35 570 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021

Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DEN BERGE TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 151

Ontvangen 8 oktober 2020

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 2.500 (x € 1.000).

II

In artikel 14 Cultuur worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 2.500 (x € 1.000).

Toelichting

De Minister heeft voorgesteld de subsidie voor de MBO Card af te schaffen. Uit de evaluatie van de kaart blijkt echter dat deze kaart van grote waarde is voor de culture ontwikkeling van mbo-studenten. Dit wordt ook onderschreven door docenten, studenten en de culturele sector. De onafhankelijke evaluatie stelt dat de kaart nog meer van waarde zal zijn, wanneer deze aanvullende financiering zal krijgen van het Ministerie van OCW, net zoals dit gebeurt bij de Cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs. Uit het perspectief van kansengelijkheid en het rechttrekken van het grote verschil in cultuuronderwijs tussen mbo- en havo/vwo leerlingen, regelt dit amendement structureel hetzelfde budget op de MBO Card als op de Cultuurkaart, namelijk 5 euro per student. Dit kost het ministerie maximaal 2,5 miljoen per jaar. Met dit amendement vergroten we de toegankelijkheid tot cultuur alsmede de vraag naar cultuur. Daar zullen mbo-studenten en de culturele sector van profiteren. De dekking voor dit amendement wordt gevonden in de niet-juridisch verplichte middelen die zijn bestemd voor de subsidie «verbreden inzet cultuur» op de begroting cultuur (artikel 14).

Van den Berge


X Noot
1

Vervanging in verband met een wijziging in de toelichting

Naar boven