Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135538 nr. G

35 538 Wetsvoorstel Tijdelijke bepalingen in verband met de inzet van een notificatieapplicatie bij de bestrijding van de epidemie van covid-19 en waarborgen ter voorkoming van misbruik daarvan (Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19)

G NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 2 oktober 2020

Hierbij bied ik u de nota naar aanleiding van het verslag inzake het bovenvermelde voorstel met drie bijlagen1 aan.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het wetsvoorstel Tijdelijke bepalingen in verband met de inzet van een notificatieapplicatie bij de bestrijding van de epidemie van covid-19 en waarborgen ter voorkoming van misbruik daarvan (Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19). Ik dank de leden van de FVD-fractie, de PvdA-fractie, de PVV-fractie, de SP-fractie, de ChristenUnie-fractie, de PvdD-fractie en de 50PLUS-fractie voor hun inbreng.

Op de door de genoemde fracties gestelde vragen ga ik graag in. Daarbij is de volgorde van het verslag aangehouden en is per fractie een nummering opgenomen.

Vragen en opmerkingen van de FVD-fractie

1

De leden van de FVD-fractie merken op dat zij zich zorgen maken dat een grote groep niet met de app kan gaan werken. Zij vragen hoe deze groep, die ook nog eens de meest kwetsbare groep is, bereikt gaat worden.

Het klopt dat een groep mensen niet met CoronaMelder kan werken. Maar CoronaMelder is een aanvulling op de reguliere bron- en contactopsporing. In de reguliere bron- en contactopsporing worden ook mensen bereikt zonder smartphone. Daarmee worden ook de meest kwetsbare groepen bereikt.

2

Verder wijzen de leden van de FVD-fractie op de in het voorlopig verslag door hen genoemde merken Trace Together tracker uit Singapore als alternatief. Zij vragen of hier zes maanden geleden bij de start van de Corona App al rekening mee is gehouden, of zo’n Tracker binnenkort ter beschikking komt voor deze kwetsbare groepen en zo nee, waarom niet.

In de marktverkenning voor de start van de ontwikkeling van CoronaMelder is geïnventariseerd welke oplossingen in ontwikkeling waren, en of er oplossingen waren die snel en betrouwbaar tot ontwikkeling gebracht konden worden. In die marktverkenning kwam deze tracker niet in beeld.

Van de iPhones is minstens 90% geschikt of met een upgrade geschikt te maken voor het gebruik van CoronaMelder. Van de Android telefoons is minstens 97% geschikt voor CoronaMelder. Dit betekent dat CoronaMelder op ruim 90% van de in gebruik zijnde telefoons geïnstalleerd kan worden. Er is geen andere technologie beschikbaar waarmee dit bereik kan worden behaald. Vandaar dat is gekozen voor de ontwikkeling van CoronaMelder in de huidige vorm en de explicitering van de grondslag daarvoor in het voorliggende wetsvoorstel.

3

De leden van de FVD-fractie merken op dat in het wetsvoorstel staat dat de inzet van de app alleen bedoeld is voor de bestrijding van het virus. Zij vragen of er een uitgebreidere of andere toepassing gaat plaatsvinden indien de app daar niet voldoende aan voldoet, zo nee, hoe dat wordt vastgesteld en zo ja welke.

Het wetsvoorstel legt specifiek vast voor welk doel CoronaMelder kan worden ingezet: de taken uit de Wet publieke gezondheid van de Minister van VWS en de GGD’en tot de bevordering van de kwaliteit en doelmatigheid van de publieke gezondheidszorg, het zorgdragen voor de landelijke ondersteuningsstructuur en het geven van leiding aan infectieziektenbestrijding respectievelijk de bron- en contactopsporing ter bestrijding van covid-19.

Bovendien specificeert het wetsvoorstel dat de notificatieapplicatie die voor dit doel kan worden ingezet dient om vroegtijdig zicht te kunnen krijgen op een mogelijke infectie met covid-19 door bij te houden welke gebruikers in elkaars nabijheid zijn geweest en hen in voorkomende gevallen te waarschuwen over een mogelijke infectie met het virus. Daarnaast is limitatief opgenomen welke gegevens in dat kader mogen worden verwerkt.

Gelet op het bovenstaande biedt het wetsvoorstel geen ruimte voor een andere of uitgebreidere toepassing dan CoronaMelder.

4

Ook verwijzen de leden van de FVD-fractie naar hun voorstel om de app ook toe te rusten met handige dagelijkse gedrag tips/reminders als handen wassen, afstand houden etc. Zij vragen of deze tips worden toe gevoegd en zo nee, waarom niet.

Juist om CoronaMelder voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te laten zijn is ervoor gekozen om de vormgeving van en de informatievoorziening via CoronaMelder zo eenvoudig en beperkt mogelijk te houden. De regering acht het dan ook niet wenselijk om deze extra informatie via CoronaMelder te verstrekken. Via andere communicatiekanalen worden deze tips en preventieve maatregelen bovendien ruim onder de aandacht van het brede publiek gebracht. Mensen die een notificatie ontvangen uit CoronaMelder, krijgen adviezen die aansluiten bij de LCI-richtlijn voor nauwe contacten van covid-19 patiënten.2 Het gaat om het advies om thuis te blijven en anderen bijvoorbeeld te vragen om boodschappen te doen. Daarnaast staat er medisch advies in en worden de klachten die passen bij covid-19 genoemd.

5

De leden van de FVD-fractie vragen hoe zij zich de inzet van de Taskforce Gedragswetenschappers moeten voorstellen. Zij vragen of deze Taskforce ook voeling/contact heeft met de burgers van Nederland, op welke wijze en zo nee waarom niet.

De Taskforce Gedragswetenschappen heeft vanuit haar expertise waardevolle adviezen uitgebracht tijdens het volledige ontwikkeltraject van CoronaMelder. Een aantal wetenschappers heeft ook actief bijgedragen aan het testen van CoronaMelder, bijvoorbeeld als onderdeel van de test op gebruiksvriendelijkheid bij de Universiteit Twente in juni. Dankzij het uitgebreid testen van CoronaMelder (op gebruiksvriendelijkheid, op toegankelijkheid, op 2.000 testers tijdens de veldtest, op privacy en veiligheid, op uitvoerbaarheid bij de GGD’en) in combinatie met inbreng vanuit de taskforces, de Begeleidingscommissie en de Open Source community is een brede groep Nederlanders betrokken bij de ontwikkeling van CoronaMelder.

6

Voornoemde leden merken op dat het alom bekend is dat dagelijks vitamine D, C, K suppletie met een Multivitamine de weerstand aanzienlijk verhoogd. Zij vragen waarom hier niet op wordt gewezen en waarom niet wordt overwogen deze gedurende de pandemie uit de basisverzekering te vergoeden.

Onder de vlag van de publiekscampagne «Alleen samen» van de rijksoverheid, is een aantal leefstijladviezen verspreid. Aandacht voor voeding is hier onderdeel van. Vitamines zoals vitamine C en D zijn inderdaad nodig voor een goede weerstand. Door gezond en gevarieerd te eten, krijgen mensen alle vitamines binnen die nodig zijn (voor groepen waarvoor dat niet geldt, zijn er suppletie-adviezen). Via het Voedingscentrum wordt informatie verstrekt over het belang van gezonde voeding, ook in corona-tijd.

Als iemand bang is onvoldoende vitamines binnen te krijgen, kan hij of zij er eventueel voor kiezen een voedingssupplement te slikken. Het advies is dan een voedingssupplement met niet meer dan 100% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid en nooit meer dan de aanbevolen dosering die op het etiket staat, in te nemen. Door via voedingssupplementen méér vitamines te nemen nodig, wordt geen hogere weerstand opgebouwd. Mensen zijn dan niet beter beschermd tegen ziekmakende bacteriën en virussen. De basisverzekering vergoedt uitsluitend behandelingen die bewezen effectief zijn bij een ziekte. Het gebruik van vitaminen/mineralen ter verhoging van de weerstand is geen behandeling van een ziekte. Als deze middelen al helpen dan is het ter preventie van een mogelijk tekort. Preventie valt niet onder de basisverzekering.

In 2019 heeft de Minister voor Medische Zorg en Sport op advies van het Zorginstituut de vergoeding van vitamine D, calcium en paracetamol uit het basispakket gehaald. Uit het advies is gebleken dat dit niet noodzakelijk te verzekeren zorg is. Het gaat namelijk om middelen die lage kosten met zich meebrengen en waarvoor een (nagenoeg) gelijkwaardig geneesmiddel of voedingssupplement zonder recept verkrijgbaar is bij apotheek of drogist. In dat geval zijn deze middelen vaak aanzienlijk goedkoper.

7

Voorts wijzen de leden van de FVD-fractie erop dat de Griep door Corona heen begint te lopen. Zij vragen hoe het onderscheid in deze beide besmettingen voor de gebruikers van de app wordt gemaakt. Men kan immers bezorgd zijn wel of geen Corona te krijgen maar wel de griep met deels vergelijkbare symptomen, aldus voornoemde leden. Tevens vragen de leden van de FVD-fractie hoe in het kader van het gebruik van de app aan burgers wordt uitgelegd dat er onderscheid is tussen griep en Corona, welke argumenten daarvoor worden gebruikt en op welke wetenschappelijke onderzoeken deze zijn gebaseerd.

CoronaMelder werkt alleen bij besmettingen met covid-19 en wordt ondersteund door de GGD’en. Alleen als iemand positief is getest op covid-19, kan een gebruiker met de hulp van de GGD een melding versturen naar de contacten die de 14 dagen daarvoor minimaal 15 minuten in diens nabijheid zijn geweest. Vervolgens krijgt men in de notificatie het advies om thuis te blijven en extra alert te zijn op klachten die passen bij covid-19. Als men klachten heeft, kan men zich laten testen op covid-19. Als er alleen sprake is van griep kan en zal er dus geen melding plaatsvinden in CoronaMelder.

8

Voorts vragen de leden van de FVD-fractie of de regering er van op de hoogte is dat er naast covid-19 ook andere virussen actief zijn op dit moment. Zo vragen zij of de regering er van op de hoogte is dat bij het testen op covid-19 met name het Rhinovirus wordt aangetroffen. Voornoemde leden vragen hoe de huidige werking van de app kan differentiëren tussen deze verschillende virussen en hoe wordt voorkomen dat er geen verschillende virussen vergeleken gaan worden. Ook vragen zij of het kan zijn dat een getest persoon gelijktijdig zowel het covid-19 als bijvoorbeeld het Rhinovirus draagt en zo ja, hoe wordt gedifferentieerd in samenhang met de werking van CoronaMelder. Nu het reguliere griepseizoen weer voor de deur staat, hoe denkt de regering de seizoen influenza en covid-19 te kunnen onderscheiden? Hoe wordt dit onderscheid verwerkt in de Corona App?

De regering is er van op de hoogte dat er naast covid-19 ook andere virussen actief zijn. In de wekelijkse «Epidemiologische situatie covid-19 in Nederland» wordt informatie opgenomen over het aantal patiënten met griepachtige klachten of een acute respiratoire infectie dat positief getest is op Influenzavirus, RSV, Rhinovirus, Enterovirus of SARS-CoV-2 of dat negatief getest is op deze virussen.

CoronaMelder is echter alleen ontwikkeld voor het covid-19 virus. Een notificatie via deze app kan een gebruiker alleen krijgen als een gebruiker van wie, op basis van een test, vaststaat dat hij besmet is met covid-19 hiervan melding heeft gedaan. Voor nadere toelichting wordt tevens verwezen naar het antwoord op vraag 7 van de leden van de FVD-fractie.

9

De leden van de leden van de FVD-fractie merken ook op dat de griep tot nu toe meer boventallige overlijdensgegevens heeft dan Corona. Zij vragen of de Corona statistieken in deze kloppen en of er updates zijn van de eerdere getallen uit het voorjaar. Deze leden achten dit belangrijk omdat zij menen dat CoronaMelder een hoge druk legt op de bevolking die door de vele berichten angstig tot paniekerig wordt aan de ene kant en aan de andere kant hun bestaan en economie ernstig onder druk zien staan.

Griep, of influenza, is een virus waar mensen al eeuwenlang ziek van worden. De vergelijking gaat op dat punt dus mank. Het klopt dat griep in sommige jaren veel sterfte veroorzaakt, een voorbeeld daarvan was de langdurige en ernstige griep epidemie van 2019. Sinds de grieppandemie van 2009 gebruikt het RIVM gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) om het totaal aantal overleden mensen wekelijks te bewaken. Het RIVM publiceert elke week op zijn website de epidemiologische situatie ten aanzien van covid-19 waarin een grafiek is opgenomen die de totale sterfte weergeeft, er is dus elke week een update van de cijfers. Daarbij geldt overigens dat niet bij alle mensen die overlijden aan covid-19 een laboratoriumtest is gedaan, waardoor ze niet in de covid-19 meldingsgegevens worden opgenomen.

10

De leden van de FVD-fractie menen dat tijdens de technische briefing in de Eerste Kamer werd gemeld dat nog niet alle GGD’en in «contact» waren terwijl in de MvA is geantwoord dat de ICT van de GGD’en de app «aankan». Zij vragen hoe dit zit.

Het gezamenlijke ICT-systeem is gereed, er zijn geen technische belemmeringen om alle GGD‘en hier op aan te sluiten. Op dit moment zijn slechts vijf GGD-regio’s aangesloten omdat zij meedoen aan de praktijktest. Als het wetsvoorstel in werking treedt en CoronaMelder landelijk wordt ingezet zullen ook de overige GGD’en worden aangesloten.

Het bovenstaande is mijns inziens niet anders dan wat er tijdens de technische briefing is gemeld.

11

Het succes van de app staat of valt met of men bij een melding getest kan worden, zo merken de leden van de FVD-fractie op. Zij vragen waarom dit niet op orde is, wanneer dit wel het geval zal zijn en of er een inschatting kan worden gegeven van hoeveel testen nodig zijn als 14 miljoen inwoners CoronaMelder gebruiken. Ook vragen de leden waar in de planning vanuit wordt gegaan.

In de testperiode bevatte het handelingsadvies na notificatie dat mensen zich konden laten testen, ook zonder klachten. Door de schaarste aan testcapaciteit was ik genoodzaakt dit onderdeel van de praktijkproef op 12 september stop te zetten. Bij landelijke introductie zal het handelingsadvies de landelijke LCI-richtlijn volgen. Zodra de testcapaciteit toereikend is en onderzoeken naar asymptomatisch testen zijn afgerond, zal ik het OMT vragen of het testbeleid heroverwogen dient te worden. Aangezien het handelingsadvies bij notificatie is dat mensen zich alleen laten testen bij klachten, sluit dit handelingsadvies aan bij het huidige testbeleid. Hierdoor is de hoeveelheid aanvullend benodigde testen verwaarloosbaar.

12

De leden van de FVD-fractie verwijzen naar eerdere antwoorden waarin werd aangegeven dat uit onderzoeken van de Universiteit van Oxford blijkt dat de app ook bij een lagere dekking dan 60% een bijdrage kan leveren.3 Zij vragen of er ook andere onderzoeken zijn die dit bevestigen en welke dit zijn.

Het onderzoek van de Universiteit van Oxford laat zien dat bij adoptie van 60% andere maatregelen niet meer nodig zouden zijn. Uit de simulaties blijkt dat bij een veel lagere adoptiegraad van tussen de 10 en 20% echter al effect te verwachten is bij het gebruik van apps voor digitale contactopsporing. Ook onderzoek van de Universiteit van Utrecht4 toont de bijdrage van deze apps aan, juist vanwege de snelheid van het waarschuwen van meer contacten. Bij een dekking van 20% stellen zij dat digitale contactopsporing al effectiever is ten opzichte van analoge methoden van bron- en contactonderzoek. De wetenschappelijke ontwikkelingen in binnen- en buitenland worden op de voet gevolgd om kennis te nemen van de nieuwste inzichten.

13

Voorts vragen de leden van de FVD-fractie naar testen in Abu Dhabi.5 Zij vragen of communicatie nu anders dan voorheen geen bezwaar is en of de privacy is gegarandeerd. Ook vragen zij op deze testen betrouw zijn en of tijdverlies geen effect op de kwaliteit heeft.

Het vergroten van de testcapaciteit in laboratoria is noodzakelijk en daarom verken ik zo veel mogelijk opties. Zo ben ik in gesprek met meerdere partijen en verken ik verschillende mogelijkheden, ook als die niet direct voor de hand lijken te liggen. De gesprekken om gebruik te maken van laboratoriumcapaciteit in Abu Dhabi verlopen via een Nederlands laboratorium, dat onderdeel is van een internationale onderneming, en zijn in de verkennende fase. Op gebied van kwaliteit, privacy en betrouwbaarheid doe ik geen concessies. Deze waarborgen zullen dan ook meegenomen worden in de beslissing om wel of niet gebruik te maken van deze laboratoria. Of deze waarborgen op een juiste manier kunnen worden ingevuld, wordt op dit moment onderzocht.

14

Met betrekking tot het Manager Partnership vragen de leden van de FVD-fractie wie als partners worden gezien, waarin zij partners zijn en waarom deze specifieke manager nodig is als vrijwilligheid zo benadrukt wordt.

Mogelijke (partner)organisaties zijn organisaties met een groot bereik, denk aan organisaties met een groot aantal werknemers die actief zijn in een omgeving waar kans op virusverspreiding groter dan gemiddeld is zoals de NS of de Koninklijke Bibliotheek. Ik vraag deze organisaties te helpen bij het onder de aandacht brengen van de app om uiteindelijk de adoptie van de app, altijd op basis van vrijwilligheid, te vergroten.

15

De leden van de FVD-fractie vragen waarom interferentie in grensgebieden tussen bijvoorbeeld de Nederlandse en Duitse app niet speelt en of er dan wel verbinding tussen beide apps is.

Nederland en Duitsland gebruiken dezelfde technologie van Google en Apple voor het uitwisselen van willekeurige codes via bluetooth voor het vastleggen van de nabijheid van app gebruikers. Dit is echter niet relevant voor het gebruik van CoronaMelder. Met CoronaMelder worden alleen notificaties verstuurd en ontvangen aan c.q. van andere gebruikers van CoronaMelder. De Duitse Warn app en CoronaMelder storen elkaar niet.

Zoals ook is opgemerkt in de memorie van antwoord wordt er op dit moment in Europees verband gewerkt aan mogelijkheden om tot onderlinge uitwisseling te komen zodat een gebruiker van CoronaMelder wel een notificatie kan ontvangen van een gebruiker van de Duitse app.

16

De ervaring leert dat Google en Apple als techgiganten niet zo in de hand gehouden kunnen worden, aldus voornoemde leden. Zij vragen hoe wordt gegarandeerd dat Google en Apple absoluut onder regie staan van VWS en welke sancties ter beschikking staan bij afwijking op de afspraken. Ook vragen de leden van de FVD-fractie naar de eigen apps van Google en Apple, of deze draaien op hun systemen, hoe veilig CoronaMelder dan is en of het niet verwarrend is voor gebruikers als twee apps verschillend of niet op hetzelfde tijdstip melden.

Er is sprake van een overeenkomst tussen Apple, Google en het Ministerie van VWS omdat het ministerie de gebruikersvoorwaarden van Apple en Google heeft aanvaard. Alle partijen moeten zich houden aan hetgeen in deze gebruiksvoorwaarden is opgenomen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat Apple en Google zich niet aan hun eigen gebruiksvoorwaarden zullen houden. Mocht echter desondanks blijken dat zij dat niet doen dan kunnen Apple en Google daarop worden aangesproken op basis van het verbintenissenrecht.

In aanvulling daarop kunnen zij, afhankelijk van de aard van de overtreding, ook worden aangesproken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en andere relevante wetgeving, zoals de Telecommunicatiewet. De Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt houden hier toezicht op en kunnen indien nodig handhavend optreden.

Bij eventuele voorgenomen wijzigingen door Apple en Google die vragen oproepen zal altijd eerst, al dan niet in Europees verband, het gesprek worden aangaan. Daarbij bestaat ook de mogelijkheid om – in het uiterste geval – de inzet van CoronaMelder te beëindigen.

Apple en Google hebben inderdaad een aanvullende functionaliteit ontwikkeld. Deze functionaliteit is echter alleen voor landen of regio’s die geen eigen notificatieapp hebben en waar de betreffende gezondheidsautoriteiten om een dergelijke toepassing verzoeken. Omdat Nederland met CoronaMelder een eigen notificatieapp heeft, is deze functionaliteit voor Nederland niet van toepassing.

17

De leden van de FVD-fractie merken op dat blijkt dat op de Nederlandstalige app ook Engelse teksten staan. Zij vragen waarom en wanneer dit wordt veranderd. Ook vragen zij of er nog meer van deze onvolkomenheden zijn en zo ja welke.

De app volgt de taalinstelling van de telefoon. Staat de telefoon ingesteld op Engels, dan krijg de gebruiker de app ook in het Engels, en vice versa. In specifieke gevallen kan een mix van talen zichtbaar zijn. Dat is altijd na een expliciete keuze van de eindgebruiker.

Naast bovenstaande zit er op dit moment een onvolkomenheid in één toestemmingsscherm op iOS. Het gaat om het scherm dat de gebruiker te zien krijgt als codes met de GGD worden gedeeld. Dat scherm is in iOS14 door Apple niet vertaald naar het Nederlands. Apple is hiervan op de hoogte, en voegt in de volgende update (iOS 14.1) een Nederlandse vertaling toe.

18

De leden van de FVD-fractie verwijzen naar onderzoek van Follow the Money over de bijzondere aanpak van de testcentrales en de adviezen van virologen aan de regering en merken op dat het gevolg is dat de volksgezondheid ernstige schade is toegebracht. Zij vragen hoe hiermee wordt omgegaan en of wordt overwogen een beter team in te gaan zetten. Zo ja, wanneer en zo nee, waarom niet, aldus voornoemde leden.

Graag verwijs ik voor het antwoord op deze vraag van de leden van de FVD-fractie naar mijn brief aan de Tweede Kamer van 18 september waar ik uitgebreid reageer op het artikel van Follow the Money6 en mijn brief aan de Tweede Kamer van 21 september waar ik aangeef wat ik voornemens ben om te doen met het LCDK.7

In de brief van 18 september is uiteengezet dat er een reden is waarom vanaf het begin is gekozen voor de inzet van het al bestaande netwerk van opschalingslaboratoria. Deze structuur is opgezet om in situaties met een initieel beperkte hoeveelheid kennis en materialen en een afwezig of beperkt aanbod van goed gevalideerde testen, toch een snelle en kwalitatief hoogstaande uitrol van de noodzakelijke diagnostische capaciteit en expertise in Nederland te faciliteren. Het kon dus snel uitgerold worden en doorlooptijden waren kort vanwege de kortere afstand tussen testafname locatie en de labs. Ook de GGD’en gaven de voorkeur aan het inzetten van de regionale labs omdat zij hier al werkafspraken mee hadden. Mijn ministerie heeft daarnaast, in aanvulling op dit bestaande netwerk, in april twee veterinaire laboratoria aangesloten en Sanquin gevraagd om paraat te staan als overloopcapaciteit (pandemielabs) wanneer de testvraag extra zou toenemen. Daarnaast zijn de vijf HPV-laboratoria gedurende de zomermaanden ingezet als extra capaciteit. Er is dus geen sprake geweest van exclusieve benutting van medisch microbiologische laboratoria. De drie pandemielabs ontvingen vanaf mei/juni teststromen. De inzet van deze en ook andere inmiddels gevalideerde laboratoria zoals eerstelijnslaboratoria of commerciële laboratoria, is gedurende de periode april t/m juni nog niet op grote schaal ingezet. Nu de testvraag de afgelopen tijd sterk is gestegen, worden deze laboratoria volop ingeschakeld en zijn aanvullend ook contracten afgesloten met grote buitenlandse laboratoria.

Voor wat betreft de testvraag is uitgegaan van de schattingen van het RIVM. In het maximale scenario was dit 30.000 in de zomer, in september 37.500, in december 70.000 en in februari 85.000 testen per dag voor Sars-Cov-2 diagnostiek. Dit is exclusief de testvraag vanuit de reguliere diagnostiek, die gebruik maakt van dezelfde materialen. Om deze aantallen testen per dag te bereiken, is een reeks acties ondernomen waarvoor ik u verwijs naar mijn brieven van 28 augustus en 11 september.8

In het artikel wordt gesuggereerd dat de vertegenwoordigers van de VMML en Taskforce Diagnostiek, op basis van eigen belang ons heeft geadviseerd. Ik ga ervanuit dat financiële belangen geen doorslaggevende rol hebben gespeeld in de bijdrage die de laboratoria leveren aan de bestrijding van de crisis.

In de brief van 21 september is beschreven dat ik samen met de GGD’en, het RIVM, het Landelijke Coördinatieteam Diagnostische Keten (LCDK) en Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) de behoefte deel om de regie op de gehele keten van testen, bron- en contactonderzoek en maatregelen te versterken. Momenteel speelt de Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit (LCT) hier een rol in. Om sterker te kunnen sturen op de verbetering van de samenwerking tussen ketenpartners, een toekomstbestendig inrichting van het testlandschap zal ik de rol van de LCT intensiveren. Ik zal binnenkort een nieuwe voorzitter van de LCT benoemen. Over diens opdracht zal ik uw Kamer nader informeren. Daarnaast zal ik de komende weken de positionering en de operationele slagkracht van het LCDK versterken. Het LCDK krijgt het mandaat om te kunnen sturen op teststromen, inclusief de hiervoor noodzakelijke allocatie van schaarse materialen voor laboratoria.

19

Ook merken de leden van de FVD-fractie dat het vermoeden bestaat dat onder bepaalde bevolkingsgroepen er meer incidentie is dan onder andere. Zij vragen of het mogelijk is een overzicht te geven van de incidentie qua woongebied, diversiteit en sociale klasse/omgeving en zo nee waarom hier geen beleid voor wordt gevormd.

Deze cijfers worden niet op landelijk niveau bijgehouden. Op regionaal niveau is er wel inzicht in woongebied. Er worden door de GGD geen gegevens bijgehouden over diversiteit, sociale klasse of omgeving van besmette mensen. De Wet publieke gezondheid biedt geen basis om dit soort gegevens op te vragen.

20

De leden van de FVD-fractie vragen hoe veilig Huawei telefoons zijn deze qua privacy, of er goede afspraken met Huawei zijn gemaakt inzake privacy en zo nee, waarom niet.

De 1,8 miljoen Huawei Smartphones waar naar verwezen wordt en waarop CoronaMelder te downloaden is, gebruiken het besturingssysteem Android van Google met de zogenoemde exposure notification framework / application programming interface (api) van Google. Over het gebruik van deze api zijn goede afspraken met Google gemaakt, het is daarom niet nodig om afspraken te maken met afzonderlijke producenten van mobiele telefoons.

21

De leden van de FVD-fractie menen dat de vragen 19 tot en met 22 en 28 van deze leden in de memorie van antwoord onvolledig zijn beantwoord. Daarin vroegen zij of het klopt het dat er een Manager Partnership Corona Virus App in functie is. De leden van de FVD-fractie vroegen wat hiervan de functie beschrijving is, waarom deze functie er is en wat de doelstelling is die door deze functionaris behaald moet worden. De leden van de FVD-fractie merkten daarbij op dat het uiterst ongelukkig c.q. knullig over kwam dat op de dag van de technische briefing in de Eerste Kamer waarin bezworen werd dat alles met en rond CoronaMelder absoluut vrijwillig is, er een email bleek te zijn uitgegaan naar maaltijdbezorgers om aan te zetten tot downloaden. Zij vroegen wie dat heeft verzonnen bij VWS, waarom en in welk kader.

De «manager partnership» heeft als opdracht om partnerships aan te gaan met organisaties met een groot bereik en organisaties die actief zijn in een omgeving waar kans op virusverspreiding groter dan gemiddeld is. Deze organisaties wordt gevraagd om CoronaMelder onder de aandacht te brengen van hun werknemers, klanten en/of leden met als doel zoveel mensen over het bestaan van CoronaMelder te informeren. Dit gebeurt ook in andere landen. Denk aan Duitsland waar allerlei organisaties zoals bijvoorbeeld sportbonden het belang van de daar gebruikte notificatieapp ondersteunen en dit onder de aandacht brengen van hun medewerkers, klanten, sporters of publiek.

De door de leden genoemde mail aan de Nederlandse Vereniging van Maaltijdbezorgers (NLVVM) had anders gemoeten. De suggestie aan werkgevers om hun werknemers te vragen de app te downloaden had vanwege de gezagsrelatie niet moeten worden gedaan. Het doel van de mail was de brancheorganisaties te vragen om het bestaan van CoronaMelder via de eigen communicatiekanalen onder de aandacht te brengen van hun achterban. Daarbij had beter benadrukt moeten worden dat het gebruik van CoronaMelder te allen tijde vrijwillig is.

22

De leden van de FVD-fractie vragen of de regering het eens is met de stelling dat niet-accurate data ingevoerd in de app ook betekent dat de uitvoerdata slecht is. Ook vragen zij of de regering op de hoogte is van het feit dat de huidige gebruikte PCR-test validiteitsproblemen kent waardoor mensen onterecht een positieve testuitslag kunnen krijgen.9

Voornoemde leden vragen hoe wordt verzekerd dat de gebruikte data in CoronaMelder accuraat is. Indien dit niet kan, bent u dan van mening dat CoronaMelder voor onnodige onrust leidt, nu het mogelijk is dat mensen ten onrechte de melding krijgen dat men met covid-19 geïnfecteerde in contact is geweest terwijl dit niet zo blijkt te zijn, zo vragen zij. En zo nee dan vragen deze leden op basis waarvan de regering tot deze conclusie komt.

Datakwaliteit is van groot belang voor een betrouwbare werking van CoronaMelder. Daarom kan het melden van een besmetting in CoronaMelder alleen na een positieve test en met behulp van de GGD. Meldingen uit CoronaMelder bieden mensen een handelingsadvies om thuis te blijven, de klachten te monitoren en om bij klachten zich te laten testen.

De analytische specificiteit van de gebruikte testen is hoog, namelijk hoger dan 99%. Hoewel een steeds kleiner wordend deel van de testen targets gebruiken die mogelijk ook andere virussen uit dezelfde groep SARS-CoV-like betacoronavirussen zouden kunnen detecteren (zoals SARS-Cov-1) is de kans dat het om een ander virus gaat erg klein omdat deze op dit moment niet onder mensen circuleren. De SARS-CoV-2 PCR detecteert geen andere virussen die luchtweginfecties bij mensen veroorzaken. Dat wil zeggen dat een positieve reactie als zeer betrouwbaar wordt gezien.

De klinische sensitiviteit, % positief met PCR van werkelijk geïnfecteerde personen, wordt bepaald door tijdstip van afname van een monster ten opzichte van tijdstip van infectie en door de kwaliteit van afname van een monster. Uitgaande van een correct enkel afgenomen monster stijgt de sensitiviteit van 0% op moment van infectie tot circa 30% 4 dagen later en 60% op moment van ontstaan symptomen op dag 5 na infectie. Daarna stijgt dat door tot circa 80% op dag 8 na infectie waarna de sensitiviteit langzaam afneemt tot circa 30% 21 dagen na infectie. De afname van % PCR positief vanaf 8 dagen na infectie hangt samen met genezing, klaring van de infectie. Dit zijn mediane gegevens. De klinische specificiteit, % negatief met PCR als iemand niet geïnfecteerd is, is geschat tussen de 95–100%.

Ik ben mij ervan bewust dat de RT-qPCR-test geen 100% validiteit kent. Er wordt gestreefd naar een zo betrouwbaar mogelijke diagnostische keten om de bestrijding van covid-19 zo goed mogelijk te ondersteunen. De Taskforce Serologie heeft een overzicht gemaakt van de validaties van verschillende testen voor de diagnostiek van SARS-CoV-210.

23

De leden van de FVD-fractie vragen welke technische moeilijkheden op dit moment een eventuele uitrol van de app in de weg staan en wanneer een technisch complete versie die geschikt is voor uitrol wordt verwacht.

De huidige app is gereed voor landelijke introductie. Landelijke introductie wordt aangehouden tot het onderhavige wetsvoorstel in werking is getreden maar er zijn geen technische moeilijkheden die landelijke introductie in de weg staan. Uiteraard wordt de app wel continue onderhouden en waar mogelijk verbeterd.

24

De leden van de FVD-fractie refereren aan de nieuw bekend gemaakte maatregelen van de regering ter beperking van het aantal maatschappelijk sociale contactmomenten. Zij vragen of deze beleidsbeslissing is voorzien in de werking van CoronaMelder in de zin van verschillende benchmarks voor verschillende zwaarten van maatschappelijke contactmomenten. Ook vragen voornoemde leden of deze benchmarks en/of datamodellen per definitie flexibel en dynamisch zijn aan te passen aan nieuwe omstandigheden, bijvoorbeeld het weer versoepelen van de maatregelen. Ook vragen zij deze benchmarks c.q. modellen met de Kamer te delen.

De werking van CoronaMelder op zich staat los van een eventuele toe- of afname van sociale contactmomenten. De definitie van nauw contact en het advies dat men krijgt bij een melding uit CoronaMelder, sluiten aan bij de LCI-richtlijn. Deze richtlijn geldt voor alle contacten.

In de LCI-richtlijn is gedefinieerd wat onder een risicovol contact wordt verstaan. Deze definitie is met de nieuwe maatregelen niet veranderd. Bij de ontwikkeling van CoronaMelder is gebruik gemaakt van het datamodel van professor Kretzschmar en anderen.11 Dit is een dynamische model voor het simuleren van contactmomenten, de werking van de bron- en contactopsporing, en het gebruik van digitale contact-tracing-apps. Het model wordt doorontwikkeld in samenwerking met het RIVM. Als de uitkomsten van dat model aanleiding geven tot herziene instellingen in CoronaMelder, dan kunnen die parameters op elk moment aangepast worden.

Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

1

De leden van de PvdA-fractie merken op dat in de memorie van antwoord in antwoord op vragen over de capaciteit van de GGD en testcapaciteit wordt gesproken over «de uitgangspunten van het opschalingsplan». Zij vragen om welke uitgangspunten het gaat.

Daarbij gaat het erom dat rekening wordt gehouden met een stijgende testvraag zoals geschat door het RIVM (de prognoses), de huidige richtlijnen van het RIVM omtrent het testen van mensen met klachten en hoe om te gaan met het prioriteren van groepen. Daarnaast wordt er gekeken naar een fijnmazig netwerk van testafname locaties.

2

Voorts vragen de leden van de PvdA-fractie waarom in de eerdere beantwoording niet was opgenomen dat dat de testcapaciteit en de personele capaciteit van de GGD’s tekort schiet.

In antwoord op de door de leden bedoelde vragen in de memorie van antwoord heb ik aangegeven dat de druk op dat moment vooral lag op de laboratorium capaciteit, en niet op de GGD-capaciteit. Begin augustus hebben we daarom aan de GGD’en gevraagd om even te wachten met het verder opschalen van hun afname locaties vanwege de druk op de laboratoriumcapaciteit. Inmiddels kunnen de GGD’en weer hun testafname locaties verder uitbreiden op basis van de beschikbare laboratoriumcapaciteit. In de eerste week van augustus werden er nog 32.000 testen afgenomen, vorige week (week 39) werden er alweer 40.300 covid-19 testen per dag afgenomen. Vanaf vrijdag 2 oktober kunnen er 49.500, en vanaf vrijdag 6 oktober is er laboratoriumcapaciteit voor 56.500 covid-19 testen. Ik verwacht dat als alles volgens plan verloopt, er eind oktober 70.000 testen afgenomen kunnen worden.

3

De leden van de PvdA-fractie vragen ook op welke manier wordt geanticipeerd op de vooraf moeilijk in te schatten toe- en, mogelijk later ook, afname van de vraag om ondersteuning door de GGD en testen. Is de gekozen aanpak dynamisch genoeg, zo vragen zij.

Er is tot nu toe altijd verder gewerkt aan het verder opschalen van de GGD afname capaciteit en het vergroten van de laboratoriumcapaciteit. Begin september is aan de GGD’en gevraagd om even te wachten met het uitbreiden van hun testafname locatie vanwege de druk op de laboratoriumcapaciteit. Op dit moment kunnen de GGD’en wel weer opschalen. Dit wordt gedaan in samenwerking met het LCDK en op basis van de beschikbare laboratoriumcapaciteit. Daarnaast wordt bekeken hoe dit model dynamischer kan worden gemaakt, met name wanneer het gaat om een afnemende vraag. Vooralsnog voldoet de afstemming tussen het LCDK en de GGD’en.

4

De leden van de PvdA-fractie refereren aan antwoord 193 in de memorie van antwoord en vragen of er nu wel een beeld is van de toename aan testcapaciteit door de introductie van de CoronaMelder.

De handelingsadviezen uit CoronaMelder sluiten aan bij de LCI-richtlijn. Op dit moment betekent dat dus dat gebruikers die een notificatie hebben ontvangen, zich alleen kunnen laten testen als ze klachten hebben. Aangezien dit aansluit bij het huidige testbeleid, is de verwachting dat introductie van CoronaMelder een verwaarloosbaar effect zal hebben op de testvraag.

5

Voorts vragen de leden van de PvdA-fractie of de regering kan garanderen dat de testcapaciteit toereikend is voor de te verwachten toenemende vraag om testen als gevolg van CoronaMelder overal in Nederland gebruikt wordt, zo ja, waar deze verwachting op is gebaseerd en zo nee, of de regering onderschrijft dat dit de toegevoegde waarde en het draagvlak van de CoronaMelder onder druk zet.

Het handelingsadvies dat vanuit CoronaMelder wordt gegeven sluit aan bij de op dat moment geldende LCI-richtlijn. Dat betekent dat er alleen wordt getest bij klachten. Zodra de testcapaciteit toereikend is en onderzoeken naar asymptomatisch testen zijn afgerond, zal ik het OMT vragen of het testbeleid heroverwogen dient te worden.

Er wordt overigens wel hard gewerkt aan het verder verruimen van de testcapaciteit. Het testen van mensen met klachten heeft – op basis van het advies van het OMT – voorrang.

6

De leden van de PvdA-fractie vragen verder of het onderzoek naar asymptomatisch testen al bekend is, zo ja, wat de conclusie uit dit onderzoek is en zo nee wanneer worden de resultaten dan worden verwacht.

Er zijn drie onderzoeken naar asymptomatisch testen, in het kader van 1) het reguliere bron- en contactonderzoek, 2) in het kader van de teststraat op Schiphol en 3) in het kader van CoronaMelder. Het onderzoek naar asymptomatisch testen in het kader van het reguliere bron- en contactonderzoek stond op het punt om te starten, maar door het gebrek aan testcapaciteit waren RIVM en de GGD’en genoopt om voorrang te geven aan testen van mensen met klachten. Dit onderzoek is daarom nog niet gestart. Zodra de testcapaciteit toereikend is kan dit onderzoek worden gestart. De twee overige onderzoeken zijn half september beëindigd, bij het wijzigen van het testbeleid door schaarste. Het onderzoek naar asymptomatisch testen in het kader van de teststraat op Schiphol wordt binnenkort gedeeld met Uw Kamer. Het onderzoek naar asymptomatisch testen in het kader van CoronaMelder heeft gezien de korte periode en de op dat moment nog beperkte adoptiegraad onvoldoende kwalitatieve data opgeleverd om te analyseren.

In dit kader wordt ook verwezen naar het OMT-advies van 14 september jl. waarin staat dat mensen zonder klachten die uit de bron en contactopsporing naar voren komen niet als prioriteit worden gezien in het kader van de infectieziektebestrijding.12

7

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering in percentages kan aangeven wat de sensitiviteit en specificiteit van de PCR test is.

De PCR test detecteert tussen de 10–100 kopieën van genetisch materiaal van het SARS-CoV-2 virus per milliliter keel/neusmonster afgenomen met een wattenstok en in virus transportmedium geplaatst. De analytische specificiteit van deze test is hoger dan 99%. Hoewel in een steeds kleiner wordend deel van de testen targets worden gebruikt die mogelijk ook andere virussen uit dezelfde groep SARS-CoV-like betacoronavirussen zouden kunnen detecteren (zoals SARS-Cov-1) is de kans dat het om een ander virus gaat erg klein omdat deze op dit moment niet onder mensen circuleren. De SARS-CoV-2 PCR detecteert geen andere virussen die luchtweginfecties bij mensen veroorzaken.

De klinische sensitiviteit, % positief met PCR van werkelijk geïnfecteerde personen, wordt bepaald door tijdstip van afname van een monster ten opzichte van tijdstip van infectie en door de kwaliteit van afname van een monster. Uitgaande van een correct enkel afgenomen monster stijgt de sensitiviteit van 0% op moment van infectie tot circa 30% 4 dagen later en 60% op moment van ontstaan symptomen op dag 5 na infectie. Daarna stijgt dat door tot circa 80% op dag 8 na infectie waarna de sensitiviteit langzaam afneemt tot circa 30% 21 dagen na infectie. De afname van % PCR positief vanaf 8 dagen na infectie hangt samen met genezing, klaring van de infectie. Dit zijn mediane gegevens. De klinische specificiteit, % negatief met PCR als iemand niet geïnfecteerd is, is geschat tussen de 95–100%.

8

Ook vragen voornoemde leden of de regering kan aangeven wat bekend is over de sensitiviteit en specificiteit van de test op het moment dat getest wordt zonder klachten.

De analytische sensitiviteit en specificiteit is onveranderd. De klinische specificiteit is ook geschat op 95–100%. Zoals in het antwoord op vraag 7 van de leden van de PvdA-fractie is beschreven kan een geïnfecteerd persoon asymptomatisch zijn in de incubatie periode. Daarbij is ook ingegaan op de sensitiviteit van de PCR in die situaties. De klinische sensitiviteit bij personen die geïnfecteerd zijn maar geen symptomen ontwikkelen is in het algemeen lager omdat de hoeveelheid virus die geproduceerd wordt lager is. Hoeveel precies lager is niet bekend omdat er nog weinig tijdseries zijn van PCR positieve asymptomatische patiënten die in de dagen daarna geen symptomen ontwikkelen.

9

Met verwijzing naar het antwoord op vraag 3 in de memorie van antwoord waarin staat dat als gemeld wordt dat het gebruik van de CoronaMelder vrijwillig is er geen sprake is van druk en dat dit niet ten koste gaat van de vrijwilligheid vragen de leden van de PvdA-fractie of daar onderzoek aan ten grondslag ligt. Zo ja dan vragen zij dit onderzoek met de Kamer te delen en zo nee dan vragen zij of de regering bereid is om onderzoek te doen naar het effect van de campagnestrategie op het ervaren gevoel van vrijwilligheid om de app te gebruiken en de resultaten daarvan te delen.

Dit oordeel is mede gebaseerd op advies gegeven ten aanzien van de campagne door (leden van) de begeleidingscommissie en de Taskforce Gedragswetenschappen. In de doorlopende evaluatie wordt bekeken wat de gewenste, maar ook de ongewenste effecten zijn van de inzet van CoronaMelder waaronder ook de campagnestrategie.

10

Op welke wijze gaat de regering mensen die (nu al) niet bereikt worden door een landelijke campagne stimuleren en faciliteren om de CoronaMelder te gebruiken en opvolging te geven aan adviezen als zij in contact zijn geweest met iemand die positief is getest op het covid-19 virus, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

De publiekscampagne bestaat naast een massa-mediale aanpak ook uit een zogenoemde doelgroepenaanpak, gericht op doelgroepen die doorgaans minder goed door traditionele communicatiekanalen bereikt worden. Denk daarbij aan mensen die de taal niet goed machtig zijn, ouderen en migranten. Naast op maat gemaakte campagnematerialen wordt gebruik gemaakt van intermediaire of vertegenwoordigende organisaties om de informatiebehoefte te peilen, de materialen daarop af te stemmen en gebruik te maken van hun netwerk/kanalen voor het verspreiden van de informatie.

11

Ook vragen voornoemde leden op welke wijze mensen die niet digivaardig zijn worden geholpen bij het instellen en het gebruik van de app.

Tijdens het ontwerp en de bouw van CoronaMelder is een aanzienlijke inspanning gepleegd om de app ook toegankelijk en begrijpelijk te laten zijn voor niet digivaardigen. Hierop is ook getest. Ook heeft de campagne aandacht voor mensen die niet digivaardig zijn. Zo is er onder andere een animatie op Steffie.nl van Leer Zelf Online. Deze organisatie zet zich in om kwetsbare groepen in de samenleving zelfredzamer te maken in een wereld die steeds ingewikkelder wordt. Mensen die moeite hebben de app te installeren en/of te gebruiken kunnen daarnaast bij bibliotheken in hun directe omgeving terecht voor hulp hierbij, bijvoorbeeld via Seniorweb.

12

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering kan aangeven bij welke waarden CoronaMelder ineffectief is.

De afweging of CoronaMelder effectief danwel ineffectief is hangt af van de weging tussen de mate waarin CoronaMelder naast de andere maatregelen bijdraagt in de strijd tegen de verspreiding van het virus, de mate waarin er sprake is van mogelijke niet beoogde negatieve effecten en of de effectiviteit en of eventuele ongewenste effecten zijn bij te sturen. Op dit moment is nog geen wetenschappelijk empirisch bewijs beschikbaar voor de werking van de app. Wel zijn er studies gedaan op basis van simulaties (de eerder aangehaalde studie van de Universiteit Oxford en de studie van de Universiteit van Utrecht). De doorlopende evaluatie vult lopende de inzet van CoronaMelder kennis aan over de werking van de app.

13

De leden van de PvdA-fractie refereren aan antwoorden in de memorie van antwoord waarin staat dat het gebruik van CoronaMelder ook bij een lage adoptiegraad effectief is. Zij vragen bij welke mate van adoptie dit het geval is. Ook vragen zij of na brede introductie van CoronaMelder de effectiviteit ervan wordt gemonitord, gerelateerd aan de adoptiegraad.

De doorlopende evaluatie heeft inderdaad ten doel uitspraken te doen over de effectiviteit van CoronaMelder op basis van onderzoek in de praktijk naar de effecten van de app. De adoptiegraad van de app is één van de indicatoren, net als de mate waarin mensen de handelingsadviezen opvolgen. Daarbij spelen ook factoren mee als de mate waarin adoptie juist wel of niet plaatsvindt in risicogroepen.

14

De leden van de PvdA-fractie verwijzen naar een artikel in de Volkskrant13 waarin wordt gemeld dat in het rapport van Radical Open (ROS)14 is geconstateerd dat CoronaMelder niet volledig veilig is. Medewerkers van de GGD zouden kunnen zien of iemand die klachten heeft daadwerkelijk de app melding heeft gemaakt. De leden van de PvdA-fractie verzoeken om een reactie op de bevindingen in dit rapport.

Er wordt frequent en blijvend onderzoek gedaan naar de beveiliging van CoronaMelder. Bevindingen die daaruit ontstaan worden direct opgepakt. ROS heeft in het kader daarvan onderzoek gedaan naar de broncode van de backend van CoronaMelder. Daarbij is een aantal bevindingen gedaan en eén van die bevindingen is in de pers een «privacyprobleem» genoemd. Er is hier echter geen sprake van een privacyprobleem. Het ging om een tijdelijke functionaliteit, specifiek en uitsluitend bedoeld voor de praktijktest. In voorbereiding op landelijke introductie is deze functionaliteit al verwijderd. Ik licht dit graag toe.

Als een gebruiker van CoronaMelder positief getest wordt op corona dan kan deze dat met hulp van de GGD vrijwillig in de app melden. Dat gebeurt in het telefoongesprek dat de GGD voert met mensen die positief zijn getest als start van de reguliere bron- en contactopsporing.

De desbetreffende GGD medewerker vraagt daarbij of betrokkene wil melden in de app en vraagt dan tevens toestemming voor het verzenden van de validatiecode en dag van ziekteverschijnselen naar de server. Daarnaast moet de besmette gebruiker ook zelf nog een handeling in CoronaMelder verrichten voordat zijn TEK’s en contactcodes naar de server worden verstuurd.

Tijdens de praktijktest kon alleen de GGD-medewerker door wie betrokkene werd geholpen zien of dat zogenaamde «uploaden» van de in de besmettelijke periode uitgezonden willekeurige codes ook gelukt was. Bovendien kon deze GGD medewerker dat alleen op dat moment zien, hij kon deze informatie dus niet achteraf raadplegen of iets dergelijks. Deze functionaliteit was tijdelijk opgenomen zodat in de testfase kon worden gecontroleerd of het versturen van de TEK’s en codes naar de server lukte. Dit is waar deze bevinding over gaat.

Inmiddels is in de testfase gebleken dat het via CoronaMelder versturen van de TEK’s en codes werkt en dat dit proces voor de meeste gebruikers voldoende duidelijk is; deze functionaliteit is dan ook deze week verwijderd.

Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

1 en 2

De leden van de PVV-fractie verwijzen naar de memorie van antwoord waarin is opgenomen dat de PCR-testen die in Nederland worden gebruikt goed scoren op de eigenschappen sensitiviteit en specificiteit. Naar aanleiding daarvan vragen zij wanneer een test voor deze eigenschappen in de categorie «goed» valt. Ook vragen de leden van de PVV-fractie welke cijfermatige waarden hieraan worden toegekend.

De PCR test wordt voor de detectie van het covid-19 virus internationaal en nationaal als gouden standaard gezien. De analytische specificiteit van deze test is hoger dan 99%. Hoewel in een steeds kleiner wordend deel van de testen targets worden gebruikt die mogelijk ook andere virussen uit dezelfde groep SARS-CoV-like betacoronavirussen zouden kunnen detecteren (zoals SARS-Cov-1) is de kans dat het om een ander virus gaat erg klein omdat deze op dit moment niet onder mensen circuleren. De SARS-CoV-2 PCR detecteert geen andere virussen die luchtweginfecties bij mensen veroorzaken.

Verder wordt voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PVV-fractie ook verwezen naar het antwoord op vraag 7 van de leden van de PvdA-fractie.

3

De leden van de PVV-fractie vragen voorts hoe deze cijfermatige waarden zich verhouden tot de toegepaste schaal.

Zoals aangegeven in het antwoord op de eerste vraag van de leden van de PVV-fractie is de analytische specificiteit van deze test hoger dan 99%. De kans dat het om een ander SARS CoV like virus gaat is dan ook erg klein. De SARS-CoV-2 PCR detecteert geen andere virussen die luchtweginfecties bij mensen veroorzaken.

De sensitiviteit van de test moet steeds gezien worden in het licht van de hoeveelheid virus die aanwezig is in het afgenomen monster. In een PCR test kunnen heel kleine hoeveelheden, minder dan 10 virus RNA moleculen, gedetecteerd worden. De PCR test wordt wereldwijd dan ook als de gouden standaard gezien.

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

1

De leden van de SP-fractie merken op dat een pentest het spreekwoordelijke proeven van de maaltijd is en dat men daar niet geheimzinnig over hoort te doen. De leden van de SP-fractie vragen waarom de pentest van ROS pas op 29 september is gepubliceerd terwijl het op 28 augustus naar het Ministerie van VWS is gestuurd.

Er worden frequent onderzoeken naar de beveiliging van CoronaMelder gedaan zoals naar de broncode en pentesten. Het betreffende rapport was geen pentest, maar een onderzoek naar de broncode van de backend van CoronaMelder. De onderzoekers, die breed keken, hebben daarbij onder meer ook bevindingen gedaan die niet over de software van CoronaMelder zelf gaan maar over de api van Apple en Google. Van twee bevindingen moesten daarom eerst Apple en Google op de hoogte worden gebracht. De twee betreffende punten zijn internationaal aangemeld onder het «Common Vulnerability Exposure»-programma. De meldingen hebben CVE-2020–24721 en CVE-2020–24722 als nummer meegekregen. Er is voor gekozen Apple en Google zoals te doen gebruikelijk direct te informeren en enige tijd te geven deze bevindingen voorafgaand aan openbaarmaking op te lossen. Dit is gebruikelijk voor bevindingen die onderzocht moeten worden op kwetsbaarheden en benodigde aanpassingen. Gelet op het bovenstaande was directe openbaarmaking van de rapportage niet mogelijk en helaas kon vanwege de late ontvangst van de rapportage ook geen samenvatting worden gegeven van de belangrijkste bevindingen in de brief aan de Tweede Kamer van 28 augustus.

2

Ook verzoeken de leden van de SP-fractie om een reactie op alle kwetsbaarheden die zijn ontdekt en vragen zij welke maatregelen zijn getroffen.

In de duidingsrapportage die op 28 augustus 2020 aan de Tweede Kamer is gezonden15 en op 1 oktober ook aan uw Kamer is toegestuurd16 zijn alle bevindingen van de testen die zijn gedaan beschreven. Hierin is ook de rapportage van ROS meegenomen. Daarbij is per bevinding steeds aangegeven welke actie is ondernomen en welke eventuele acties nog moeten worden uitgevoerd. In de bijlage bij de nota naar aanleiding van het verslag is een overzicht opgenomen van alle kwetsbaarheden en de naar aanleiding daarvan genomen of te nemen maatregelen. De meeste bevindingen zijn overigens opgelost. Enkele bevindingen met een laag risico worden komende periode opgelost.

3

De informatie die wordt doorgegeven aan de GGD» en lijkt geen kwetsbaarheid maar een ontwerpfout of misschien beter gezegd een ontwerpkeuze, zo merken voornoemde leden op.

Het was geen ontwerpkeuze maar wel een bewuste keuze voor een tijdelijke functionaliteit, specifiek en uitsluitend bedoeld voor de praktijktest. In het licht van de naderende landelijke introductie is deze functionaliteit overigens al verwijderd. Ik licht dat graag toe.

Als een gebruiker van CoronaMelder positief getest wordt op corona dan kan deze dat met hulp van de GGD vrijwillig in de app melden. Dat gebeurt in het telefoongesprek dat de GGD voert met mensen die positief zijn getest als start van de reguliere bron- en contactopsporing.

De desbetreffende GGD medewerker vraagt daarbij of betrokkene wil melden in de app en vraagt dan tevens toestemming voor het verzenden van de validatiecode en dag van ziekteverschijnselen naar de backend server. Daarnaast moet de besmette gebruiker ook zelf nog een handeling in CoronaMelder verrichten voordat zijn TEK’s en contactcodes naar de server worden verstuurd.

Tijdens de praktijktest kon alleen de GGD-medewerker door wie betrokkene werd geholpen zien of dat zogenaamde «uploaden» van de in de besmettelijke periode uitgezonden willekeurige codes ook gelukt was. Bovendien kon deze GGD medewerker dat alleen op dat moment zien, hij kon deze informatie dus niet achteraf raadplegen of iets dergelijks. Omdat de GGD medewerker geen toegang had de uitgewisselde gegevens was dit geen privacyrisico.

Deze functionaliteit was tijdelijk opgenomen zodat in de testfase kon worden gecontroleerd of het versturen van de TEK’s en codes naar de server lukte. Nadat bleek dat het inderdaad werkte is deze functionaliteit dan ook weer verwijderd.

4

De leden van de SP-fractie vinden dat de keuze of die data gedeeld moet worden met de GGD’en een opt-in zou moeten zijn. Zij vragen waarom er niet is gekozen voor een opt in.

Er is sprake van een opt-in. Zoals ook is toegelicht in het antwoord op vraag 4 van de leden van de SP-fractie vraagt de GGD medewerker toestemming van betrokkene voor het versturen van de TEK’s en codes naar de server. Betrokkene kan daar te allen tijde vanaf zien en de GGD medewerker zal daar ook op wijzen.

5

De leden van de SP-fractie vragen voorts welke mogelijkheden er zijn om af te zien van een «third party authenticator» en waarom hier niet voor is gekozen.

De vragen van de leden van de SP-fractie verwijzen naar de bevinding met nummer NLC-019 over het gebruik van The Identity Hub door GGD GHOR Nederland. GGD GHOR heeft gekozen voor The Identity Hub om het inloggen op de interne systemen door GGD medewerkers mogelijk te maken. Bij het gebruik van dit product bestaan verschillende mogelijkheden waarbij de GGD GHOR heeft gekozen voor een toepassing in de eigen ICT omgeving van de GGD «en en waarbij dus geen gebruik wordt gemaakt van een externe dienst.

Zoals de onderzoekers al aangeven in de rapportage betreft het hier een denkbaar risico, waarbij is afgegaan op een verwijzing in de broncode. Er is door de onderzoekers geen onderzoek gedaan naar de gekozen technische inrichting en naar eventuele afspraken tussen de betrokken organisaties. Uiteraard hebben wij de GGD GHOR van deze bevinding op de hoogte gebracht. Gezien het antwoord van GGD GHOR dat de software in de eigen omgeving en met goede afspraken wordt toegepast is er geen sprake van een feitelijk risico.

6

Gezien het feit dat de kwetsbaarheden ruim een maand geleden zijn geconstateerd, gaan de leden van de SP-fractie er van uit dat er nog aanpassingen van de app zijn geweest afgelopen maand. Zo ja, welke kwetsbaarheden zijn aangepakt.

Alle kwetsbaarheden die een gemiddeld of hoger risico geven zijn verholpen. Er zijn enkele laag risico bevindingen, die binnenkort worden verholpen maar meer werk met zich meebrengen. Zoals gebruikelijk bij softwareontwikkeling wordt frequent getest en worden bevindingen doorlopend opgelost. De openstaande bevindingen vormen geen belemmering voor landelijke introductie.

7

Is er daarna opnieuw door ROS een pentest uitgevoerd, zo vragen de leden van SP-fractie. Zo nee, dan vragen zij waarom deze pentest niet is gedaan, of deze nog gedaan wordt voor de lancering van de app en of de resultaten daarvan dan wel spoedig worden geopenbaard.

Zoals is toegelicht op het antwoord op vraag 1 van de leden van de SP-fractie heeft ROS geen pentest uitgevoerd, maar een codereview gehouden. Er zijn door andere bedrijven wel pentesten uitgevoerd die ook zijn gepubliceerd.17 Hiernaar wordt tevens verwezen in de eerder genoemde duidingsrapportage. Ook na landelijke uitrol van CoronaMelder zullen met enige regelmaat opnieuw beveiligingsonderzoeken (zowel pentesten als codereviews) worden gedaan.

8

Ook vragen de leden van de SP-fractie of er een go-no-go moment is gepland en zo nee waarom niet.

Een apart go-no-go moment is niet nodig. Omdat alle bevindingen met een hoog risico zijn opgelost is er technisch geen reden om landelijke introductie aan te houden. Na een positief oordeel van Uw Kamer zal het onderhavige wetsvoorstel in werking treden en kan landelijke introductie van CoronaMelder plaatsvinden.

Zoals ook opgemerkt in het antwoord op vraag 7 van de leden van de SP-fractie zullen alle beveiligingsonderzoeken ook na landelijke uitrol van CoronaMelder periodiek worden herhaald. Bevindingen die daaruit volgen zullen worden opgelost en van passende maatregelen worden voorzien.

9

De leden van de SP-fractie vragen of de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op de hoogte is gesteld van dit rapport, zo ja wat hun reactie hierop is en zo nee waarom niet. Zij vragen of de Minister in dat geval bereid is alsnog een reactie te vragen aan de AP en zo nee waarom niet.

We hebben de Autoriteit Persoonsgegevens niet op de hoogte gesteld van dit rapport of andere onderzoeken. Ik acht het ook niet nodig om een reactie van de AP te vragen omdat alle gesignaleerde risico’s zijn beoordeeld en niet hebben geleid tot aanpassing van de DPIA.

10

Verder vragen de leden van de SP-fractie of de Minister het met deze leden eens is dat het gevolgde proces van openbaarmaking van deze pentest funest is voor het vertrouwen van het publiek in de app en zo ja, hoe hij denkt dit te gaan herstellen.

Ik ben het met de leden van de SP-fractie eens dat transparantie cruciaal is voor het vertrouwen in CoronaMelder. Dat is dan ook de reden dat de app in volle openheid is ontwikkeld en dat de broncode volledig openbaar is gemaakt. Ook zijn relevante stukken waaronder de adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens, de DPIA, de second opinion op de DPIA en de analyse van de landsadvocaat zo snel mogelijk openbaar gemaakt. Zoals in het antwoord op vraag 1 van de leden van de SP-fractie is toegelicht was het echter in dit geval niet mogelijk het rapport direct te delen en zijn bevindingen eerst vertrouwelijk gedeeld met Apple en Google zodat zij kwetsbaarheden konden oplossen.

Mijn voornemen was de rapportage mee te sturen met de volgende voortgangsbrief over CoronaMelder die ik verwacht volgende week aan de Tweede Kamer te sturen. Gezien de vragen die deze week zijn gerezen heb ik besloten dat eerder te doen en heb ik ook uw Kamer op 1 oktober met een separate brief hierover geïnformeerd.18

Vragen en opmerkingen van de ChristenUnie-fractie

1

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen een aantal vragen over het artikel van Ferretti et al.19 waaraan wordt gerefereerd in het artikel van de Universiteit van Oxford.20 Ferretti et al. gaan uit van een R-waarde van 2 (eerste stadium in China). Zij stellen dat de volgende componenten bijdrage aan de R-waarde: 46% bijgedragen wordt door mensen voordat ze symptomen hebben, 38% nadat ze symptomen hebben, 10% door mensen die geen symptomen vertonen en 6% door de fysieke omgeving (vervuiling). Zie ook figuur 2 en Tabel 2. Zij vragen of de componenten waaruit de R-waarde bestaat onafhankelijk van de grootte van de R-waarde is. Met andere woorden of dezelfde percentages gelden voor een R-waarde van 1,3 a 1,4 (situatie in Nederland).

Ja, dezelfde percentages gelden ook voor de Nederlandse situatie. Een lagere R-waarde in Nederland is vooral het gevolg van de huidige – social distancing – maatregelen. Echter, de overige componenten (verspreiding van het virus door asymptomatische personen, presymptomatische personen, omgevingsfactoren) maken op dit moment inmiddels een groter deel uit van de R-waarde.

2

Ook vragen voornoemde leden of het feit dat haast de helft van de besmettingen (46%) wordt veroorzaakt door mensen die nog geen symptomen hebben betekent dat de effectiviteit van CoronaMelder op microschaal altijd effectief is (in het eigen netwerk) en op macroschaal vooral effectief is als voldoende mensen de app gebruiken en vervolgens ook in isolatie / quarantaine gaan.

Ja, deze veronderstelling is terecht. Ieder pre- en niet-symptomatisch maar mogelijk wel besmet persoon die zo snel mogelijk opgespoord wordt en het advies krijgt in zelfquarantaine te gaan, draagt bij aan het voorkomen van verdere verspreiding van het virus en/of infecties. Hoe meer mensen hier gehoor aan geven, hoe groter het effect op macroschaal is. In feite draagt echter elk vroegtijdig via de app gewaarschuwd persoon, bij aan het doorbreken van de verspreidingsketen. De app is daarom bij elk gebruikerspercentage effectief, en uiteraard steeds effectiever bij meer gebruik. In dit kader wordt ook verwezen naar het antwoord op vraag 11 van de leden van de ChristenUnie-fractie.

3

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voorts of uit het artikel van Feretti et al. volgt dat een epidemie alleen snel uitdooft als: a) mensen snel in isolatie gaan, b) als een hoog percentage van mensen met symptomen in isolatie gaan, c) contacten snel in quarantaine gaan, d) als een hoog percentage van de contacten in quarantaine gaan, en e) als de R-waarde zo laag mogelijk is.

De factoren a, b, c en d zijn alle vier belangrijk voor het bestrijden van de epidemie met isolatie, traceren van nauwe contacten en quarantaine van deze contacten. Factor e (een lage R-waarde) maakt dit proces logistiek alleen maar eenvoudiger, maar is ook meer in het algemeen van belang voor de bestrijding van het virus.

4

Zij vragen of de effectiviteit van CoronaMelder positief beïnvloed wordt door de factoren a t/m e.

Ja, dit geldt voor wat betreft factoren a,b, c, en d. Voor de effectiviteit van CoronaMelder moeten besmette personen opgespoord en gemeld worden; dat zullen in het algemeen de mensen zijn die in isolatie gaan, dus factoren a en b maken CoronaMelder zeker effectiever. Hoe meer de mogelijke besmette contacten snel worden opgespoord en in zelfquarantaine gaan, hoe hoger de effectiviteit van CoronaMelder ook zal zijn (factoren c en d). Een lage R-waarde (e) is niet noodzakelijk voor de effectiviteit van de app, maar heeft wel invloed op het totale aantal mensen in quarantaine (hoe lager de R hoe minder) en de bestrijding van de epidemie in het algemeen.

5

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of dit ook betekent dat testen zonder wachttijd en een snelle uitslag de effectiviteit van CoronaMelder positief beïnvloeden.

Ja.

6

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat in Ferreti et al. wordt uitgegaan van een hoog percentage app gebruikers en dat voor dit percentage een vaste waarde wordt gebruikt. Zij vragen of het is toegestaan om de afhankelijkheid van het percentage app gebruikers in te schatten door dit te verwerken in het percentage geslaagde quarantaines en of dat zou betekenen dat bij een lager percentage mensen die de app gebruiken er dan toch een significant effect is op de snelheid van uitdoven is.

Ja, waarbij ook wordt verwezen naar het antwoord op vraag 2 van de leden van de ChristenUnie-fractie. Bij elk percentage van het gebruik van de app waarbij besmette contacten worden opgespoord wordt een stukje van de verspreidingsketen doorbroken. De Y-as in figuur 3 in het artikel van Feretti et al. (% succes in quarantaine van contacten) is een combinatie van het appgebruik en hoe goed de app contacten kan registreren. De auteurs geven aan dat de afhankelijkheid van het appgebruik sterker is (kwadratisch) omdat bij elk contact beide betrokken personen de app geïnstalleerd moeten hebben (p5, middelste kolom, 10 regels van onder). Bij appgebruik van 30% stellen zij dat 9% van de contacten gevonden kan worden. Dit is mogelijk pessimistisch omdat appgebruik waarschijnlijk niet willekeurig over de bevolking verdeeld is.

7

Voorts verwijzen de leden van de ChristenUnie-fractie naar het onderzoek van de Universiteit van Oxford waaruit blijkt dat de R-waarde een sterke invloed heeft. De leden van de ChristenUnie0 fractie vragen of vergelijkbare grafieken ook gelden voor een R-waarde van circa 1,3 – 1,4.

Ja, het principe van deze grafieken (hoger appgebruik geeft lagere curves) geldt ook bij lagere R-waardes. Of de piek net zo afneemt bij toenemend appgebruik valt niet te zeggen.

8

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe groot het effect is van een percentage app-gebruik van tussen de 20 en de 30%? Zij geven deze grenzen omdat de hoogste percentages app gebruikers te vinden zijn in Duitsland (21%) en Ierland (30%).

Het percentage appgebruikers van 20–30% is niet nodig voor het bereiken van een groot «macro-effect». De app is daarom bij elk gebruikerspercentage effectief, en uiteraard steeds effectiever bij meer gebruik (in dit kader wordt ook verwezen het antwoord op vraag 2 van de leden van de ChristenUnie-fractie). Voor het vinden van contacten moeten wel beide gebruikers de app geïnstalleerd hebben.

9

De leden van de ChristenUnie-fractie komen na lezing van beide artikelen dan komen ze tot de conclusie dat het virus uitdooft als: a) mensen snel in isolatie gaan, b) als een hoog percentage van mensen met symptomen in isolatie gaan, c) contacten snel in quarantaine gaan, d) als een hoog percentage van de contacten in quarantaine gaat, e) als veel burgers CoronaMelder gebruiken en f) als de R-waarde zo laag mogelijk is. Zij vragen de Minister daarop te reflecteren.

Ja, dit zijn allemaal factoren die gezamenlijk tot uitdoven kunnen leiden. Voor nadere reflectie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 4 van de leden van de ChristenUnie-fractie.

10

Daarbij merken voornoemde leden op dat de parameters a t/m e in hoge mate beïnvloedbaar zijn. Zij vragen wat zijn de huidige waarden van deze parameters zijn en hoe de Minister die probeert te beïnvloeden.

Er zijn geen exacte huidige waarden van deze parameters bekend. Er valt immers niet met zekerheid te achterhalen wie, hoe snel en hoeveel door de app gewaarschuwde personen met of zonder symptomen, zonder dat een besmetting vastgesteld is, in zelfquarantaine gaan. Wel zijn enkele inschattingen te maken voor de met zekerheid besmette mensen die wel voldoende in beeld komen:

Voor hoe snel mensen in isolatie gaan (a), hangt het ervan af of men de symptomen gaat ontwikkelen en deze tijdig herkennen als mogelijk covid-19-gerelateerd. Met een incubatietijd van gemiddeld vijf dagen, zal dat al snel zes of zeven dagen na infectie zijn.

Voor de hoeveelheid mensen met symptomen die in isolatie gaan (b) geeft het onderzoek van de RIVM Gedragsunit een indruk21. Hierin (meting 6, en 19-23 augustus) is te zien dat mensen met klachten vrijwel evenveel de deur uitgaan als mensen zonder klachten.

Hoe snel mensen in quarantaine gaan (c) beschrijft de tijd tussen contact (de gebeurtenis) en het op de hoogte stellen door de GGD. Hierin zit de tijd van contactgebeurtenis tot het krijgen van symptomen van de index, en vervolgens tot testuitslag van de index en het op de hoogte stellen van contact door de GGD. Voor al deze stappen samen moet wel enkele dagen gerekend worden. CoronaMelder zal dit proces versnellen.

Welk percentage van de mensen in quarantaine gaat (d), hangt vooral af van hoeveel besmette contacten gevonden worden. Vervolgens moeten de contacten nog in quarantaine gaan. De Gedragsunit van het RIVM heeft hier onderzoek naar gedaan en 50% van de ondervraagde mensen geeft aan het huis niet te hebben verlaten in de twee weken nadat de GGD hen heeft gebeld (meting 6, en 19-23 augustus).

De laatst geschatte R-waarde (e) tenslotte is volgens het Coronadashboard 1.27 (1.22–1.33) (uitgelezen op 29 september).

11

Ook vragen de leden van de ChristenUnie-fractie gegeven de huidige waarden van de parameters a t/m d, hoeveel burgers de app moeten gebruiken wil deze effectief zijn.

Bij elk gebruiksniveau zal de app bijdragen aan vermindering van de virusverspreiding. De app zal de tijd tot quarantaine (parameter c) kunnen bekorten, omdat het opsporen van contacten sneller gaat en omdat meer nauwe contacten bereikt worden dan via analoge bron- en contactopsporing (parameter d). Hoe meer app gebruikers, hoe hoger deze parameters zullen zijn. Verder wordt nog verwezen naar het antwoord op vraag 2 van de leden van de ChristenUnie-fractie.

12

Voornoemde leden vragen voorts welke doelstellingen de Minister nastreeft met betrekking tot de parameters a t/m e.

Ik heb voor de afzonderlijke parameters a t/m d geen streefwaarden vastgesteld. Voor de R-waarde wordt een R van onder de 1 nagestreefd.

13

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wat beide artikelen betekenen voor de voorlichting en campagne met betrekking tot CoronaMelder.

Door de eerder gegeven informatie en voordelen van het gebruik van de app op de verschillende parameters concreet te verwerken in de publiekscampagne, wordt het gebruik van CoronaMelder onder de Nederlandse bevolking positief gestimuleerd.

14

Verder vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of er nog andere wetenschappelijke artikelen zijn die andere inzichten bieden en of de Minister die met de Kamer zou kunnen delen.

Er worden met regelmaat artikelen hierover gepubliceerd; zie bijvoorbeeld ook het artikel van de Universiteit Utrecht welke ingaat op de effectiviteit van digitale contactopsporing.22

Vragen en opmerkingen van de PvdD-fractie

1a

De leden van de PvdD-fractie merken op dat omdat vrijwilligheid voorop staat bij het gebruik van de CoronaMelder het van belang is om welke reden iemand ervoor zal kiezen om de app te downloaden en te gebruiken. Zij vragen of er onderzoek is gedaan waaruit blijkt welke redenen mensen (zullen) hebben, zo ja, welke conclusies op grond van dat onderzoek zijn te trekken en zo nee, welke verwachting de regering heeft en waarop die is gebaseerd.

Er is onderzoek gedaan tijdens de praktijktest van CoronaMelder in de regio Twente naar de beweegredenen van mensen de app wel of niet te downloaden. Als reden om de app te gebruiken geven mensen aan dat ze verwachten dat de app een bijdrage kan leveren aan het bestrijden van het coronavirus en bijdraagt aan solidariteit. Daarnaast zagen de testers voor zichzelf als voordeel dat de app hen waarschuwt als ze een verhoogd risico hebben gelopen.

1b

De leden van de PvdD-fractie vragen voorts of er onderzoek is gedaan waaruit blijkt of de betrouwbaarheid van CoronaMelder van invloed is op de keuze van mensen om de app te downloaden en te gebruiken, zo ja, welke conclusies zijn op grond van dat onderzoek zijn te trekken en zo nee, welke verwachting de regering heeft en waarop die is gebaseerd.

Er is geen specifiek onderzoek gedaan naar de invloed van de betrouwbaarheid op de keuze van mensen om de app te downloaden en te gebruiken. Uit het onderzoek tijdens de praktijktest onder 1.500 mensen in de regio Twente blijkt dat de grootste zorgen rondom de app de privacy betroffen, bijvoorbeeld of locatiegegevens worden gebruikt (hetgeen overigens nadrukkelijk niet het geval is). In algemene zin lijkt het mij echter aannemelijk dat de betrouwbaarheid van CoronaMelder voor mensen belangrijk is en daar is bij het ontwerpen van CoronaMelder dan ook alles aan gedaan.

1c

Ook vragen de leden van de PvdD-fractie of er onderzoek is gedaan waaruit blijkt of het beschikbaar zijn van testmogelijkheden die op korte termijn uitsluitsel geven van invloed is op de keuze van mensen om de app te downloaden en te gebruiken, zo ja, welke conclusies op grond van dat onderzoek zijn te trekken en zo nee welke verwachting de regering heeft en waarop die is gebaseerd.

Er is geen specifiek onderzoek gedaan naar de invloed van beschikbaarheid van testmogelijkheden die op korte termijn uitsluitsel geven op de keuze van mensen om de app te downloaden en te gebruiken. Uit het onderzoek tijdens de praktijktest onder 1.500 mensen in de regio Twente blijkt dat de grootste zorgen rondom de app de privacy betroffen, bijvoorbeeld zorgen of er locatiegegevens worden gebruikt (hetgeen overigens uitdrukkelijk niet het geval is). De begeleidingscommissie heeft er in haar adviezen op gewezen dat het waarschijnlijk is dat zicht op een test mensen helpt om de adviezen ten aanzien van isolatie op te volgen. Daarmee zou het een aanbieden van een test een stimulans kunnen zijn om mensen te helpen hun gedrag aan te passen als ze risico hebben gelopen. Ook bij testen zonder klachten zouden mensen tot tenminste 8 dagen na het risicovolle contact in isolatie verblijven (namelijk tot na de uitslag van de test op de zevende dag na het risicovolle contact).

2a

Wie CoronaMelder gebruikt, krijgt bij gebleken contact met een besmet persoon een notificatie, die op dit moment inhoudt dat geadviseerd wordt om in thuisquarantaine te gaan, zo merken de leden van de PvdD-fractie op. Zij vragen of wordt verwacht dat de betrokkene in zo’n geval contact opneemt met de GGD, zo nee, waarom niet en zo ja, waarom niet standaard in de notificatie wordt vermeld dat de betrokkene contact dient op te nemen met de GGD.

De betrokkene krijgt het advies om thuis te blijven en te letten op klachten die bij covid-19 passen. Het advies sluit aan bij de op dat moment geldende LCI-richtlijn en kan dus wijzigen als deze wordt aangepast. Conform de huidige richtlijn, wordt niet verwacht dat de betrokkene contact opneemt met de GGD. De gebruiker krijgt via CoronaMelder dezelfde informatie aangeboden die nauwe contacten in de reguliere bron- en contactopsporing ook ontvangen. Dit neemt niet weg dat een gebruiker na een melding contact kan opnemen met de GGD of met zijn huisarts, bijvoorbeeld in het geval hij klachten heeft.

2b

De leden van de PvdD-fractie vragen of wordt verwacht dat de betrokkene in zo’n geval zich laat testen, zo ja, waarom niet standaard in de notificatie wordt aangeraden zich te laten testen en zo nee, waarom niet en of daarbij relevant is of er voldoende testcapaciteit is.

Het testbeleid is vanaf het begin geweest dat alleen mensen met klachten zich kunnen laten testen. Het testen van mensen zonder klachten kan mogelijk presymptomatische personen identificeren waardoor deze sneller geïsoleerd kunnen worden en zo verdere transmissie te stoppen (zie oa de modelleringsstudie van Ferreti et al.).23 Testen zonder klachten heeft echter ook nadelen. Een negatieve uitslag kan leiden tot schijnveiligheid omdat iemand later alsnog besmet kan blijken. Er is namelijk nog onvoldoende bekend over de waarde van een negatief testresultaat bij mensen zonder klachten. Dit kan leiden tot het ongewenst doorbreken van de quarantaine. Het OMT adviseert regelmatig over de prioritering van het testbeleid, vanuit het oogpunt van de infectieziektebestrijding. De testcapaciteit dient immers zo efficiënt mogelijk te worden ingezet: welk gebruik van de testcapaciteit levert het meest op voor de bestrijding? Testen van mensen met klachten heeft op dit moment meer prioriteit dan het testen van mensen zonder klachten. De prioriteiten kunnen heroverwogen worden wanneer de testcapaciteit toeneemt of als er nieuwe inzichten zijn.

Zoals ook opgenomen in het antwoord op vraag 2a van de leden van de PvdD-fractie sluiten de handelingsadviezen uit CoronaMelder aan bij de op dat moment geldende LCI-richtlijn. Op dit moment betekent dat dus dat gebruikers die een notificatie hebben ontvangen, geadviseerd wordt zich alleen te laten testen als ze klachten hebben. In het kader van onderzoek naar de effectiviteit van testen zonder klachten zijn tijdens de praktijktest ook via CoronaMelder handelingsadviezen verstuurd op grond waarvan kon worden getest zonder klachten. Mocht dit op enig moment worden opgenomen in de richtlijn dan zal dit weer in CoronaMelder worden opgenomen.

2c

Is er onderzoek gedaan naar de emotionele en psychische impact voor de betrokkene indien deze de melding krijgt dat er contact is geweest met een besmet persoon terwijl niet de mogelijkheid bestaat om zich op korte termijn te laten testen en uitslag van die test te krijgen, zo vragen voornoemde leden. Zo ja, welke conclusies zijn op grond van dat onderzoek te trekken en zo nee, welke verwachting heeft de regering en waarop is die gebaseerd.

CoronaMelder is in juni en juli in algemene zin getest op psychische en emotionele reacties van gebruikers door de Universiteit Twente. Daarbij zijn verschillende scenario’s getest, waaruit bleek dat bijvoorbeeld een notificatie door CoronaMelder emotionele reacties kan oproepen bij gebruikers. Uit deze test zijn aanbevelingen gekomen die bijvoorbeeld zijn gebruikt voor het verbeteren van de scripts bij de callcenters (bijvoorbeeld in relatie tot woordgebruik). Daarnaast is het handelingsperspectief van CoronaMelder tijdens de ontwikkeling voortdurend getest op mensen uit alle lagen van de Nederlandse bevolking, waarbij ook aandacht was voor mensen die emotioneel of psychisch minder sterk in hun schoenen staan. Er is niet specifiek getest op emotionele of psychische reacties in situaties dat men zich niet meteen kon laten testen en daarvan snel de uitslag te krijgen. In het kader van de pilots kwam dit namelijk niet voor. Voor het geval dat na invoering van de app wel het geval zou zijn, zal dat worden meegenomen in de permanente evaluatie. Overigens wordt er op dit moment, zoals u weet, hard gewerkt aan het vergroten van de testcapaciteit.

2d

De leden van de PvdD-fractie vragen of de betrokkene voordat deze het downloaden van CoronaMelder afrondt wordt geïnformeerd over (a) het percentage foutmeldingen dat zich voordoet en (b) het ontbreken van de mogelijkheid om enkele dagen na de notificatie te kunnen beschikken over een testresultaat. Zo nee, dan vragen zij waarom niet en in hoeverre de Minister dat in overeenstemming met de eis van transparantie acht.

Nee, deze informatie wordt niet verstrekt bij het downloaden van CoronaMelder, maar is wel op een andere manier beschikbaar. In de app zelf wordt een toelichting gegeven op de vraag wanneer een gebruiker een melding ontvangt; dit kan de gebruiker zien onder de kopjes «hoe werkt de app» na het downloaden. Daarnaast wordt bij de technische uitleg over de werking van de app verwezen naar de informatie over de werking van de app op www.coronamelder.nl. ook is de toelichting op de onderzoeken en de uitleg over de betrouwbaarheidsniveaus openbaar en dus voor een ieder beschikbaar.

De app volgt ten aanzien van testen de dan geldende LCI-richtlijnen. Indien een genotificeerde persoon klachten heeft en aangeraden wordt een test aan te vragen, wordt deze persoon verwezen naar een telefoonnummer of de website coronatest.nl waarop informatie staat over de termijn waarbinnen testresultaten beschikbaar zijn.

3a

De leden van de PvdD-fractie merken op dat indien de notificatie inhoudt dat de betrokkene – ook al heeft deze zelf geen verschijnselen van covid-19 – in thuisquarantaine dient te gaan, het voor de effectiviteit van CoronaMelder van belang is of dat advies wordt opgevolgd. Zij vragen of het juist is dat een werkgever – gelet op het feit dat de betrokkene niet ziek is – kan verlangen dat deze op het werk verschijnt, indien thuiswerken naar diens oordeel niet aan de orde kan zijn. Zo ja, welk gedrag wordt dan door de Minister van de werknemer verlangd als deze de notificatie krijgt om in thuisquarantaine te gaan ook al heeft deze geen verschijnselen van covid-19 en kan de Minister daarbij aangeven hoe realistisch de verwachting is dat dit verlangde gedrag zal plaatsvinden, zo vragen zij.

De werkgever mag iemand in deze situatie niet verplichten om naar het werk te komen. De wettelijke basis hiervoor hangt af van de precieze situatie, maar in de regel geldt dat de werkgever de werknemer in deze situatie niet kan verplichten naar het werk te komen. Ik heb de verwachting dat werkgevers en werknemers hier samen uit zullen komen.

3b

Voorts vragen de leden van de PvdD-fractie of de werkgever in het geval waarin de betrokkene in thuisquarantaine gaat en dat meebrengt dat de arbeid die volgens de arbeidsovereenkomst dient te worden verricht, niet door de betrokkene wordt verricht, de salaris- en overige kosten over de tien dagen waarin thuisquarantaine duurt, van overheidswege vergoed kan krijgen en zo nee of de Minister bereid is te bevorderen dat zo’n vergoeding wordt verstrekt.

Als de werknemers om wie het hier gaat vanuit huis kunnen werken, dan werken zij en is er om die reden recht op loon. Voor situaties waarin thuiswerken niet mogelijk is geldt op grond van artikel 7:628, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek als hoofdregel dat de werkgever het loon moet doorbetalen. Alleen als sprake is van een oorzaak die in redelijkheid voor risico van de werknemer moet komen, is de werkgever geen loon verschuldigd.

Indien de werkgever voldoet aan de voorwaarden van de NOW-regeling kan hij via deze regeling gebruik maken van de tegemoetkoming in de loonkosten.

3c

De leden van de PvdD-fractie vragen ook of het juist is dat een verzoek van een student of een scholier om op een later moment aan een examen deel te nemen dat plaatsvindt in de periode dat hij op basis van het advies van de CoronaMelder in thuisquarantaine moet gaan, niet behoeft te worden ingewilligd en zo ja, welk gedrag dan door de Minister van die student of scholier wordt verlangd als deze de notificatie krijgt om in thuisquarantaine te gaan ook al heeft deze geen verschijnselen van covid-19. Zij vragen of de Minister daarbij kan aangeven hoe realistisch de verwachting is dat dit verlangde gedrag zal plaatsvinden.

In quarantaine gaan is nodig om de keten van besmettingen te doorbreken. Deze verantwoordelijkheid geldt voor iedereen, dus ook voor scholieren en studenten.

Daar hoort bij dat vo-leerlingen en mbo studenten die (mogelijk) covid-19 hebben thuis moeten kunnen blijven, ook als zij eigenlijk een schoolexamen of (praktijk)toets moeten afleggen.

De afwezigheid van leerlingen en mbo-studenten op die belangrijke momenten kan leiden tot extra organisatielast voor scholen. Echter, gezien de bijzondere omstandigheden dit jaar worden scholen opgeroepen om goed te kijken welke mogelijkheden er zijn om leerlingen toch tegemoet te komen als ze door het virus noodgedwongen thuis moeten blijven. Scholen kunnen bijvoorbeeld onderscheid maken tussen leerlingen en studenten die echt ziek zijn, en dus niet kunnen deelnemen aan het examen of de toets, en leerlingen of studenten die zich goed voelen maar uit voorzorg thuis moeten blijven. Voor die laatste groep kan bijvoorbeeld een toets op afstand uitkomst bieden.

Het is uiteindelijk aan de school zelf welke regels ze opnemen in hun examenreglement over het missen en eventueel inhalen van examens en toetsen.

Voor studenten in het hoger onderwijs geldt er meestal geen aanwezigheidsplicht en kan er gebruik gemaakt worden van de herkansingsmogelijkheid om opnieuw deel te nemen aan toets-activiteiten. Het gaat dan meestal om tentamens verbonden aan een onderwijseenheid/vak. Examens in het hoger onderwijs betreffen vooral het afsluitende examen dat moet leiden tot de verlening van een graad. Dat is meestal individueel, waarbij dus geen generieke datum geldt.

3d

Tevens vragen de leden van de PvdD-fractie of het juist is dat veel alleenstaanden, inclusief alleenstaande ouders met kinderen die nog naar school moeten worden gebracht, niet de mogelijkheid hebben om tien dagen in thuisquarantaine te gaan omdat boodschappen moeten worden gedaan en kinderen naar en van school moeten worden gehaald en zo ja, welk gedrag dan door de Minister van die betrokkene wordt verlangd als deze de notificatie krijgt om in thuisquarantaine te gaan ook al heeft deze geen verschijnselen van covid-19? Zij vragen of de Minister daarbij kan aangeven hoe realistisch de verwachting is dat dit verlangde gedrag zal plaatsvinden.

Infectieziektebestrijding bestaat onder andere uit het snel opsporen van mensen die in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en deze te adviseren over wat te doen. In quarantaine gaan is nodig om de keten van besmettingen te doorbreken. Het kabinet realiseert zich dat quarantaine praktische en emotionele hulpvragen met zich mee kan brengen. Als een beroep doen op het eigen netwerk niet kan, is er hulp en ondersteuning beschikbaar voor mensen in quarantaine. Met gemeenten is afgesproken dat zij beschikbaar zijn voor ondersteuningsvragen van hun inwoners. Binnen 1 á 3 werkdagen pakken zij dergelijke vragen op. Daarnaast heeft het Rode Kruis een landelijke hulplijn. Met hun 200 lokale afdelingen en 40.000 vrijwilligers staan zij paraat om mensen die in de knel komen tijdens quarantaine, te helpen. In de quarantainegids, die sinds vorige week door de GGD wordt verspreid, worden mensen geïnformeerd over de hulp en ondersteuning die beschikbaar is.

4a

De leden van de PvdD-fractie refereren aan het antwoord op de vraag 198 van deze leden in de memorie van antwoord. Zij vragen of de Minister bereid is om per omgaande de daarin nadere reactie van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) aan de Eerste Kamer toe te zenden.

Ja, daartoe ben ik bereid. De reactie van de AP treft u aan als bijlage 2 bij deze nota naar aanleiding van het verslag. Het betreft een per e-mail verstuurde reactie van de AP op een door VWS per e-mail toegestuurde stand van zaken over de gemaakte afspraken met Apple en Google. Volledigheidshalve voeg ik ook de tekst van de e-mail van VWS bij. Overigens wordt in deze e-mails gesproken over een 2-pager van Google, dit document is als bijlage 3 toegevoegd.

4b

Voornoemde leden vragen of de AP schrijft dat de eerdere kritiekpunten opgelost zijn en dat voldoende is gewaarborgd dat de verwerking van de persoonsgegevens in overeenstemming met de AVG wordt uitgevoerd.

De AP schrijft dat het conform de AVG de taak van de verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval de Minister van Volksgezondheid) is om te beoordelen welke maatregelen er dienen te worden getroffen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking in overeenstemming met de AVG wordt uitgevoerd. Daarnaast schrijft de AP dat zij niet diepgaand beoordeeld heeft of de aangeleverde documentatie en toelichting voldoende waarborgen bevatten. De AP vermeldt wel dat zij dat op een later moment alsnog kunnen doen, al dan niet ambtshalve.

Verder brengt de AP een vijftal punten onder de aandacht. Hieronder geef ik deze punten kort weer en geef ik daar een reactie op.

  • a) De AP maakt een aantal opmerkingen over de 2pager en wijst daarbij op mogelijke onduidelijkheden en risico’s. Zo meent de AP dat onduidelijk kan zijn welke documenten alleen gelden voor de api en welke voor het gehele framework van Google en Apple.

    In reactie hierop merk ik op dat de term «api» en «framework» in het onderhavige geval synoniemen zijn. Er is dan ook geen verwarring over waar de documenten betrekking op hebben.

  • b) De AP verwijst naar het advies om in gesprek te gaan met Google en Apple teneinde volledig helder te krijgen op welke manier de gebruikte technieken in elkaar steken en op grond daarvan waar nodig aanvullende afspraken te maken. Daarbij merkt de AP op dat niet uit te sluiten valt dat Google en Apple mogelijk als verwerker gepseudonimiseerde persoonsgegevens binnen het framework verwerken.

    Ik wil vooropstellen dat Apple noch Google toegang hebben of krijgen tot de in CoronaMelder verwerkte gegevens. CoronaMelder werkt op de eigen telefoon van gebruikers en niet op centrale systemen van deze bedrijven. De gebruiker kan na een positieve test ervoor kiezen om zijn codes te delen met andere gebruikers door zijn codes te uploaden naar backend server. Andere gebruikers downloaden deze gegevens vervolgens om te controleren of zij in contact zijn geweest met de besmette persoon. In de afspraken met Apple en Google is bovendien vastgelegd dat VWS en de GGD’en geen persoonsgegevens met Google en Apple mogen delen. Apple en Google treden louter op in hun hoedanigheid van softwareleverancier en zijn dan ook geen verwerker in de zin van de AVG.

  • c) De AP verwacht dat VWS continu blijft monitoren dat de documentatie steeds in lijn is met de feitelijke (technische) situatie en deze volledig af dekt.

    Vanaf het begin heb ik gezegd dat privacy en security uitermate belangrijk zijn bij de ontwikkeling van CoronaMelder. Dat stopt niet bij de landelijke uitrol. Privacy en security blijven kernwaarden van CoronaMelder. Evaluatie, testen en het handelen op signalen en publicaties is daar onderdeel van.

  • d) Aanvullend merkt de AP op dat het naar de mening van de AP verwarrend kan zijn het Ministerie van VWS zoveel nadruk legt op de vermeende anonimiteit van de oplossing.

    In CoronaMelder worden persoonsgegevens verwerkt, al is dat slecht zeer beperkt. Het is daarmee niet volledig anoniem. In de communicatie over CoronaMelder wordt de term «anoniem» daarom zoveel mogelijk vermeden. De term wordt enkel gebruikt voor die onderdelen waar het daadwerkelijk anoniem is.

  • e) Tot slot gaat de AP in op fase II van het framework van Google en Apple.

    Fase II is voor Nederland niet aan de orde. Apple en Google hebben ervoor gekozen een aanvullende functionaliteit te ontwikkelen voor landen of regio’s die geen eigen notificatieapp hebben en waar de betreffende gezondheidsautoriteiten om een dergelijke toepassing verzoeken. Gezondheidsautoriteiten van dergelijke landen (of regio’s zoals de Amerikaanse staten) kunnen namelijk zelf kiezen om deze functionaliteit te gebruiken, hoofdzakelijk als zij geen eigen notificatieapp hebben ontwikkeld. Omdat Nederland een eigen notificatieapp heeft, is deze functionaliteit voor Nederland niet van toepassing.

5a

Op basis van een notificatie kan iemand zelf afwegen of hij – in afwachting van een eventueel testresultaat waaruit blijkt dat hij niet besmet is – contact met anderen zal vermijden, zo merken de leden van de PvdD-fractie op. Zij vragen of volgens de Minister op die enkele grond al kan worden geconcludeerd dat «inzet van de app (kan) bijdragen aan een daling van de besmettingsgraad» en dat zij «daarmee naar de mening van de regering waardevol» is zoals opgenomen in het antwoord op vraag 200 van de memorie van antwoord.

Ja dat is zeker het geval. Als mensen door middel van CoronaMelder sneller kunnen worden gewaarschuwd over een risicovol contact, sneller de daarbij behorende handelingsadviezen tot zich kunnen nemen en die naleven heeft dat effect op het doorbreken van ketens van besmetting. Mijn verwachting is dat veel mensen de handelingsadviezen zullen naleven. De waarde van CoronaMelder wordt doorlopend geëvalueerd aan de hand van een vooraf vastgesteld evaluatieprotocol en wiskundige modellering waarbij de impact van CoronaMelder op de R-waarde wordt geschat. Of de app daadwerkelijk bijdraagt aan een daling van de besmettingsgraad zal uit deze doorlopende evaluatie blijken.

5b

Als het zo is dat het enkele feit dat een aantal personen die door contact met een besmet persoon zelf ook besmet zijn geraakt op grond van de notificatie, contact met anderen vermijden hoewel zij nog geen verschijnselen van covid-19 hebben, eraan bijdraagt de verspreiding van het virus in te dammen, op welke grond zou dan een doorlopende evaluatie kunnen leiden tot de conclusie dat CoronaMelder onvoldoende effectief is, aldus de leden van de leden van de PvdD-fractie Er is dan toch altijd een «gunstig effect? Zij vragen de Minister daarop te reflecteren.

De doorlopende evaluatie is, naast de vraag of CoronaMelder bijdraagt aan het indammen van het virus, ook gericht op de niet beoogde effecten. Bijvoorbeeld of de app tot verslapping van navolging van andere Coronamaatregelen leidt of dat er niet beoogde effecten op de GGD’en zijn. Daarnaast is de evaluatie ook gericht op het bijsturen van de app, het beleid en/of de communicatie om de effectiviteit van de app te vergroten. De effectiviteit is een afweging tussen alle beoogde en niet beoogde effecten en de mate waarin deze stuurbaar zijn. De eerder genoemde studies geven op basis van simulaties aan dat al bij lage adoptie een bijdrage geleverd kan worden aan het indammen van verspreiding van het virus, de niet-beoogde (negatieve) effecten zijn echter nog niet bekend. In de doorlopende evaluatie worden alle effecten meegenomen.

5c

De leden van de PvdD-fractie refereren aan het antwoord op vraag 199 in de memorie van antwoord staat dat «er geen minimale adoptiegraad (is) vastgesteld». Zij vragen of de Minister daarmee bedoelt dat als de adoptiegraad niet boven de 10% of 15% komt, daarin geen grond gelegen kan zijn om CoronaMelder te beëindigen omdat de inzet onvoldoende effectief is.

De adoptiegraad van de app is één van de indicatoren, net als de mate waarin mensen de handelingsadviezen opvolgen. Niet de adoptiegraad alleen is bepalend maar de totaalbalans van de in de doorlopende evaluatie gevonden effecten.

5d

De leden van de PvdD-fractie vragen hoe het feit dat «adoptie» in het doorlopende evaluatie-onderzoek één van de vijf indicatoren is, zich verhoudt tot het standpunt van de Minister dat er niet wordt uitgegaan van een minimale adoptiegraad.

De adoptiegraad van de app is één van de indicatoren, net als de mate waarin mensen de handelingsadviezen opvolgen. Daarbij spelen ook factoren mee als de mate waarin adoptie juist wel of niet plaatsvindt in risicogroepen. Op dit moment is nog geen wetenschappelijk empirisch bewijs beschikbaar over de werking van de app aangezien de app, uitgezonderd de praktijktesten, nog niet in gebruik is. Wel zijn er studies gedaan op basis van simulaties (de eerder aangehaalde studie van de Universiteit Oxford en de studie van de Universiteit van Utrecht). De doorlopende evaluatie vult lopende de inzet van CoronaMelder kennis aan over de werking van de app. Daarom wordt vooraf geen uitspraak gedaan over de minimale adoptiegraad.

5e

Voorts vragen de leden van de PvdD-fractie waarom de adoptiebereidheid maandelijks wordt geëvalueerd als de effectiviteit van de app vaststaat omdat naar het oordeel van de Minister het onderzoek van de universiteit van Oxford al «laat zien dat een app voor digitale contactopsporing ook al bij een lager aantal downloads kan bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus en het terugbrengen van het aantal besmettingen».

Op dit moment is, zoals in de vorige vraag ook geantwoord, nog geen wetenschappelijk empirisch bewijs beschikbaar voor de werking van de app omdat de app, uitgezonderd de praktijktesten, nog niet in gebruik is. Wel zijn er studies gedaan op basis van simulaties (de eerder aangehaalde studie van de Universiteit Oxford en de studie van de Universiteit van Utrecht). De doorlopende evaluatie is noodzakelijk omdat die kennis zal opleveren over de inzet van CoronaMelder en de werking van de app in de praktijk.

6

De leden van de PvdD-fractie merken op dat een van de eisen waaraan volgens de ethische analyse24 moet worden voldaan is dat de app daadwerkelijk uitgeschakeld dient te kunnen worden en dat in de technische briefing is aangegeven dat dat op dit moment niet mogelijk is en niet is gegarandeerd dat in de toekomst daaraan wel zal worden voldaan. Zij wijzen erop dat in CoronaMelder wordt geadviseerd om – indien men het vastleggen van ontmoetingen wil uitzetten – bluetooth uit te zetten, wat echter vaak niet kan omdat allerlei apparaten (aangesloten laptop, TomTom, gehoorapparaat, muziek enz.) via bluetooth werken. Voornoemde leden vragen of de Minister het met de conclusie van de PvdD-fractie eens is dat niet aan de betreffende eis is voldaan.

Nee, dit ben ik niet met deze leden eens. Aan de betreffende eis wordt namelijk wel voldaan doordat de gebruiker de blootstellingsmeldingen in de systeeminstellingen tijdelijk kan uitzetten. In de app wordt uitgelegd welke instellingen mensen op hun telefoon aan en uit moeten zetten om de app te pauzeren. Zoals in mijn eerdere antwoorden aangegeven ben ik wel in overleg met Apple en Google om te bezien of dit vergemakkelijkt kan worden door deze functionaliteit ook in de app zelf op te nemen.

7a

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar de in de ethische analyse opgenomen dat degene die de vrijwillige keuze maakt of hij de app zal downloaden en gebruiken goede en beschikbare voorinformatie heeft. Zij vragen of de Minister bereid is om in de informatie die wordt gegeven bij het downloaden van CoronaMelder te vermelden dat uit onderzoek in de testfase is gebleken dat van alle gevallen waarvoor logischerwijs een melding had moeten worden afgegeven slechts in 73% van de gevallen daadwerkelijk een melding werd afgegeven.

In de app en via andere kanalen wordt de gebruiker geïnformeerd over hetgeen de leden van de PvdD-fractie aandragen. Deze informatie is bekend en niet alle informatie kan voor het downloaden van CoronaMelder worden herhaald. In de app wordt een toelichting gegeven op de vraag wanneer een gebruiker een melding ontvangt. Of een contact leidt tot een melding hangt af van de sterkte van het bluetoothsignaal en de duur van het contact. Daarnaast is bij de technische uitleg over de werking van de app verwezen naar de openbare informatie en over de werking van de app op onder andere www.coronamelder.nl. De toelichting op de onderzoeken en de uitleg over de betrouwbaarheidsniveaus is openbaar en voor een ieder beschikbaar.

Overigens geldt dat het meldingsproces van een besmetting in hoge mate betrouwbaar is. Daarvoor wordt ook verwezen naar het antwoord op vraag 7b van de leden van de PvdD-fractie.

7b

Verder vragen de leden van de PvdD-fractie of de Minister bereid is om in de informatie die wordt gegeven bij het downloaden van CoronaMelder te vermelden dat uit onderzoek in de testfase is gebleken dat van alle afgegeven meldingen 59% ten onrechte was afgegeven.

Ik meen in deze vraag te lezen dat de geachte leden menen dat CoronaMelder veel onterechte meldingen afgeeft. Dat is gelukkig niet het geval. Net als in reguliere bron- en contactopsporing worden ook mensen gevonden die wellicht niet precies binnen 1,5 meter van de besmette persoon waren. Maar in 90% van de gevallen was iemand wel meer dan 15 minuten binnen 3 meter. Daarmee is de werking van de app niet veel anders dan de reguliere bron- en contactopsporing, waarin ook niet alle contacten kunnen worden opgespoord en waarbij soms ook contacten worden opgespoord die op meer dan 1,5 meter zaten van de besmette persoon (denk bijvoorbeeld aan een restaurant waarbij getracht wordt met alle bezoekers contact te krijgen). Volgens onder meer de Begeleidingscommissie zijn percentages als deze gebruikelijk en is er voldoende reden om CoronaMelder in te voeren.

In de app wordt in algemene zin een toelichting gegeven op de vraag wanneer een gebruiker een melding ontvangt. Of een contact leidt tot een melding hangt af van de sterkte van het bluetoothsignaal en de duur van het contact. Daarnaast wordt bij de technische uitleg over de werking van de app verwezen naar de informatie over de werking van CoronaMelder op onder andere www.coronamelder.nl.

7c

De leden van de PvdD-fractie vragen voorts of de Minister bereid is om in de informatie die wordt gegeven bij het downloaden van CoronaMelder te vermelden dat een notificatie kan geschieden in een geval dat de betrokkene zelf zich niet binnen 1,5 meter afstand van een besmet persoon heeft bevonden maar wel diens telefoon.

Nee ik ben niet bereid dit te doen. Deze informatie is namelijk breed bekend en ik zie geen reden om voorafgaand aan het downloaden van de app alle al bekende details te herhalen. In de app wordt in algemene zin een toelichting gegeven op de vraag wanneer een gebruiker een melding ontvangt. Of een contact leidt tot een melding hangt af van de sterkte van het bluetoothsignaal en de duur van het contact. Daarnaast is bij de technische uitleg over de werking van de app verwezen naar de openbare informatie en de werking van de app op onder andere www.coronamelder.nl. De toelichting op de onderzoeken en de uitleg over de betrouwbaarheidsniveaus is daar voor openbaar beschikbaar.

7d

Tevens vragen de leden van de PvdD-fractie of de Minister bereid is om in de informatie die wordt gegeven bij het downloaden van CoronaMelder te vermelden dat het de betrokkene geheel vrij blijft om het handelingsadvies dat bij de notificatie wordt gegeven, niet op te volgen en dat zo’n handelen onzichtbaar blijft voor anderen en voor overheidsdiensten.

Nee ik ben niet bereid dit te doen. Deze informatie is namelijk breed bekend en ik zie geen reden om voorafgaand aan het downloaden van de app alle al bekende details te herhalen. Bij het downloaden wordt de vrijwilligheid al expliciet vermeld.

Het handelingsadvies in de app geeft aan wat de gebruiker het beste kan doen en is bewust niet dwingend geformuleerd. Dat neemt niet weg, dat ik er vanuit ga dat de meeste mensen zich verantwoordelijk zullen willen gedragen en het advies ter harte zullen nemen. In geval van twijfel over het advies of bij klachten, kunnen zij ook altijd contact opnemen met hun huisarts of de GGD.

8

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar het antwoord op vraag 3 van de memorie van antwoord waarin staat dat «Zolang duidelijk wordt aangegeven dat het downloaden en gebruiken van CoronaMelder vrijwillig is en mensen niet persoonlijk worden gevraagd CoronaMelder te gebruiken is er geen sprake van druk en gaat het dus ook niet ten koste van de vrijwilligheid». Zij vragen hoe dit antwoord geduid wordt en of de Minister hier aangeeft dat hij zich vrij voelt om in de introductiecampagne alle inwoners van Nederland (dus niet persoonlijk) voor te houden dat moreel van hen mag worden verlangd CoronaMelder te downloaden en te gebruiken in onze gezamenlijke strijd tegen de Coronavirus.

De campagne is bedoeld om mensen te informeren over CoronaMelder. Daarbij wordt toegelicht hoe de app werkt en waarom de app een positief effect zou kunnen hebben als we hem samen inzetten om de verspreiding van het virus in te dammen. Daarbij wordt nadrukkelijk gecommuniceerd dat het downloaden en gebruiken van de app te allen tijde vrijwillig is; ik ben niet van plan daarin te zeggen dat het gebruik van CoronaMelder «moreel van hen mag worden verlangd». Dat neemt niet weg dat ik wel van harte hoop dat veel mensen CoronaMelder zullen gaan gebruiken en zal daarom ook een publiekscampagne starten.

9a

De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister nog eens kan onderschrijven dat hij de volgende aanbeveling uit de ethische analyse volledig heeft overgenomen: «Om te voorkomen dat de app een cultuurverandering inluidt waarin mensen minder huiverig worden voor surveillance, dient de app te worden ingezet en gepositioneerd als een middel voor digitale solidariteit en dient de communicatie rondom de app het uitzonderlijke karakter van de app als van overheidswege geboden faciliteit uitdrukkelijk positief te worden benoemd (t.w. burgers beter in staat te stellen verantwoordelijkheid voor elkaars gezondheid te nemen)».

Ja, ik heb deze aanbeveling overgenomen in de campagne die zal starten bij landelijke introductie.

9b

De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister kan garanderen dat in het kader van de partnerstrategie de inzet en positionering van de app en communicatie rondom de app zal plaatsvinden overeenkomstig de geciteerde passage uit de Ethische analyse.

Ja, in de partnerstrategie was en is dit het uitgangspunt.

9c

De leden van de PvdD-fractie vragen hoe in de introductiecampagne het «nut» van de app wordt omschreven zonder dat morele druk wordt uitgeoefend om de app daadwerkelijk te downloaden en te gebruiken.

De introductiecampagne die bedoeld is om het gebruik van CoronaMelder onder de aandacht brengen richt zich op de mogelijkheid en zichzelf en anderen te beschermen. De campagne informeert mensen hoe de app werkt en waarom de app een positief effect zou kunnen hebben als we hem samen inzetten om de verspreiding van het virus in te dammen. De campagne informeert en doet een positief beroep op mensen. Daarbij wordt nadrukkelijk gecommuniceerd dat het downloaden en gebruiken van de app te allen tijde vrijwillig is.

Vragen en opmerkingen van de 50PLUS-fractie

1 tot en met 4

De leden van de 50PLUS-fractie refereren aan de memorie van antwoord waarin is opgenomen dat het vanwege het uitgangspunt van privacy by design onmogelijk is te achterhalen of personen daadwerkelijk een notificatie hebben ontvangen en dat in de doorlopende evaluatie wordt bekeken of er een vollediger beeld over de testperiode kan worden gegeven. Zij vragen hoe de Minister denkt te beschikken over een vollediger beeld over de testperiode.

Voorts vragen de leden van de 50PLUS-fractie of de Minister bedoelt dat GGD’en verdere vragen gaan stellen over de notificatie en of notificaties zullen worden genummerd. Zij vragen een duidelijke toelichting op hoe de Minister de toezegging van een vollediger beeld gaat waarmaken.

Vanwege de bescherming van de privacy van gebruikers van CoronaMelder is het niet mogelijk te achterhalen of personen een notificatie hebben ontvangen. Dit is een bewuste ontwerpkeuze, waarbij is uitgegaan van de uitgangspunten van «privacy by design». Omdat niet bekend is welke personen een notificatie hebben ontvangen, kan er ook geen registratie of nummering plaatsvinden. Er is dus geen sprake van aan personen gekoppelde genummerde notificaties.

Wel zullen de GGD’en bij mensen die zich laten testen én hebben verteld dat zij een notificatie hebben gehad informeren naar de datum van de notificatie en de datum van het contact. Deze informatie kan vrijwillig worden gedeeld met de GGD, waarbij zal worden aangegeven dat deze informatie gebruikt wordt voor de bron- en contactopsporing én het onderzoek naar de effecten van de app. Zo ontstaat weliswaar geen volledig beeld van de notificaties maar wel een vollediger beeld. Hiernaast zal in het kader van de doorlopende evaluatie onderzoek gedaan worden onder gebruikers van CoronaMelder, bijvoorbeeld naar hoe zij de notificaties ervaren en hoe zij de handelingsadviezen hanteren.

5

De leden van de 50PLUS-fractie verwijzen naar de richtlijnen van het RIVM25 en de GGD26 waarin drie categorieën van contacten waar een besmette persoon mee in aanraking is geweest worden onderscheiden.27 Voornoemde leden vragen of deze weergave juist is.

Categorie 1 Huisgenoten

Huisgenoten moeten 10 dagen in quarantaine na het laatste contactmoment. Onder quarantaine wordt verstaan strikt thuisblijven en niet naar buiten. Tijdens de quarantaine van 14 dagen lang alert blijven op klachten, bij klachten neem je contact op met de GGD voor een test.

Categorie 2 Nauwe contacten (de app detecteert TEK’s van gebruikers waar je nauw contact mee hebt gehad gedurende een periode langer dan 15 minuten op anderhalve meter of minder afstand).

Nauwe contacten moeten in thuisisolatie (thuiswerken, geen OV, geen personen ontvangen). Gedurende 14 dagen tijdens de thuisisolatie alert blijven op klachten, pas bij klachten laten testen.

Categorie 3 Niet nauwe contacten

Deze zijn korter dan 15 minuten op meer afstand geweest dan anderhalve meter met een besmet persoon. De niet nauwe contacten hoeven niet in thuisisolatie en moeten gedurende 14 dagen goed in de gaten houden of ze klachten krijgen.

Nee, deze weergave is niet juist ten aanzien van de omschrijving van niet nauwe contacten. Niet nauwe (of overige) contacten zijn personen die langer dan 15 minuten in dezelfde ruimte contact hadden met een besmette persoon op meer dan 1,5 meter afstand, bijvoorbeeld op kantoor, in de klas of tijdens vergaderingen.

6

De leden van de 50PLUS-fractie vragen waarom er onderscheid wordt gemaakt tussen 10 dagen in quarantaine en 14 dagen in thuisisolatie.

Er is geen verschil tussen de termijnen in de adviezen voor «quarantaine» en «thuisisolatie.» Het advies dat gegeven wordt na mogelijke besmetting is, op basis van het OMT-advies, bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% covid-19 klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact, daarom wordt volstaan met «quarantaine» of «thuisisolatie» gedurende 10 dagen.

Daarnaast moeten deze contacten gedurende 14 dagen na het laatste contactmoment met de patiënt alert zijn op klachten passend bij covid-19 (hoesten en/of neusverkouden en/of koorts), dat is gelijk aan mensen die door CoronaMelder op de hoogte gesteld worden van een mogelijk contact.

7

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of het juist is dat bij categorieën huisgenoten en nauwe contacten na een negatieve uitslag van de Corona test toch de richtlijn is om in volledige quarantaine c.q. thuisisolatie te blijven. Zij vragen of dit voort komt uit de gemiddelde incubatietijd omdat na besmetting van het coronavirus het meestal 5 tot 6 dagen duurt voordat men klachten krijgt.

Ja. Het kan namelijk zijn dat de iemand later alsnog besmet blijkt. Het is nog onvoldoende bekend wat de waarde is van een negatief testresultaat van mensen zonder klachten.

8

Ook vragen de leden van de 50PLUS-fractie of het juist is dat de incubatietijd van het coronavirus kan liggen tussen de 2 en 14 dagen?

Ja dit is juist.

9

De leden van de 50PLUS-fractie vragen voorts of de diverse richtlijnen en de verschillen tussen periode quarantaine en thuisisolatie niet verwarrend voor de burger zijn. Is wel genoegzaam bekend dat ook bij negatieve testresultaten de persoon zichzelf toch moet isoleren voor een periode, zo vragen zij.

Er is mij veel aan gelegen dit helder te maken. Er worden daarom op rijksoverheid.nl veel middelen ingezet om dit duidelijk te maken. Ook kunnen mensen natuurlijk altijd bellen met hun huisarts.

10

Tevens vragen de leden van de 50PLUS-fractie of de gemiddelde burger die na ontvangst van een notificatie door de app maar zonder dat hij klachten heeft en zich dus conform de huidige richtlijnen niet laat testen zich bewust is dat hij nog steeds een mogelijke besmettingsbron vormt.

Ik ben van mening dat juist de notificatie de gebruiker zich daar bewust van laat worden. Het handelingsadvies na notificatie is er op gericht mensen daarover te informeren.

11

De leden van de 50PLUS-fractie vragen hoe de Minister, wanneer dit wetsvoorstel wordt aangenomen, heldere en duidelijke voorlichting gaat verschaffen over de uitwerking van de hier bovenstaande discrepanties in perioden en het al dan niet in quarantaine c.q. thuisisolatie gaan.

Zoals ook opgemerkt in het antwoord op vraag 6 van de leden van de 50PLUS-fractie ben ik van mening dat hier geen sprake is van een discrepantie. De app zal na notificatie dat iemand in nauw contact is geweest met een besmet persoon een handelingsadvies geven. Dat handelingsadvies sluit aan bij de dan geldende LCI-richtlijn.

12

De leden van de 50PLUS-fractie wijzen erop dat vele burgers volstrekt onbekend zijn met de incubatietijd van het coronavirus en dat zij de uitwerking van de richtlijnen van het RIVM, de GGD’en en de LCI-Richtlijn covid-19 als verwarrend en onbegrijpelijk kwalificeren. Deze leden vragen wat de Minister hieraan gaat doen.

De richtlijnen zijn bedoeld voor professionals, het is aan hen deze uit te leggen aan de betrokkenen. Daarnaast staat er op de burger toegesneden informatie over de uitwerking van de richtlijnen voor hun persoonlijke situatie op rijksoverheid.nl. De gebruiker van de app krijgt na notificatie dat hij of zij in nauw contact is geweest met een besmet persoon een handelingsadvies; mocht dit advies voor betrokkene niet duidelijk zijn, dan kan hij altijd contact opnemen met zijn huisarts of met de GGD. Het handelingsadvies sluit aan bij de dan geldende richtlijnen.

13

Voorts vragen de leden van de 50PLUS-fractie of het in de memorie van antwoord genoemde integraal opschalingsplan testen en traceren gereed is en zo niet wanneer dan wel.

Dit plan is nog niet gereed en ik ben nog met de GGD’en in gesprek hierover.

14

De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat de opschaling van testcapaciteit in de laboratoria veelbelovend klinkt maar dat een slimmere verdeling van schaarse testmaterialen over laboratoria het daadwerkelijke probleem verhelpt. Voornoemde leden vragen een toelichting waarom nog steeds een schaarse aan testmaterialen bestaat.

Er bestaat inderdaad nog steeds een schaarste aan testmaterialen omdat er wereldwijd schaarste is, en beschikbare materialen en machines niet altijd matchen en vice versa. Er wordt voortdurend gekeken naar een optimale verdeling van de materialen en er zijn ook extra contracten gesloten met grote leveranciers van materialen. Zo zijn er vanaf vrijdag 2 oktober 49.500 covid-19 testen beschikbaar, en vanaf maandag 6 oktober 56.500 covid-19 testen beschikbaar. Dit komt onder meer door de levering van extra materialen.

15

Ook vragen de leden van de 50PLUS-fractie waarom het aantal teststraten niet wordt uitgebreid maar eerder beperkt.

Ik heb begin september aan de GGD’en gevraagd om voorlopig hun teststraten niet verder op te schalen omdat de laboratoriumcapaciteit dusdanig onder druk stond dat er te weinig laboratoriumcapaciteit was om de vraag aan testen te analyseren. Op dit moment kunnen de GGD’en wel weer opschalen. Dit wordt gedaan in samenwerking met het LCDK en op basis van de beschikbare laboratoriumcapaciteit.

16

De leden van de 50PLUS-fractie achten het feit dat een mogelijk besmet persoon uit Zoetermeer zonder eigen vervoer naar Alkmaar moet reizen om zich te laten testen inefficiënt en een potentiële besmettingsbron voor anderen. Zij vragen om een verklaring waarom heen en weer reizen binnen Nederland van mogelijk besmette personen een verstandige keuze zou zijn.

Er wordt alles aan gedaan om de laboratoriumcapaciteit te vergroten. Hoewel inderdaad niet het meest wenselijke scenario, kan het tot die tijd zijn dat mensen worden verwezen naar teststraten waar een langere reistijd voor nodig is. Overigens komen in het gegeven voorbeeld van iemand uit Zoetermeer eerst testenstraten in omliggende plaatsen in beeld, bijvoorbeeld Gouda.

17

De leden van de 50PLUS-fractie verwijzen naar het antwoord op vraag 3 in de memorie van antwoord waarin staat dat via partnerstrategie informatie over CoronaMelder breed wordt verspreid met behulp van een standaard toolkit waarbij uitleg over de werking van de app, nut en noodzaak van de app en vrijwillig gebruik belicht wordt. Zij merken op dat de zinsnede «noodzaak van de app» in schril contrast staat met de immer benadrukte volledige vrijwilligheid voor het downloaden van de app. Graag horen deze leden hoe de toolkit het woord «noodzaak» van de CoronaMelder daadwerkelijk omschrijft teneinde daardoor te kunnen vaststellen of hier geen psychische druk vanuit gaat.

In communicatie met partners zal het vrijwillige karakter van CoronaMelder expliciet worden meegenomen. Ook in het materiaal in de toolkit zal de vrijwilligheid blijvend benadrukt worden. Nergens in de toolkit wordt het woord «noodzaak» gebruikt om hiermee enige vorm van dwang of drang te voorkomen.

Twee voorbeelden van een letterlijke omschrijving van vrijwilligheid, zoals gebruikt in toolkitmiddelen zijn:

  • a. «Het downloaden van de app is altijd vrijwillig» en

  • b. «Niemand mag je verplichten CoronaMelder te gebruiken of te laten zien om ergens toegang te krijgen».

18 en 19

Voornoemde leden refereren aan de memorie van antwoord waarin staat «Zodra de testcapaciteit toeneemt en de onderzoeksresultaten bekend zijn, het OMT en het RIVM zal worden gevraagd om het testbeleid te heroverwegen.» Zij vragen wanneer wordt verwacht dat de onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.

Ook vragen de leden van de 50PLUS-fractie of deze dagelijkse testcapaciteit indien nodig nog verder wordt uitgebreid of dat dit echt het maximaal haalbare is.

Tot nu toe richt ik mij op de schatting van het RIVM inzake de testvraag, de piek zal op basis hiervan worden bereikt in februari namelijk tot 85.000 testen per dag. Tegelijk wil ik voorbereid zijn op scenario’s waarin de vraag veel hoger uitvalt. Daarom verwacht ik met de recente inspanningen om de laboratoriumcapaciteit te vergroten inmiddels tot 100.000 testen/dag in november/december paraat te hebben. Daarnaast ben ik in gesprek met de GGD’en over het opschalingsplan testen en traceren waarin aandacht zal zijn voor de mogelijkheden van de uitbreiding van de afnamecapaciteit. Tot slot zet ik in op het valideren en inzetten van sneltesten om de testcapaciteit vanaf november stapsgewijs te verruimen.

Voor wat betreft het onderzoek naar asymptomatisch testen geldt dat was voorzien in drie onderzoeken: in het kader van 1) het reguliere bron- en contactonderzoek, 2) in het kader van de teststraat op Schiphol en 3) in het kader van CoronaMelder. Het onderzoek naar asymptomatisch testen in het kader van het reguliere bron- en contactonderzoek stond op het punt om te starten, maar door het gebrek aan testcapaciteit waren RIVM en de GGD’en genoopt om voorrang te geven aan testen van mensen met klachten. Dit onderzoek is daarom nog niet gestart. Zodra de testcapaciteit toereikend is kan dit onderzoek worden gestart. De twee overige onderzoeken zijn half september beëindigd, bij het wijzigen van het testbeleid door schaarste. Het onderzoek naar asymptomatisch testen in het kader van de teststraat op Schiphol wordt binnenkort gedeeld met Uw Kamer. Het onderzoek naar asymptomatisch testen in het kader van CoronaMelder heeft gezien de korte periode en de op dat moment nog beperkte adoptiegraad onvoldoende kwalitatieve data opgeleverd om te analyseren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij de Directie Inhoud.

X Noot
4

Impact of delays on effectiveness of contact tracing strategies for COVID-19: a modelling study. Te raadplegen via https://www.thelancet.com/journals/lanpub/article/PIIS2468–2667(20)30157–2/fulltext.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2019/20 25 295, nr. 542.

X Noot
7

Kamerstukken II, 2019/20 25 295, nr. 543.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2019/20 25 295, nr. 511 en Kamerstukken II, 2019/20 25 295, nr. 511.

X Noot
11

Kretzschmar, Rozhnova, Bootsma et. al., «Impact of delays on effectiveness of contact tracing strategies for COVID-19: a modelling study», The Lancet Public Health, augustus 2020, https://www.thelancet.com/journals/lanpub/article/PIIS2468–2667(20)30157–2/fulltext.

X Noot
13

Volkskrant 29 september 2020, «Toch privacy probleem in Corona-app: patiënten zouden onder druk kunnen worden gezet».

X Noot
15

Bijlage bij Kamerstukken 2019/20 25 295, nr. 511.

X Noot
16

Bijlage bij Kamerstukken 2019/20 35 538, F.

X Noot
17

Bijlagen bij de brief van 28 augustus 2020 aan de Tweede Kamer Kamerstukken II, 2019/20 25 295, nr. 511.

X Noot
18

Kamerstukken II, 2019/20 35 538, F.

X Noot
22

Kretzschmar et al, 2020, Impact of delays on effectiveness of contact tracing strategies for COVID-19: a modelling study, Lancet Public Health Volume 5, ISSUE 8, e452-e459. https://www.thelancet.com/journals/lanpub/article/PIIS2468–2667(20)30157–2/fulltext.

X Noot
24

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.