Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35654 nr. G |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35654 nr. G |
Ontvangen 22 januari 2021
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de aanvullende vragen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren over het wetsvoorstel in het verslag. Ik heb geprobeerd om alle vragen die zijn gesteld in het voorlopig verslag zorgvuldig te beantwoorden in de memorie van antwoord (Kamerstukken 35 654, E). Nu de Partij voor de Dieren van mening is dat niet alle eerder gestelde vragen voldoende duidelijk zijn beantwoord, en de vragen in het verslag daartoe heeft uitgewerkt in meer gedetailleerde deelvragen, heb ik ervoor gekozen om deze vragen integraal op te nemen (cursief) in deze nota naar aanleiding van het verslag, gevolgd door het antwoord op de vraag.
Soms wordt bij een deelvraag verwezen naar een eerder gegeven antwoord, omdat er een afhankelijkheidsrelatie tussen die deelvragen is. Als er bijvoorbeeld geen gegevens van kiezers worden verwerkt op een stembiljet, is de vervolgvraag welke gegevens worden verwerkt niet aan de orde.
Op de volgende vraag van de leden van de PvdD-fractie is geen antwoord gegeven:
Kan de regering aangeven:
a. hoeveel extra tijd er gemoeid is met het drukken van de stembescheiden indien voor alle kiezers van een stempluspas en een briefstembiljet moet worden gedrukt?
b. waarom het praktisch onmogelijk zou zijn om – ook als er eventueel landelijke ondersteuning wordt gegeven – het proces van het drukken zo in te richten dat alle kiezers tijdig die bescheiden ontvangen?
c. of het wettelijk mogelijk is dat – aangenomen dat het praktisch niet uitvoerbaar is om tijdig voorgedrukte stempluspassen, briefstembiljetten en retourenveloppen te organiseren – de kiezer zelf op basis van een aan iedere kiezer verstrekte schriftelijke instructie met de pen de gegevens invult die anders gedrukt zouden zijn?
Om te voorkomen dat er opnieuw een nietszeggend antwoord wordt verstrekt, worden de vragen als volgt nog geëxpliciteerd:
1.1. Er dient een briefstembiljet te worden gedrukt.
a. Worden daarop gegevens van de stemgerechtigde gedrukt?
Antwoord:
Er worden geen gegevens van de kiesgerechtigde op het briefstembiljet gedrukt. Het stemgeheim moet immers gewaarborgd zijn. Als op het briefstembiljet gegevens van de kiesgerechtigde staan, zou het briefstembureau op het stembiljet kunnen zien wat de betreffende kiezer heeft gestemd.
b. Zo ja, welke gegevens zijn dat?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.1a.
c. Wijken die gegevens af van de gegevens die op de stempluspas zijn gedrukt?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.1a.
d. Hoeveel tijd kost het drukken van alle stempluspassen voor alle kiezers?
Antwoord:
Alleen de kiezers die 70 jaar en ouder zijn krijgen een stempluspas. Dat zijn 2,4 miljoen kiezers. De leveranciers drukken eerst de blanco stempluspassen en stempassen (ruim 10 miljoen). Dat gebeurt op basis van modellen die worden vastgelegd in de Tijdelijke regeling verkiezingen covid-19. Die regeling wordt vastgesteld en gepubliceerd zodra de Eerste Kamer heeft ingestemd met de wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Het personaliseren van de stempluspassen en de stempassen begint nadat de gemeenten hebben bepaald wie kiesgerechtigd is. In de wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 is geregeld dat daags na de dag van de kandidaatstelling (dat is 1 februari a.s.) de gegevens beschikbaar moeten zijn voor het personaliseren van de stempassen en stempluspassen (artikel 7a van het wetsvoorstel). Dat is in het wetsvoorstel opgenomen om te waarborgen dat het personaliseren van de stempluspassen en de stempassen zo snel als mogelijk na de dag van kandidaatstelling kan beginnen en de stempassen tijdig, dat wil zeggen ten minste 14 dagen voor de stemming, aan de kiezers kunnen worden verstuurd. In totaal duurt het personaliseren van de stempluspassen en de stempassen (in totaal ca. 13 miljoen passen) 22 dagen.
e. Hoeveel tijd kost het drukken van de briefstembiljetten voor alle kiezers?
f. Heeft de regering bij leveranciers gevraagd in hoeveel tijd briefstembiljetten voor alle kiezers kunnen worden gedrukt? Zo ja, bij hoeveel leveranciers? En wat waren de antwoorden van de leveranciers?
Antwoord:
Op basis van de informatie die ik heb gekregen van de partijen die (brief)stembiljetten aan de gemeenten leveren, kan ik uw Kamer het volgende melden. Bekend is hoeveel tijd het kost om ca. 13 miljoen stembiljetten te drukken en 8 à 9 miljoen overzichten van kandidaten (die moet de kiezer conform artikel J 1 van het Kiesbesluit uiterlijk 4 dagen voor de dag van de stemming ontvangen) te drukken en te vouwen. Dat kost in totaal ca. 25 dagen en kan pas beginnen op het moment dat onherroepelijk vaststaat welke lijsten en kandidaten mee mogen doen aan de verkiezing. Voor de komende Tweede Kamerverkiezing wordt uiterlijk 16 februari begonnen met het drukken van de stembiljetten (afhankelijk van de vraag of al dan niet op grond van artikel I 7 van de Kieswet beroep wordt ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de besluiten van het centraal stembureau over de geldigheid van de kandidatenlijsten). De vroegst mogelijk datum dat met het drukken kan worden begonnen is 10 februari (als geen beroep wordt ingesteld). Deze verkiezing zullen er in totaal meer (brief)stembiljetten dan 13 miljoen moeten worden gedrukt, omdat kiezers van 70 jaar en ouder de keuze krijgen of zij hun stem per brief uitbrengen of in een stemlokaal, en op voorhand niet bekend is welke keuze deze kiezers maken. Er zullen dus ook genoeg stembiljetten in de stemlokalen aanwezig moeten zijn. Het briefstembiljet wijkt af van het stembiljet dat gebruikt wordt in de stemlokalen. Het briefstembiljet heeft een andere «kleurbalk».
1.2. De briefstemgerechtigde ontvangt een geadresseerde retourenveloppe; daarop komen een antwoordnummer en codes te staan.
a. Verschillen de antwoordnummers en codes per gemeente?
Antwoord:
Het antwoordnummer verschilt per gemeente. De briefstemmen worden immers uitgebracht bij de gemeente waar de kiezer is ingeschreven in de Basisregistratie personen. De burgemeester van elke gemeente zorgt er vervolgens voor dat de ontvangen retourenveloppen overhandigd worden aan de voorzitters van de briefstembureaus van de betreffende gemeente (artikel 11f, tweede lid, van het wetsvoorstel) ten behoeve van de stemopneming. Daarenboven kunnen personen die per brief stemmen hun retourenveloppe ook inleveren bij een van de in de gemeente aangewezen zogenoemde afgiftepunten voor briefstemmen.
De codes die op de retourenveloppe worden gedrukt zijn codes van PostNL ten behoeve van de machinale verwerking van de retourenveloppen zodat de briefstemmen in de sorteercentra zo snel als mogelijk kunnen worden verwerkt. Er komen 2 codes op de retourenveloppe, te weten:
1. Een zogenoemde FIM (Front Identificatie Merk) code. Dat is een streepjescode rechtsboven op de retourenveloppe onder de tekst «Postzegel niet nodig». De FIM-code is een code die zakelijke klanten kunnen laten drukken op hun antwoordnummerenveloppen. Doel hiervan is om (grote aantallen) antwoordnummerzendingen zo snel mogelijk in het sorteerproces van PostNL te kunnen verbijzonderen. Deze code is voor elke gemeente gelijk.
2. De zogenoemde 2D Datamatrixcode. Deze code bevat de volgende informatie: Naam gemeente, het antwoordnummer voor de gemeente, de postcode, de letters TV (Tweede Kamer Verkiezing) en N21 (dit is een PostNL-code).
b. Per gemeente zullen nu 70+-kiesgerechtigden worden uitgefilterd zodat aan hen een voorgedrukte retourenveloppe kan worden gezonden. Hoeveel tijd extra kost het om voor alle kiesgerechtigden in de betreffende gemeente een retourenveloppe te drukken met het antwoordnummer en de codes?
c. Is het mogelijk om in plaats van een voorgedrukte retourenveloppe aan de briefstemgerechtigde te zenden, een enveloppe te zenden waarop de betrokkene zelf het antwoordnummer en de codes moet vermelden op basis van gegevens die op een bijlage zijn verstrekt of via een overheidswebsite zijn op te zoeken?
Antwoord:
Het niet voorzien van codes op retourenveloppen levert geen tijdswinst op. De doorlooptijd wordt bepaald door het drukken van het briefstembiljet. Zie daarvoor het antwoord op vragen 1.1e en f.
d. Is het nodig om over een voorgedrukte antwoordenveloppe te beschikken, indien de briefstemgerechtigde een hem toegezonden – niet voorgedrukte – enveloppe afgeeft of laat afgeven bij een afgiftepunt?
Antwoord:
Het is niet nodig dat de kiezer de toegestuurde voorgedrukte retourenveloppe gebruikt voor het via de post versturen van de briefstem of voor afgeven daarvan bij een afgiftepunt. Een kiezer kan ook een eigen enveloppe gebruiken. Mocht de kiezer een eigen envelop willen gebruiken, dan dient hij wel te vermelden voor welke gemeente de briefstem is (zie artikel 11c lid 4 van het wetsvoorstel). Dus de kiezer zal op de enveloppe moeten schrijven «Briefstembureau van de gemeente X». Indien dat niet op de retourenveloppe staat, kan het afgiftepunt de briefstem niet aannemen. Immers, bij het afgiftepunt kan niet in de retourenveloppe worden gekeken om de stempluspas in te zien. De kiezer heeft een enveloppe nodig van het formaat C5+ of groter, anders passen de stembescheiden er niet in.
1.3. De regering heeft het over tijd die gemoeid is met het «vouwen».
a. Geschiedt het vouwen handmatig en niet machinaal?
Antwoord:
Dat gebeurt machinaal.
b. Is het mogelijk om het drukwerk zo te fabriceren dat het niet gevouwen behoeft te worden of dat het vouwen eenvoudig machinaal kan geschieden?
Antwoord:
Onderdeel van de briefstembescheiden is het briefstembiljet. Dat heeft bij de komende Tweede Kamerverkiezing, vanwege het aantal lijsten en kandidaten, waarschijnlijk een afmeting van 100 cm bij 70 cm. Het briefstembiljet moet gevouwen worden, anders kan het niet aan de kiezer worden toegezonden.
c. Heeft de regering bij leveranciers gevraagd hoeveel extra tijd het kost om voor alle kiesgerechtigden bescheiden die noodzakelijkerwijs gevouwen moeten worden, in gevouwen vorm af te leveren? Zo ja, bij hoeveel leveranciers? En wat waren de antwoorden van de leveranciers?
Antwoord:
Ik verwijs naar het antwoord op de vragen 1.1e en f.
1.4. De briefstemgerechtigde ontvangt eerst de stempluspas en met een daarna volgende tweede zending (1) een briefstembiljet, (2) een geadresseerde retourenveloppe, (3) een enveloppe voor het stembiljet en (4) een handleiding voor de kiezer.
a. Wie verzorgen die tweede zending?
Antwoord:
Dit wordt gedaan door de leveranciers van de gemeenten. Gemeenten besteden de verzending van zogenoemde verkiezingspost aan.
b. Hoeveel extra tijd is er gemoeid met het in de enveloppe die aan de kiezer wordt gezonden, stoppen van die 4 bescheiden?
Antwoord:
Ik verwijs naar het antwoord op de vragen 1.1 e en f.
c. Is die extra tijd te verkorten door meer personeel in te schakelen bij het verwerkingsproces?
Antwoord:
Bepalend is de tijd die nodig is voor het drukken, vouwen en het zogenoemde insteken van de briefstembescheiden (zijnde het briefstembiljet, de retourenveloppe, de stembiljetenveloppe en de uitleg over het stemmen per brief) in de verzendenveloppen. Deze drie processen worden machinaal uitgevoerd.
d. De regering erkent blijkens haar antwoord (slot van paragraaf 1 van de memorie van antwoord) op de eerste vraag die de leden van de PvdD-fractie hadden gesteld, dat er «een landelijk geregelde en onder centrale regie uitgevoerde ondersteuning van gemeenten behoort te komen». Is de regering het met deze leden eens dat de uitvoeringsproblemen die in de visie van de regering hebben genoodzaakt tot het beperken van briefstemmen tot een beperkte groep kiezers, oplosbaar zouden zijn indien zij in het kader van die landelijke regie personele bijstand zou hebben geregeld opdat gemeenten in staat zouden zijn om een verzending van briefstembescheiden aan alle kiezers te kunnen realiseren?
Antwoord:
Ik deel niet de conclusie dat alleen uitvoeringsproblemen hebben geleid tot het besluit om het briefstemmen alleen mogelijk te maken voor kiezers van 70 jaar en ouder. Ik wijs erop dat in de memorie van antwoord uiteen is gezet dat de regering niet heeft overwogen om briefstemmen voor alle kiesgerechtigden mogelijk te maken. Briefstemmen voor iedereen is naar de overtuiging van de regering onwenselijk. Briefstemmen kent immers de nodige nadelen. Omdat het stemgeheim en de stemvrijheid bij het stemmen per brief niet op dezelfde wijze zijn te waarborgen als in het stemlokaal, moet er een dringende noodzaak zijn om briefstemmen voor iedereen mogelijk te maken. Die dringende noodzaak ontbreekt naar de overtuiging van de regering. Naast deze principiële overwegingen zijn er ook praktische overwegingen om alleen het briefstemmen mogelijk te maken voor kiezers van 70 jaar en ouder. Zoals in de memorie van antwoord is geschreven, betreft dat:
– Wat mogelijk is binnen de huidige termijnen: bepalend daarvoor is de tijd die zit tussen de dag dat de kandidatenlijsten onherroepelijk worden en de dag van de stemming.
– Uitvoeringsproblemen bij gemeenten als niet in te schatten is hoeveel kiezers gebruik zullen maken van de mogelijkheid om per brief te stemmen.
Concluderend, het besluit om niet alle kiezers de mogelijkheid te geven om per brief te stemmen kent zowel principiële als praktische overwegingen.
2. Op de volgende vraag van de leden van de PvdD-fractie is geen antwoord gegeven. Deze leden vertrouwen erop dat dit abusievelijk niet is gebeurd en vragen alsnog om een reactie.
Kiezers die bij volmacht willen stemmen, dienen een kopie van hun identiteitsbewijs mee te geven aan degene die bij volmacht voor hen stemt. Is een op een mobiele telefoon gemaakte foto van het identiteitsbewijs als een «kopie» aan te merken zoals in de wet wordt vereist? Zo ja, wordt dat aan de kiezers uitdrukkelijk meegedeeld? Zo nee, is de regering bereid om met spoed een wijziging van de wet in te dienen die erin voorziet dat een foto die met een mobiele telefoon is gemaakt, mede geldt als een «kopie» in de zin van de wet?
Antwoord:
Een kiezer die door een andere kiesgerechtigde is gemachtigd om ook namens hem of haar een stem uit te brengen moet een kopie van het identiteitsbewijs van de volmachtgever laten zien aan het stembureau. Dat kan ook een goed leesbare scan hiervan zijn op een smartphone of tablet. Dit is al enige jaren vaste praktijk en is ook terug te vinden op, bijvoorbeeld, de website van de Kiesraad en op de website elkestemtelt.nl die wordt ingericht voor de komende Tweede Kamerverkiezing.
3. Op de vraag van de leden van de PvdD-fractie waarom niet wordt meegedeeld dat de twee dagen van early voting «uitsluitend» open staan voor kiezers die tot de kwetsbare groepen behoren, heeft de regering geantwoord dat de openstelling van die twee extra dagen «vooral is bedoeld voor» kwetsbare kiezers. Daarmee is niet gemotiveerd waarom de regering niet bereid is om te melden dat die twee extra dagen «uitsluitend» bedoeld zijn voor kwetsbare kiezers. Wat is er in de visie van de regering tegen om zo’n melding te doen?
Antwoord:
De regering is niet bereid om te communiceren dat de mogelijkheid om op maandag of dinsdag te stemmen uitsluitend bedoeld is voor kiezers die tot de kwetsbare groepen behoren, omdat dit suggereert dat kiezers die niet tot een kwetsbare groep behoren op die dagen niet aan de stemming zouden kunnen deelnemen. Die suggestie zou onjuist zijn. De reden dat het vervroegd stemmen op 15 en 16 maart 2021 niet alleen mogelijk is voor kiezers die tot de kwetsbare groepen behoren, is dat het stembureau niet kan vaststellen of een kiezer extra kwetsbaar is voor het coronavirus. De stembureaus zullen dus alle kiezers die op 15 en 16 maart 2021 naar het stemlokaal komen, moeten toelaten. Door te communiceren dat deze mogelijkheid vooral bedoeld is voor kwetsbare groepen kiezers, zal het voor kiezers die niet tot deze groep behoren duidelijk zijn dat zij gevraagd worden om in beginsel op woensdag 17 maart 2021 hun stem uit te brengen in het stemlokaal.
4. Geen gemotiveerd antwoord is gegeven op de vraag van de leden van de PvdD-fractie luidende:
Is het mogelijk dat van partijen die aan de verkiezingen deelnemen en die hulp aan kiezers willen bieden bij het stemmen met volmacht op een van overheidswege georganiseerde website de contactmogelijkheid wordt gepubliceerd en dat kiezers die via het landelijk telefoonnummer om hulp vragen naar die contactnummers worden verwezen?
Om te voorkomen dat er opnieuw een nietszeggend antwoord wordt verstrekt, worden de vragen als volgt nog geëxpliciteerd:
4.1 Waarom zou het vermelden van contactnummers van alle partijen die een helpdesk inrichten om kwetsbaren die niet naar het stemlokaal kunnen of durven te gaan, bij te staan, kunnen worden uitgelegd als «een rol spelen bij het vinden van een kiezer aan wie een volmacht gegeven kan worden»?
4.2 Waarom zou het vermelden van contactnummers van alle partijen die een helpdesk inrichten om kwetsbaren die niet naar het stemlokaal kunnen of durven te gaan, bij te staan, eraan in de weg staan dat de kiezer zelf bepaalt welke andere kiezer hij of zij voldoende vertrouwt om daar een volmacht aan te geven?
Antwoord:
Nee, het initiatief om te komen tot volmachtverlening moet altijd uitgaan van de volmachtgever. Ik zou het daarbij ongewenst vinden als de overheid (Rijk of gemeenten) daarin zou faciliteren. De kiezer moet zelf bepalen wie hij of zij wil machtigen; het is niet aan de overheid om daarvoor suggesties te doen. Daar komt bij dat mogelijk niet alle politieke partijen deze mogelijkheid tot bemiddeling kunnen of willen bieden, wat erop neer zou komen dat de overheid de ene partij wel en de andere partij niet zou helpen bij het winnen van stemmen. Dat past niet bij de volstrekt neutrale rol die zowel Rijk als gemeenten naar mijn overtuiging moeten vervullen in het verkiezingsproces.
5. Inmiddels heeft het OMT aangegeven zeer bezorgd te zijn over de verspreiding van nieuwe varianten, in het bijzonder van de Britse variant. Ook heeft de regering de verscherping van de coronamaatregelen tot in februari voortgezet.
5.1 Heeft de regering het OMT al verzocht advies uit te brengen over de vraag of het houden van verkiezingen in maart verantwoord is?
5.2 Als er advies is gevraagd en verkregen, wat wordt er dan door het OMT geadviseerd?
5.3 Als er nog geen advies is gevraagd, waarom is dat nagelaten?
5.4 Gaat de regering nog (nader) advies vragen aan het OMT, en zo ja wanneer?
Antwoord:
Het kabinet heeft het OMT niet verzocht om advies uit te brengen over het houden van de verkiezingen. Ten behoeve van de op te stellen tijdelijke wetgeving is wel twee keer advies gevraagd aan het RIVM (30 juli en 30 oktober 2019) over bij de verkiezingen te nemen maatregelen ter vermijding van gezondheidsrisico’s. Die adviezen zijn verwerkt in de nu voorliggende wetgeving en betreffen de maatregelen om het stemmen in het stemlokaal veilig te laten verlopen. Ik volg de ontwikkelingen rond het coronavirus en informeer uw Kamer in februari opnieuw over de omstandigheden rond de verkiezing op 15, 16 en 17 maart.
6. Uit het onderzoek van IPSOS (niet-stemmers bij herindelingsverkiezingen 2020) blijkt dat 18% «vanwege corona niet (is) gaan stemmen/corona heeft meegespeeld». Bij personen van 55 jaar of ouder was dat zelfs 25%. Gelet op de ontwikkelingen sindsdien – het verschijnen van varianten en de toenemende zorg van het OMT – is voorzienbaar dat de groep die om redenen van angst voor besmetting niet zal gaan stemmen, zal toenemen. Acht de regering het verantwoord om de verkiezingen – zonder de mogelijkheid van briefstemmen open te stellen – te laten doorgaan indien een vijfde deel van de kiezers (die geen gebruik willen maken van stemmen bij volmacht) het niet veilig genoeg vinden om naar het stemlokaal te gaan?
Antwoord:
Bij de herindelingsverkiezingen zijn circa 45–50% van de kiezers gaan stemmen. Ongeveer 50–55% van de kiesgerechtigden is dus niet gaan stemmen. Uit het door de leden van de fractie van de PvdD aangehaalde onderzoek van Ipsos blijkt dat bij 80% van de kiezers die niet zijn gaan stemmen het coronavirus geen rol heeft gespeeld. Circa 20% van deze niet-stemmers (dus circa 10% van de totale kiezerspopulatie) zegt vanwege corona niet te zijn gaan stemmen of dat corona een bijkomende rol heeft gespeeld bij de keuze om niet te gaan stemmen. De helft van deze 20% niet-stemmers zou niet zijn gaan stemmen ongeacht de maatregelen die worden getroffen om het stemmen veilig te maken in de stemlokalen. Een derde van deze 20% niet-stemmers zou wel overwegen te gaan stemmen als men overtuigd is van het feit dat dit op een veilige manier kan. Het kabinet meent dat het verantwoord is om de verkiezingen te laten doorgaan met de beschermingsmaatregelen die worden getroffen en de extra mogelijkheden voor kiezers om hun stem uit te brengen. In de voorlichtingscampagne zal aandacht zijn voor de mogelijkheid van stemmen bij volmacht en voor de maatregelen die gelden in het stemlokaal. Mocht de situatie rondom het virus en de epidemiologische ontwikkelingen in het uiterst ongewenste geval dwingen om uitstel van de verkiezingen te overwegen, dan is dat een gezamenlijke beslissing van kabinet en parlement.
7. De regering is niet bereid om stemlokalen in te richten die bestemd zijn voor kiezers die op de laatste dag van de verkiezingen ineens klachten ondervinden die vallen onder de zogeheten «coronaklachten» en die niet in staat zijn om alsnog te regelen dat iemand bij volmacht voor hen stemt.
7.1 Is de regering het met de leden van de PvdD-fractie eens dat die kiezer door die opstelling van de regering gedwongen wordt om af te zien van het uitoefenen van zijn stemrecht?
7.2 Kan de regering zich voorstellen dat er kiezers zijn – zeker als deze het uitbrengen van een stem als een «plicht» ervaren (nog niet zo lang geleden bestond er een stemplicht) – die het risico zullen nemen en dan toch naar het stembureau zullen gaan? Zo nee, aan welke onderzoeksgegevens ontleent de regering gronden voor dat negatieve antwoord? Zo ja, acht de regering het belang om «gemeenten (niet) voor de nodige nieuwe uitvoeringsvraagstukken (te) stellen» dan van meer gewicht dan het voorkomen van verdere verspreiding van het virus?
7.3 Is de regering bereid om in het kader van de landelijke coronaregie en haar plicht om het uitoefenen van stemrecht zoveel mogelijk te bevorderen de gemeenten zodanig bij te staan dat aparte stemlokalen voor mensen met coronaklachten worden geopend?
Antwoord:
Ik ben het oneens met de stelling dat kiezers die op de dag van de stemming coronaklachten hebben, worden gedwongen om af te zien van het uitoefenen van hun stemrecht. Deze kiezers kunnen een onderhandse volmacht geven aan een andere kiezer. Dat kan tot op de verkiezingsdag zelf. Ik wijs erop dat het algemene Rijksbeleid is dat wie klachten heeft, thuis moet blijven1. Bekend is dat helaas niet iedereen zich aan die regel houdt, maar dat is voor mij geen reden om het algemene Rijksbeleid te doorkruisen door stemlocaties in te richten voor personen met klachten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35654-G.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.