35 613 Wijziging van de Wet arbeid en zorg, de Wet flexibel werken en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad (PbEU 2019, L 188) (Wet betaald ouderschapsverlof)

H BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 maart 2022

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit houdende wijziging van de percentages, bedoeld in artikel 6:3, derde en zevende lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof in verband met de verhoging van het uitkeringspercentage betaald ouderschapsverlof van 50 procent naar 70 procent. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure van artikel 6:10a, tweede lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het zal worden vastgesteld.

Met de voorlegging van dit ontwerpbesluit wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie-Van Gurp (GroenLinks) c.s. over de verhoging van het doorbetalingspercentage van 50 naar 70 procent (Kamerstukken I 2021/22, 35 613, G).

De extra verplichtingen en uitgaven die gepaard gaan met de verhoging van het uitkeringspercentage betaald ouderschapsverlof zullen via de 1e suppletoire begrotingswet 2022 van SZW formeel aan het parlement ter autorisatie worden voorgelegd.

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal is eveneens een brief verstuurd in het kader van de voorhangprocedure.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Naar boven