35 694 Commissiemededeling: Strategie voor duurzame chemische stoffen – Op weg naar een gifvrij milieu (COM (2020) 667)

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 20 januari 2021

De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving2 hebben kennisgenomen van de mededeling3 van de Europese Commissie inzake een strategie voor duurzame chemische stoffen en het BNC-fiche4 over deze mededeling, dat de Minister van Buitenlandse Zaken op 20 november 2020 naar de Kamer heeft gestuurd. Naar aanleiding hiervan is op 18 december 2020 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

De Staatssecretaris heeft op 13 januari 2021 gereageerd.

De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR ECOONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT/LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT EN VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 18 december 2020

De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben met belangstelling kennisgenomen van de mededeling5 van de Europese Commissie inzake een strategie voor duurzame chemische stoffen en het BNC-fiche6 over deze mededeling, dat de Minister van Buitenlandse Zaken op 20 november 2020 naar de Kamer heeft gestuurd. De leden van de fracties van de Partij van de Arbeid en de SP hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij van de Arbeid-fractie

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid hebben met instemming kennisgenomen van de ambities en concrete plannen die zijn opgenomen in de strategie van de Europese Commissie voor duurzame chemische stoffen. Deze leden ondersteunen voorts ook van harte de steun die de regering aan alle onderdelen van de strategie wil geven. Zij hebben echter nog een enkele vraag op het onderdeel landbouw. De chemische industrie produceert immers ook voor deze sector, onder meer in de vorm van kunstmest. Toch lijkt dit onderdeel te ontbreken in de strategie en in het BNC-fiche. Als dit is omdat er een aparte strategie wordt ontwikkeld op het terrein van het gebruik van chemische middelen in de landbouw, kunt u dan aangeven hoe het hiermee staat en hoe beide strategieën zich tot elkaar verhouden? Als het gebruik van chemische middelen in de landbouw al wel (impliciet) in de ambitie is opgenomen, kunt u dan expliciteren wat het standpunt van de regering is op dit terrein en op welke wijze de regering dit standpunt gaat inbrengen bij de behandeling van de strategie voor duurzame chemische stoffen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP- fractie

De leden van de SP-fractie zijn verheugd dat het probleem van chemische stoffen voor mens en milieu breed wordt herkend en erkend en dat er maatregelen worden aangekondigd om de negatieve gevolgen aan te pakken. Deze leden zijn van mening dat bij de productie het streven moet zijn te komen tot gesloten systemen en het uitbannen van belasting van mens en milieu door emissies. Wordt deze stelling door u gedeeld en ondersteund, zo vragen deze leden. Zij stellen voor dat bij het aanvragen en vergunnen van emissies de primaire vraag niet moet zijn hoeveel er mag worden geëmitteerd maar dat daar nog een vraag aan vooraf dient te gaan waarom er moet worden geëmitteerd en of dat niet kan worden voorkomen. Deelt u dit uitgangspunt? Zo ja, hoe zal dit voor de praktijk kunnen worden vastgelegd? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de SP vragen op welke wijze binnen de EU invulling gegeven kan worden aan de gestelde doelen met een industrie waarbij de grote spelers op de wereldmarkt actief zijn op meerdere continenten. Deze leden stellen vast dat op verschillende continenten afwijkende wetten en regels gelden. Zij stellen ook vast dat hogere eisen binnen de EU door bedrijven worden afgewezen met een beroep op rechtsongelijkheid en concurrentieachterstand. Deze leden wijzen erop dat het argument van concurrentie op de wereldmarkt veelvuldig wordt gebruikt om innovaties niet door te voeren. Zo, als voorbeeld, werd en wordt al jarenlang het argument dat in China nog geproduceerd wordt met perfluoroctaanzuur (PFOA) door het bedrijf Chemours gebruikt om innovaties niet in Nederland door te voeren. Erkent u dat het streven van de EU-industrie als een speler die op wereldschaal concurrerend is, gedoemd is te mislukken bij internationale bedrijven voor wie de EU slechts één van de productielocaties is? Op welke wijze kan worden zeker gesteld dat beschikbare innovaties, zoals bij PFAS, ook daadwerkelijk worden gebruikt ter bescherming van mens en milieu? Graag uw reactie hoe dit dilemma concreet kan worden aangepakt.

De leden van de SP-fractie zijn verheugd dat de European Chemical Agency (ECHA) wordt versterkt, maar hebben daarbij nog enkele vragen. Wordt alleen de governance van ECHA versterkt of wordt ook de uitvoeringspraktijk versterkt? Dat laatste achten deze leden absoluut noodzakelijk om ECHA in staat te stellen haar werk naar behoren uit te voeren. Behoort een afdoende financiering van de uitvoeringspraktijk van ECHA tot de plannen, zo vragen deze leden. Is het systeem waarbinnen ECHA moet functioneren toegerust op de praktijk? Gelet op het grote aantal nieuwe chemische stoffen (of combinaties van stoffen) dat wekelijks nieuw op de markt komt, lijkt het een onmogelijke opgave voor ECHA om hier afdoende toezicht en controle op uit te kunnen oefenen. Waarom wordt er niet gekozen voor een fundamenteel ander systeem waarbij stoffen niet op de markt mogen worden gebracht tenzij de veiligheid voor mens en milieu is aangetoond? Is ECHA, ook na de versterking, in staat te voorkomen dat ongewenste stoffen op de markt worden gebracht? De praktijk is dat nadelige effecten op mens en milieu nu vaak pas blijken nadat de stoffen al jaren wordt gebruikt en de schade al is aangericht. Deelt u het uitgangspunt dat het systeem erop gericht en ingericht moet zijn dat voor mens en milieuschadelijke stoffen vooraf van de markt worden geweerd? Wanneer zullen de autorisatie- en beperkingsprocedures van REACH zijn hervormd en toegerust op de praktijk? Op welke wijze zal het probleem worden aangepakt dat bedrijven weigeren voor beoordeling noodzakelijke informatie over stoffen of processen te vertrekken met een beroep op bedrijfsgeheimen? Ondersteunt u de mening van de leden de SP-fractie dat indien een bedrijf volledige inzage weigert er geen sprake kan zijn van toelating of vergunbaarheid?

Deze leden verwelkomen de vereenvoudiging van het EU-regelgevingskader voor de beoordeling van gevaren en risico’s en het beheer van chemische stoffen. Naar hun mening staat de huidige complexiteit een efficiënte uitvoering in de praktijk in de weg. Zij zien een volledige uitvoering van de EU-voorschriften inzake chemische stoffen als een absolute voorwaarde om schade aan mens en milieu te voorkomen.

De leden van de SP-fractie verwelkomen het uitgangspunt voor nultolerantie voor niet-naleving. Deze leden zijn geschokt en vinden het onaanvaardbaar dat slechts een derde van de registratiedossiers van de chemische stoffen die door de industrie in het kader van REACH zijn geregistreerd volledig aan de informatie-eisen voldoen. Deelt u de mening dat dit onaanvaardbaar is en op welke wijze en op welke zal dit gebrek worden hersteld? Zal het niet volledig registreren gevolgen hebben voor de toepasbaarheid en toelating van deze niet volledige registraties? Op welke wijze zal aan het principe «geen gegevens, geen markt» concreet invulling worden gegeven en zal dit ook gelden voor al bestaande registraties? Kunt u bevestigen dat bij harmonisatie niet de laagste norm de standaard zal worden, maar dat wordt uitgegaan van best beschikbare technieken als norm?

Deze leden vragen op welke wijze zorg zal worden gedragen voor het actueel houden van kennis. Hoe zal worden voorkomen dat wetenschappelijke inzichten ook daadwerkelijk onafhankelijk en objectief zijn en niet tot stand zijn gekomen in opdracht van de belanghebbende industrie? Beleid dient zich immers te kunnen baseren op onafhankelijke wetenschappelijke inzichten.

Welk tijdspad heeft u voor ogen om te zorgen dat de doelstellingen van het commissievoorstel in Nederland worden geïmplementeerd? Wilt u vooroplopen om de aanpak van voor mens en milieu nadelige stoffen aan te pakken, zo vragen deze leden. Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat waar het gaat om bijvoorbeeld persistente stoffen er zo snel als mogelijk actie moet worden ondernomen om verspreiding in de leefomgeving in te dammen?

Deze leden vragen u of er vooruitlopend op de EU-maatregelen in Nederland al concrete stappen zijn te verwachten op het gebied van Zeer Zorgwekkende Stoffen om daarin als Nederland voorop te lopen in de aanpak van deze stoffen. Hoe kan de regering zeggen het uitgangspunt van «Geen informatie, geen markt» te ondersteunen maar daar voorbehouden bij te maken? Waarom ondersteunt u dit uitgangspunt niet volledig? Dient het niet zo te zijn dat regels door de industrie moeten worden nagekomen, dat daarop door de bevoegde gezagen moet worden toegezien en dat er handhavend moet worden opgetreden als de regels niet worden nagekomen? Hoe is het mogelijk dat de regering hier voorbehouden bij maakt, zo vragen de leden van de SP-fractie. Voor wat betreft de eerste inschatting van het krachtenveld vragen de leden u op welke wijze Nederland zich zal inzetten dat ook lidstaten met een verouderde chemische industrie de strategie zullen uitvoeren.

Veel van deze verouderde chemische bedrijven zijn immers onderdeel van internationale concerns die ook vestigingen in Nederland kunnen hebben. Gaat u deze bedrijven in Nederland aanspreken op hun verplichtingen, ook in de landen waar hun productiefaciliteiten zijn verouderd? Erkent u dat het op deze wijze een bijdrage kan leveren aan een level playing field binnen de EU en bent u bereid zich hiervoor in te zetten door bedrijven in Nederland hierop aan te spreken?

De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 15 januari 2021.

Een afschrift van deze brief zal worden verstuurd naar de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, N.J.J. van Kesteren

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2021

In deze brief beantwoord ik de vragen gesteld door leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving naar aanleiding van de mededeling van de Europese Commissie (EC) inzake een strategie voor duurzame chemische stoffen en het BNC-fiche over deze mededeling (18 december 2020, kenmerk 168080).

De leden van de fractie van de PvdA vragen of chemicaliën ten behoeve van de landbouw, waaronder kunstmest, aandacht krijgen in de Chemicaliënstrategie voor duurzaamheid. Deze leden vragen of er een aparte strategie wordt ontwikkeld op het terrein van het gebruik van chemische middelen in de landbouw, hoe het hiermee staat en hoe beide strategieën zich tot elkaar verhouden. Als het gebruik van chemische middelen in de landbouw al wel (impliciet) in de ambitie is opgenomen, vragen deze leden wat het standpunt van de regering is op dit terrein en op welke wijze de regering dit standpunt gaat inbrengen bij de behandeling van de strategie voor duurzame chemische stoffen.

De EU-strategie Van boer tot bord van 20 mei 2020 heeft tot doel voedselsystemen eerlijk, gezond en milieuvriendelijk te maken. Deze strategie bevat onder meer doelstellingen om het gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden te verminderen en om overmatige bemesting te voorkomen. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op 26 juni jl. het fiche met de beoordeling en standpunt van het kabinet aan beide Kamers gestuurd.7

De leden van de fractie van de SP vragen of u van mening bent dat we moeten streven naar gesloten systemen en de belasting van mens en milieu door emissies uit moeten bannen. Deze leden vragen of bij de vergunningverlening niet als eerste zou moeten zijn aangetoond dat een emissie onvermijdelijk is alvorens een norm te bepalen, en zo ja, hoe dit voor de praktijk kan worden vastgelegd.

Door middel van het nationale zeer zorgwekkende stoffenbeleid heeft ons land een vooruitstrevende aanpak om de emissie van zulke stoffen zo ver mogelijk terug te brengen. Dit nationale beleid geldt voor alle stoffen die voldoen aan de criteria van REACH8 om aangewezen te worden als zeer zorgwekkende stof, ook als ze niet op de markt worden gezet maar alleen vrijkomen als emissie.

In de nieuwe Europese Chemicaliënstrategie wordt voorgesteld om hormoonverstorende stoffen (EDS), persistente, mobiele en toxische stoffen (PMT) en zeer persistente en zeer mobiele stoffen (vPvM) toe te voegen als categorieën. Daarmee wordt het in de toekomst makkelijker om stoffen die deze eigenschappen hebben te identificeren en reguleren. Nederland zal vragen om in het nog uit te brengen Zero Pollution action plan een integrale aanpak te presenteren die alle blootstellingsroutes aanpakt om de menselijke gezondheid en het ecosysteem effectief en efficiënt te beschermen.

De leden van de fractie van de SP vragen hoe de gestelde doelen bereikt kunnen worden als bedrijven zich daartegen verzetten met als argumenten rechtsgelijkheid en concurrentiepositie als gevolg van verschillen in wetgeving met landen buiten de Unie, met name wanneer de productie (ook) buiten de EU plaatsvindt. Deze leden willen weten op welke wijze zeker kan worden gesteld dat beschikbare innovaties, zoals bij PFAS, ook daadwerkelijk worden gebruikt ter bescherming van mens en milieu.

Het op de markt brengen van stoffen is volledig geharmoniseerd. Blootstelling aan stoffen kan ook plaatsvinden door stoffen in producten die van buiten de EU afkomstig zijn. De EC wil daarom consistenter beperkingen opleggen aan producten met zeer zorgwekkende stoffen en gelijktijdig zorgen dat de regelgeving ook strikt wordt gehandhaafd. Daarnaast is het doel om landen buiten de EU te helpen bij het opzetten van een verdergaand beleid voor stoffen en afval aldaar. Deze acties dragen ook bij aan verdere verbetering van het gelijke speelveld.

De EC stelt voor om PFAS multilateraal en bilateraal te bespreken en om onderzoek en innovatie ter vervanging van PFAS te financieren. Het gebruik van beschikbare veilige alternatieven zal worden afgedwongen als de restrictie wordt vastgesteld, die Nederland met enkele andere lidstaten voorbereidt. In de toekomst zal PFAS nog uitsluitend tijdelijk toegestaan worden in toepassingen die voor de maatschappij essentieel zijn en waarvoor nog geen veiliger alternatief beschikbaar is. Zowel op EU- als op nationaal niveau wordt innovatie naar veiliger alternatieven voor zeer schadelijke stoffen gestimuleerd.

De leden van de SP-fractie vragen of de uitvoeringspraktijk en financiering van ECHA afdoende worden versterkt. Ze vragen of het voor ECHA praktisch mogelijk is om afdoende toezicht en controle uit te oefenen op het grote aantal nieuwe chemische stoffen. De leden vragen verder hoe kan worden voorkomen dat stoffen pas worden gereguleerd als – soms pas na jaren – blijkt dat er al schade is aangericht. Zij vragen waarom niet wordt gekozen stoffen uitsluitend op de markt toe te laten als de veiligheid voor mens en milieu is aangetoond. Ze willen weten wanneer de procedures van REACH zijn hervormd en toegerust op de praktijk. Voorts vragen ze zich af hoe bedrijven worden aangepakt die weigeren aan de informatievereisten te voldoen met een beroep op bedrijfsgeheimen. De leden van de SP-fractie vragen op welke wijze en op welke termijn alle registratiedossiers volledig voldoen aan de informatievereisten? Zal het niet volledig registreren gevolgen hebben voor de toepasbaarheid en toelating van deze niet volledige registraties? Op welke wijze zal aan het principe «geen gegevens, geen markt» concreet invulling worden gegeven en zal dit ook gelden voor al bestaande registraties? Ze vragen of bij harmonisatie wordt uitgegaan van best beschikbare technieken?

De EC heeft aangekondigd met een voorstel te komen ter versterking van de uitvoeringspraktijk en financiering van ECHA. Ook Nederland vindt het belangrijk dat dit agentschap goed functioneert en ziet uit naar dit voorstel. Op dit moment geldt al de eis dat, voordat een stof op de markt mag worden gebracht, het betreffende bedrijf deze moet registeren en informatie moet leveren waaruit blijkt dat het gebruik veilig is.

In sommige gevallen blijkt inderdaad pas later, vaak uit aanvullende informatie, dat een stof mogelijk toch een risico kan opleveren voor gezondheid of milieu. In de Chemicaliënstrategie wordt voorgesteld een early warning system te ontwikkelen om tijdig maatregelen voor zulke stoffen te kunnen treffen.

Ook wordt voorgesteld om te komen tot een brede preventieve aanpak en daarbij passende, aanvullende informatievereisten. De EC stelt daarnaast voor om het beginsel «no data, no market» strikter in te vullen door sneller de registratie in te trekken als de aangeleverde informatie niet voldoet aan de eisen en op die manier de toegang tot de markt te ontzeggen. Een bedrijf moet verplichte informatie verstrekken, ook als deze bedrijfsvertrouwelijk wordt geacht. Deze informatie zal doorgaans niet openbaar beschikbaar zijn.

ECHA zal tot 2027 de dossiers van in totaal 20% van alle registraties, zijnde 30% van alle stoffen, hebben onderworpen aan een zogenoemde compliance check. Hierbij wordt geprioriteerd op stoffen die gezien de samenstelling mogelijk risicovol zijn en die in grotere hoeveelheden op de markt worden gebracht. De Europese chemische industrie, verenigd in de European Chemical Industry Council (CEFIC), heeft een actieplan opgesteld om in 2025 alle dossiers uit hun sector op orde te hebben. Het begrip «best beschikbare technieken» wordt niet in REACH gebruikt, wel in de Verordening inzake industriële emissies.

De leden van de SP-fractie vragen hoe de kennis actueel wordt gehouden. Ook willen deze leden weten hoe de onafhankelijkheid en objectiviteit van wetenschappelijke inzichten gegarandeerd zullen worden.

Een dossier moet actueel zijn en blijven. REACH-artikel 22 schrijft voor in welke gevallen de registrant zijn registratiedossier moet actualiseren. Autorisaties onder REACH en de toelating van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn voor een bepaald aantal jaren geldig en moeten dan opnieuw worden aangevraagd en beoordeeld. De eerdergenoemde «compliance check» bestaat onder meer uit het uitgebreid controleren van de aangeleverde informatie, waaronder of testen juist zijn uitgevoerd en geïnterpreteerd. In aanvulling wordt in de Chemicaliënstrategie voorgesteld om de Europese en nationale autoriteiten in staat te stellen om opdracht te geven tot het testen en controleren van stoffen wanneer zij nadere informatie ten bate van goede uitvoering van de regelgeving noodzakelijk achten.

De leden van de SP-fractie vragen welk tijdspad u voor ogen heeft om de Chemicaliënstrategie in Nederland te implementeren en of u daarbij voorop wil lopen om nadelige stoffen aan te pakken. Tevens willen deze leden weten hoe snel de verspreiding van persistente stoffen in de leefomgeving wordt ingedamd?

Het chemicaliënbeleid is vrijwel volledig Europees geharmoniseerd. Nederland heeft een belangrijke rol gespeeld om tot de grote ambities van de Chemicaliënstrategie te komen. Het is nu aan de EC om spoedig met uitwerking van de strategie te komen. Mijn inzet is om de EC actief bij te staan bij het snel en gedegen uitwerken en implementeren ervan. Persistente en bioaccumulerende stoffen hebben al de status van zeer zorgwekkende stof en de emissies van deze stoffen worden in Nederland geminimaliseerd als resultaat van het nationale zeer zorgwekkende stoffenbeleid. Een van de vele voorstellen uit de Chemicaliënstrategie is om in de CLP-verordening (classificatie, labelling en verpakking) ook categorieën te maken voor persistente en mobiele stoffen. Hierdoor kunnen dit soort stoffen sneller worden geïdentificeerd.

De leden van de SP-fractie vragen of Nederland concrete stappen gaat zetten gericht op zeer zorgwekkende stoffen. Hoe kan de regering zeggen het uitgangspunt van «Geen informatie, geen markt» te ondersteunen maar daar voorbehouden bij te maken? Waarom ondersteunt u dit uitgangspunt niet volledig? Dient het niet zo te zijn dat regels door de industrie moeten worden nagekomen, dat daarop door de bevoegde gezagen moet worden toegezien en dat er handhavend moet worden opgetreden als de regels niet worden nagekomen? Hoe is het mogelijk dat de regering hier voorbehouden bij maakt, zo vragen de leden van de SP-fractie.

Hierboven ben ik al ingegaan op de voorgenomen aanscherping van de implementatie van het uitgangspunt «geen informatie, geen data». Nederland maakt geen voorbehoud op dit beginsel. Het bepalen of een dossier niet alleen volledig is (dat zijn alle dossiers) maar ook «compliant», dus de juiste informatie bevatten en een juiste analyse van die informatie, kan uitsluitend door ECHA worden gedaan. Dus hier kan Nederland niet op vooruit lopen. Wel ondersteunt Nederland het agentschap met deskundige inbreng in de betreffende comités en het handhavend optreden in geval er een melding wordt ontvangen dat een Nederlands bedrijf achterblijft bij het verbeteren van een dossier dat «non compliant» is.

Deze leden van de SP-fractie vragen zich af hoe Nederland zich zal inzetten dat ook lidstaten met een verouderde chemische industrie de strategie zullen uitvoeren. Veel van deze verouderde chemische bedrijven zijn immers onderdeel van internationale concerns die ook vestigingen in Nederland kunnen hebben. Gaat u deze bedrijven in Nederland aanspreken op hun verplichtingen, ook in de landen waar hun productiefaciliteiten zijn verouderd? Erkent u dat het op deze wijze een bijdrage kan leveren aan een level playing field binnen de EU en bent u bereid zich hiervoor in te zetten door bedrijven in Nederland hierop aan te spreken?

Wanneer het Europees Parlement en de Europese Raad de Chemicaliënstrategie bevestigen, zullen de beleidsvoornemens worden omgezet in EU-wetgeving en alle EU-lidstaten zijn verplicht de naleving te garanderen. Ook zal het doorwerken in de Europese fondsen. De Strategie bevat allerlei voorstellen om innovatie te bevorderen, en de lidstaten zullen er bij de uitwerking daarvan zeker op letten dat deze in alle landen een positieve balans opleveren tussen de kosten en de kansen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Samenstelling Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

Koffeman (PvdD), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA) (ondervoorzitter), N.J.J. van Kesteren (CDA), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), van der Linden (Fractie-Van Pareren) (voorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Vendrik (GL), Van der Voort (D66), Berkhout (Fractie-Van Pareren), Raven (OSF)

X Noot
2

Samenstelling Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Nooren (PvdA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Van Pareren), Raven (OSF)

X Noot
3

COM(2020)667, zie ook dossier E200016 op www.europapoort.nl (ter inzage gelegd bij de Directie Inhoud).

X Noot
4

Kamerstukken I, 2020–2021, 22 112, IF.

X Noot
5

COM(2020)667, zie ook dossier E200016 op www.europapoort.nl.

X Noot
6

Kamerstukken I, 2020–2021, 22 112, IF.

X Noot
7

Fiche Mededeling van Boer tot Bord, 26 juni 2020, referentie 22112–2891

X Noot
8

In artikel 57 van de REACH-verordening zijn momenteel opgenomen: kankerverwekkend (C), mutageen (M), reprotoxisch (giftig voor de voortplanting) (R), persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT), zeer persistent en zeer bioaccumulerend (vPvB), en stoffen met «gelijkwaardige zorg» zoals hormoonverstorende stoffen, sensibiliserende stoffen voor de luchtwegen en stoffen die persistent, mobiel en toxisch zijn.

Naar boven