35 570 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021

Nr. 174 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 januari 2021

Hierbij bieden wij u de tweede voortgangrapportage van de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) aan, over 2020 (zie bijlage 1)1. Het jaar 2020 is getekend door Covid-19. Door de impact van deze crisis is het verschil in kansen van kinderen en jongeren nog meer zichtbaar en tastbaar geworden. Juist kinderen en jongeren die door hun thuissituatie het onderwijs hard nodig hebben om hun talenten te kunnen ontwikkelen ondervinden de negatieve effecten van de sluiting van scholen.

Ondanks Covid-19 zijn wij vanuit de GKA samen met po-, vo-scholen, mbo-instellingen en gemeenten blijven werken aan een structurele aanpak van kansenongelijkheid in het onderwijs. In deze brief vatten wij de belangrijkste onderwerpen uit de rapportage voor u samen. We beschrijven de (1) werkwijze en tot nu toe behaalde resultaten, (2) de ontwikkelingen naar aanleiding van Covid-19 en de (3) toekomst van het bevorderen van kansengelijkheid met de GKA.

De GKA werkt op verschillende niveaus samen met deze diverse bondgenoten. In de kaders in deze Kamerbrief vindt u verschillende voorbeelden van de activiteiten en uitdagingen uit de praktijk van de Gelijke Kansen Alliantie.

Kader 1. Twee portretten uit de documentaireserie Klassen

Anyssa is pas tien jaar als ze aan groep acht begint. Ze woont nu bij haar opa en oma, die haar financieel en op het gebied van huiswerk weinig kunnen bieden. Maar Anyssa heeft meer zorgen. Haar opa, van wie ze zielsveel houdt, is ernstig ziek en daarnaast: bij wie gaat ze wonen als ze straks naar de middelbare school gaat? Lukt het Anyssa om haar voorlopige havo-vwo-advies vast te houden? Gelukkig voelt ze zich ook meer dan thuis bij juf Jolanda.

 

Gianny (13) mocht niet kiezen naar welke middelbare school hij ging. Hij werd vanwege zijn gedrag direct naar het Hogelant «gestuurd»: een vmbo ZORGschool voor leerlingen met een leerachterstand en verbaal corrigeerbare houdings- en gedragsproblemen. Hij zit nu in zijn tweede jaar, maar hij wil het liefst zo snel mogelijk weg, naar een «gewone school». Daarvoor moet hij wel goede cijfers halen, niet vechten en – het belangrijkste – aanwezig zijn, iets dat hem vorig jaar nauwelijks lukte. Aan zijn intelligentie zal het niet liggen, maar weet hij zich goed te gedragen? De verlokkingen van de straat zijn verleidelijk.

 

Anyssa en Gianny, die voor de documentaireserie Klassen van Human werden gevolgd, zijn slechts twee voorbeelden van kinderen die door de aan- en afwezigheid van factoren op school, thuis en in hun omgeving te maken hebben met kansenongelijkheid. De verhalen van Anyssa en Gianny laten zien hoe weerbarstig de praktijk is, ondanks alle inzet en betrokkenheid van leerkrachten en andere professionals. Voor hen en alle andere kinderen in Nederland werkt de GKA samen met gemeenten, scholen en andere partners om het verschil te maken.

1. Stand van zaken Gelijke Kansen Alliantie (GKA)

De GKA werkt via drie lijnen:

Lijn 1. Met gemeenten in meerjarige GKA-agenda’s;

Lijn 2. Met scholen die zich verenigen op thema in leernetwerken en communities;

Lijn 3. In experimenten en bijzondere samenwerkingen.

Lijn 1: Meerjarige GKA-agenda’s gericht op het versterken van de driehoek school – thuis – omgeving

Gemeenten zijn de belangrijkste bondgenoot om de verbinding tussen school, thuis en wijk te versterken. In actiegerichte GKA-Agenda’s zijn interventies en experimenten opgenomen die gemeenten uitvoeren om kansengelijkheid en talentontwikkeling te bevorderen. Ook bevatten de agenda’s afspraken over analyse, onderzoek, kennisopbouw en kennisdeling.

In 2020 is het aantal aangesloten gemeenten bij de GKA gegroeid van 30 naar 50 gemeenten. De geografische spreiding over Nederland is daarmee vergroot. Samen zijn deze gemeenten goed voor ongeveer 45% van alle inwoners van Nederland.

Kader 2. Gemeenten met een GKA-agenda

1. Amsterdam

2. Den Haag

3. Rotterdam

4. Utrecht

5. Achtkarspelen

6. Alkmaar

7. Almelo

8. Almere

9. Amersfoort

10. Apeldoorn

11. Arnhem

12. Bergen op Zoom

13. Breda

14. Capelle aan den IJssel

15. Delft

16. Deventer

17. Dordrecht

18. Eemsdelta

19. Ede

20. Eindhoven

21. Enschede

22. Gorinchem

23. Gouda

24. Groningen

25. Haarlem

26. Heerlen

27. Helmond

28. Hengelo

29. ’s-Hertogenbosch

30. Hoogeveen

31. Leeuwarden

32. Leiden

33. Lelystad

34. Maastricht

35. Medemblik

36. Meierijstad

37. Nijmegen

38. Roosendaal

39. Roermond

40. Schiedam

41. Sittard-Geleen

42. Súdwest-Fryslân

43. Tiel

44. Tilburg

45. Venlo

46. Venray

47. Weert

48. Zaanstad

49. Zoetermeer

50. Zwolle.

Veel interventies uit de GKA-agenda’s hebben betrekking op ouderbetrokkenheid, extra onderwijs en taalbevordering. Passend bij de lokale uitdagingen en behoeften, schaalgrootte, kennis, focus en samenwerking, verschilt de uitwerking per gemeente.

Kader 3. Voorbeelden van interventies uit de GKA-Agenda’s

I. Soepele overgang – gemeente Amsterdam:

Om de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs te versoepelen wordt de Brede Brugklas Bonus ingezet. Scholen die nu nog met gescheiden niveaus werken, kunnen de Brede Brugklas Bonus gebruiken voor het invoeren van een gemengde brugklas. Ook worden bestaande brede brugklassen ondersteund in hun aanpak. Voor leerlingen bieden zij een gemengde en brede basis, die uit minimaal drie niveaus bestaat: vmbo, havo en vwo. Scholen werken hiermee aan de kwaliteit van hun onderwijs. Op deze manier worden alle leerlingen uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen.

 

II. Extra Onderwijs – gemeente Haarlem:

Met de evidence-based methode High Dosage Tutoring (HDT) ontvangen geselecteerde leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs onder schooltijd elke dag een lesuur extra rekenbegeleiding in vaste groepjes van twee leerlingen met één tutor. De tutoren onderhouden wekelijks telefonisch contact met de ouders en ook de leraren zijn betrokken. Deze inzet van tutoren onder schooltijd voor leerlingen met achterstanden lijkt een behoorlijke bijdrage te leveren aan de vermindering van de werkdruk bij leraren en docenten. Met HDT halen leerlingen grote leerachterstanden in waardoor zij een betere aansluiting krijgen op hun vervolgonderwijs. Daarnaast zorgt de sterke band tussen tutoren, leerlingen en hun ouders voor het ondersteunen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen, zoals het opbouwen van zelfvertrouwen en een «Growth Mindset».

 

III. Verbinding school en thuis – gemeente Groningen en gemeente Zaanstad:

De brugfunctionaris vervult een «brug» tussen de ouders en de school. De brugfunctionaris heeft de opdracht om «school» en «thuis» te verbinden, zodat kinderen uit gezinnen met uitdagingen op verschillende levensdomeinen als huisvesting, gezondheidszorg, werk, inkomen en welzijn maximaal ondersteund worden in hun ontwikkeling.

 

In de praktijk zien we dat veel leraren problematiek in de levensdomeinen wel signaleren, maar niet precies weten hoe hiermee om te gaan. De inzet van de brugfunctionaris moet leraren ontlasten, door het contact en de informatie-uitwisseling met ouders te verbeteren. Zo kunnen leraren en ouders een pedagogisch partnerschap aangaan en worden ouders gerichter ondersteund door de brugfunctionaris bij problematiek in andere levensdomeinen. Soms verlenen de brugfunctionarissen kortdurende hulp, maar ze zijn geen zorgverlener. Wel weten ze waar ze moeten zijn voor de juiste hulp en ondersteuning.

 

Brugfunctionarissen zijn aanwezig op scholen en verbonden aan lerarenteams. Ze zijn in dienst van school, maar worden door de gemeenten betaald.

 

IV. Verlengde schooldag – Zuid-Limburg:

Met de Gezonde Basisschool van de Toekomst werken meerdere scholen en de Zuid-Limburgse gemeenten aan het doorbreken van de vicieuze cirkel van de intergenerationele kansenarmoede en sociaaleconomische achterstanden. Het doel is dat de kinderen die opgroeien in kwetsbare buurten in Zuid-Limburg een betere uitgangspositie dan hun ouders verwerven.

 

Onder schooltijd en via een verlengde schooldag komen kinderen naast regulier (voorschools) onderwijs ook in aanraking met sport en bewegen, cultuur, taalstimulering, talentontwikkeling, beroepenoriëntatie en/of gezonde voeding en leefstijl. Daarnaast wordt gestreefd naar een nuttige besteding van vakantieperiodes. Zo wordt het concept «school» opnieuw geladen en verbreed van kwalificatie naar ook socialisatie en persoonsvorming. Om uiteindelijk voor de ouders van de toekomst een betere, kansrijke startpositie te creëren.

Lijn 2: Een lerende aanpak: de GKA-communities, het GKA-dashboard, de expertgroep en de jongerenraad.

Wat werkt en waarom werkt het? Kan een interventie worden opgeschaald met behoud van kwaliteit? Kennisopbouw en kennisdeling zijn centrale speerpunten van de Gelijke Kansen Alliantie, die werkt vanuit een lerende aanpak.

De GKA heeft een belangrijke vliegwielfunctie op lokaal niveau. In de GKA-Agenda’s per gemeente zijn expliciete afspraken gemaakt over het meten en delen van uitkomsten van interventies, zodat succesvolle interventies ook elders ingezet kunnen worden.

GKA-Communities

Communities zijn leernetwerken waarin scholen en professionals uit het hele land zich verenigen rondom gemeenschappelijke vraagstukken. Binnen de netwerken wordt praktische kennisdeling gefaciliteerd met en door professionals. Twee leernetwerken zijn al actief, namelijk de Community Urban Education (CUE) over lesgeven in de grootstedelijke context en de Community Omgaan met Armoede op Scholen. De communities Extra Onderwijs, Loopbaanleren en Taalontwikkeling zijn in oprichting.

A. De Community Urban Education (CUE)

In dit leernetwerk werken 40 scholen uit het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs gevestigd in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Tilburg samen. Ze verzamelen en delen kennis over lesgeven in een grootstedelijke context.

Ruim 2.000 leraren en schoolleiders uit de community nemen deel aan een grootschalig professionaliseringstraject via het programma de Transformatieve School (TS). Het traject is erop gericht leraren beter toe te rusten om zo effectief mogelijk les te geven in superdiverse klassen.

Dit jaar wordt de community uitgebreid met scholen uit Utrecht en Alkmaar.

Kader 4. Deelnemers over de CUE:

Jeroen Bergamin, rector 4e Gymnasium Amsterdam:

«Terwijl de instroom stijgt, zien we een grotere uitstroom van leerlingen met een meer diverse achtergrond. Cognitief kunnen zij het gymnasium aan, waarom lukt het dan niet? Hoe kunnen wij hen beter begeleiden? Docenten die al twintig jaar lesgeven zien dat het opeens niet meer lukt. Ze doen het niet fout, maar moeten omgaan met de huidige veranderingen.»

 

Nikkie van Groenendaal, directeur Basisschool Don Sarto Tilburg:

«Het inspireert om met andere mensen uit andere regio’s te praten die tegen dezelfde uitdagingen aanlopen. Laten we de goede dingen met elkaar delen en gebruiken, aangepast naar de eigen schoolomgeving. Wanneer je samen nadenkt kom je tot nieuwe inzichten.»

B. De community «Omgaan met armoede op scholen»

In opdracht van de GKA en het Ministerie van SZW hebben twee lectoren van Hogeschool Rotterdam en de Hanzehogeschool Groningen een handreiking geschreven met praktische handvatten om de gevolgen van armoede voor de ontwikkeling van kinderen aan te pakken. De handreiking is in samenwerking met scholen tot stand gekomen en is bedoeld voor scholen binnen het primair en voortgezet onderwijs.

Het Jeugdeducatiefonds (JEF) onder leiding van Hans Spekman heeft de opdracht gekregen om de ontwikkelde handreiking op scholen te implementeren.

Kader 5. Hans Spekman, directeur Jeugdeducatiefonds, over de «Handreiking armoede»:

«Armoede is vaak een indicator van andere problemen. Op school komen alle kinderen, docenten hebben een vertrouwensband met hen en hun ouders. Als een leraar ouders of een kind ergens op wijst, wordt dat eerder aangenomen dan als een overheid of gemeente dat doet.»

De vijftien deelnemende basisscholen vormen – vanuit de overtuiging dat zij een belangrijke rol kunnen vervullen bij het signaleren van armoede onder kinderen en gezinnen – samen een leernetwerk. In dit leernetwerk gaan ze samen met JEF aan de slag met het implementeren van beproefde werkwijzen en delen van kennis over het signaleren van armoede, het doorverwijzen van ouders en het bieden van sociale steun aan ouders en leerlingen op school.

Regionaal GKA-dashboard

Met data van de Dienst Uitvoering Onderwijsbeleid (DUO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) biedt het GKA-Dashboard aan de hand van een aantal indicatoren kwantitatief inzicht in kansengelijkheid. Elke gemeente en school kan aan de hand van indicatoren, zoals het percentage onder- of overadvies, zittenblijvers en op- of afstroom, zien welke vraagstukken belangrijk zijn om op te pakken. De indicatoren zijn op wijkniveau gekoppeld aan de sociaal-economische status (SES). De data-analyse uit het GKA-Dashboard is niet compleet zonder de kwalitatieve verhalen uit de praktijk. Het dashboard wordt daarom vooral gebruikt als cijfermatige achtergrond om lokale uitdagingen beter te kunnen duiden en gerichter actie te kunnen ondernemen.

De expertgroep

De expertgroep bestaat uit wetenschappers, bestuurders en schoolleiders. De expertgroep reflecteert met en op de GKA, levert inhoud en zet zich in om de GKA verder te ontwikkelen. De expertgroepleden nemen deel op persoonlijke titel en worden uitgenodigd om vanuit hun eigen visie, achtergronden, rollen en ervaringen te reflecteren op het vraagstuk, de aanpak van de GKA, de actualiteit en nieuwe onderwerpen.

De jongerenraad

De jongerenraad van de GKA bestaat uit veertien jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar, uit heel Nederland en alle onderwijssectoren. Ze geven gevraagd en ongevraagd advies, werken aan pilots en leveren inhoudelijke bijdrages. De GKA-jongerenraad is een kritisch panel, dat meedenkt over acties en input levert voor nieuwe initiatieven.

Kader 6. Fernon, 21 jaar, over zijn pilot vanuit de GKA-Jongerenraad:

«Ouders willen wel helpen maar weten niet hoe. Het viel me tijdens de intelligente lockdown in maart al op dat er veel gebeurde om leerlingen te ondersteunen vanuit scholen. Maar hoe zit het eigenlijk met de ouders? Niet alle ouders kennen ons schoolsysteem of zijn digitaal vaardig. Sommige ouders zijn laaggeletterd en kunnen hun kinderen daarom niet de ondersteuning bieden die ze nodig hebben. Vanuit de GKA-jongerenraad hebben Ivy, Cagri en Mohamed en ik samen met onze mentoren een handboek ontwikkeld dat begrijpelijk is voor alle ouders en starten we begin dit jaar een pilot in Den Haag. Vier gezinnen met een kind in groep 8 gaan met een gezinscoach aan de slag met basisdidactiek voor ouders. Hoe kun je een kind helpen, wanneer geef je complimentjes, hoe stel je samen doelen op?»

Lijn 3. Experimenten en bijzondere samenwerkingen

De lerende aanpak van de GKA biedt ook een kans om nieuwe inzichten te verkrijgen via experimenten. In bijzondere samenwerkingen verbindt de GKA vernieuwende manieren van werken met onderzoek om zo kennis en opgedane inzichten te delen met alle partijen binnen het netwerk. Effectief gebleken interventies kunnen zo eventueel opgeschaald worden. Twee voorbeelden:

A. GKA-Experiment: De Stagemakelaar

Met het experiment «De Stagemakelaar» wordt onderzocht hoe leerlingen en studenten effectievere ondersteuning kunnen krijgen bij het vinden van een stageplaats. De stagemakelaar neemt leerlingen en studenten bij de hand die geen stageplek vinden via de reguliere weg, zorgt voor intensieve begeleiding en persoonlijke feedback, en legt de verbinding tussen onderwijsinstellingen, stagebedrijven en leerlingen en studenten. Het experiment loopt tussen november 2019 en november 2021.

Startpunt Nieuw-West in Amsterdam maakt al sinds 2016 succesvol gebruik van de stagemakelaar. In samenwerking met de GKA is deze aanpak omgezet in een breed experiment en een meerjarig onderzoek. Het experiment wordt uitgevoerd bij het Albeda College in Rotterdam-Zuid en in het stadsdeel Amsterdam Nieuw-West.

B. GKA-Experiment: Rotterdams Goud

In Rotterdam zijn drie basisscholen met een nieuw onderwijsconcept gestart: «Rotterdams Goud». De GKA ondersteunt het initiatief, dat is gebaseerd op de Uncommon Schools uit New York. Kenmerkend voor de aanpak in Rotterdam is dat leraren en docenten worden ondersteund in excellent onderwijs met trainingen, coaching, begeleiding, uitgeschreven lesplannen, instructies, werkvormen en materialen. In de keuzes in het curriculum ligt de focus op de kernvakken (taal, rekenen/wiskunde), sociaal-emotioneel leren en burgerschap en wordt er gewerkt met een langere schooldag, zodat er voldoende tijd is voor deze kernvakken.

De vernieuwende aanpak van Rotterdams Goud vertaalt een internationaal concept naar de Nederlandse context en kan veel kennis opleveren die voor andere scholen en beleidsmakers interessant is, vooral over voor onderwerpen als het lerarentekort en werkdruk. Aan de pilot is onderzoek gekoppeld naar het effect van de aanpak op leerlingen en leraren, met de Erasmus Universiteit Rotterdam.

2. GKA en Covid-19

Gedurende de Covid-19 crisis werd de meerwaarde van het GKA-netwerk heel duidelijk. Signalen van scholen en gemeenten met betrekking tot knelpunten, informatie, kennis en aanbod konden snel en breed binnen en vanuit het netwerk gedeeld worden, ook richting het departement. Dit heeft ervoor gezorgd dat er vanuit de GKA gericht kon worden ingezet op een aantal aanvullende acties.

Aanvullende (online) kennisdeling

In de eerste week van onderwijs op afstand startte de GKA een online platform om kennis, informatie en ervaringen van binnen en buiten het netwerk te delen. Dat werd aangevuld met webinars, online talkshows, nieuwsbrieven en magazines. Deze kennisdeling wordt binnen het netwerk van de GKA zeer gewaardeerd.

Inzet onderwijsexperts voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s

Om gemeenten en scholen te ondersteunen in het opstellen, plannen en uitvoeren van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s, heeft de GKA een pool van onderwijsexperts beschikbaar gesteld. Het doel was om scholen met de grootste uitdagingen te bereiken en ondersteunen om tot integrale programma’s te komen en gebruik te maken van bestaande kennis en ervaringen.

Scholen in GKA-gemeenten Weert, Groningen, Dordrecht, Súdwest-Fryslân, Alkmaar, Medemblik, Lelystad, Deventer, Leiden en Den Haag maken gebruik van de expertpool.

3. De toekomst van het bevorderen van kansengelijkheid met de GKA

Het bevorderen van kansengelijkheid vraagt om een lange adem. Zowel de uitdagingen als oplossingen blijven zich ontwikkelen. Met de GKA is een belangrijke basis gelegd om verder te blijven bouwen aan coalities tegen ongelijke kansen. De huidige 50 gemeentelijke GKA-agenda’s bieden een goede uitgangspositie om deze in 2021 verder uit te bouwen. De huidige opdracht van de GKA loopt tot oktober 2021. De voortzetting van de GKA zal door een volgend kabinet moeten worden bezien, inclusief de bijbehorende financiering.

Verbreden en verdiepen huidige agenda’s

Uit de gespreksronde met wethouders van GKA-gemeenten die recent gemaakt werd, blijkt dat de integrale aanpak en responsieve, participatieve rol van de GKA wordt gewaardeerd en aanknopingspunten biedt voor een vervolg. Gemeenten bouwen graag verder aan hun GKA-Agenda’s: door de samenwerking te intensiveren, verbreden en verdiepen. De werkwijze van de GKA leent zich ook voor samenwerking rondom andere vraagstukken, zoals bijvoorbeeld laaggeletterdheid en segregatie.

Segregatie

In 2021 zal een bijzondere focus liggen op het bestrijden van segregatie in het onderwijs. Als onderdeel van het actieplan dat recent naar uw kamer is verzonden (Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 571) zullen tien GKA-gemeenten worden uitgenodigd om een addendum op hun GKA-agenda op te stellen. In dit addendum worden aanvullende interventies voor het tegengaan van segregatie in het onderwijs opgenomen. Voor deze maatregelen worden aanvullende middelen, expertise en communicatie beschikbaar gesteld.

Uitbreiding en voortzetting GKA

Naast het verbreden en verdiepen van de huidige GKA-Agenda’s, kan de GKA de komende jaren ook uitgebreid worden met andere gemeenten. Gedacht kan worden aan een verdubbeling van het aantal deelnemende gemeenten. Ook de uitbreiding en de bijbehorende financiering van de GKA zal door een volgend kabinet moeten worden bezien.

Tot slot

We danken ieder die samen met ons werkt aan het vergroten van kansen voor alle kinderen en jongeren in Nederland voor zijn inzet. Maar we moeten doorgaan want de kansenongelijkheid blijft groot. Zeker nu, in tijden van een nieuwe lockdown, is het belangrijk dat we het maatschappelijke onrecht van ongelijke kansen bestrijden en voorkomen dat talent verloren gaat.

De Gelijke Kansen Alliantie en haar bondgenoten hebben daar een solide basis voor gelegd. Wij hebben er alle vertrouwen in daar in gezamenlijkheid de komende jaren op voort te kunnen bouwen.

Eind 2021 brengt de GKA u op de hoogte met de eindrapportage.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven