Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35640 nr. A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35640 nr. A |
Aan de Voorzitter van de Europese Commissie
Den Haag, 20 november 2020
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning heeft met belangstelling kennisgenomen van het EU-actieplan tegen racisme 2020–20252 en van het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma.3 Voor de leden van de fracties van FVD en PVV zijn deze documenten aanleiding om een aantal vragen te stellen en opmerkingen te maken, waarop zij graag de reactie van de Europese Commissie vernemen.
Vragen van de FVD-fractie
In het EU-actieplan tegen racisme 2020–2025 concludeert de Europese Commissie dat alleen zich uitspreken tegen racisme onvoldoende is. De leden van de fractie van FVD kunnen zich daarin vinden. Maar is de Commissie het met deze leden eens dat alleen een juridisch verbod op racistische uitingen ook niet voldoende is?
Kan de Commissie aangeven wat – in relatie tot haar mededeling – haar reactie is op de uitspraak van de Leidse hoogleraar Karel van het Reve: «Ik geloof niet dat je meningen effectief kunt bestrijden door de uiting ervan te verbieden»?4 Is de Commissie het met deze leden eens dat als deze uitspraak juist is, dit de kern raakt van het EU-programma op het terrein van racisme en discriminatie?
Artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) keert zich tegen discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De leden van de fractie van FVD hebben enige moeite met het naast elkaar plaatsen van zaken die mensen «overkomen» (geslacht, ras, afstamming, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid) en zaken waarvoor mensen kiezen (godsdienst en overtuiging). Is de Commissie het eens met deze leden dat bij zaken die mensen «overkomen» discriminatie ernstiger is dan bij zaken waarvoor mensen kiezen?
In artikel 19 VWEU wordt als discriminatiegrond ook opgenomen religie en overtuiging. De leden van de fractie van FVD vragen de Commissie wat dit betekent voor zeer verwerpelijke overtuigingen (een nazistische of racistische of Stalinistische overtuiging). Kunnen mensen die deze overtuigingen koesteren en uitdragen zich beroepen op het discriminatieverbod van mensen «op grond van overtuiging» wanneer zij op hun opvattingen worden aangesproken?
In het huidige Nederlandse regeerakkoord staat: «In de EU zet Nederland in op een veel strengere aanpak van jihadisme» (p. 4). Jihadisme wordt echter gevoed door een ideologie die wordt aangeduid als «salafisme» of «institutioneel islamisme». Dit islamisme wordt in Europese landen gestimuleerd via beïnvloeding uit onvrije landen, nog steeds volgens het regeerakkoord: «Beïnvloeding vanuit onvrije landen en organisaties via social media of door de financiering van organisaties in Nederland is onwenselijk. Voorkomen moet worden dat vanuit het buitenland via geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties onwenselijke invloed wordt gekocht. Daartoe zullen deze geldstromen meer transparant gemaakt worden» (p. 4). De leden van de fractie van FVD zijn van oordeel dat deze situatie ook gevolgen heeft voor de bestrijding van discriminatie op grond van religie. Hoe om te gaan met de salafistische overtuiging? Kunnen salafisten zich verschuilen achter artikel 19 VWEU en andere non-discriminatiebepalingen en daarmee een voorsprong krijgen in de ideeënstrijd met verdedigers van de democratische rechtsstaat? Graag een reactie van de Commissie.
De leden van de fractie van FVD hebben de overtuiging dat racisme en discriminatie verwerpelijke zaken zijn. Maar tevens dat racisme en discriminatie in West-Europese landen kleiner zijn dan in andere delen van de wereld. Deelt de Commissie deze opvatting?
De leden van de fractie van FVD onderkennen dat racisme en discriminatie ook in onze tijd nog voorkomen. Maar tevens dat deze zaken anno 2020 veel minder prominent aanwezig zijn dan in vroeger tijden. Kan de Commissie deze interpretatie van de geschiedenis onderschrijven?
De leden van de fractie van FVD maken zich grote zorgen over verbreiding van de term «institutioneel racisme», dat kenmerkend zou zijn voor deze tijd. Deze leden achten dit een diskwalificatie van de Nederlandse Grondwet, de Nederlandse antidiscriminatiebepalingen, maar ook het geheel aan regelingen om discriminatie te bestrijden zoals deze via de Europese Unie tot ons komen. Is de Commissie het met deze leden eens dat deze term «institutioneel racisme» daarom dient te verdwijnen?
De problematiek van racisme en discriminatie houdt niet op bij de landsgrenzen. Daarom zouden kennisuitwisseling, afstemming en samenwerking in EU-verband voordelen kunnen bieden ten opzichte van een uitsluitend nationale aanpak. De leden van de FVD-fractie hebben geprobeerd zich voor te stellen wat met deze stellingname bedoeld is. Kennisuitwisseling, niet alleen over discriminatie overigens, heeft binnen Europa toch altijd plaatsgevonden? Waarom zou de Europese Unie daarvoor nodig zijn? Sinds de boekdrukkunst is uitgevonden en nog sterker met het internet is de gehele wereld één grote uitwisseling van ideeën. Waarom doet de Europese Commissie voorkomen alsof de Europese Unie hierin een speciale rol zou spelen?
In het actieplan wordt onderscheid gemaakt tussen racisme door individuen en structureel racisme. De leden van de fractie van FVD hebben dat onderscheid niet goed begrepen. Racisme is toch altijd een overtuiging van (menselijke) individuen? Of van groepen individuen? Deze leden kunnen niet goed inzien wat de term «structureel racisme» zou inhouden. Wordt wellicht bedoeld dat het hierbij gaat om een vorm van racisme die nogal hardnekkig is en waaraan individuen vasthouden ondanks pogingen van de nationale overheden en de EU hen op andere gedachten te brengen? Graag vernemen deze leden of de Commissie dit kan toelichten.
De leden van de fractie van FVD maken zich zorgen over de slordige manier waarop vaak over racisme wordt gedacht en gesproken. Racisme lijkt tegenwoordig de overkoepelende term te worden voor allerlei soorten discriminatie. Deelt de Commissie die zorg?
De Commissie stelt zich op het standpunt dat bij structureel racisme de «onderliggende oorzaken» worden aangepakt. Het bestrijden van raciale en etnische stereotypering lijkt de Commissie hierbij van groot belang. De leden van de fractie van FVD hebben de indruk dat een van de meest prominente oorzaken van discriminatie jegens moslims in deze tijd is het voorkomen van vele jihadistische aanslagen, geïnspireerd door een institutioneel islamitische ideologie. De beste manier om discriminatie jegens moslims te bestrijden lijkt daarom een succesvolle bestrijding van het jihadistisch terrorisme. Zou het niet kunnen dat veel discriminatie niet het gevolg is van kwade opzet, maar van falend overheidsbeleid ten aanzien van terrorismebestrijding? De «onderliggende oorzaak» van het structureel racisme zou dan gezocht moeten worden in een structureel probleem van structureel falen van de overheid om het geweldsmonopolie van de staat te handhaven. Is de Commissie het eens met deze visie?
Vragen van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie stellen de volgende vragen.
1. Op p. 6 stelt het Actieplan:
«Sinds 2014 houdt de Commissie toezicht op de omzetting van het kaderbesluit in de rechtsstelsels van de EU-lidstaten. Er bestaat ernstige bezorgdheid over de mate waarin haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven in nationale strafwetboeken correct strafbaar worden gesteld. De Commissie zal prioritair alles in het werk stellen om te zorgen voor een volledige en correcte omzetting en uitvoering van het kaderbesluit in de hele EU, met name wanneer de definitie van haatzaaiende uitlatingen of de strafbaarstelling van haatmisdrijven niet correct in nationaal recht is omgezet en zij zal waar nodig inbreukprocedures inleiden.»
Kan de Commissie aangeven op welke concrete gronden zij deze «ernstige bezorgdheid» baseert en wanneer zij het nodig acht om tot inbreukprocedures over te gaan?
2. Het actieplan stelt op p. 7:
«Dit zou niet alleen bevorderlijk zijn voor een inhoudsmoderatie waarmee de vrijheid van meningsuiting online gewaarborgd blijft, maar ook de basis vormen voor het verzamelen van gegevens over de omvang en de soorten haatzaaiende racistische uitlatingen op het internet door het maatschappelijk middenveld en beleidsmakers te helpen beleid te formuleren dat racisme doeltreffend aanpakt.»
a. Kan de Commissie aangeven op basis van welke criteria de vrijheid van meningsuiting in dit kader gewaarborgd blijft en op welke wijze en gronden? Kan de Commissie tevens aangeven welke criteria worden toegepast om dergelijke gegevens te verzamelen, door wie dit zou moeten gebeuren, met welke bevoegdheden en hoe en door wie dit wordt verwerkt?
b. Kan de Commissie voorts aangeven hoe het «EU-internetforum» is samengesteld, wie daarin deelneemt en op welke basis?
c. Kan de Commissie tevens aangeven op basis van welke criteria de referentielijst wordt samengesteld? In hoeverre worden hierin ook «gewelddadige extremistische symbolen» van de islamitische ideologie opgenomen?
3. Op p. 9 van het Actieplan staat:
«Het agentschap moet ook gegevens blijven verzamelen en publiceren over de houding van de politie ten opzichte van minderheden.»
a. Kan de Commissie aangeven met welke gronden en criteria deze gegevens worden verzameld?
b. Kan de Commissie tevens aangeven wat bedoeld wordt met het aanscherpen van een «inclusieve uitvoering van politietaken» en op basis van welke criteria?
4. Voorts stelt p. 9 van het actieplan:
«Het te lage aantal aangiftes van haatmisdrijven met racistische motieven vormt een ernstige belemmering voor rechtshandhaving en beleidsvorming.»
Kan de Commissie aangeven op basis waarvan het aantal aangiftes als «te laag» wordt aangeduid en of het verhogen van het aantal aangiftes een doel op zich is? Kan de Commissie tevens aangeven in hoeverre de bedoelde aangiftes daadwerkelijk tot veroordelingen hebben geleid?
5. Kan de Commissie aangeven hoe de projecten van het op p. 14 genoemde «Europees Solidariteitskorps» tot stand komen, geselecteerd worden en welke voorwaarden er aan worden gesteld? Kan tevens worden aangegeven welke bedragen aan deze projecten worden uitgegeven?
6. Verder wordt op p. 14 gesteld:
«Het netwerk voor voorlichting over radicalisering zal steun verlenen aan de inspanningen van leerkrachten, jeugdwerkers en de bredere gemeenschap van alle leeftijdsgroepen om polariserende debatten en stigmatiserende uitspraken in de klas aan te pakken.»
Kan de Commissie specifieker aangeven wat hier wordt verstaan onder het aanpakken van «polariserende debatten» en «stigmatiserende uitspraken»?
7. P. 15 spreekt over «discriminatie op de woningmarkt». Kan de Commissie aangeven of dit ook discriminatie van autochtone bewoners betreft, die jarenlang op een wachtlijst voor een sociale huurwoning moeten staan, ten opzichte van vergunninghoudende asielzoekers die met voorrang een woning krijgen toegewezen?
8. Op p. 17 wordt aangegeven:
«De bevordering van een evenwichtig en positief discours, de vergroting van het bewustzijn en de kennis van journalisten, en het stimuleren van mediageletterdheid zijn cruciale manieren om tot inclusieve samenlevingen te helpen komen.»
Kan de Commissie aangeven wat concreet wordt verstaan onder een «evenwichtig en positief discours» en hoe en door wie dit bepaald wordt? Kan de Commissie tevens specifiek aangeven welk bewustzijn en welke kennis bij journalisten vergroot moet worden? Kan de Commissie ook aangeven hoe dit sociaal-politieke doel zich verhoudt tot onafhankelijke journalistiek?
9. Verder stelt p. 17:
«Daarnaast werkt de Commissie samen met de Europese Federatie van Journalisten voor een reeks online seminars die in het voorjaar van 2021 moeten plaatsvinden, voor meer bewustwording en de bevordering van een evenwichtige berichtgeving over moslims en de Islam.»
Kan de Commissie hier concreet aangeven wat hier onder moet worden verstaan en welke boodschap hier zal worden uitgedragen over de islam? Kan de Commissie aangeven in hoeverre bij deze bewustwording over de islam de gewelddadige en totalitaire ideologie van de islam onder de aandacht wordt gebracht?
10. Voorts stelt p. 18:
«Correcte en vergelijkbare gegevens zijn essentieel voor beleidsmakers en het publiek om de mate en de aard van discriminatie te kunnen onderkennen en om het beleid te ontwerpen, aan te passen, te monitoren en te evalueren. Dit betekent dat gegevens moeten worden uitgesplitst naar ras of etnische afstamming.»
Kan de Commissie aangeven of het ook de bedoeling is deze gegevens te kunnen koppelen aan data over criminaliteit en uitkeringsafhankelijkheid?
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning ziet uit naar de reactie van de Europese Commissie.
Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, B. Dittrich
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35640-A.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.