35 669 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake de herijking van het Steun- en herstelpakket)

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld 2 maart 2021

Het voorbereidend onderzoek geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding:

De leden van de D66-fractie hebben met belangstellig kennisgenomen van de voorliggende incidentele suppletoire begroting inzake de herijking van het Steun- en herstelpakket. Zij hebben een enkele vraag aan de regering.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Incidentele suppletoire begroting SZW 2021 inzake de herijking van het Steun- en herstelpakket en hebben hierover nog enige vragen en opmerkingen aan de regering.

Vraag van de leden van de D66-fractie:

Tijdens het debat op 10 november 20202 met de Minister van SZW over de Vierde incidentele suppletoire begroting inzake steun- en herstelpakket3 heeft het lid Moonen van D66 aan de orde gesteld de maximale maandloonvergoeding van de NOW te verlagen. Die vergoedingen kunnen nu immers oplopen tot 9.538 euro per maand en de vraag is of dit wijs en proportioneel is, zeker wanneer de coronacrisis langer gaat duren. De Minister heeft hierop geantwoord dat in de eerste fase van de NOW bewust deze hogere vergoeding van twee keer het sv-dagloon is toegestaan met als motivering dat mensen anders sneller ontslagen zouden worden als men deze vergoeding zou verlagen. Maar in het Steun- en herstelpakket voor de derde fase, de periode van 1 april tot 1 juli, gaf de Minister aan om de vergoeding te normaliseren naar één keer het sv-dagloon. Dit vanuit het argument van de overheidsfinanciën en de lange termijn normalisatie.

Kan de regering aangeven waarom alsnog is afgezien van deze versobering naar één keer het sv-loon?

Vragen van de leden van de SP-fractie:

Na in 2020 al 48,5 miljard euro beschikbaar gesteld te hebben voor sociaal-economische maatregelen vanwege de effecten van de coronapandemie, stelt de regering voor dit jaar nog eens 25 miljard euro beschikbaar, met name voor steunmaatregelen aan ondernemers in het kader van de NOW, de TVL, de TOZO en de TONK. Met die steunmaatregelen poogt de regering bedrijven overeind te houden ondanks wegval van productie en afzet, teneinde daarmee werkgelegenheid niet te laten vervallen.

Welke resultaten denkt de regering te bewerkstelligen met het beschikbaar stellen van de nieuwe middelen, toegespitst op de verruimingen in de NOW en de TVL?

Welk beroep is er inmiddels gedaan op de TONK, zowel wat betreft aanvragen, als toekenningen?

Wanneer krijgen gemeenten de beschikking over de TONK-middelen? Is het gelukt een versnelde uitbetaling mogelijk te maken?

Waarom verruimt de regering wel de NOW en TVL maar ziet ze af van het schrappen van de partnertoets in de TOZO, hoewel de nood bij zelfstandigen alleen maar groter geworden is? Wat zou het schrappen van de partnertoets aan middelen vergen?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de antwoorden van de regering met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Sent

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Ester (CU), Sent (PvdA) (voorzitter), Van Strien (PVV), N.J.J. van Kesteren (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD) (ondervoorzitter), A.J.M. van Kesteren (PVV), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Crone (PvdA), Frentrop (FVD), Geerdink (VVD), Van Gurp (GL),Moonen (D66), vac. (FVD), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), De Vries (Fractie-Otten), Van der Burg (VVD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Pouw-Verweij (Fractie-Nanninga), Raven (OSF).

X Noot
2

Handelingen I 2020/2021, nr. 9, item 5.

X Noot
3

Kamerstukken I 2020/2021, 35 542, A.

Naar boven