35 618 Wijziging van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES ter uitvoering van het op 23 maart 2001 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001 (Trb. 2005, 329)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 8 december 2020

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

   

Inleiding

1

Algemeen

2

Gevolgen

2

Uitvoering/toezicht en handhaving

2

Advies en consultatie

2

Gelijktijdige inwerkingtreding uitvoeringswetgeving en nederlegging verklaring tot uitbreiding tot Caribisch Nederland

3

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en de bijbehorende stukken en hebben daarover nog enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vinden het belangrijk dat vervuilers betalen, dus ook bij de verontreiniging door bunkerolie.

Algemeen

De leden van de VVD-fractie vragen waarom toetreding en de benodigde aanpassing van de wetgeving voor wat betreft de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES) niet eerder, bijvoorbeeld gelijktijdig met Europees Nederland, heeft plaatsgevonden. Daarnaast vragen deze leden welke verplichtingen op grond van het verdrag (die gericht zijn op vlaggenstaten), naast de verplichting van de geregistreerde eigenaar van een schip van meer dan 1000 GT tot het in stand houden van een verzekering of andere financiële zekerheid ter dekking van de kosten wegens aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging, nog meer niet van toepassing zijn op de BES-eilanden en wat dit voor gevolgen heeft voor de uitvoering van het verdrag.

De leden van de GroenLinks-fractie lezen dat in Europees Nederland het internationaal verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie in 2011 in werking is getreden. Dit wetsvoorstel voorziet in de toetreding van de BES-eilanden tot dit verdrag. Waarom zijn de benodigde aanpassingen van de wet voor toetreding van de BES-eilanden niet eerder ingevoerd?

De leden van de GroenLinks-fractie lezen daarnaast dat het belangrijkste verschil met de implementatie in Nederland het ontbreken is van de verplichtingen op grond van het verdrag die gericht zijn op vlaggenstaten. Welke gevolgen voor de uitvoering van het verdrag heeft dit? Deze leden lezen één voorbeeld van een verplichting. Welke andere verplichtingen kunnen niet op de BES-eilanden worden opgelegd? Deze leden ontvangen graag een lijst van alle verplichtingen die niet kunnen worden opgelegd.

Gevolgen

De leden van de CDA-fractie vragen of er als gevolg van de toetreding van de BES-eilanden gevolgen voor Europees Nederland te verwachten zijn.

De leden van de GroenLinks-fractie vinden het goed dat dit voorstel zorgt voor een uitbreiding van de aansprakelijkheid van de scheepseigenaar voor schade als gevolg van verontreiniging door lekkage van bunkerolie. Deze leden lezen dat het wetsvoorstel geen invloed heeft op de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven of het level playing field tussen reders. Kan dit uitgebreider toelichten worden?

Uitvoering/toezicht en handhaving

De leden van de CDA-fractie constateren dat het belangrijkste verschil met de implementatie op de BES-eilanden ten opzichte van Europees Nederland, inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, het ontbreken van de verplichtingen op grond van het verdrag die gericht zijn op vlaggenstaten betreft. Wat betekent dit voor de uitvoering van het verdrag? En kan de regering toelichten hoe het dan zit met de andere verplichtingen op grond van het verdrag die gericht zijn op vlaggenstaten en die daardoor niet op de BES-eilanden kunnen worden opgelegd?

Advies en consultatie

De leden van de GroenLinks-fractie lezen dat het voorstel is afgestemd met de openbare lichamen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Het wetsvoorstel is ter consultatie gestuurd aan deze openbare lichamen, maar hierop zijn geen reacties ontvangen. Waarom hebben de openbare lichamen geen reactie gegeven? Weet de regering of zij wel achter dit wetsvoorstel staan?

Gelijktijdige inwerkingtreding uitvoeringswetgeving en nederlegging verklaring tot uitbreiding tot Caribisch Nederland

De leden van de GroenLinks-fractie lezen dat het voorstel na de parlementaire behandeling van kracht wordt op de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden, voor het Caribische deel van Nederland (de BES-eilanden), een verklaring tot uitbreiding van de gelding van het verdrag heeft neergelegd bij de depositaris van het verdrag, de Secretaris-Generaal van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) te Londen. Er wordt geen specifieke datum genoemd. Kan de regering een termijn noemen waarop het verdrag in werking zal treden?

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, Agnes Mulder

De adjunct-griffier van de commissie, Schuurkamp

Naar boven