35 668 Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie in verband met beperking van de CO2-emissie

M BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT – KLIMAAT EN ENERGIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 2021

Door de komende jaren de elektriciteitsproductie met kolen substantieel terug te brengen wordt beoogd forse CO2-reductie te realiseren en daarmee een substantiële bijdrage te leveren aan de uitvoering van het Urgenda-vonnis. Het doel van de productiebeperking is om aanvullende CO2-reductie te realiseren, terwijl de centrales in de positie blijven om eventuele leveringszekerheidsrisico’s op te vangen.

Voor het zomerreces heeft uw Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet verbod op kolen waarmee de productiebeperking tot en met 2024 voor kolencentrales zal worden opgelegd, aangenomen (Kamerstukken 35 668). Daaropvolgend heeft het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot vergoeding van schade van exploitanten van kolencentrales in verband met de beperking van de CO2-emissie (Kamerstuk 35 668, nr. J) van 2 september tot 5 oktober 2021 in uw Kamer en de Eerste Kamer voorgelegen. De voorhangprocedure is afgerond.

Op 1 december jl. heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gegeven over het ontwerpbesluit. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseerde het besluit in werking te laten treden en had daarbij geen verdere aanvullingen. Met inachtneming van dit advies zijn de stukken zo snel mogelijk gepubliceerd.

Om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de uitvoering van het Urgenda-vonnis, zal de productiebeperking in werking treden per 1 januari 2022. Hiermee zal in de komende jaren een zo groot mogelijke bijdrage worden geleverd aan verdere CO2-reductie. De productiebeperking geldt tot en met het jaar 2024.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – Klimaat en Energie, D. Yeşilgöz-Zegerius

Naar boven