien van Turkije een onwenselijke ontwikkeling is waarvoor de EU hoge politieke en morele prijs betaalt. Hoe wil de EU deze afhankelijkheid verminderen? Zolang de EU-landen niet bereid zijn hun fair share te nemen in de ontvangst van vluchtelingen en migranten en zolang er een effectieve Europese asiel- en migratiebeleid ontbreekt, zullen dergelijke afspraken met derde landen als Turkije de EU alleen meer kwetsbaar maken voor chantage door die landen. Deelt u deze mening? Zo niet, waarop baseert u dit oordeel?
In het vijfde jaarrapport wordt aangegeven dat in december 2020 bijna 670.000 kinderen ten minste één keer steun hadden ontvangen uit het CCTE-programma.13 Kunt u bij de Europese Commissie nagaan hoe dit getal zich verhoudt tot alle aanwezige kinderen van schoolgaande leeftijd? Is er zicht op de groep vluchtelingenkinderen die geen onderwijs volgt? Zo ja, wat zijn de redenen dat zij geen onderwijs volgen, en waardoor hebben de uitgevoerde steunprojecten voor die kinderen blijkbaar onvoldoende effect? Kunnen de voorgaande vragen ook beantwoord worden met betrekking tot de 686.581 Syrische kinderen die in juni 2020 ingeschreven stonden voor het schooljaar 2019–2020 in het kader van PIKTES, maar dan in verhouding tot het totale aantal Syrische vluchtelingenkinderen van schoolgaande leeftijd, zo vragen de leden van de GroenLinks-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van goede betrekkingen tussen de Europese Unie en Turkije en hebben in het bijzonder nog enkele vragen u omtrent de Europese Commissiemededeling inzake het vijfde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije. Zij lezen in uw brief van 10 juni jl. over de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 22 juni 2021 een positieve appreciatie van de EU-Turkije Verklaring. Ook de brief van de Staatssecretaris van J&V van 8 juni aan de Tweede Kamer is positief over het belang van de EU-Turkije Verklaring uit maart 2016.14 De leden van de D66-fractie hebben evenzeer waardering voor de inspanning van de Turkse overheid en de Turkse bevolking bij de opvang van de miljoenen Syrische vluchtelingen. Toch zien deze leden ook vele negatieve gevolgen van de uitvoering van de EU-Turkije Verklaring. De leden van de D66-fractie vinden dat er onvoldoende democratische controle heeft plaatsgevonden op het tot stand komen van deze verklaring. Ook de slechte situatie voor vluchtelingen op de Griekse eilanden blijft zeer zorgwekkend. Deze leden hebben begrip voor de complexiteit van de situatie ter plekke, maar vinden dat de EU altijd de inzet moet hebben om de mensenrechten van vluchtelingen en de gastgemeenschappen te waarborgen. De leden van de D66-fractie vernemen graag van u welke lessen te trekken zijn uit de negatieve gevolgen van de EU-Turkije Verklaring voor de toekomstige samenwerking tussen de EU en Turkije op gebied van asiel en migratie.
De leden van de D66-fractie lezen ook in het Vijfde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije een positieve appreciatie van de EU-Turkije Verklaring, naast aandacht voor zorgpunten zoals de trage uitvoering van hervestiging en spanningen rond de Grieks-Turkse grens. Deze leden lezen in dit verslag dat de prioriteitsgebieden voor bijstand aan vluchtelingen werden vastgesteld op basis van een brede en onafhankelijke behoefteanalyse, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.15 Hierbij wordt verwezen naar de behoefteanalyse in de Needs Assessment Report van de Europese Commissie, die voor het laatst is bijgewerkt op 31 oktober 2018.16 In dit rapport wordt gesteld dat toegang tot hygiëne- en sanitaire artikelen in 2016 en 2017 niet beschikbaar was voor bijna de helft van de vluchtelingen in Turkije.17 De leden van de D66-fractie betreuren het gebrek aan middelen om de hygiëne en waardigheid van vluchtelingen te waarborgen. Zij vragen of inmiddels recentere data over de behoeften van vluchtelingen in Turkije beschikbaar is, en of de beschikbaarheid van dergelijke middelen is verbeterd.
Het Vijfde jaarverslag stelt bovendien dat de ontwikkelingshulp zich ook richt op kwetsbare groepen en het maatregelen met een genderdimensie omvat, «bijvoorbeeld bescherming van vrouwen en meisjes tegen seksueel en gendergerelateerd geweld en betere toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg.»18 De leden van de D66-fractie vernemen graag welke maatregelen er in het bijzonder worden getroffen om betere toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg te bewerkstelligen voor alle groepen meisjes en vrouwen. Welke obstakels worden hier ervaren en welke oplossingen worden daarvoor gevonden?
Deze leden zijn verheugd met de aandacht voor genderaspecten binnen de aanpak van de faciliteit. In het verslag staat voorts dat «aanvullende sociaaleconomische steun [wordt] verleend aan vluchtelingen met een profiel dat hen in staat zou moeten stellen toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. Deze steun is bedoeld om de inzetbaarheid van vluchtelingen te vergroten en is bedoeld voor beroepsopleiding, taalcursussen, loopbaanbegeleiding, opleidingsprogramma’s op de werkplek en vereenvoudiging van het proces van werkvergunningen ter ondersteuning van zowel Syrische vluchtelingen als gastgemeenschappen.»19 Op 3 juni 2021 vond een PACE-webinar plaats over gender en migratie ten behoeve van het rapport «Gender Mainstreaming of Migration Policies».20 Tijdens deze webinar vertelde ambassadeur Hayriye Nurdan Erpulat Altuntas, Directeur-Generaal bij het Directoraat-General voor Immigratie, Asiel en Visa van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat vrouwen en andere vluchtelingen aangemoedigd worden om onderwijs te volgen en werk te vinden. De leden van de D66-fractie ontvangen graag meer informatie over deze programma’s en de manier waarop vrouwen uit de vluchtelingengemeenschapen in Turkije worden aangemoedigd om gebruik te maken van dergelijke steun.
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
E.B. van Apeldoorn Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking
M.H.M. Faber-van de Klashorst Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juli 2021
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de antwoorden aan op de gestelde vragen door de Eerste Kamer fracties van GroenLinks en D66 inzake de gezamenlijke mededeling stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije. Deze vragen werden ingezonden op 23 juni 2021.
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A.M. Kaag
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
1. In de gezamenlijke mededeling over de betrekkingen tussen de EU en Turkije geven de Commissie en de HV een algemeen positief beeld van de samenwerking met Turkije op basis van de EU-Turkije Verklaring van maart 2016. De Commissie stipt een aantal zorgpunten aan (te weten de periode na februari 2020, waarin asielzoekers in Turkije juist aangemoedigd werden om via de landroute Europa binnen te komen, het trage verloop en de opschorting van terugkeer naar Turkije, en gelimiteerde hervestiging in de EU), maar geeft aan dat het aantal migranten en asielzoekers dat via zee overstak van Turkije naar Griekenland is gedaald van 3262 per dag in de maanden voor implementatie van de Verklaring, naar 165 per dag in 2019.4 De regering onderschrijft deze analyse in het BNC-fiche. Kunt u een overzicht geven van de meest actuele situatie met betrekking tot de aan komst van asielzoekers via de Middellandse Zee in Europa? De humanitaire organisaties als Artsen Zonder Grenzen (AZG) en Sea Watch rapporteren geregeld over boten met vluchtelingen die in zee- nood geraken en velen die verdrinken. Kunt u een appreciatie geven van deze ontwikkelingen?
Antwoord:
Beantwoording van deze vraag is meegenomen onder vraag 2.
2. De leden van de GroenLinks-fractie missen in de analyse van de Commissie en de regering een zeer belangrijk onderdeel: de gevolgen van de EU-Turkije Verklaring voor asielzoekers. In verband hiermee wijzen deze leden erop dat de Verklaring onder andere heeft geleid tot het vastzetten van tienduizenden asielzoekers in «Ontvangst- en identificatiecentra», ofwel hotspots op de Griekse eilanden, met als gevolg mensonterende situaties, zoals bekend uit het kamp Moria dat in september 2020 is verbrand. In kamp «Moria 2.0» is de situatie ondertussen nog onverbeterd. Naast deze impact op asielzoekers legt de «hotspot-aanpak» ook een hoge druk op de lokale gemeenschappen op de Griekse eilanden, met xenofobie en conflict tot gevolg. Met het oog op een gelimiteerde ratificatie van het Vluchtelingenverdrag en de (door de Commissie in het Turkije Rapport 2020 geconstateerde) veelvoorkomende mensenrechtenschendingen en afbrokkeling van de rechtsstaat in Turkije, kunnen verder grote vraagtekens worden gezet bij de gevolgen van het opvangen van asielzoekers in Turkije. Hiernaast zijn de leden van de GroenLinks-fractie van mening dat een systeem waarin een «ruil» van asielzoekers tussen landen plaatsvindt in essentie tegenstrijdig is met menselijke waardigheid. In dit kader hebben deze leden enkele vragen.
Hoe beoordeelt u de effectiviteit van de EU-Turkije Verklaring met inachtneming van de hierboven genoemde punten? De leden van de GroenLinks-fractie vragen of u hierbij specifiek kunt ingaan op de volgende doelen van de Verklaring die in de gezamenlijke mededeling genoemd worden:
a) het herstellen van een juridisch gedegen en ordelijk toelatingssysteem,
b) het beëindigen van irreguliere migratie van Turkije naar de EU,
c) het voorkomen van sterfte van asielzoekers (wegens verdrinking),
d) het tegengaan van smokkelaars, en
e) het verbeteren van de leefsituatie van Syrische vluchtelingen in Turkije.5
Kunt u in uw beantwoording ook de stijging van aankomsten in Italië, Bulgarije, Cyprus en in mogelijke andere routes meenemen? Kunt u hierbij verder ingaan op de waarde die volgens u moet worden gehecht aan de gevolgen die maatregelen ter bestrijding van migratie hebben op asielzoekers zelf?
Antwoord: (1, 2 A t/m E)
De leden van de GroenLinks-fractie vragen om een beoordeling van de effectiviteit van de EU-Turkije Verklaring en vragen specifiek naar een aantal aspecten. In algemene zin benadrukt het kabinet het strategische belang en het succes van de EU-Turkije Verklaring. De resultaten die de afgelopen jaren zijn geboekt bevestigen de effectiviteit van deze Verklaring, ondanks een aantal tekortkomingen, bijvoorbeeld in relatie tot de implementatie van de terugkeer van de Griekse eilanden naar Turkije en de zorgwekkende situatie van asielzoekers en irreguliere migranten op de Griekse eilanden. Tevens blijkt uit de recente strategische mid-term evaluatie van de Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije (FRIT)21 dat «de Faciliteit een daadwerkelijk gedurfde en significante bijdrage heeft geleverd aan het welzijn van Syriërs en anderen die vluchten voor conflict in de regio.»
Ten aanzien van de situatie van asielzoekers in Turkije wijst het kabinet er op dat sinds de inwerkingtreding van de EU-Turkije Verklaring, het aantal opgevangen vluchtelingen in Turkije is gestegen van ca. 2,7 miljoen in begin 2016 naar bijna 4 miljoen op dit moment.22 Turkije is daarmee het grootste opvangland van vluchtelingen in de wereld.
Op grond van de zgn. Temporary Protection Regulation genieten ca. 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen bescherming en hebben zij toegang tot onder meer onderwijs, gezondheidszorg en andere sociaal economische ondersteuning. Hoewel verbeteringen zijn doorgevoerd sinds 2016, is deze toegang in de praktijk nog niet altijd automatisch. De situatie van vluchtelingen in Turkije en de procedures waaraan zij zijn gehouden zijn niet altijd te vergelijken met die van asielzoekers en statushouders in de EU-lidstaten. Maar deze zijn in het algemeen wel significant beter dan in andere derde landen die grote groepen vluchtelingen opvangen.
Het aantal irreguliere aankomsten in de EU vanuit Turkije is als gevolg van de EU-Turkije Verklaring drastisch gedaald. Waar in 2015 ruim 800.000 irreguliere aankomsten vanuit Turkije werden gedetecteerd in landen als Griekenland, Cyprus en Italië was dit aantal in 2020 gedaald naar 20.000, ondanks de grote toename in maart 2020 aan de Grieks-Turkse landgrens. In 2021 bedraagt het aantal irreguliere aankomsten in de periode tot 1 juli circa 5.900 personen.
Hoewel er nog tekortkomingen zijn, is de asielprocedure in Griekenland dankzij implementatie van de EU-Turkije Verklaring sterk verbeterd. De lage instroom en het bestaande Griekse beleid om kwetsbare groepen vanaf de eilanden over te brengen naar het vasteland hebben de druk op de Griekse opvangvoorzieningen aanzienlijk doen afnemen. Op de eilanden is het aantal vluchtelingen en migranten gedaald van circa 42.000 in maart 2020 tot circa 7.500 in juli 2021. Daar komt bij dat de opvangcapaciteit op Lesbos is uitgebreid met het tijdelijke kamp Mavrovouni dat na de Moria-branden werd opgezet. Enkel op Samos is nu nog sprake van overbevolking, al is ook daar het aantal gedaald tot circa 1.600 (capaciteit 650). Daarmee zijn de omstandigheden aanzienlijk verbeterd, met name op het terrein van veiligheid, voorzieningen en hygiëne.
Met de opzet van de zogenaamde Multi Purpose Registration and Identification Centres (MPRICs) in 2021 zullen de omstandigheden het komende jaar naar verwachting verder verbeteren. De lage instroom is door de Griekse asieldienst bovendien goed benut om achterstanden in de asielprocedures weg te werken. In 2020 werden ruim 81.000 asielbeslissingen in eerste aanleg genomen. Een stijging van ruim 60 procent ten opzichte van 2019. Daarnaast werden in 2020 circa 25.000 beslissingen genomen door de beroepscomités. Maatregelen die deze versnelling mogelijk maakten zijn onder andere de nieuwe asielwet, prioritering nieuwe aankomsten en de hervorming van de organisatie van de Griekse asieldienst. Dit laat onverlet dat er nog altijd ruimte is voor verbeteringen. Zowel de Europese Commissie als de Griekse autoriteiten geven zich hiervan rekenschap.
De EU-Turkije Verklaring heeft daarnaast in sterke mate bijgedragen aan het verminderen van het aantal verdrinkingen in de Egeïsche zee. In 2016 waren er 376 verdrinkingen te betreuren. Na de inwerkingtreding van de Verklaring daalde dit aantal al sterk, mede doordat de Turkse Kustwacht zich meer inspande om irregulier vertrek te voorkomen en de smokkelindustrie in de Turkse kustregio harder werd aangepakt. In 2021 zijn volgens IOM tot op heden 6 verdrinkingen in de Egeïsche zee te betreuren.
Verzocht is om ook de stijging in aankomsten in andere lidstaten mee te nemen. Het is niet geheel duidelijk naar welke stijging wordt verwezen. Het aantal irreguliere aankomsten in de gehele EU is sinds de EU-Turkije Verklaring lager dan in 2015 het geval is. Hoewel in lidstaten als Spanje, Italië en Malta de afgelopen periode sprake is van een stijging, hebben deze fluctuaties niet altijd te maken met irreguliere aankomsten uit Turkije.
Met betrekking tot de vraag over de leefsituatie van Syrische vluchtelingen leveren de EU en de lidstaten onder de EU-Turkije Verklaring een financiële bijdrage van EUR 6 mld. voor de vluchtelingenopvang in Turkije. In juli 2020 werd hier overbruggingsfinanciering van EUR 585 mln. aan toegevoegd om de continuering van bepaalde programma’s zeker te stellen. Deze financiële steun wordt besteed via een coördinatiemechanisme: de Facility for Refugees in Turkey (FRIT).
De FRIT bestaat uit twee tranches van ieder drie miljard euro. De eerste tranche volgde uit het Gemeenschappelijke Actieplan tussen de EU en Turkije van november 2015 en de tweede tranche volgde uit de EU-Turkije Verklaring van maart 2016. Met deze in totaal bijna EUR 6,5 miljard heeft de Europese Unie op grootschalige wijze steun gegeven aan Turkije bij de opvang van nu circa 4 miljoen vluchtelingen. Zo wordt vanuit de FRIT door middel van het Emergency Social Safety Net (ESSN) maandelijks financiële ondersteuning geboden aan 1.7 miljoen vluchtelingen om in hun dagelijkse behoeftes te voorzien. Tevens is door middel van de Conditional Cash Transfer for Education (CCTE) voor ruim 685.000 kinderen toegang tot onderwijs gerealiseerd.
Daarnaast zijn er onder de tweede tranche een groot aantal infrastructurele bouwprojecten gestart, gericht op duurzame sociaaleconomische ontwikkeling, zoals scholen, ziekenhuizen en waterzuiverings- en afvalverwerkingsfaciliteiten in provincies waar grote aantallen vluchtelingen aanwezig zijn.
V.w.b. de effectiviteit van de Verklaring t.a.v. het verbeteren van de leefomstandigheden van Syrische vluchtelingen in Turkije in brede zin is de strategische mid-term evaluatie van de FRIT23 (dd. 30 juni 2021) duidelijk: nog nooit eerder werd op deze schaal en met deze snelheid en reikwijdte steun voor opvang en bescherming van vluchtelingen gemobiliseerd en ingezet. Via gerichte en effectieve programma’s werd via de FRIT grotendeels beantwoord aan de noden van 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen. Door gezamenlijk op te trekken konden de EU en de lidstaten een veel grotere impact bereiken dan mogelijk was geweest via verschillende bilaterale programma’s. Voorts heeft de FRIT de ontwikkeling van de Turkse asieldienst tot een professionele en effectieve organisatie mogelijk gemaakt en mede langs deze weg geholpen de standaarden van opvang en bescherming in Turkije structureel te verhogen.
In het vijfde jaarrapport over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije wordt uiteengezet hoe het totale beschikbare budget is aanbesteed. Hierbij wordt aangegeven dat de maatregelen in de tweede tranche, wegens de aanslepende crisis in Syrië, voor een groter gedeelte gericht is op ontwikkelings- hulp.6 Wat is de inzet van de regering ten aanzien van aankomende voorstellen van de Europese Commissie over toekomstige financiering van de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije, gezien deze blijkbare noodzakelijkheid van hulp die de behoeften op de langere termijn ondersteunt?
Antwoord:
De Europese Raad van 24-25 juni jl. verzocht de Europese Commissie om nu snel formele voorstellen te doen voor de toekomstige financiering van de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije, Jordanië, Libanon en de regio. Het kabinet staat positief tegenover toekomstige EU-financiering van de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije (FRIT). Hierbij erkent het kabinet het belang van de Turkse inspanningen ten behoeve van de opvang van circa 4 miljoen vluchtelingen binnen de Turkse landsgrenzen.
De Commissie heeft er, mede op aandringen van het kabinet, naar gestreefd om bij de programmering van de tweede tranche de aanbevelingen van het speciaal verslag over de Faciliteit voor Syrische vluchtelingen in Turkije (FRIT) van de Europese Rekenkamer uit november 2018 in acht te nemen. Een belangrijke aanbeveling uit dit rapport onderstreept het belang van de geleidelijke overgang van humanitaire hulp naar meer duurzame vormen van assistentie aan vluchtelingen in Turkije. Deze transitie dient in de ogen van het kabinet te worden voortgezet bij vervolgfinanciering voor de opvang van vluchtelingen in Turkije. Hierbij kan worden gedacht aan grotere inzet op het verbeteren van toegang voor vluchtelingen tot het Turkse zorgstelsel, het onderwijssysteem, en de arbeidsmarkt. Het vergroten van capaciteit van deze sectoren brengt een verschuiving van humanitaire hulp naar duurzame sociaaleconomische ontwikkeling met zich mee. Het is belangrijk om te blijven werken aan een dergelijk perspectief; zoals opgemerkt in de Kamerbrief over voortgang m.b.t. opvang in de regio24 (dd. 25 jan 2021) vormt een status van «oneindige tijdelijkheid» niet alleen een risico voor ontheemden, maar kan deze status bovendien een ontwrichtende werking hebben op het opvangland in kwestie.
Het kabinet constateert dat de FRIT sinds haar inwerkingtreding een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de ondersteuning van vluchtelingen en hun gastgemeenschappen in Turkije. Uw Kamer zal zoals gebruikelijk nader geïnformeerd worden over de voorstellen van de Commissie.
Wat is de inzet van de regering tegenover een mogelijke voortzetting van de EU-Turkije Verklaring of een soortgelijke constructie? Bent u het met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat het onwenselijk is om dit systeem voort te zetten wegens de morele implicaties van het «ruilen» van asielzoekers, de desastreuze gevolgen bij hotspots op de Griekse eilanden, en de wankele democratische, rechtsstatelijke en mensenrechtelijke positie van Turkije?
Antwoord:
De Nederlandse inzet blijft de komende tijd gericht op de effectieve uitvoering van de EU-Turkije Verklaring, waaronder het bieden van perspectief aan vluchtelingen in Turkije en een gecontroleerde situatie aan de Grieks-Turkse grens. Nadruk ligt daarbij op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Turkije, Griekenland en de EU ten aanzien van de EU-Turkije Verklaring. Het kabinet acht het van belang dat de EU met Turkije blijft samenwerken om irreguliere migratiebewegingen richting de EU te beheersen en de smokkelindustrie te bestrijden. Ook dient de terugkeer van de Griekse eilanden naar Turkije zo snel mogelijk te worden hervat. Gelet op het feit dat Turkije met circa vier miljoen mensen het grootste aantal vluchtelingen in de wereld opvangt, meent het kabinet dat het vanzelfsprekend is dat Turkije daarbij steun verdient, zowel met financiële middelen als door middel van de hervestiging van kwetsbare (Syrische) vluchtelingen op basis van het 1:1-mechanisme dat onderdeel is van de EU-Turkije Verklaring.
Het kabinet stelt de zorgen over de mensenrechten en de rechtsstaat in Turkije regelmatig aan de orde, zowel multilateraal als bilateraal. Het kabinet hecht er daarom bijzonder belang aan dat de ER opnieuw concludeerde dat de rechtsstaat en de mensenrechten in Turkije een kernpunt van zorg blijven. Mede op Nederlands aandringen benoemde de ER expliciet dat het aanpakken van politieke partijen, mensenrechtenverdedigers en de media een terugslag vormen voor de naleving van de mensenrechten in Turkije en in strijd zijn met de verplichtingen van Turkije. De leden van de ER herhaalden dat een dialoog over mensenrechten en de rechtsstaat een integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de EU en Turkije blijft.
In de gezamenlijke mededeling wordt genoemd dat, zodra het aantal irreguliere grensoverschrijdingen tussen Turkije en de EU substantieel en duurzaam verminderd is, een vrijwillig programma voor toelating op humanitaire gronden zal worden geïmplementeerd.7 Hoe voorziet u de effectiviteit van deze regeling, gezien de vaak geconstateerde onwilligheid van Europese landen om asielzoekers op te nemen? Hoe voorziet u de medewerking van Nederland aan dit «Voluntary Humanitarian Admission Scheme»?
Antwoord:
Op dit moment is nog geen sprake van de activatie van het Vrijwillige Humanitaire Toelatingsschema. In plaats daarvan worden kwetsbare Syrische vluchtelingen vanuit Turkije hervestigd naar de EU op basis van het zogenoemde 1:1-mechanisme, wat als uitgangspunt heeft dat voor elke teruggekeerde Syrische asielzoeker, de EU-lidstaten een andere kwetsbare Syrische vluchteling vanuit Turkije zullen hervestigen. Sinds maart 2016 zijn tot begin juli 2021 2.700 personen naar Turkije teruggekeerd en zijn meer dan 28.000 Syrische vluchtelingen in EU-lidstaten hervestigd25, waaronder ongeveer 4.950 vluchtelingen in Nederland.
De leden van de GroenLinks-fractie wijzen er voorts op dat de EU-Turkije Verklaring in 2016 volgde uit een overeenkomst tussen de Europese Raad en Turkije. Deze leden benadrukken het belang van democratische controle (zowel nationaal als internationaal) op plannen met zulke verstrekkende gevolgen. Hoe beoordeelt u de mogelijkheden voor democratische controle die er bij de Verklaring in 2016 zijn geweest? En hoe kan volgens u in mogelijke nadere samenwerking met Turkije gezorgd worden dat er genoeg beslissende democratische controle uitgevoerd kan worden door nationale parlementen en het Europees parlement?
Antwoord:
Het kabinet heeft zoals gebruikelijk de Nederlandse inzet voor de Europese Raad in maart 2016, waar de EU-Turkije Verklaring tot stand kwam, en alle hieraan voorafgaande Raden over deze thematiek met uw Kamer en met de Tweede Kamer gedeeld. In de geannoteerde agenda voor de Europese Raad van maart 201626 worden alle elementen van de EU-Turkije Verklaring uiteengezet en wordt uitgebreid ingegaan op de kabinetsappreciatie hiervan. N.a.v. deze geannoteerde agenda heeft vervolgens een debat op 15 maart 2016 met de Tweede Kamer over de Europese Top van 18-19 maart 2016 plaatsgevonden. Het kabinet is derhalve van mening dat er wel degelijk nationale democratische controlemogelijkheden zijn geweest. Tevens heeft er in april 2016 een debat tussen toenmalig Voorzitter van de ER, Donald Tusk, en toenmalig Voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, en het Europees parlement plaatsgevonden over de EU-Turkije Verklaring. Ook m.b.t. toekomstige nadere samenwerking met Turkije, zowel op het terrein van migratie als op andere terreinen, zullen uw Kamer en de Tweede Kamer actief betrokken blijven worden.
In de gezamenlijke mededeling en het Vijfde jaarrapport wordt meermaals genoemd dat Turkije in februari tijdelijk besloot de grenzen met Europa niet langer te controleren en een vrije doorgang te bieden aan migranten. Het feit dat Turkije voor politieke doeleinden gebruik maakt van asielzoekers als een pressiemiddel is naar de mening van de leden van de GroenLinks-fractie verwerpelijk. Een van de punten die critici van de overeenkomst met Turkije vanaf het begin aan de orde hebben gesteld, was dat de EU met deze «afhankelijkheid» van de EU ten aanzien van Turkije een onwenselijke ontwikkeling is waarvoor de EU hoge politieke en morele prijs betaalt. Hoe wil de EU deze afhankelijkheid verminderen? Zolang de EU-landen niet bereid zijn hun fair share te nemen in de ontvangst van vluchtelingen en migranten en zolang er een effectieve Europese asiel- en migratiebeleid ontbreekt, zullen dergelijke afspraken met derde landen als Turkije de EU alleen meer kwetsbaar maken voor chantage door die landen. Deelt u deze mening? Zo niet, waarop baseert u dit oordeel?
Antwoord:
Het feit dat veel landen in de nabijheid van Europa het Vluchtelingenverdrag weliswaar hebben ondertekend en geratificeerd, maar het recht asiel te zoeken niet of onvoldoende in hun nationale wet- en regelgeving hebben geborgd, hiervoor onvoldoende voorzieningen bieden dan wel dit recht hebben gereserveerd voor asielzoekers uit bepaalde regio’s, is een «push factor» die per definitie druk op de buitengrenzen zet. Bijkomend risico is dat sommige van deze landen een negatieve invloed aan dit effect ontlenen. Het kabinet veroordeelt en verwerpt elke poging van derde landen om migranten voor politieke doeleinden te gebruiken. Ook de Europese Raad heeft zich, in de Raadsconclusies van de Europese Raad van 24 en 25 juni jl., hierover uitgesproken en elke poging van derde landen om migranten voor politieke doeleinden te gebruiken veroordeeld. De ontwikkelingen in de afgelopen periode op de drie voornaamste migratieroutes bevestigen nogmaals het belang – Europees en nationaal – om actief de samenwerking met de buurlanden rond de Middellandse Zee te zoeken. De implementatie van het Vluchtelingenverdrag en de verbetering van nationale systemen voor opvang en bescherming van vluchtelingen spelen hierbij een belangrijke rol. Dit wordt onder meer bevorderd in het kader van de Global Compact for Refugees. Zo levert Nederland een bijdrage aan de Asylum Capacity Support Group.
In het vijfde jaarrapport wordt aangegeven dat in december 2020 bijna 670.000 kinderen ten minste één keer steun hadden ontvangen uit het CCTE-programma.8 Kunt u bij de Europese Commissie nagaan hoe dit getal zich verhoudt tot alle aanwezige kinderen van schoolgaande leeftijd? Is er zicht op de groep vluchtelingenkinderen die geen onderwijs volgt? Zo ja, wat zijn de redenen dat zij geen onderwijs volgen, en waardoor hebben de uitgevoerde steunprojecten voor die kinderen blijkbaar onvoldoende effect? Kunnen de voorgaande vragen ook beantwoord worden met betrekking tot de 686.581 Syrische kinderen die in juni 2020 ingeschreven stonden voor het schooljaar 2019–2020 in het kader van PIKTES, maar dan in verhouding tot het totale aantal Syrische vluchtelingenkinderen van
schoolgaande leeftijd, zo vragen de leden van de GroenLinks-fractie.
Antwoord:
Uit de laatste monitoringsrapportage27 van de Europese Commissie blijkt dat er in totaal ongeveer 770.000 kinderen naar school gaan (90% procent daarvan mede d.m.v. steun uit het CCTE-programma). Dit is bij benadering 65% van het totaalaantal aanwezige kinderen van schoolgaande leeftijd. Dit betekent dat er een groep is van ongeveer 400.000 kinderen die geen onderdeel uitmaakt van de verschillende aanwezige schoolsystemen. Voor het schooljaar 2019–2020 was deze groep iets kleiner maar procentueel gezien vergelijkbaar.
Het percentage naar schoolgaande Syrische kinderen is sinds de start van het CCTE-programma in 2017 echter duidelijk gestegen van 59% tot nu 65%. De belangrijkste reden waarom dit percentage in de afgelopen periode niet nog verder kon worden vergroot was de economische situatie in Turkije in combinatie met de gevolgen van de COVID-pandemie.
Deze twee grote uitdagingen hebben een sterk negatief effect gehad op de economische situatie van de ouders van vluchtelingenkinderen. Uit rapportages van implementerende organisaties blijkt bijvoorbeeld dat onder druk van de coronacrisis en daarmee gepaard gaande inkomensverlies vluchtelingengezinnen vaker geneigd waren om jongens uit het onderwijs te halen zodat zij konden helpen om voor het gezin bij te verdienen. Programma’s die zich juist richten op het helpen van deze groepen en dit soort «negative coping mechanisms» voorkomen waren lastiger uit te voeren door de mobiliteitsbarrières als gevolg van COVID-maatregelen. Ook om deze reden is het belangrijk om dergelijke steunprogramma’s door te zetten, zodat de negatieve gevolgen van de corona-pandemie kunnen worden gemitigeerd en verder kan worden gewerkt aan de integratie van vluchtelingenkinderen in het onderwijs.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van goede betrekkingen tussen de Europese Unie en Turkije en hebben in het bijzonder nog enkele vragen u omtrent de Europese Commissiemededeling inzake het vijfde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije. Zij lezen in uw brief van 10 juni jl. over de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 22 juni 2021 een positieve appreciatie van de EU-Turkije Verklaring. Ook de brief van de Staatssecretaris van J&V van 8 juni aan de Tweede Kamer is positief over het belang van de EU-Turkije Verklaring uit maart 2016.9 De leden van de D66-fractie hebben evenzeer waardering voor de inspanning van de Turkse overheid en de Turkse bevolking bij de opvang van de miljoenen Syrische vluchtelingen. Toch zien deze leden ook vele negatieve gevolgen van de uitvoering van de EU-Turkije Verklaring. De leden van de D66-fractie vinden dat er onvoldoende democratische controle heeft plaatsgevonden op het tot stand komen van deze verklaring. Ook de slechte situatie voor vluchtelingen op de Griekse eilanden blijft zeer zorgwekkend. Deze leden hebben begrip voor de complexiteit van de situatie ter plekke, maar vinden dat de EU altijd de inzet moet hebben om de mensenrechten van vluchtelingen en de gastgemeenschappen te waarborgen. De leden van de D66-fractie vernemen graag van u welke lessen te trekken zijn uit de negatieve gevolgen van de EU-Turkije Verklaring voor de toekomstige samenwerking tussen de EU en Turkije op gebied van asiel en migratie.
Antwoord:
Het kabinet is van mening, zoals hierboven reeds is gesteld, dat de EU-Turkije verklaring op hoofdlijnen een succes is en dat belangrijke resultaten zijn geboekt. Dat neemt niet weg – en daar is het kabinet het met de leden van de D66-fractie eens – dat de implementatie van de EU-Turkije Verklaring de afgelopen vijf jaar op bepaalde terreinen niet altijd is verlopen zoals gewenst. De eerste fase van de implementatie verliep moeizaam, mede doordat duidelijk werd dat het toen geldende EU asiel acquis niet volledig was geïmplementeerd in Griekenland. Ook bleek de Griekse overheid minder slagvaardig dan oorspronkelijk was verwacht. De huidige Griekse regering heeft evenwel maatregelen geïntroduceerd waardoor de autoriteiten meer grip hebben gekregen op de situatie.
Met betrekking tot uw zorgen over de democratische controle op het tot stand komen van de Verklaring verwijs ik u naar het antwoord op de vraag hierover van de Groen Links-fractie. Wat betreft de samenwerking met Turkije is het voorgekomen, zoals ook door de leden van de GroenLinks-fractie worden gesteld, dat migratie werd gebruikt als politiek instrument. Het kabinet en de EU hebben dit veroordeeld. Het kabinet is echter niet van mening dat dit een reden is om de samenwerking in het kader van de EU-Turkije verklaring stop te zetten aangezien deze samenwerking ook heeft geleid tot belangrijke resultaten op het terrein van het tegengaan van vluchtelingenstromen naar de EU, opvang in de regio en verhoging van de standaarden voor opvang en bescherming in Turkije.
De leden van de D66-fractie lezen ook in het Vijfde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije een positieve appreciatie van de EU-Turkije Verklaring, naast aandacht voor zorgpunten zoals de trage uitvoering van hervestiging en spanningen rond de Grieks-Turkse grens. Deze leden lezen in dit verslag dat de prioriteitsgebieden voor bijstand aan vluchtelingen werden vastgesteld op basis van een brede en onafhankelijke behoefteanalyse, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.10 Hierbij wordt verwezen naar de behoefteanalyse in de Needs Assessment Report van de Europese Commissie, die voor het laatst is bijgewerkt op 31 oktober 2018.11 In dit rapport wordt gesteld dat toegang tot hygiëne- en sanitaire artikelen in 2016 en 2017 niet beschikbaar was voor bijna de helft van de vluchtelingen in Turkije.12 De leden van de D66-fractie betreuren het gebrek aan middelen om de hygiëne en waardigheid van vluchtelingen te waarborgen. Zij vragen of inmiddels recentere data over de behoeften van vluchtelingen in Turkije beschikbaar is, en of de beschikbaarheid van dergelijke middelen is verbeterd.
Antwoord:
De Europese Commissie geeft in het meest recente 7e FRIT monitoringsrapport28 (meegenomen voortgang t/m 31 december 2020) aan niet te beschikken over generieke data over de beschikbaarheid van toegang tot veilige watersystemen, sanitair en afvalverwerkingssystemen. Onder de eerste tranche van de FRIT hebben 180.000 personen kunnen profiteren van verbeterde toegang tot veilige watersystemen en sanitaire voorzieningen en 330.000 personen kregen verbeterde toegang tot afvalverwerkingssystemen. De COVID-19 pandemie heeft tot veel vertraging geleid bij de implementatie en uitvoering van projecten en programma’s. Zo hebben met name infrastructurele bouwprojecten vertragingen opgelopen. Onder de tweede tranche van de FRIT zijn 18 projecten opgezet gericht op de verbetering van sanitaire voorzieningen. De Commissie stelt dat de bouwwerkzaamheden van deze projecten naar verwachting in 2022 allemaal zijn afgerond. Juist de oplevering van deze bouwprojecten kunnen in positieve zin grote gevolgen hebben voor de behoefte aan adequate sanitaire voorzieningen.
Het Vijfde jaarverslag stelt bovendien dat de ontwikkelingshulp zich ook richt op kwetsbare groepen en het maatregelen met een genderdimensie omvat, «bijvoorbeeld bescherming van vrouwen en meisjes tegen seksueel en gender gerelateerd geweld en betere toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg.» De leden van de D66-fractie vernemen graag welke maatregelen er in het bijzonder worden getroffen om betere toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg te bewerkstelligen voor alle groepen meisjes en vrouwen. Welke obstakels worden hier ervaren en welke oplossingen worden daarvoor gevonden?
Antwoord:
Met financiering vanuit de FRIT zijn 175 zgn. Migrant Health Centers (MHCs) ingesteld en geëquipeerd, waaronder 48 Extended MHCs (EMHCs), waar vluchtelingen onder meer toegang hebben tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Met name de EMHC’s zijn ingericht om de druk op de Turkse ziekenhuizen te ontlasten, waardoor vluchtelingenvrouwen en -meisjes sneller toegang tot de noodzakelijke diensten kunnen krijgen. Het aantal vrouwen en meisjes dat geen toegang kreeg tot reproductieve gezondheidszorg viel van 45% in 2018 naar 37% in 2020. Hoewel een positieve trend (ook hier moet de vertragende werking van de coronamaatregelen in acht worden genomen) is hier nog de nodige winst te behalen. In de bestedingen binnen de tweede tranche van de FRIT ligt daarom grotere nadruk op toegang tot reproductieve gezondheidsdiensten.
De COVID-19 pandemie heeft tot veel vertraging geleid bij de implementatie en uitvoering van projecten en programma’s, met name infrastructurele bouwprojecten hebben vertragingen opgelopen, waardoor er verschillen ontstaan tussen provincies in Turkije in het gemak om toegang te krijgen tot de MHC/EMHCs.
Bemoedigend is dat recente evaluaties, opgenomen in het 7e FRIT monitoringsrapport29 (meegenomen voortgang t/m 31 december 2020) van de Europese Commissie aantonen dat de tevredenheid over de geboden diensten is gestegen tot 81% tevredenheid t.o.v. 72% in 2018.
Deze leden zijn verheugd met de aandacht voor genderaspecten binnen de aanpak van de faciliteit. In het verslag staat voorts dat «aanvullende sociaaleconomische steun [wordt] verleend aan vluchtelingen met een profiel dat hen in staat zou moeten stellen toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. Deze steun is bedoeld om de inzetbaarheid van vluchtelingen te vergroten en is bedoeld voor beroepsopleiding, taalcursussen, loopbaanbegeleiding, opleidingsprogramma’s op de werkplek en vereenvoudiging van het proces van werkvergunningen ter ondersteuning van zowel Syrische vluchtelingen als gastgemeenschappen.»
Op 3 juni 2021 vond een PACE-webinar plaats over gender en migratie ten behoeve van het rapport «Gender Mainstreaming of Migration Policies». Tijdens deze webinar vertelde ambassadeur Hayriye Nurdan Erpulat Altuntas, Directeur-Generaal bij het Directoraat-General voor Immigratie, Asiel en Visa van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat vrouwen en andere vluchtelingen aangemoedigd worden om onderwijs te volgen en werk te vinden. De leden van de D66-fractie ontvangen graag meer informatie over deze programma’s en de manier waarop vrouwen uit de vluchtelingengemeenschappen
in Turkije worden aangemoedigd om gebruik te maken van dergelijke steun.
Antwoord:
Het kabinet acht aandacht voor genderaspecten binnen de faciliteit van groot belang. Het vijfde jaarverslag van de faciliteit geeft informatie over de huidige operationalisering hiervan. De Europese Commissie heeft bij de programmering van de verschillende FRIT projecten en activiteiten als uitgangspunt genomen om de programmering te stroomlijnen met het EU Gender action Plan II (GAP) «Transforming the Lives of Girls and Women through EU External Relations 2016–2020». Een aantal concrete programma’s die daar aan hebben bijgedragen zijn EU-UN Women Programme, Rainbow Project, EU4Gender Equality30 31 De interventies zijn gericht op het bevorderen van gelijke mogelijkheden voor mannen en vrouwen. In het kader van monitoring wordt gender gedisagregeerde data verzameld. De faciliteit werkt daarnaast met gerenommeerde uitvoerende partners als UNICEF en ILO met veel ervaring op het gebied van gender mainstreaming, inclusief het aangaan van de dialoog met de Turkse autoriteiten hierover.
Waar het de FRIT betreft worden de verschillende programma’s op het gebied van sociaaleconomische ondersteuning van vluchtelingen bijgehouden op de website van de Europese Commissie.32
Omdat er in Turkije een grote hoeveelheid actoren actief is met projecten en programma’s met een genderdimensie, zowel voor vluchtelingen als voor de Turkse samenleving als geheel, heeft de EU een lokaal donor coördinatie mechanisme t.a.v. gender in het leven geroepen, mede m.h.o.o. op de implementatie van het EU Gender Action Plan III – 2021–2025. Doel van dit mechanisme is om via nauwere coördinatie de gaten die tussen de verschillende programma’s vallen te identificeren en deze waar mogelijk te adresseren. Hieronder vallen tevens de specifieke uitdagingen die vluchtelingen vrouwen en meisjes ervaren in Turkije.
Gezien het belang van de genderdimensie van de vluchtelingenopvang in Turkije, is Nederland in aanvulling op de FRIT ook bilateraal actief via steun aan een project van Oxfam Novib met een Turkse partnerorganisatie (KEDV, Foundation for the Support of Women’s Work). Via dit driejarige project wordt in zes provincies met hoge aantallen vluchtelingen gewerkt aan het verbeteren van toegang tot de arbeidsmarkt voor vluchtelingenvrouwen. Vrouwen worden hierbij ondersteund met verschillende trainingen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten waaronder door het starten van een eigen bedrijfje. Om tegelijkertijd te werken aan het verbeteren van het contacten tussen de vluchtelingen en de gastgemeenschap, voorziet het project ook in deelname van Turkse vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Samenstelling:
Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Backer (D66), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP) (ondervoorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Koole (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA) (voorzitter), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (VVD), Frentrop (FVD), Geerdink (VVD), Huizinga-Heringa (CU), Karimi (GL), Otten (Fractie-Otten), Vendrik (GL), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga), Raven (OSF)
Samenstelling:
Kox (SP), Koffeman (PvdD), Faber-van de Klashorst (PVV) (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Adriaansens (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Doornhof (CDA), Karimi (GL), vac. (Fractie-Nanninga) Veldhoen (GL), Vos (PvdA), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Dittrich (D66), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU), Hiddema (FVD)
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2016Z05208&did=2016D10701
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35822-A.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.