35 680 Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het toekomstbestendig maken van de wetgeving op het terrein van arbeidsmigratie

A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

22 juni 2021

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet arbeid vreemdelingen op onderdelen te wijzigen, teneinde arbeidsmigranten meer bescherming te bieden en een toekomstbestendig beleid mogelijk te maken door middel van een verlenging van de duur van een tewerkstellingsvergunning en enkele andere wijzingen;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet arbeid vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, tweede lid, wordt na «zodanige aantekening wordt» ingevoegd «uitsluitend».

B

[Vervallen]

C

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. [vervallen]

2. Onder verlettering van de onderdelen g tot en met j tot j tot en met m worden na onderdeel f in het eerste lid drie onderdelen ingevoegd, luidende:

  • g. indien de werkgever bij een eerder verleende vergunning het loon, bedoeld in artikel 7, niet over een periode van ten hoogste een maand aan de vreemdeling heeft uitbetaald;

  • h. indien bij de werkgever geen economische activiteit plaatsvindt;

  • i. indien binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is ingetrokken wegens het niet naleven van het voorschrift, bedoeld in artikel 10, tweede lid;.

3. Het tweede en derde lid komen te luiden:

  • 2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt met betrekking tot de eisen waaraan de convenanten moeten voldoen, in ieder geval opgenomen dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:

    • a. partij is bij het convenant;

    • b. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in kennis stelt van het voornemen inzake het tot stand brengen van een convenant;

    • c. het convenant in de Staatscourant publiceert.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.

D

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma aan artikel 10 een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. dat de werkgever economische activiteiten gaat verrichten en stukken van de start van de activiteiten ter beschikking stelt aan de vergunningverlenende instantie.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor langer dan een jaar wordt verleend, verbindt Onze Minister aan de tewerkstellingsvergunning of verbindt Onze Minister van Veiligheid en Justitie aan de gecombineerde vergunning in ieder geval het voorschrift dat de werkgever de vreemdeling scholing aanbiedt op het gebied van de Nederlandse taal.

E

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «een jaar» vervangen door «drie jaar».

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een tewerkstellingsvergunning voor bepaalde categorieën van werkzaamheden voor een kortere periode dan drie jaar wordt verleend.

F

Na artikel 11 wordt een artikel 11a ingevoegd, luidende:

Artikel 11a

Het loon, bedoeld in artikel 7, wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling.

ARTIKEL II

Artikel 14, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vervalt.

ARTIKEL III

Ten aanzien van een aanvraag van een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning die is ontvangen vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet, zijn de voorwaarden, genoemd in de onderdelen h en i uit het tweede lid van het in artikel I, onderdeel C, genoemde artikel 9 van deze wet niet van toepassing.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Naar boven