Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135670 nr. 2

35 670 Wijziging van de Kieswet in verband met de definitieve invoering van het nieuwe stembiljet voor kiezers buiten Nederland

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de op grond van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming bestaande regelgeving ten aanzien van een stembiljet voor kiezers buiten Nederland in de Kieswet vast te leggen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Kieswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In het opschrift van hoofdstuk G wordt na «de aanduiding» ingevoegd «en het logo».

B

Artikel G 1, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Van de beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt mededeling gedaan aan de gemachtigde en in de Staatscourant.

C

Na artikel G 1 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel G 1a

  • 1. Een politieke groepering kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken haar logo bij te schrijven in het register, bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

  • 2. Het centraal stembureau beschikt slechts afwijzend op het verzoek, indien:

    • a. bij dat centraal stembureau de aanduiding van de politieke groepering niet is geregistreerd of, indien van toepassing, een reeds ingediend verzoek tot registratie van de aanduiding wordt afgewezen;

    • b. het logo strijdig is met de openbare orde;

    • c. het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is;

    • d. het logo anderszins misleidend is voor de kiezers;

    • e. het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met dat van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak overeenstemmend logo, tenzij dat andere verzoek reeds op een van de onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.

  • 3. Van de beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt mededeling gedaan aan de gemachtigde en in de Staatscourant.

  • 4. Een politieke groepering waarvan het logo is bijgeschreven in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van dit logo indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van het eerste lid, alsmede het tweede en derde lid, zijn op verzoeken tot wijziging van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Het centraal stembureau schrapt het logo van een politieke groepering wanneer het de aanduiding van die politieke groepering schrapt, dan wel op verzoek van die politieke groepering.

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop een logo wordt overgelegd.

D

Artikel G 2, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Van de beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt mededeling gedaan aan de gemachtigde en in de Staatscourant.

E

Artikel G 2a, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Van de beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt mededeling gedaan aan de gemachtigde en op de in het waterschap gebruikelijke wijze.

F

Artikel G 3, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Van de beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt mededeling gedaan aan de gemachtigde en op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

G

In artikel G 5, eerste lid, onder a, wordt «de artikelen G 1 en G 2» vervangen door «de artikelen G 1, G 1a en G 2».

H

In artikel G 6, tweede lid, wordt «de registers waarin de aanduidingen voor politieke groeperingen worden vermeld» vervangen door «het verzoek om registratie van een aanduiding, het verzoek om registratie van een logo».

I

In artikel J 20, eerste lid, vervalt «de handtekening van de voorzitter van het centraal stembureau alsmede van».

J

In artikel M 3 worden onder vernummering van het derde lid tot vijfde lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 3. De kiezer vermeldt bij zijn verzoek het e mailadres waarop hij het stembiljet wil ontvangen. Indien hij geen e-mailadres vermeldt, wordt hem het stembiljet per post toegezonden.

  • 4. De kiezer die het stembiljet per post wil ontvangen, vermeldt dit bij zijn verzoek.

K

Artikel M 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder verlettering van de onderdelen b tot en met e tot de onderdelen c tot en met f een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • b. een overzicht van de kandidatenlijsten;

2. In het tweede lid wordt «behoudens het stembiljet, dat aan alle personen, bedoeld in artikel M 1, zo spoedig mogelijk wordt toegezonden»» vervangen door «behoudens het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten, die zo spoedig mogelijk aan alle personen, bedoeld in artikel M 1, worden toegezonden» en wordt aan het slot een volzin toegevoegd, luidende: «Aan kiezers die hun werkelijke woonplaats in Aruba, Curaçao of Sint Maarten hebben, worden de stembescheiden met tussenkomst van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegezonden.»

3. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid maakt de burgemeester van 's Gravenhage het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onder b, zo spoedig mogelijk op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

4. In het vierde lid (nieuw) wordt «onder b, c, d en e» vervangen door «onder a tot en met f».

L

Na artikel M 6 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel M 6a

  • 1. Op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel M 6, eerste lid, onder a en b, wordt het logo van een politieke groepering geplaatst, indien:

    • a. dat logo is geregistreerd bij het centraal stembureau; en

    • b. op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten de aanduiding van die groepering wordt geplaatst.

  • 2. De logo’s van twee of meer politieke groeperingen worden gezamenlijk geplaatst, indien:

    • a. die logo’s zijn geregistreerd bij het centraal stembureau; en

    • b. op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, van die politieke groeperingen.

  • 3. Indien op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen van twee of meer politieke groeperingen, en niet van al deze politieke groeperingen een logo is geregistreerd bij het centraal stembureau, wordt geen logo op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten geplaatst.

M

Artikel M 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een kiezer stemt door op het stembiljet:

    • 1°. het stemvakje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, in te kleuren met een kleur naar keuze; en vervolgens

    • 2°. het stemvakje, geplaatst vóór het nummer van de kandidaat van zijn keuze op die lijst, in te kleuren met een kleur naar keuze.

2. In het vijfde en zesde lid wordt «artikel M 6, eerste lid, onderdeel b,» telkens vervangen door «artikel M 6, eerste lid, onderdeel c,».

N

Artikel N 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde en vierde lid komen te luiden:

  • 3. Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht, met een stembiljet dat bij of krachtens deze wet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

  • 4. Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze kenbaar is gemaakt door het geheel of gedeeltelijk inkleuren van zowel het stemvakje, geplaatst vóór een lijst, als het stemvakje, geplaatst vóór het nummer van een kandidaat op die lijst.

2. Er wordt een lid toegevoegd:

  • 5. Een stem is blanco uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt doordat op het stembiljet geen stemvakje is ingekleurd.

O

In artikel Y 10 wordt «Behalve» vervangen door «Naast» en wordt na «de verkiezing van de leden van het Europees parlement» ingevoegd «eveneens».

P

Na artikel Y 11 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel Y 11a

Naast op de in artikel G 1a, tweede lid, genoemde gronden wordt op een verzoek om registratie van het logo van een politieke groepering ten behoeve van de verkiezing van de leden van het Europees parlement eveneens afwijzend beschikt, indien het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een logo van een andere politieke groepering die reeds ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, of met een logo waarvoor reeds eerder ten behoeve van die verkiezing een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is.

ARTIKEL II

De logo’s die op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming in de registers bedoeld in artikel G 1 en artikel Y 2 juncto G 1 van de Kieswet zijn geregistreerd, worden geacht op basis van artikel G 1a respectievelijk artikel Y 2 juncto G 1a van de Kieswet te zijn geregistreerd.

ARTIKEL III

Indien het bij koninklijke boodschap van 6 juni 2019 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van de Bekendmakingswet en andere wetten in verband met de elektronische publicatie van algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen (Wet elektronische publicaties) (35 218) tot wet is of wordt verheven en artikel 4.7, onderdelen B, C, D en F van die wet:

a. eerder in werking treedt of zijn getreden dan artikel I van deze wet, wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:

1°. In onderdeel D wordt «in de Staatscourant» vervangen door «in het provinciaal blad».

2°. In onderdeel E wordt «op de in het waterschap gebruikelijke wijze» vervangen door «in het waterschapsblad».

3°. In onderdeel F wordt «op de in de gemeente gebruikelijke wijze» vervangen door «in het gemeenteblad».

4°. In onderdeel G wordt «de artikelen G 1 en G 2» vervangen door «de artikelen G 1, G 2, G 2a en G 3» en «de artikelen G 1, G 1a en G 2» door «de artikelen G 1 tot en met G 3».

b. later in werking treedt dan artikel I van deze wet, wordt artikel I van die wet als volgt gewijzigd:

1°. Onderdeel C, onder 1, komt te luiden:

1. In het vijfde lid wordt «op de in het waterschap gebruikelijke wijze» vervangen door «in het waterschapsblad».

2°. Onderdeel D, onder 1, komt te luiden:

1. In het vijfde lid wordt «op de in de gemeente gebruikelijke wijze» vervangen door «in het gemeenteblad».

3°. In Onderdeel F, onder 1, wordt «de artikelen G 1 en G 2» vervangen door «de artikelen G 1, G 1a en G 2» en wordt «de artikelen G 1, G 2, G 2a en G 3» vervangen door «de artikelen G 1 tot en met G 3».

ARTIKEL IV

Indien het bij koninklijke boodschap van 11 mei 2020 ingediende voorstel van wet houdende Tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten) (35 455) tot wet is of wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, tweede lid, wordt «Artikel 4, tweede tot en met zesde lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming is van overeenkomstige toepassing» vervangen door «Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing» en wordt «of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming, geregistreerd logo» vervangen door «of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo».

B

Artikel 7, tweede lid wordt als volgt gewijzigd.

1°. In de aanhef wordt «Artikel 4, tweede tot en met zesde lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming is van overeenkomstige toepassing» vervangen door «Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing».

2°. In onderdeel a wordt «of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming» vervangen door «of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet».

3°. Onderdeel b komt te luiden: «in afwijking van het derde lid wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de gemachtigde en op de in het waterschap gebruikelijke wijze.»

C

Artikel 8, tweede lid, worden als volgt gewijzigd.

1°. In de aanhef wordt «Artikel 4, tweede tot en met zesde lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming is van overeenkomstige toepassing» vervangen door «Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing».

2°. In onderdeel a wordt «of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming» vervangen door «of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet».

3°. Onderdeel b komt te luiden: «in afwijking van het derde lid wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de gemachtigde en op de in de gemeente gebruikelijke wijze.»

D

In artikel 9, tweede lid, wordt «Artikel 4, tweede tot en met zesde lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming is van overeenkomstige toepassing» vervangen door «Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing» en wordt «of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming» vervangen door «of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet».

E

In artikel 10, eerste lid, wordt «en de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming» vervangen door «en de Kieswet».

F

In artikel 12, eerste lid, onderdeel b, wordt «of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming» telkens vervangen door «of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet».

ARTIKEL V

Indien het bij koninklijke boodschap van 11 mei 2020 ingediende voorstel van wet houdende Tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten) (35 455) tot wet is of wordt verheven en artikel 5 van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, komt artikel II van deze wet te luiden:

ARTIKEL II

De logo’s die op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming dan wel artikel 5 van de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten in de registers bedoeld in artikel G 1 en artikel Y 2 juncto G 1 van de Kieswet zijn geregistreerd, worden geacht op basis van artikel G 1a respectievelijk artikel Y 2 juncto G 1a van de Kieswet te zijn geregistreerd.

ARTIKEL VI

Indien het bij koninklijke boodschap van 11 mei 2020 ingediende voorstel van wet houdende Tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten) (35 455) tot wet is of wordt verheven en artikel 5 van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, vervalt artikel 5 van die wet.

ARTIKEL VII

Indien het bij koninklijke boodschap van 11 mei 2020 ingediende voorstel van wet houdende Tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten) (35 455) tot wet is of wordt verheven en artikel 17 van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel IV van deze wet, wordt artikel IV van deze wet als volgt gewijzigd:

A

In de onderdelen A, B, onder 1°, C, onder 1°, en D wordt telkens «Artikel 4, tweede tot en met zesde lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming is van overeenkomstige toepassing» vervangen door «Artikel 5, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing».

B

In de onderdelen A, B, onder 2°, C, onder 2°, D en F wordt «of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming» telkens vervangen door «, een op grond van artikel 5, of een op grond van artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming».

ARTIKEL VIII

Indien het bij koninklijke boodschap van 10 juni 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Kieswet in verband met de aanpassing van de procedure voor de vaststelling van verkiezingsuitslagen alsmede regeling van enkele andere onderwerpen in die wet, de Waterschapswet, de Mediawet 2008 en de Mediawet BES (Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen) (35 489) tot wet is of wordt verheven en artikel I van die wet:

a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I van deze wet, wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:

1°. Onderdeel H komt te luiden:

H

In artikel G 6, tweede lid, wordt na «het verzoek om registratie van een aanduiding» ingevoegd: «, het verzoek om registratie van een logo».

2°. Onderdeel J komt te luiden:

I

In artikel M 3 worden onder vernummering van het vierde lid tot zesde lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. De kiezer vermeldt bij zijn verzoek het e-mailadres waarop hij het stembiljet wil ontvangen. Indien hij geen e-mailadres vermeldt, wordt hem het stembiljet per post toegezonden.

  • 5. De kiezer die het stembiljet per post wil ontvangen, vermeldt dit bij zijn verzoek.

3°. Na onderdeel J wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ja

In artikel M 5, tweede lid, onderdeel a, wordt «artikel M 6a» vervangen door «artikel M 6b».

4°. Onderdeel K komt te luiden:

K

Artikel M 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder verlettering van de onderdelen b tot en met e tot de onderdelen c tot en met f een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • b. een overzicht van de kandidatenlijsten;

2. Onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid, en het derde lid tot het tweede lid, wordt in het derde lid (nieuw) «behoudens het stembiljet, dat aan alle personen, bedoeld in artikel M 1, zo spoedig mogelijk wordt toegezonden» vervangen door «behoudens het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten, die zo spoedig mogelijk aan alle personen, bedoeld in artikel M 1, worden toegezonden» en wordt aan het slot een volzin toegevoegd, luidende: «Aan kiezers die hun werkelijke woonplaats in Aruba, Curaçao of Sint Maarten hebben, worden de stembescheiden met tussenkomst van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegezonden.»

3. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid maakt de burgemeester van 's Gravenhage het overzicht, bedoeld in het eerste lid onder b, zo spoedig mogelijk op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «onder b, c, d en e» vervangen door «onder a tot en met f».

5°. Na onderdeel K wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ka

Artikel M 6a van de Kieswet wordt vernummerd tot artikel M 6b.

6°. Onderdeel M komt te luiden:

M

Artikel M 7, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Een kiezer stemt door op het stembiljet:

    • 1°. het stemvakje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, in te kleuren met een kleur naar keuze; en vervolgens

    • 2°. het stemvakje, geplaatst vóór het nummer van de kandidaat van zijn keuze op die lijst, in te kleuren met een kleur naar keuze.

7°. Onderdeel N komt te luiden:

N

Artikel N 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het briefstembureau beslist over de geldigheid van een stem.

2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vijfde en zesde lid worden drie leden ingevoegd:

  • 2. Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht, met een stembiljet dat bij of krachtens deze wet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

  • 3. Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze kenbaar is gemaakt door het geheel of gedeeltelijk inkleuren van zowel het stemvakje, geplaatst vóór een lijst, als het stemvakje, geplaatst vóór het nummer van een kandidaat op die lijst.

  • 4. Een stem is blanco uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt doordat op het stembiljet geen stemvakje is ingekleurd.

b. later in werking treedt dan artikel I van deze wet, wordt artikel I van die wet als volgt gewijzigd:

1°. Onderdeel Q vervalt.

2°. In onderdeel PP wordt «tweede en derde lid tot derde en vierde lid» vervangen door «tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid».

3°. In onderdeel RR wordt «artikel M 6a» vervangen door «artikel M 6b».

4°. Onderdeel SS komt te luiden:

SS

Artikel M 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot het derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Op het briefstembewijs wordt een nummer vermeld.

2. In het vierde lid (nieuw) wordt «het tweede lid» vervangen door «het derde lid».

3. Aan het vijfde lid (nieuw) wordt een zin toegevoegd, luidende: «Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente ’s-Gravenhage de informatie nodig voor het produceren van het briefstembewijs.»

5°. In onderdeel TT wordt «artikel M 6» vervangen door «artikel M 6a» en wordt «artikel M 6a» vervangen door «artikel M 6b».

6°. In onderdeel UU vervalt subonderdeel 1.

7°. In onderdeel MMM wordt artikel N 26 als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het briefstembureau beslist over de geldigheid van een stem.

2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vijfde en zesde lid worden drie leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht, met een stembiljet dat bij of krachtens deze wet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

  • 3. Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze kenbaar is gemaakt door het geheel of gedeeltelijk inkleuren van zowel het stemvakje, geplaatst vóór een lijst, als het stemvakje, geplaatst vóór het nummer van een kandidaat op die lijst.

  • 4. Een stem is blanco uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt doordat op het stembiljet geen stemvakje is ingekleurd.

ARTIKEL IX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,