Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135769 nr. 5

35 769 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 28 mei 2021

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

I. ALGEMEEN

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden vinden het positief dat dit wetsvoorstel erop is gericht om de wettelijke betaaltermijn te verkorten tot 30 dagen, zodat het ondernemers tijdig betaald worden. Zij hebben echter nog een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden hebben nog enkele vragen die zij aan de regering wil voorleggen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben hierover nog de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel dat erop gericht is de positie van midden- en kleinbedrijf (mkb) te versterken in relatie tot grote ondernemingen. Zij hebben hierover nog enkele vragen.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij delen de wens om de regelgeving met betrekking tot betaaltermijnen aan te scherpen. De praktijk leert dat mkb-ondernemingen nog regelmatig geconfronteerd worden met lange betaaltermijnen. Deze leden hebben nog enkele vragen.

1. Voorgeschiedenis en probleemschets

1.1 Voorgeschiedenis

De leden van de CDA-fractie merken op ldat verwezen wordt naar de economische crisis van voor 2011, die onder andere werd gekenmerkt door de behoefte bij leveranciers uit het mkb om contant of op korte termijn te worden betaald, de behoefte bij afnemers aan langere betaaltermijnen of overschrijding van de overeengekomen termijn, een krimpend/stagnerend aanbod aan mkb-financiering door banken, en de noodzaak om de kasstroom richting mkb in stand te houden om ondernemingen door de crisis te helpen. Welke overeenkomsten met de huidige economische crisis ten gevolge van COVID-19 ziet de regering?

De leden van de CDA-fractie constateren dat met de aanpassing van de Algemene voorwaarden inkoop rijksoverheid (ARIV) in 2008 is geregeld dat overheden facturen van ondernemingen binnen maximaal 30 dagen moeten voldoen. Deze leden vragen wat de (on)mogelijkheden zijn om deze betalingstermijn te verkorten naar bijvoorbeeld vijftien dagen, vanuit de voorbeeldrol die de overheid vervult. Kan de regering de voor- en nadelen hiervan schetsen?

De leden van de SP-fractie lezen dat in de praktijk vaak langere betaaltermijnen dan 30 dagen worden gehanteerd. Zij vragen of dit een direct gevolg is geweest van het initiatiefwetsvoorstel waarin werd geregeld dat een maximale termijn van 60 dagen kon worden afgesproken, en hiermee de gevreesde aanzuigende werking werkelijkheid werd. Voorts vragen deze leden waarom slechts 63 van de 3300 grote ondernemingen in Nederland is aangesloten bij het initiatief Betaalme.nu, als het niet aan gebrek aan bekendheid ligt. Kan worden aangegeven welke redenen bedrijven hebben voor het uitonderhandelen van een langere betaaltermijn? Op welke manier heeft de coronacrisis geleid tot het benutten van de onderhandelingsmacht om betaaltermijnen te verlengen?

1.2 Probleemschets

De leden van de D66-fractie constateren de aangenomen motie-Wörsdörfer/Amhaouch de regering oproept tot het instellen van een wettelijke norm om de betalingstermijn voor grotere bedrijven aan kleinere leveranciers in te perken tot 30 dagen en dat ook de rijksoverheid onder de grote opdrachtgevers wordt geschaard (Kamerstuk 32 637, nr. 363). Deze leden vragen wat de gemiddelde betaaltermijn vanuit de rijksoverheid aan mkb-bedrijven is. Deze leden vragen voorts hoe zich deze termijn in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

De leden van de CDA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de gemiddelde betaaltermijn het volgende verloop ziet: 45 dagen in 2011, 41 dagen in 2015, 39,5 dagen in 2019 en 39,8 dagen in de eerste helft van 2020. Het betaalgedrag van grote bedrijven aan mkb-ondernemingen ligt boven de 41 dagen. Het woord «gemiddeld» impliceert dat er bedrijven zijn die wel binnen 30 dagen betalen en bedrijven die niet binnen 30 dagen betalen. Kan de regering inzoomen op beide groepen? Wie zijn die bedrijven? Wat kenmerkt hen? Betreft het homogene of juist heterogene groepen?

De leden van de CDA-fractie zijn voorts benieuwd in welke (mkb-)sectoren de problemen als gevolg van lange contractuele betaaltermijnen momenteel het grootste zijn. Wat kan de regering hierover melden? Is de regering daarnaast nog nieuwe, actuele cijfers over betaaltermijnen bekend? Wat weet de regering over de wettelijke betaaltermijnen in de ons omringende landen, bijvoorbeeld België en Duitsland?

De leden van de CDA-fractie lezen dat bij het mkb sprake is van een financieringsgat van meer dan 55 miljard euro dat in belangrijke mate kan worden gedempt door «gewoon» op tijd te betalen. Deze leden zien hierin een belangrijk argument om voor een spoedige inwerkingtreding van het wetsvoorstel te pleiten.

De leden van de CDA-fractie lezen dat een aantal keer de financiële dienstverlener Graydon wordt aangehaald als verstrekker van informatie over betaalgedrag/betaaltermijnen. Is dit in Nederland de enige partij die dergelijke gegevens verzamelt of doet bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat ook?

De leden van de SP-fractie lezen dat de gemiddelde betaaltermijn thans ruim boven de 41 dagen ligt. Wat is het gewenste doel voor een gemiddelde betaaltermijn die de regering als gevolg van deze wetswijziging probeert te bewerkstelligen? Voorts vragen deze leden welke redenen grote afnemers hebben voor het eenzijdig verlengen van een betaaltermijn? Deze leden vinden de afhankelijke positie die mkb-bedrijven hebben ten opzichte van grote afnemers zorgelijk en delen dat het van belang is dat mkb-bedrijven beter worden beschermd. Heeft de regering naast het verkorten van de wettelijke betaaltermijn nog andere ideeën over hoe mkb-bedrijven beter kunnen worden beschermd? Zo ja, welke zijn dit?

De leden van de SGP-fractie lezen in de memorie van toelichting dat lange betaaltermijnen te maken hebben met gemaakte afspraken die ruimte bieden voor lange betaaltermijn dan wel met het niet nakomen van afspraken over betaaltermijnen. Kan de regering aangeven of het vooral gaat om afspraken die ruimte laten voor lange betaaltermijnen of vooral om het niet nakomen van gemaakte afspraken?

De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat er inmiddels meer recente cijfers van financieel dienstverlener Graydon beschikbaar zijn. Kan de regering de Kamer hierover informeren?

De leden van de SGP-fractie constateren dat sommige grote ondernemingen ondanks de huidige wet betaaltermijnen eenzijdig verlengden naar meer dan 60 dagen. In een aantal gevallen is overleg geweest met Betaalme.nu en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat om de betaaltermijn in te korten. Wat zegt dit over de effectiviteit van de onderhavige wetgeving? Hoe wordt voor voldoende handhaving gezorgd? Waarom geeft de regering in dit verband geen gevolg aan het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) om een evaluatiebepaling op te nemen? Is de regering hier alsnog toe bereid?

2. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

2.1 Reikwijdte

De leden van de CDA-fractie constateren dat het wetsvoorstel alleen ziet op handelsrelaties tussen de grote ondernemingen in de rol van afnemer en het mkb in de rol van leverancier of dienstverlener, en niet op bijvoorbeeld handelsrelaties tussen mkb-ondernemingen onderling. Als redenen worden genoemd dat uitbreiding van de werkingssfeer naar alle handelsrelaties ertoe zou kunnen leiden dat de problemen voor het mkb nog groter worden, omdat het eigen betaalritme niet langer kan worden afgestemd op binnenkomende betalingen van afnemers in combinatie met de moeilijkheid om financiering te krijgen om vertragingen in de kasstroom te overbruggen. Deze leden vinden dit plausibel.

De leden van de SP-fractie lezen in de memorie van toelichting dat in het evaluatierapport van de Wet tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen werd geconcludeerd dat een zzp’er of micro-ondernemer ook last kan hebben van lange contractuele betaaltermijnen bij een overeenkomst met een grotere mkb-onderneming. Deze leden vinden dat ook de positie van zzp’ers en micro-ondernemingen versterkt moet worden. Waarom wordt er niet voor gekozen hier eveneens maatregelen te nemen? Deze leden zouden dit wel graag zien, aangezien ook hier sprake is van asymmetrische onderhandelingsposities.

2.2 Overgangsrecht

De leden van de CDA-fractie constateren dat het wetsvoorstel onmiddellijke werking heeft voor overeenkomsten die worden gesloten na inwerkingtreding van de wet. Het wetsvoorstel voorziet in een overgangstermijn van een jaar voor overeenkomsten die ten tijde van de inwerkingtreding reeds bestaan. Na dat jaar zal de nieuwe regeling van toepassing zijn op alle op dat moment bestaande overeenkomsten die onder de reikwijdte van het artikel vallen. Kan de regering aangeven hoe het wetsvoorstel na te zijn aangenomen onder de aandacht van het bedrijfsleven gaat worden gebracht, bijvoorbeeld met een voorlichtingscampagne in samenwerking met ondernemersorganisaties?

De leden van de CDA-fractie vinden het, gelet op de gevolgen van de coronacrisis voor het mkb van groot belang dat het wetsvoorstel zo snel mogelijk na de parlementaire behandeling in werking treedt. Wanneer verwacht de regering dat dit het geval is?

3. Uitvoering en handhaving

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat een meldpunt bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zal worden opgericht waar midden- en kleinbedrijven gedurende één jaar anoniem meldingen kunnen doen over grote ondernemingen die de wettelijke dan wel de afgesproken betaaltermijn niet naleven of nakomen. Hoe zal dit meldpunt eruit gaan zien? Is dit meldpunt direct beschikbaar zodra de wet ingaat? Op welke wijze worden de eerdere lessen, geleerd naar aanleiding van het beperkte gebruik van Betaalme.nu ingezet om het meldpunt bij de ACM wel voldoende reikwijdte te geven?

De leden van de D66-fractie constateren dat met het voorliggende wetsvoorstel een wettelijke norm om de betalingstermijn voor grotere bedrijven aan kleinere leveranciers in te perken tot 30 dagen wordt ingesteld. Deze leden vragen op welke wijze «grote bedrijven» in dit voorstel worden gedefinieerd?

De leden van de D66-fractie constateren dat het voornemen is een meldpunt in te richten bij de ACM, waar ondernemers een jaar lang meldingen kunnen doen van het niet-naleven van betalingstermijnen. Deze leden vragen wanneer dit meldpunt naar verwachting gereed is en op welke wijze kleine ondernemers van het bestaan van deze regeling op de hoogte worden gesteld. Deze leden vragen daarnaast bij welke uitkomst de regering het meldpunt als een succes beschouwd en wat op dat moment de mogelijkheden zijn om het meldpunt langer dan een jaar in te richten?

De leden van de CDA-fractie lezen dat het wettelijk regelen van publiek toezicht op het naleven van regels omtrent privaatrechtelijke verhoudingen, in casu betaaltermijnen, een ingrijpend middel is en dat de regering eerst in kaart wil brengen hoe groot de meldingsbereidheid van benadeelde mkb-ondernemers en wat de aard en omvang van de ontvangen signalen is. Hiertoe wordt bij de ACM een meldpunt opgericht waar mkb-ondernemingen gedurende één jaar anoniem meldingen kunnen doen over grote ondernemingen die de wettelijke dan wel de afgesproken betaaltermijn niet naleven of nakomen. Eén jaar voor een meldpunt dat nog aan bekendheid moet winnen, lijkt deze leden nogal kort. Zij vragen of twee jaar geen geschiktere termijn is.

De leden van de CDA-fractie vragen de regering wanneer het meldpunt operationeel dient te zijn en hoe mkb-ondernemers hiervan op de hoogte worden gebracht. Wordt het anonieme melders ook mogelijk gemaakt bewijslast mee te sturen om meer inzicht te krijgen in de problematiek?

De leden van de CDA-fractie vragen wat de regering vindt van het naast monitoren ook periodiek rapporteren door de ACM over bedrijven die zich niet houden aan de wettelijke betaaltermijnen. Zou dit kunnen bijdragen aan het doel van het wetsvoorstel? Wat vindt de regering van een meldplicht voor accountants van grote bedrijven om jaarlijks te rapporteren over het aantal keren dat een bedrijf te laat heeft betaald? Wil de regering toezeggen hier serieus naar te kijken?

De leden van de SGP-fractie vragen of bij de anonieme meldingen ook de gelegenheid wordt gegeven om facturen of afschriften als bewijsmateriaal mee te sturen. Zij vragen tevens of de mogelijkheid om te lange betaaltermijnen bij de ACM te melden breed wordt gecommuniceerd.

De leden van de SGP-fractie hebben gelezen dat het ATR adviseert om het meldpunt ook open te stellen voor ondernemingen in andere handelsrelaties dan de ondernemingen die vallen onder het voorliggende wetsvoorstel. Gaat de regering hier gevolg aan geven?

4. Regeldruk

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de optie Betaalme.nu wordt overgenomen. Wordt hiermee bedoeld dat betaalme.nu naast de mogelijke nieuwe wetgeving zal blijven bestaan? Op welke wijze verwacht de regering dat Betaalme.nu naast de wet een verdere bijdrage gaat leveren aan het verbeteren van betaaltermijnen, nadat is gebleken dat dit instrument niet voldoende was om voldoende verbetering te realiseren?

De leden van de VVD-fractie lezen verder dat er wordt gesproken over een mogelijke publieke toezichthouder naar aanleiding van het meldpunt bij de ACM. Hoe zou zo een toezichthouder er volgens de regering uit moeten zien? Bij welke uitslag van het meldpunt bij de ACM zou de regering van mening zijn dat er behoefte is aan een toezichthouder?

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de bedrijfseffecten die de wet voor grote ondernemingen heeft zijn onderzocht door Betaalme.nu. Hoeveel bedrijven hebben hieraan meegewerkt? Was Betaalme.nu hier wel de juiste instantie voor nu is gebleken dat ze niet voldoende in staat zijn geweest om genoeg verbetering te realiseren?

De leden van de D66-fractie constateren dat het ATR adviseert om een evaluatie in het voorstel op te nemen, om zo de effectiviteit van het handhavingsinstrumentarium te kunnen toetsen. Deze leden vragen waarom er, in tegenstelling tot het advies van de ATR, in het voorstel niet voor is gekozen een evaluatiebepaling op te nemen.

De leden van de CDA-fractie constateren dat een verwacht effect van het wetsvoorstel, behalve een betere liquiditeitspositie voor mkb-ondernemingen, is dat grote bedrijven hun werkkapitaal minder kunnen financieren via leveranciers en dit meer via banken moeten doen. Hoe kijkt in dit kader de bankensector naar dit wetsvoorstel?

De leden van de SP-fractie vragen of het verkorten van de wettelijke betaaltermijn voldoende is en daadwerkelijk de positie van mkb-bedrijven zal versterken en of er niet meer nodig is. Kan specifiek worden in gegaan op het instellen van een periodieke rapportage van de Autoriteit Consument en Markt en een meldplicht voor accountants bij bedrijven die regelmatig betaaltermijnen overschrijden?

5. Consultatie

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat het risico bestaat dat buitenlandse ondernemers die in Nederland handeldrijven het Nederlandse recht vanwege de kortere betaaltermijnen proberen te omzeilen. De regering schat in dat het effect beperkt is. Waarop is deze inschatting gebaseerd? Is in het kader van het internationaal gelijk speelveld rekening gehouden met de gevolgen voor de mkb-bedrijven, die wettelijk verplicht worden om met een sterk ingeperkte betaaltermijn zaken te moeten doen? In hoeverre zet dat deze mkb-bedrijven op achterstand ten opzichte van in het buitenland gevestigde mkb-collega’s die wel een ruimere termijn kunnen hanteren?

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de verwachting bestaat dat Europa op korte termijn gaat meebewegen in de richting die Nederland met dit wetsvoorstel inslaat. Wanneer verwacht de regering hier meer over te kunnen zeggen? Aan welke termijn moet gedacht worden?

De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de informatievoorziening over betaaltermijnen zal worden verbeterd. Wat is de strategie om dit te realiseren?

De leden van de CDA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat het ATR in zijn advies erop wijst dat de vraag is of en in hoeverre mkb-ondernemers de kortere betaaltermijn daadwerkelijk zullen gaan afdwingen met een gang naar de rechter, of toch hun handelsrelatie niet op het spel durven zetten. Hierom acht het ATR een evaluatie wenselijk. Is de regering daartoe bereid?

De leden van de SGP-fractie lezen dat de regering erkent dat het risico bestaat dat buitenlandse ondernemers die in Nederland handeldrijven het Nederlandse recht vanwege de kortere betaaltermijnen proberen te omzeilen. De regering geeft aan dat haar inschatting is dat dit effect beperkt is. Kan zij deze inschatting nader toelichten?

De fungerend voorzitter van de commissie, Azarkan

De adjunct-griffier van de commissie, Reinders