Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135538 nr. C

35 538 Tijdelijke bepalingen in verband met de inzet van een notificatieapplicatie bij de bestrijding van de epidemie van covid-19 en waarborgen ter voorkoming van misbruik daarvan (Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19)

C MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 18 september 2020

Hierbij bied ik u de memorie van antwoord inzake het bovenvermelde voorstel aan. Gezien het snel toenemende aantal gevallen van besmetting met covid-19 en de bijdrage die CoronaMelder kan leveren aan het doorbreken van clusters van besmettingen en daarmee de verspreiding van het virus, verzoek ik u om een spoedige behandeling van het wetsvoorstel door uw Kamer en vraag ik u om de stemmingen over het wetsvoorstel kort daarop te laten plaatsvinden, zo mogelijk op dezelfde dag.»

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Ik heb met belangstelling kennisgenomen van het voorlopig verslag van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het wetsvoorstel Tijdelijke bepalingen in verband met de inzet van een notificatieapplicatie bij de bestrijding van de epidemie van covid-19 en waarborgen ter voorkoming van misbruik daarvan (Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19). Ik dank de leden van de VVD-fractie, de FVD-fractie, de CDA-fractie, de GroenLinks-fractie, de D66-fractie, de PvdA-fractie, de PVV-fractie, de SP-fractie, de ChristenUnie-fractie, de PvdD-fractie, de 50PLUS-fractie en de SGP-fractie voor hun op korte termijn uitgebrachte inbreng op dit wetsvoorstel. Op de door de genoemde fracties gestelde vragen ga ik graag in.

Leeswijzer

In deze memorie van antwoord is zoveel mogelijk de volgorde van het voorlopig verslag aangehouden, met dien verstande dat de inbreng van de leden van de GroenLinks-fractie als laatste is opgenomen. Dit bij wijze van uitzondering, waarvoor ik graag begrip vraag van deze leden. Gelet op het verzoek van de Eerste Kamer om de memorie van antwoord vrijdag 18 september bij haar aan te leveren, was snelle verwerking van de vragen geboden en is gewerkt aan de hand van de inbrengen die per mail al op 15 september bij de vaste commissie voor VWS waren binnengekomen, wat voor de GroenLinks-fractie nog niet het geval was (zie Korte aantekeningen vergadering commissies van VWS en JenV van 15 september 2020)1. Het nog op de gebruikelijke volgorde verwerken van de inbreng van de GroenLinks-fractie zou nog dusdanig veel tijd kosten, dat de tijdige aanlevering op 18 september in gevaar zou kunnen komen, wat mij niet wenselijk leek.

Verschillende fracties hebben over een aantal onderwerpen vergelijkbare vragen gesteld. In verband met de overzichtelijkheid en de omvang van deze memorie van antwoord is ervoor gekozen gelijksoortige vragen zoveel mogelijk gezamenlijk te beantwoorden en op andere plaatsen naar dat antwoord te verwijzen. Hierbij is rekening gehouden met de nuances in de gestelde vragen. Voorts zijn de vragen ten behoeve van de leesbaarheid en om de innerlijke consistentie te bewaken voorzien van een doorlopende nummering.

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

1

De leden van de VVD-fractie merken op dat de GGD is overbelast door de werkdruk. Er is onvoldoende testcapaciteit beschikbaar. Zij vragen hoe de Minister die capaciteit en organisatiekracht op korte termijn gaat verbeteren.

GGD GHOR Nederland heeft op 28 augustus jl. het plan doorontwikkelen en versnellen BCO capaciteit gepubliceerd. Dit is aan de Tweede Kamer gestuurd.2 Hierin wordt beschreven hoe de paraatheid van de BCO capaciteit wordt versterkt en hoe de opschaling tot eind september eruit ziet. Daarnaast werkt GGD GHOR Nederland in overleg met het RIVM en VWS periodiek aan het herijken van de uitgangspunten van de het opschalingsplan. De verwachting is dat GGD GHOR Nederland eind september hierover een integraal opschalingsplan testen en traceren zal publiceren. Dit plan zal een doorlooptijd kennen van eind september tot januari. Met deze plannen beschrijft GGD GHOR hoe de capaciteit voor zowel het BCO als voor testafnames verder opgeschaald wordt zodat deze zo goed als mogelijk past bij de ontwikkelingen van het virus. Hiermee wordt ook beoogd om de werkdruk van GGD-medewerkers af te laten nemen.

De druk ligt op dit moment vooral op de laboratorium capaciteit, en niet op de afname capaciteit bij de GGD’en. Er zijn in de afgelopen periode contracten gesloten met drie grote laboratoria in het buitenland, er worden in de komende periode contracten gesloten met pooling laboratoria en daarnaast zullen sneltesten en innovatieve testen op termijn ook voor meer testcapaciteit kunnen zorgen. Tevens ben ik voornemens om de teststromen en testmaterialen slimmer over laboratoria te verdelen, zodat efficiënter gebruik gemaakt kan worden van de materialen.

Ik verwacht dat eind september 50.000 testen per dag afgenomen kunnen worden, en vanaf eind oktober 70.000. Daarnaast zijn er voor de hele korte termijn mensen opgeroepen om zich niet zonder klachten te laten testen, is het onderzoek op Schiphol afgerond en is de teststraat tijdelijk gestopt, tot slot is de GGD’en gevraagd een pas op de plaats te maken met het uitbreiden van de teststraten.

2

De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister ervoor gaat zorgen dat er op het juiste moment getest wordt nu zonder klachten negatief testen mogelijk ten onrechte een veilig gevoel geeft en onnodig beslag op de GGD legt.

Allereerst heb ik meerdere keren de oproep gedaan dat mensen die geen klachten hebben, en geen onderdeel uitmaken van de drie onderzoeksettings, zich niet zouden moeten laten testen. Daarnaast wordt de nadruk in radio en televisie spotjes ook gelegd op de boodschap dat mensen bij klachten thuis moeten blijven en zich moeten laten testen. De GGD teststraat is echt alleen voor mensen die (milde) klachten hebben.

3

De leden van de VVD-fractie wijzen erop dat ondanks de antimisbruikbepaling er sociale druk kan worden uitgeoefend om de app te gebruiken. Zij menen dat het feit dat niet te controleren valt of iemand gebruik maakt van CoronaMelder niet voorkomt dat er (sociale) druk kan ontstaan. De leden van de VVD fractie vinden dat er overigens een verschil is tussen – ongewenste – druk om de app te downloaden en – gewenste – promotie van de app. Promotie, bijvoorbeeld door werkgevers, zorgorganisaties of onderwijsinstellingen achten zij gewenst. Zij vragen wat de Minister gaat doen om deze organisaties de zekerheid te geven dat zij op een goede manier het gebruik van de app kunnen promoten.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de 50PLUS-fractie (vraag 215).

In de promotiecampagne die gestart zal worden na inwerkingtreding van de onderhavige wet zal de vrijwilligheid van het gebruik benadrukt worden. Om organisaties daarbij te betrekken wordt gebruik gemaakt van een partnerstrategie. Het doel van de partnerstrategie is om informatie over CoronaMelder breed te verspreiden. Partners worden gevraagd om de boodschap via hun eigen communicatiekanalen te verspreiden. Organisaties zoals werkgevers, zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en anderen die dat willen kunnen gebruik maken van een standaard toolkit die ten behoeve van de partnerstrategie wordt ontwikkeld. Deze toolkit bestaat onder meer uit posters, een consumentenfolder en online banners met uitleg over de werking van de app, nut en noodzaak van de app en vrijwilligheid van gebruik.

Dit is bedoeld om het gebruik van CoronaMelder in algemene zin onder de aandacht brengen. Dat is iets anders dan drang of dwang. Zolang duidelijk wordt aangegeven dat het downloaden en gebruiken van CoronaMelder vrijwillig is en mensen niet persoonlijk worden gevraagd CoronaMelder te gebruiken is er geen sprake van druk en gaat het dus ook niet ten koste van de vrijwilligheid.

4 en 5

De leden van de VVD-fractie merken op dat de Minister aangeeft dat CoronaMelder wordt beëindigd als deze onvoldoende effectief is. Zij vragen wanneer daarvan sprake is. Ook vragen de leden van de VVD-fractie welke noodrem de Minister heeft als straks toch blijkt dat CoronaMelder onwenselijke (gedrags)effecten heeft, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de FVD-fractie (vraag 58).

CoronaMelder zal worden beëindigd wanneer de inzet onvoldoende effectief is. Dat zal het geval zijn wanneer uit de doorlopende evaluatie blijkt dat CoronaMelder geen bijdrage levert aan het breder, efficiënter en sneller opsporen van mensen die met het virus geïnfecteerd zijn of als er onacceptabele niet beoogde effecten optreden. Het onderzoek vindt doorlopend plaats, waarbij de indicatoren op vijf onderzoeksgebieden (adoptie, gebruik, directe beoogde effecten, indirecte beoogde effecten en niet beoogde effecten) doorlopend worden afgewogen. CoronaMelder is zo ontwikkeld dat deze ook kan worden beëindigd.

Vragen en opmerkingen van de FVD-fractie

6

De leden van de FVD-fractie stellen verschillende vragen over de testen die met CoronaMelder worden uitgevoerd. Zo vragen zij hoeveel personen er in het testgebied wonen.

Er wonen ongeveer 2,4 miljoen mensen in de testregio’s.

7

Tevens vragen de leden van de FVD-fractie hoeveel daarvan de app hebben gedownload. Wel kan gezegd worden dat de app inmiddels 1,2 miljoen keer is gedownload.

Dat is onbekend. Bij het ontwerp van de app is het vanuit de uitgangspunten van privacy by design onmogelijk gemaakt te weten wie de app gedownload hebben en waar in Nederland deze personen wonen.

8

De leden van de FVD-fractie vragen of Schiphol meedoet aan de test.

Nee, Schiphol valt niet binnen de vijf GGD-regio’s waar de praktijktest wordt uitgevoerd.

9 tot en met 13

Voorts vragen de leden van de FVD-fractie hoeveel positief getest meldingen via CoronaMelder er tot nu toe zijn. Zij vragen of het klopt dat bij 1 positief geteste persoon er 400 contact meldingen via de app zijn als dat klopt hoeveel meldingen er in het testgebied worden verwacht. Ook vragen zij wat dat betekent als CoronaMelder straks landelijk wordt ingezet en of er dan voldoende capaciteit is om de stroom aan besmetten en contactomgeving op te vangen.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de 50PLUS-fractie (vraag 220).

In de eerste twee weken van de testperiode zijn acht meldingen gedaan in de app en dit heeft geleid tot 412 mensen die in hun contact met de GGD voor het maken van een afspraak voor een test hebben gezegd een notificatie te hebben ontvangen.

Bij het ontwerp van de app is het vanwege het uitgangspunt van privacy by design onmogelijk gemaakt om te achterhalen of deze personen daadwerkelijk een notificatie hadden ontvangen. In de doorlopende evaluatie wordt op dit moment nog bekeken of er een vollediger beeld over de testperiode kan worden gegeven.

14 en 15

De leden van de FVD-fractie vragen welke commentaren er vanuit de testgebieden kwamen en wat deze commentaren betekenden voor CoronaMelder.

In totaal is de helpdesk CoronaMelder bijna 1.500 keer gebeld. Daarbij zijn met name technische vragen gesteld en vragen over de werking van de app en het gebruik van de app. Op basis van de gestelde vragen is de communicatie verrijkt met antwoorden op veel gestelde vragen en zijn technische problemen op specifieke versies van smartphones verholpen.

16

Hoe werd/wordt CoronaMelder bekendgemaakt in de testgebieden, zo vragen de leden van de FVD-fractie.

Dit is gebeurd via aandacht in de landelijke en regionale media.

17

De leden van de FVD-fractie merken op dat het Oostelijk testgebied tegen de Duitse grens aanligt. Zij vragen hoe het zit met spookmeldingen en interferentie met de Duitse Corona App.

Nederland en Duitsland gebruiken dezelfde technologie die compatible is maar ze storen elkaar niet.

18

Ook vragen de leden van de FVD-fractie of er ook gevallen van onterechte quarantaine door CoronaMelder meldingen bekend zijn. Zij vragen hoeveel en wat is daar dan aan gedaan is naar de gebruikers.

Vanwege het uitganspunt van privacy by design is niet bekend wie er terecht of onterecht in quarantaine is gegaan door een notificatie. Onderdeel van de doorlopende evaluatie is zicht te krijgen op onbeoogde effecten van de app.

19 tot en met 22 en 28

De leden van de FVD-fractie vragen of het klopt het dat er een Manager Partnership Corona Virus App in functie is. Zij vragen wat hiervan de functie beschrijving is, waarom deze functie er is en wat de doelstelling is die door deze functionaris behaald moet worden. De leden van de FVD-fractie merken daarbij op dat het uiterst ongelukkig c.q. knullig over kwam dat op de dag van de Technische Briefing in de Eerste Kamer waarin bezworen werd dat alles met en rond CoronaMelder absoluut vrijwillig is, er een email bleek te zijn uitgegaan naar maaltijdbezorgers om aan te zetten tot downloaden. Zij vragen wie dat heeft verzonnen bij VWS, waarom en in welk kader.

Ja er is inderdaad een manager partnerships. In andere landen met een Corona-app, zoals bijvoorbeeld Duitsland, is ter ondersteuning van de publiekscampagne gebruik gemaakt van dergelijke «partnerships» om de app nog meer onder de aandacht te brengen. Het doel van de partnerstrategie is om de boodschap over het bestaan van CoronaMelder breed te verspreiden.

De betrokken medewerkers, waaronder de genoemde functionaris, geven invulling aan het behalen van het doel van de partnerstrategie.

23, 29, 32 tot en met 35

Ook vragen de leden van de FVD-fractie of de manager partnership te maken heeft met de email die dwingt tot downloaden van de App door maaltijdbezorgers. Verder vragen zij of VWS c.q. de Minister begrijpt dat zo’n email feitelijk dwang is en dat er een dergelijke sociale druk van uit kan gaan, dat personeel zich onveilig voelt om de App niet te downloaden. Voorts vragen zij of de email is rechtgezet naar betrokkenen en naar de rest van Nederland en of de Minister begrijpt dat het draagvlak in de Kamer voor deze App, nu de belangrijkste voorwaarde zo moedwillig geschonden wordt, tot een minimum gedaald is door deze misser. Zij menen dat het draagvlak onder de bevolking hier ernstig onder lijdt en vragen de Minister wat hij gaat doen om dit weer op te vijzelen. Ook vragen zij welke missers c.q. emails er nog meer zijn uitgestuurd en naar wie en sinds wanneer.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de D66-fractie (vraag 104), de SP-fractie (vraag 150) en de SGP-fractie (vraag 231 en 232).

Deze mail had anders gemoeten. De suggestie aan werkgevers om hun werknemers te vragen de app te downloaden had vanwege de gezagsrelatie niet moeten worden gedaan. Beter benadrukt had moeten worden dat het gebruik van CoronaMelder te allen tijde vrijwillig is. Nadat is ontdekt dat deze mail uit was gegaan zijn alle mails gecontroleerd, waarna bleek dat in totaal in drie gevallen een beroep is gedaan op organisaties waarbij vrijwilligheid van gebruik van de app onvoldoende is benadrukt. Naast de maaltijdbezorgers gaat het om communicatie richting PostNL (14 augustus jl.) en de ANWB (10 juli jl.). Deze drie partijen zijn benaderd om aan te geven dat de eerdere communicatie anders had gemoeten en om te benadrukken dat het gebruik van de app te allen tijde vrijwillig is.

Voor toekomstige communicatie met partners zal er nog meer dan voorheen op worden toegezien dat het vrijwillige karakter van CoronaMelder expliciet wordt meegenomen. Daarnaast wordt hier in de mediacampagne aandacht aan besteed en draag ik er voor zorg dat iedere persoon voorafgaand aan het downloaden van CoronaMelder expliciet gewezen wordt op het vrijwillige karakter van gebruik van de app. Hiermee moet worden voorkomen dat het gevoel ontstaat dat mensen zijn verplicht CoronaMelder te gebruiken.

24, 30 en 31

De leden van de FVD-fractie vragen hoe CoronaMelder verder bekend wordt gemaakt. Ook vragen zij of het Ministerie van VWS er voor kan zorgen dat er bij elke uiting voor CoronaMelder net als bij sigaretten verpakkingen een levensgrote waarschuwing komt dat de app absoluut vrijwillig is. Verder vragen de leden van de FVD-fractie hoe VWS verder gaat uitdragen dat het gebruik van CoronaMelder vrijwillig is.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door leden van de ChristenUnie-fractie (vraag 162) en de 50PLUS-fractie (vraag 216).

Bij landelijke introductie van CoronaMelder is voorzien in een landelijke publiekscampagne als onderdeel van de Rijksbrede koepelcampagne Alleen Samen. De doelgroep voor deze campagne is iedereen in Nederland van 16 jaar en ouder en er zal gebruik worden gemaakt van diverse media. Het uitgangspunt is het informeren over CoronaMelder waarbij de vrijwilligheid van het gebruik wordt benadrukt. Daarnaast richt de campagne richt zich ook op gebruiksvriendelijkheid, doelmatigheid, privacy en veiligheid. De campagne informeert zoveel mogelijk mensen over de werking en het nut van de app, geeft uitleg over het downloaden en gebruiken van de app, wijst op de antimisbruikbepaling en benadrukt te de vrijwilligheid. Er is voldoende budget beschikbaar.

25 tot en met 27 en 60 tot en met 62

Ook vragen de leden van de FVD-fractie hoeveel downloads nodig zijn om effectief te kunnen werken. Ook vragen zij waar dat getal op is gebaseerd en welke wetenschap daar achter zit. De leden van de FVD-fractie vragen daarbij tevens of de Minister op de hoogte is van het feit dat dat voor een succesvolle werking van een notificatieapplicatie een deelname van circa 60% van de populatie is vereist. Zij vragen hoe de Minister denkt aan de benodigde 60% te komen voor een succesvolle implementatie nu er geen verplichting kan worden opgelegd aan de burger om de app te gebruiken. Voorts verwijzen de leden van de FVD-fractie naar een analyse van de werking van een vergelijkbare applicatie in Zuid Korea en de kritische succesfactoren daarvan waaruit blijkt dat voor het behalen van de doelstelling onder meer de combinatie van massaal gebruik van de app (het eerder genoemde minimum van 60%) en zeer uitgebreide testfaciliteiten die binnen een dag uitsluitsel geven of een persoon is besmet of niet, hebben bijgedragen aan het beperken van de verspreiding van het virus. Zij vragen hoe de Minister denkt aan de doelstelling te kunnen voldoen nu zowel de minimale deelname van 60% niet valt te verwachten en tevens dagelijks berichten zijn te vernemen dat de testcapaciteit ver onder de maat is.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de PvdA-fractie (vraag 117), de ChristenUnie-fractie (vraag 163) en de 50PLUS-fractie (vraag 218)

Onderzoek van de universiteit van Oxford3 laat zien dat een app voor digitale contactopsporing, ook al bij een lager aantal downloads kan bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus en het terugbrengen van het aantal besmettingen. De onderzoekers hebben een epidemiologisch model gedeeld waarvan de simulaties aantonen dat, juist vanwege de snelheid, ook bij een lage adoptiegraad al een effect te verwachten is bij het gebruik van de app.

36 tot en met 38

De leden van de FVD-fractie merken op dat er veel met deskundigen wordt gewerkt. Zij vragen of er ook een groep gedragswetenschappers is betrokken bij dit deel van de Corona aanpak, welke dat zijn en wat hun opdracht is. Ook vragen zij of dergelijke deskundigen waren betrokken bij de e-mails of andere vormen van communicatie in dit kader.

De Taskforce gedragswetenschappen adviseert over de brede adoptie van de app in de samenleving. De taskforce is niet specifiek betrokken geweest bij de partnerstrategie.

39

De leden van de FVD-fractie merken voorts op dat er sprake is van een boete bij dwang tot € 8.000. Zij vragen of deze boete ook van toepassing is op deze grote fout van het ministerie.

Nadat het wetsvoorstel in werking is getreden geldt de antimisbruikbepaling voor een ieder. Zoals echter ook is toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag is het uitgangspunt dat de Staat zelf niet strafrechtelijk voor zijn handelingen kan worden vervolgd. Die strafrechtelijke immuniteit geldt ook ten aanzien van personen die als feitelijk leidinggever of opdrachtgever betrokken zijn geweest bij strafbare feiten van de centrale overheid. Uiteraard geldt wel dat Ministers en Staatssecretarissen voor de handelingen van de Staat in het algemeen verantwoording verschuldigd zijn aan de Staten-Generaal.4

40

De leden van de FVD-fractie wijzen erop dat de app werd geïnitieerd toen Corona op haar hoogtepunt was. Een tweede golf blijft uit. Griep verschijnselen lopen door Corona heen. Meer testen levert meer besmetten. Maar de IC’s lopen niet vol. Wat is de reden nog voor deze app, met welke wetenschappelijke onderbouwing, zo vragen zij. Voorts vragen zij wat de noodzaak van de app is, welke gezondheidsdreiging er is en wat de app probeert te voorkomen.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de PvdA-fractie (vraag 113).

CoronaMelder vult de reguliere bron- en contactopsporing aan. Met CoronaMelder worden meer mensen, sneller gevonden die langere tijd nabij iemand zijn geweest die achteraf besmet is gebleken.

Onderzoek van de universiteit van Oxford5 laat zien dat de introductie van een app voor digitale contactopsporing kan bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus en het terugbrengen van het aantal besmettingen. De onderzoekers hebben een epidemiologisch model gedeeld waarvan de simulaties aantonen dat ook bij een lage adoptiegraad al een effect te verwachten is bij het gebruik van de app. Ook onderzoek van de Universiteit Utrecht6 toont de bijdrage van apps als deze in simulaties aan.

41

De leden van de FVD-fractie vragen of de app gebruik gaat maken van klachten en zo ja, hoe dat overeenkomt met een covid-19 besmetting.

De app maakt geen gebruik van klachten. Besmetting kan alleen worden gemeld na een positieve test.

42

Verder vragen de leden van de FVD-fractie of de app gebruik gaat maken van de PCR test uitslag. Zo ja, dan menen zij dat de app niet in gebruik dient te worden genomen.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de PVV-fractie (vraag 142).

Het melden van een besmetting in CoronaMelder kan alleen na een positieve testuitslag. Het is aan betrokken organisaties om vast te stellen welke testen hiervoor geschikt zijn.

Daarbij wordt overigens opgemerkt dat hoewel testen helaas nooit 100% betrouwbaarheid kunnen garanderen, de testen die in Nederland worden gebruikt voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen. Zo toont de PCR-test aan of RNA van het SARS-COV-2-virus in het slijm van een persoon wordt aangetroffen. De kwaliteit van een test kan worden uitgedrukt op basis van twee eigenschappen: de sensitiviteit en de specificiteit. De PCR-testen die in Nederland worden gebruikt scoren goed op beide eigenschappen. De sensitiviteit is een maat voor de gevoeligheid van de test voor de onderzochte ziekte. De specificiteit is een maat voor de juistheid van een positieve uitslag. Hoe hoger de specificiteit van een test, hoe zekerder het is dat een positieve uitslag ook daadwerkelijk de verwekker aantoont.

43

Voorts vragen de leden van de FVD-fractie of de app gebruikt gaat worden om maatregelen op te leggen aan niet zieke personen. Zo ja, wat is de grondwettelijke grondslag daarvoor, zo vragen zij. Zij vragen voorts of de Minister het ermee eens is, dat niet zieke mensen geen bedreiging voor de ziekenhuis capaciteit vormen en er geen enkele reden is om maatregelen aan niet zieke mensen op te leggen.

CoronaMelder wordt niet gebruikt en kan ook niet gebruikt worden om maatregelen op te leggen aan niet zieke personen en overigens ook niet om maatregelen op te leggen aan zieke personen.

De inzet van CoronaMelder gaat niet verder dan het mogelijk maken om ook nauwe contacten te waarschuwen die besmette personen zich niet herinneren of niet kennen. Het handelingsadvies dat met deze waarschuwing wordt gegeven sluit aan bij de op dat moment geldende LCI-richtlijnen voor nauwe contacten.

44

De leden van de FVD-fractie menen dat het via gps gegevens labelen van personen tot potentieel gezondheidsgevaar zal leiden en tot een zeer grote groep onterecht «gelabelde» personen. Zij vragen hoe wordt voorkomen dat dit tot zeer grote economische en educatieve schade zal leiden.

CoronaMelder maakt geen gebruik van GPS gegevens. Eventuele risico’s die daar aan zijn verbonden zijn dan ook niet van toepassing. CoronaMelder gebruikt bluetooth low energy om te zien of iemand in de buurt is van een andere gebruiker van de app. De app weet niet wie gebruikers zijn, waar zij zijn en wie zij ontmoeten.

45

De leden van de FVD-fractie vragen of op dit moment telecom gegevens van Nederlanders aan het RIVM worden verstrekt. Zo ja welke gegevens worden doorgegeven, of deze gegevens worden opgeslagen, waar deze gegevens voor worden gebruikt en hoe de privacy hierin is gewaarborgd.

Er worden op dit moment geen telecomgegevens aan het RIVM verstrekt.

46

De leden van de FVD-fractie vragen hoe de Minister grip houdt op Apple en Google. Zij vragen welke garanties er zijn verkregen en voor hoe lang.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de PvdA-fractie (vraag 137 en 138) en leden van de PVV-fractie (vraag 145).

Het Ministerie van VWS heeft de gebruikersvoorwaarden van Apple en Google aanvaard waardoor er een overeenkomst tot stand is gekomen. Deze overeenkomsten zijn openbaar. Voor een overzicht van de gemaakte afspraken, wordt verwezen naar de gebruiksvoorwaarden die via de in de voetnoot opgenomen link zijn te raadplegen.7

Apple en Google moeten zich houden aan hetgeen partijen in de gebruiksvoorwaarden zijn overeengekomen. Als blijkt dat zij dat niet doen – overigens is er geen aanleiding om aan te nemen dat zij zich niet aan hun eigen gebruiksvoorwaarden zouden houden – kunnen zij allereerst daarop worden aangesproken op basis van het verbintenissenrecht.

In aanvulling daarop kunnen zij, afhankelijk van de aard van de overtreding, ook worden aangesproken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en andere relevante wetgeving, zoals de telecommunicatiewetgeving. In voorkomende gevallen kan daarbij ook worden opgetreden door de toezichthouders die toezicht houden op de naleving hiervan, zijnde de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt.

Het beëindigen van de inzet van CoronaMelder is een laatste middel. Bij voorgenomen wijzigingen door Apple en Google waar ik vragen bij heb, zal ik eerst al dan niet in Europees verband het gesprek aangaan.

47 tot en met 52

IOS 13.7 heeft een eigen ingebouwde Apple Corona App, zo merken de leden van de FVD-fractie op. Zij vragen hoe deze werkt met CoronaMelder en of dit ook het geval is bij Android. Ook vragen zij hoeveel garantie daarvoor is verkregen en in welke vorm. Verder vragen de leden van de FVD-fractie welke gegevens Apple er nu uithaalt, zowel uit haar eigen app als uit CoronaMelder en of dit conflicteert met de afspraken. Voorts merken zij op dat Android nog «lek» te schijnt zijn. De leden van de FVD-fractie vragen hoeveel privacy gevaar of gegevenslek CoronaMelder gebruikers met een Android telefoon riskeren en of deze gebruikers zijn gewaarschuwd door VWS.

Apple en Google hebben een aanvullende functionaliteit ontwikkelend voor landen of regio’s die geen eigen notificatieapp hebben en waar de betreffende gezondheidsautoriteiten om een dergelijke toepassing verzoeken. Gezondheidsautoriteiten van landen (of regio’s zoals de Amerikaanse staten) kunnen namelijk zelf kiezen om deze functionaliteit te gebruiken, hoofdzakelijk als zij geen eigen notificatieapp hebben ontwikkeld. Omdat Nederland een eigen notificatieapp heeft, is dit voor Nederland niet van toepassing.

Apple noch Google krijgen toegang tot de in CoronaMelder verwerkte gegevens. CoronaMelder werkt op de eigen telefoon van gebruikers en niet op centrale systemen van deze bedrijven. Er is dan ook geen sprake van een conflict met de gemaakte afspraken.

Mij zijn geen «lekken» in het besturingssysteem Android bekend, die invloed hebben op CoronaMelder. Er wordt veel energie gestoken in beveiligingsonderzoeken om zwakheden zo goed mogelijk op te sporen zodat direct maatregelen kunnen worden genomen.

53

Voorts vragen de leden van de FVD-fractie of het klopt dat door het continue werken van de App sprake is van snel aflopende batterij inhoud en wat dit betekent voor de gebruikers.

CoronaMelder maakt gebruik van bluetooth low energy. Dit is een speciale vorm van bluetooth die weinig stroom gebruikt. Hoeveel procent dit precies van de telefoonbatterij vraagt, verschilt per smartphone. Doorgaans zal dit tussen de 5 á 10% van het totale gerapporteerde batterijgebruik van de smartphone zijn.

Er zijn gevallen waarin dit percentage lager dan wel hoger ligt. In de meeste gevallen waarin een hoger percentage te zien is, maken gebruikers weinig gebruik van hun telefoon. Hoewel CoronaMelder weinig energie gebruikt, is dat dan toch een hoog percentage van het totale energiegebruik. De meeste gebruikers zullen echter aan het batterijverbruik niet merken dat CoronaMelder actief is.

54

De leden van de FVD-fractie merken op dat mensen steeds vaker twee of meer smartphones hebben. Zij vragen hoe de app werkt als deze op beide is gedownload en de telefoons in elkaars buurt zijn. Ook vragen zij of daar onderzoek naar is gedaan, zo ja door wie en wat daarvan de uitkomst was.

CoronaMelder weet niet wie de eigenaar van de smartphone is waarop deze geïnstalleerd is. Beide smartphones wisselen dus hun willekeurige codes uit wanneer ze dicht bij elkaar in de buurt zijn. Met de smartphones van andere gebruikers en met elkaar. Het kan dus bijvoorbeeld zijn dat mensen op beide smartphones een notificatie krijgen dat ze langere tijd in de nabijheid zijn geweest van iemand die achteraf besmet bleek.

55

Ook vragen de leden van de FVD-fractie of het bekend is dat sommige smartphones niet het continu werken van de app ondersteunen. Hij lijkt dan wel gedownload te zijn, maar werkt niet betrouwbaar, aldus voornoemde leden. Zij vragen wat de Minister hier aan gaat doen.

Ja dat is mij bekend. Door de batterijbesparingsinstellingen van sommige smartphones wordt niet vaak genoeg gecontroleerd of er nieuwe codes van besmette personen gepubliceerd zijn. Bluetooth blijft wel werkzaam waardoor ontmoetingen op de smartphones geregistreerd worden, alleen het ophalen van codes van besmette personen van de server gebeurt niet of met vertraging. Dit probleem in de techniek is internationaal bekend. In overleg met Apple en Google zijn begin september updates doorgevoerd in de app die hier verbetering in aanbrengen. Voor die smartphones waar het probleem nog steeds optreedt vindt momenteel nog overleg plaats met Google.

56 en 57

De leden van de FVD-fractie vragen of het klopt dat de IT van de GGD nog niet klaar is voor «communicatie» met de app. Zo nee dan vragen zij wat er dan werd bedoeld tijdens de technische briefing in de Eerste Kamer. Zo ja dan vragen zij wat er nog ontbreekt en wanneer, hoe en met welke zekerheid dit wordt opgelost Ook vragen zij of dit de reden is dat de app weer is uitgesteld.

Nee, dit is niet correct. De introductie van CoronaMelder is uitgesteld, omdat besloten is landelijke introductie aan te houden tot na inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel.

58

De leden van de FVD-fractie merken op dat de app is bedoeld om de bestrijding van Corona optimaal te ondersteunen. Stel dat de huidige afgeknepen versie niet brengt wat noodzakelijk geacht wordt, welke garantie is er dan, dat de app nog steeds in de afgeknepen versie blijft functioneren of gestopt wordt, zo vragen zij.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de FVD-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 4.

59

De leden van de FVD-fractie merken op: «zoals de collega Minister Grapperhaus het draagvlak onder de 1.5 meter vandaan haalde, doet Minister De Jonge dit nu met de «dwangmail» met het draagvlak voor de app.» Zij vragen welke juridische gevolgen dit heeft als burgers fouten maken met de vrijwilligheid van de app. Ook vragen zij of de eventuele boetes dan vervallen.

Ik stel voorop dat de betreffende mail anders had gemoeten. In deze mail had beter moeten worden benadrukt dat het gebruik van CoronaMelder te allen tijde vrijwillig is, zoals ik ook telkens heb benadrukt in alle communicatie ook met Uw Kamer. Nadat is ontdekt dat deze mail uit was gegaan is dan ook contact opgenomen met de ontvangers van de mail waarbij de vrijwilligheid van het gebruik van CoronaMelder is benadrukt.

Dit doet niet af aan het feit dat de antimisbruikbepaling na inwerkingtreding van het wetsvoorstel van kracht wordt en overtreding daarvan dan in voorkomende gevallen kan worden bestraft. In dat kader zal overigens uitvoering worden gegeven aan de motie Middendorp en Van den Berg waaruit volgt dat toezichthouders het uitgangspunt hanteren dat een mogelijke overtreder van de antimisbruikbepaling eerst een waarschuwend gesprek krijgt, tenzij er sprake is van kwade opzet.8

In de promotiecampagne ter introductie van CoronaMelder zal niet alleen stevig de aandacht worden gevestigd op de vrijwilligheid, maar ook op de antimisbruikbepaling en de gevolgen van overtreding daarvan.

63

De leden van de FVD-fractie merken op dat uit de eerder genoemde analyse blijkt dat naarmate de tijd vordert, de positieve perceptie van de app afneemt, dat gebruikers de continue stroom van berichten als irritant ervaren en op een gegeven moment de berichten negeren en daarmee de doelstelling van de app ondermijnen. Zij vragen hoe de Minister denkt dit tegen te gaan.

Met de landelijke introductie van de app wordt een publiekscampagne gestart die onder andere is gericht op uitleg van de werking van de app. Daarna is de verwachting dat het aantal gebruikers, afhankelijk van de ontwikkeling van het virus in Nederland, stabiliseert. Via de doorlopende evaluatie wordt de houding en attitude van burgers tegenover de app geëvalueerd. Dit kan onder andere leiden tot aanpassingen in de communicatie over de app en de app zelf.

64

Ook vragen de leden van de FVD-fractie hoe de Minister denkt met deze app het fenomeen van dragers c.q. verspreiders van het virus die atypische en/ of moeilijk detecteerbare symptomen van het virus hebben, binnen de werkingssfeer en doelstellingen van de app te vangen.

CoronaMelder maakt geen onderscheid tussen symptomen, alleen bevestigde besmettingen worden in de app gemeld.

65

De leden van de FVD-fractie vragen of de Minister niet van mening is dat alle tijd, energie en middelen die in de ontwikkeling van de notificatieapplicatie wordt gestoken, beter aangewend kunnen worden om onder meer de benodigde testcapaciteit op zeer korte termijn uit te breiden.

Nee daar ben ik niet mee eens. Op beide wordt ingezet. Aan het vergroten van de testcapaciteit is sinds april door velen al erg hard gewerkt. Ik verwacht dat eind september 50.000 testen per dag afgenomen kunnen worden en vanaf eind oktober 70.000.

66

Voorts vragen de leden van de FVD-fractie hoe het komt dat er steeds iets niet klopt in de corona aanpak. Zij vragen of daar al een analyse over gemaakt is gemaakt, zo ja wat daar de uitkomst van is en zo nee, waarom niet.

Als specifiek gedoeld wordt op het testbeleid dan kan ik daarover het volgende melden. Mijn ministerie gaat uit van de adviezen van het OMT en is al sinds mei/juni bezig met het vergroten van de testcapaciteit. Echter, in een crisis zijn er ondanks de inzet die wordt gepleegd helaas ook onverwachte tegenvallers, zoals nieuwe machines die minder snel inzetbaar blijken, minder materialen die kunnen worden geleverd vanwege de druk op de wereldmarkt, labs die minder snel konden opschalen of uitvielen en meer operationele verliezen dan verwacht bij het uitvoeren van de analyses. Daarom moesten er keuzes gemaakt worden zoals ik in mijn brief van 11 september aan de Tweede Kamer heb aangegeven, wordt er dus geprioriteerd in de teststraat omdat de doorlooptijden zijn gestegen en is de teststraat op Schiphol tijdelijk gestopt vanwege de lab capaciteit die onder druk staat.

67

De leden van de FVD-fractie merken op dat Follow the Money (FTM) haarscherp de test inzet heeft geanalyseerd en dat het erop lijkt dat er persoonlijke voorkeuren en belangen in het OMT naar voren kwamen, ten koste van de volksgezondheid. Zij vragen of de Minister deze bevindingen van FTM herkent, zo ja, welke stappen naar aanleiding daarvan zijn gezet en zo nee, waarom niet.

Ik herken de bevindingen van FTM met betrekking tot het advies dat ik heb gekregen van het OMT. Ik ga er echter vanuit dat financiële belangen geen doorslaggevende rol hebben gespeeld in de bijdrage die de laboratoria leveren aan de bestrijding van de crisis. Ik ben wel voornemens om vanaf het najaar de toedeling van de teststromen aan de laboratoria te bezien, vanwege de nieuwe contracten met laboratoria en de poolings labs en vanwege de ontwikkelingen met betrekking tot innovatieve testmethoden. Op deze manier wil ik het testlandschap effectiever en efficiënter inrichten.

68

De leden van de FVD-fractie vragen waarom er zo lang is gewacht met inzet grote labs. Zij menen dat dit chronisch gedrag lijkt te zijn geworden, ventilators, mondkapjes. Wie is dit mismanagement uiteindelijk aan te rekenen en welke conclusies worden door diegene hieruit getrokken, zo vragen zij.

Vanaf het begin van de crisis is gestart met het bestaande netwerk van opschalingslaboratoria. Deze structuur is door het RIVM opgezet om in situaties met een initieel beperkte hoeveelheid kennis en materialen en een afwezig of beperkt aanbod van goed gevalideerde testen, toch een snelle en kwalitatief hoogstaande uitrol van de noodzakelijke diagnostische capaciteit en expertise in Nederland te faciliteren. Het kon dus snel uitgerold worden en doorlooptijden waren korter vanwege de kortere afstand tussen testafname locatie en de labs. Ook de GGD’en gaven de voorkeur aan het inzetten van de regionale labs omdat zij hier al werkafspraken mee hadden.

Daarnaast zijn al in april twee veterinaire laboratoria en Sanquin gevraagd om paraat te staan als overlooplaboratorium wanneer de testvraag extra zou toenemen. Daarnaast zijn de 5 HPV-laboratoria gedurende de zomermaanden ingezet als extra capaciteit. De drie pandemielabs, waaronder Sanquin, kregen immers al vanaf mei/juni teststromen. Er is dus geen sprake geweest van uitsluiting van bepaalde laboratoria.

De inzet van deze en ook andere inmiddels gevalideerde laboratoria zoals eerstelijnslaboratoria of commerciële laboratoria was gedurende de periode april tot en met juni nog niet nodig omdat de testvraag op dat moment nog laag was. Nu de testvraag de afgelopen weken sterk is gestegen, zijn er ook contracten afgesloten met buitenlandse laboratoria.

69

Ook vragen de leden van de FVD-fractie welke invloed Martin van Rijn heeft gehad op testcapaciteit en CoronaMelder.

De coördinatie van de testcapaciteit en de ontwikkeling van CoronaMelder vallen onder mijn verantwoordelijkheid.

70

De leden van de FVD-fractie vragen verder of het klopt dat de Minister geen test wil als iemand wel contact heeft gehad met een besmet persoon en wat daarvoor de reden is. Zij vragen of dit gunstig is voor de rem op verspreiding, zo ja waar dat uit blijkt en zo nee, wat de juiste informatie in deze is.

Het testbeleid is vanaf het begin geweest dat alleen mensen met klachten zich mogen laten testen. Het testen van mensen zonder klachten kan een bijdrage leveren om de omvang van de verspreiding in kaart te brengen. Het heeft echter ook nadelen omdat uitslagen lastig te interpreteren zijn, een beperkte voorspellende waarde hebben en omdat een negatieve test een gevoel van schijnveiligheid kan creëren.

Daarnaast zal het testen van asymptomatische personen zeer waarschijnlijk een lage opbrengst hebben en kan daarmee leiden tot inefficiënt gebruik van de testcapaciteit. De testcapaciteit dient immers zo efficiënt mogelijk te worden ingezet: welk gebruik van de testcapaciteit levert het meest op voor de bestrijding? Testen van mensen met klachten heeft meer prioriteit dan het testen van mensen zonder klachten.

Mensen die CoronaMelder gebruiken en een notificatie ontvangen, kunnen zich alleen laten testen als ze klachten hebben. Alleen in het kader van drie onderzoeken naar de effectiviteit van het testen van mensen zonder klachten, konden mensen zich laten testen die geen klachten hadden. Deze onderzoeken waren: 1) voortkomend uit het BCO, 2) meldingen uit de app en 3) terugkerende reizigers uit risicogebieden. De laatste twee onderzoeken zijn stop gezet vanwege de druk op de testcapaciteit.

Als de uitkomsten van de onderzoeken naar de meerwaarde van testen zonder klachten hiertoe aanleiding geven, zal de LCI-Richtlijn covid-19 worden aangepast voor het handelingsperspectief voor gebruikers van CoronaMelder die een notificatie ontvangen en voor nauwe contacten van het BCO.

71 tot en met 73

De leden van de FVD-fractie merken op dat de wet de mogelijkheid bevat om de met de app verkregen gegevens uit te wisselen met andere lidstaten van de Europese Unie. Zij vragen hoe de Minister garandeert dat deze andere landen de gegevens met dezelfde beschermingsmaatregelen beheren om misbruik van deze gegevens te voorkomen, welke beschermingsmaatregelen daarvoor worden gebruikt en of het de Minister bekend is dat de privacy in andere landen anders wordt ingevuld. Zij vragen of er dan toch geen risico is dat er schending plaats vindt.

In de gehele traject van de ontwikkeling van CoronaMelder is privacy by design en dataminimalisatie toegepast. Dit zal ook gebeuren als wordt overgegaan tot internationale uitwisseling. Landen hebben op onderdelen verschillende keuzes gemaakt, maar allen binnen de grenzen van de AVG die in de gehele Europese Unie geldt. Elke EU-lidstaat heeft een toezichthoudende autoriteit die onafhankelijk toezicht houdt op de verwerkingen in dat land. Bovendien wordt op dit moment in Europees verband een DPIA uitgevoerd op het systeem en proces van internationale uitwisseling. Nederland is nauw betrokken bij dit proces.

74 tot en met 76

De leden van de FVD-fractie vragen hoe het iemand uit Kerkrade vergaat die boodschappen gaat doen in Aachen (Duitsland): zij vragen of zijn app uit Nederland ook werkt in Duitsland of dat deze persoon ook de Duitse app moet laden en of die apps elkaar niet storen. Voorts vragen de leden van de FVD-fractie of Duitsland dezelfde afspraken met Google en Apple heeft als Nederland en of de gegevensbescherming in Duitsland, al heeft men alleen de Nederlandse app, niet verzekerd is.

Nederland en Duitsland gebruiken dezelfde technologie waaronder de zogenoemde exposure notification framework / application programming interface (api) van Google en Apple. In Europees verband wordt gewerkt aan mogelijkheden om tot onderlinge uitwisseling te komen zodat bijvoorbeeld ook een gebruiker van de Nederlandse app een notificatie kan ontvangen van een gebruiker van de Duitse app. Het spreekt voor zich dat gegevensbescherming ook in Europees verband een belangrijk aandachtspunt is. Daarbij wordt overigens opgemerkt dat alle lidstaten van de Europese Unie, zijn gebonden aan de Algemene verordening gegevensbescherming.

77 tot en met 79

De leden van de FVD-fractie merken op dat de app al 1 miljoen keer is gedownload. Zij vragen of dat alleen in de testgebieden is, zo nee wat de anderen dan krijgen te zien, of het geen risico is dat de anderen zich veilig wanen met de app terwijl deze niet werkt en of hierover wordt geïnformeerd.

Bij het ontwerp van de app is het vanwege het uitgangspunt van privacy by design onmogelijk gemaakt te weten wie de app hebben gedownload en waar in Nederland deze personen wonen. Gebruikers buiten de testgebieden beschikken over een werkende app en kunnen ook meldingen ontvangen als ze in contact zijn geweest met besmette personen die in het testgebied wonen en dus samen met een deelnemende GGD een melding kunnen doen. De handelingsadviezen kunnen dus worden opgevolgd. In de app is aangegeven dat de app een testversie is voor de vijf regio’s en in de communicatie via de website en helpdesk wordt mensen uitgelegd wat er wel en niet kan wanneer ze in een andere regio wonen.

80 en 81

De leden van de FVD-fractie vragen hoe het draagvlak van de bevolking voor de app hoog wordt gehouden en hoe de Minister er tegenaan kijkt als er een houding ontstaat van we hebben wel de app, maar we nemen hem niet serieus. Zij menen dat draagvlak een knauw heeft gekregen door wisselende beleid rond Corona.

Op het moment dat de app landelijk geïntroduceerd wordt, zal een publiekscampagne starten. Uit de doorlopende evaluatie naar de adoptiebereidheid van de app blijkt dat deze de afgelopen maanden nog niet gedaald is. De adoptiebereidheid wordt maandelijks geëvalueerd.

82

De leden van de FVD-fractie merken op dat Motivaction onderzoek heeft gedaan naar draagvlak bij de Nederlandse bevolking. Een aantal mensen bleek discriminatie van de niet gebruikers van de app te willen. De leden van de FVD-fractie vragen hoe de Minister hiernaar kijkt en wat hij specifiek gaat doen met de bevindingen van dit onderzoek. Ook vragen zij of er ander onderzoek is waar de Minister zijn beleid op baseert en zo ja welke onderzoeken dat zijn en wat daarvan de vraagstelling en uitslag was.

De privacy van de app is gewaarborgd. Het is vanuit het ontwerp niet mogelijk te weten wie de app downloadt en wie notificaties ontvangt. Het downloaden van de app is vrijwillig.

83 tot en met 87

De leden van de FVD-fractie vragen of de Minister bekend is met de COVID Radar van het LUMC. Ook vragen zij of er in dat kader afstemming is geweest met CoronaMelder. Werkt dit niet erg verwarrend voor de burgers, zo vragen de leden van de FVD-fractie. Ook vragen zij of er meer van dit soort lokale initiatieven bij de Minister bekend zijn en welke afspraken met de makers van die apps worden gemaakt ten opzichte van de Rijks App.

De techniek onder dit initiatief van het LUMC, alsmede een honderdtal andere, zijn ingebracht tijdens de markconsultatie van afgelopen april en door mijn ministerie beoordeeld. Het genoemde initiatief van LUMC is geen notificatieapplicatie als aanvulling op reguliere bron- en contactopsporing en raakt daarmee niet aan het voorliggende wetsvoorstel en dus ook niet aan CoronaMelder. Het LUMC verzamelt volgens eigen zeggen met de COVID Radar gegevens over klachten en het gedrag van mensen. Hiermee wil het LUMC een beter beeld krijgen van hoe de epidemie zich per regio ontwikkelt. En zijn geen verdere afspraken met de makers van deze app dan wel andere apps gemaakt vanuit mijn ministerie.

88 tot en met 91

De leden van de FVD-fractie vragen of het klopt dat naar schatting 1,5 miljoen Nederlanders niet met de app kunnen werken, omdat hun telefoon deze niet aankan. Zij vragen wat de Minister gaat doen om deze groep wel te helpen c.q. te bereiken en of deze mensen een aangepaste Rijks smartphone krijgen. Voorts vragen de leden van de FVD-fractie of de Singapore Trace Together tracker kent en of iets dergelijks in overweging is om de juist vaak kwetsbare 10% van de bevolking die de App niet kunnen gebruiken in te gaan zetten.

Vergelijkbare vragen over smartphones waarop CoronaMelder niet kan worden gedownload zijn gesteld door de PvdA-fractie (vraag 119) en de 50PLUS-fractie (vraag 227).

CoronaMelder is aanvullend op de bestaande instrumenten in de bestrijding van covid-19 en daarmee ook aanvullend op de reguliere bron- en contactopsporing die gewoon doorgang vindt.

Van de ongeveer 13 miljoen Nederlanders9 tussen 18 en 75 jaar geeft 93% aan een smartphone te bezitten waarvan meer dan de helft niet langer dan 18 maanden geleden is aangeschaft10 en dus zeker geschikt voor CoronaMelder. Ongeveer 63,4% van deze telefoons werkt op basis van Google/Android en circa 36,2% op basis van Apple/iOS.11

Van de iPhones is minstens 90% geschikt of met een upgrade geschikt te maken.12 Van de Android telefoons is minstens 97% geschikt voor CoronaMelder.13 Dit betekent dat CoronaMelder op ruim 90% van de in gebruik zijnde telefoons geïnstalleerd kan worden. Er is geen andere technologie beschikbaar die een dergelijke verspreiding kent en waarmee dit bereik kan worden behaald. Er zijn op dit moment geen plannen om eigen technologie te ontwikkelen en te verspreiden.

Onderzoek van de universiteit van Oxford14 laat daarnaast zien dat de introductie van een app voor digitale contactopsporing kan bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus en het terugbrengen van het aantal besmettingen. De onderzoekers hebben een epidemiologisch model gedeeld waarvan de simulaties aantonen dat ook bij een lage adoptiegraad al een effect te verwachten is bij het gebruik van de app. Ook onderzoek15 van de Universiteit Utrecht toont de bijdrage van apps als deze in simulaties aan.

92 en 93

De leden van de FVD-fractie vragen of het klopt dat CoronaMelder niet kan worden gedownload op Huawei telefoons en wat er voor deze telefoon bezitters wordt gedaan. Voorts vragen zij of Huawei smartphones (meer dan 1 miljoen) die wel geschikt zijn voor de app, worden betrokken bij CoronaMelder en of dit niet veiligheidsconsequenties geeft in verband met de vrees voor Chinese staatsinvloed.

Het klopt dat Huawei telefoons die geen gebruik mogen maken van de Google Playstore op dit moment de app niet kunnen downloaden. Dit betreft een kleine, maar groeiende groep van enkele duizenden toestellen. De overige 1,8 miljoen Huawei telefoons kunnen de app wel downloaden. Momenteel werkt Huawei aan een eigen api, waarvan de broncode in ieder geval voor de Minister van VWS beschikbaar zal zijn. Deze zal vervolgens voor onderzoek worden aangeboden aan een gespecialiseerd bedrijf. Daarbij wordt uiteraard ook gekeken of het technisch mogelijk is om CoronaMelder hiervoor beschikbaar te stellen en of dat ook verantwoord is.

Overigens verandert het risicoprofiel van de smartphone met het oog op staatsinvloed niet door CoronaMelder. De informatie die achterhaald zou kunnen worden is uiterst minimaal. Dezelfde gegevens zouden nu ook al te achterhalen zijn. Bovendien brengt het toevoegen van functionaliteit aan CoronaMelder een hoog risico op detectie mee, vanwege de vele onderzoeken die permanent worden uitgevoerd.

94 en 95

De leden van de FVD-fractie merken op dat de overheid geen goed track record in IT initiatieven heeft. Zij vragen welke garantie er is dat deze app «waterdicht» is. Ook vragen zij of er al een «Hackaton» is geweest, zo ja welke aanbevelingen daar uitkwamen en zo nee waarom niet en wanneer dan wel.

Ik doe geen concessies aan informatieveiligheid en privacy.

Bij de ontwikkeling van CoronaMelder heb ik de grootst mogelijke transparantie betracht om daarmee het vertrouwen in de werking, veiligheid en waarborgen voor privacy te vergroten. Zowel de broncode van CoronaMelder, de ontwerpen als de resultaten van alle testen zijn openbaar. Veel mensen hebben daardoor bijgedragen aan de ontwikkeling.

Aan alle aspecten van privacy en informatieveiligheid is en wordt intensief aandacht besteed en op al die aspecten zijn ook testen uitgevoerd. Denk aan het onderzoeken van de broncode, het testen middels een penetratietest (hackerstest), het verifiëren van de veiligheid in het datacenter, het extra beveiligen van de servers, het bewaken van het netwerkverkeer, het bewaken van de logboeken, het inzetten van een security operations center en het herhaald uitvoeren van risico analyses om op basis daarvan maatregelen te nemen.

Aangezien de ontwikkeling al volledig open en transparant is gebeurd, waardoor iedereen die dat wilde kon meekijken en diverse penetratietesten reeds zijn uitgevoerd komt er geen aparte hackathon. Door de volledige transparantie en openbare broncode is er feitelijk sprake van een doorlopende hackathon.

96

De leden van de FVD-fractie vragen of het klopt dat de app minder dan € 5 miljoen kost. Zij vragen welke kosten zijn meegenomen en welke kosten, intern / extern, gepaard gaan met de hele organisatie rond de App en het instandhouden daarvan.

De ICT-ontwikkelkosten van CoronaMelder bedragen iets minder dan € 5 miljoen. Voor PR campagnes en communicatie is aanvullend € 2,7 miljoen begroot.

97

De leden van de FVD-fractie merken op dat de app mogelijk van toepassing is als Corona toegeslagen heeft maar dat preventie de basis is. Zij vragen waarom via CoronaMelder niet wordt gewezen op maatregelen als de 1,5 meter, handenwassen, mondkapjes, ventilatie, etc. Ook vragen zij waarom niet met bijvoorbeeld een teller wordt bijgehouden hoe vaak de handen gewassen worden

CoronaMelder is ontwikkeld op basis van «privacy by design» en slaat zo min mogelijk gegevens op. Wel wordt iemand die een notificatie ontvangt gewezen op het advies dat nauwe contacten ook ontvangen in het kader van de bron- en contactopsporing door de GGD.16

98

Daarnaast menen de leden van de FVD-fractie dat gezond leven, gezonde voeding, zorgvuldig vitamine en mineralen gebruik ook van groot belang zij. Zij vragen hoe de Minister hier burgers in gaat stimuleren en of wordt overwogen de vitamines en mineralen tijdelijk vanuit de basisverzekering zonder toepassing eigen risico te vergoeden

Er zijn hiertoe geen plannen.

99 en 100

De leden van de FVD-fractie vragen welke borging er is dat met name in de werkgever en werknemer verhouding geen misbruik van dwang ten aanzien van de Corona app wordt gemaakt. Ook vragen zij hoe dit in het voordeel van de werknemer is te bewijzen.

Daartoe is de antimisbruikbepaling in artikel 6d, achtste lid opgenomen. In de memorie van toelichting was reeds opgenomen dat deze bepaling breed moet worden opgevat en dat het niemand, waaronder werkgevers, is toegestaan het gebruik van CoronaMelder of welk vergelijkbaar digitaal hulpmiddel dan ook, direct of indirect verplicht te stellen. Bovendien is bij amendement in de wettekst geëxpliciteerd dat het gebruik van CoronaMelder niet als voorwaarde mag worden gesteld voor het uitoefenen van arbeid.17

Werknemers kunnen (mogelijke) overtredingen van de antimisbruikbepaling melden bij het daartoe ingerichte meldpunt van de IGJ. Via dit meldpunt worden burgers geholpen naar de juiste toezichthouders. Na een melding wordt door de betreffende toezichthouder een onderzoek ingesteld en indien sprake is van een overtreding kan het openbaar ministerie besluiten tot handhaving.

101

De leden van de FVD-fractie merken op dat sociale dwang hun grootste zorg is en vragen hoe de Minister dit effectief gaat voorkomen.

Daartoe is de antimisbruikbepaling in artikel 6d, achtste lid opgenomen. In de memorie van toelichting was reeds opgenomen dat deze bepaling breed moet worden opgevat en dat het niemand is toegestaan het gebruik van CoronaMelder of welk vergelijkbaar digitaal hulpmiddel dan ook, direct of indirect verplicht te stellen. Niet beoogde effecten als deze zijn ook onderwerp in de doorlopende evaluatie.

Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

102

De leden van de CDA-fractie vinden de informatie veiligheid, de toegankelijkheid, de privacy en het doel van de app van goede kwaliteit. Zij merken daarbij op dat de gewenste impact, namelijk dat méér burgers sneller worden verwittigd, wel afhangt van de aantallen gebruikers. Op dit moment blijken 1.2 miljoen mensen de app te hebben gedownload, hetgeen nog te laag is voor een redelijke impact, zo merken de leden van de CDA-fractie op. Zij zijn benieuwd hoe het kabinet het gebruik onder de bevolking wil verhogen, temeer daar «drang en dwang» beslist niet is toegestaan en voorzichtigheid in de communicatie is geboden.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de PvdA-fractie (vraag 116) en de leden van de 50PLUS-fractie (vraag 217).

Bij de ontwikkeling van de app zelf is gewerkt aan draagvlak door een open en transparant proces te hanteren. Er zijn geen concessies gedaan aan bescherming van de privacy, informatieveiligheid en gebruikersvriendelijkheid voor alle doelgroepen (diverse talen, slechtzienden/blinden, aandacht voor minder digitaal vaardigen). Er zijn een website en helpdesk ingericht voor een goede informatievoorziening en beantwoording van vragen. Op het moment dat de app landelijk geïntroduceerd wordt, start een publiekscampagne die mensen informeert dat CoronaMelder beschikbaar is als digitaal middel om, op vrijwillige basis, zichzelf en daarmee ook anderen te helpen beschermen tegen verspreiding van het virus.

Bij deze campagne wordt gebruik gemaakt van een partnerstrategie. Hierbij worden organisaties uit het veld betrokken om informatie over CoronaMelder zo breed mogelijk onder de aandacht te kunnen brengen. Partners worden gevraagd om de boodschap via hun eigen communicatiekanalen te verspreiden. Organisaties zoals werkgevers, zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en anderen die dat willen kunnen gebruik maken van een standaard toolkit die ten behoeve van de partnerstrategie wordt ontwikkeld. Deze toolkit bestaat onder meer uit posters, een consumentenfolder en online banners met uitleg over de werking van de app, nut en noodzaak van de app en vrijwilligheid van gebruik.

103

De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de capaciteit van de GGD’en en met name ook de beschikbaarheid van testmateriaal en de juiste laboratoria tekort schiet. De leden hebben kennis genomen van de diverse maatregelen, zoals ook aangegeven in de brief van de Minister aan de Tweede Kamer van 11 september maar merken op dat het nog maar het begin is van het herfst- en winterseizoen, de maanden met veel verkoudheidsklachten. Als mensen, die via de app genotificeerd zijn dat zij in aanraking zijn geweest met corona besmette burgers en vervolgens bij klachten lang moeten wachten op de mogelijkheid van testen, dan heeft dit een negatief effect op de waardering en het gebruik van de app, zo merken de leden van de CDA-fractie op. Zij vragen naar de mening van de Minister in deze.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de PvdA-fractie (vraag 115), de 50plus-fractie (vraag 221) en de GroenLinks-fractie (vraag 254 tot en met 256).

De doorlopende evaluatie onderzoekt, deels via survey’s, onder grote groepen representatieve burgers, de directe en indirecte, beoogde en niet beoogde effecten van de app. Op basis van de resultaten kunnen desgewenst wijzigingen worden doorgevoerd in de app en/of kunnen de communicatie en/of het beleid wijzigen om de effectiviteit te verhogen of ongewenste effecten tegen te gaan.

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

104

De leden van de D66-fractie merken op dat zij in beginsel positief staan tegenover de inzet van moderne technologie ter bestrijding van het SARS-CoV-2 virus. Daarbij benadrukken zij dat, mede vanwege het Google/Apple framework, de (grondwettelijke) waarborgen daarbij van uiterst belang zijn. De leden van de D66-fractie zien de vrijwilligheid van de app en daarmee de antimisbruikbepaling als een van de belangrijkste waarborgen. Zij waren dan ook ontstemd om te lezen dat het Ministerie van VWS druk heeft uitgeoefend op de Nederlandse Vereniging van Maaltijdbezorgers om bezorgers te vragen de CoronaMelder app te installeren.18 Graag vernemen de leden van de D66-fractie van de Minister hoe deze handeling te rijmen is met de eerdere uitspraken over vrijwilligheid.

Voor het antwoord van deze vraag van de leden van de D66-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 23.

105

De leden van de D66-fractie verwijzen naar de ethische analyse die door een extern ethisch panel is uitgevoerd als onderdeel van de testfase van de notificatieapp (14 juli 2020) en waarin staat dat de overheid een moreel appel op burgers mag doen.19 Zij vragen hoe de Minister een dergelijke moreel appel ziet in verhouding tot de vrijwilligheid van installatie en gebruik van de app. Ook vragen zij een reflectie van de Minister op het gewenste gebruik van de app en gepaste communicatie over de app door de overheid.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de ChristenUnie-fractie (vraag 158 en 159) en de PvdD-fractie (vraag 171).

Het gebruik van de app is geheel vrijwillig. Deze vrijwilligheid is wettelijk geborgd en er is een meldpunt voor misbruik ingericht. Ik torn ook niet aan deze vrijwilligheid. Tegelijkertijd vind ik het van belang onder de aandacht te brengen dat ik het gebruik van CoronaMelder een belangrijk middel vind in de strijd tegen de pandemie. Dat neemt niet weg dat iedereen in Nederland zelf, goed geïnformeerd en op basis van vrijwilligheid een keuze kan maken CoronaMelder wel of niet te gebruiken. In de publiekscampagne zal hier specifiek aandacht voor zijn.

106

De leden van de D66-fractie constateren dat er veel is gedaan om de privacy van gebruikers te waarborgen. Uit een NOS bericht van 7 sept 2020 blijkt echter dat slechts 37% van de ondervraagden gelooft dat de informatie uit de app strikt vertrouwelijk is. Zij vragen welke maatregelen de Minister neemt om het vertrouwen van mensen terug te winnen en het vertrouwen niet verder te schaden.

Bij de ontwikkeling van CoronaMelder heb ik de grootst mogelijke transparantie betracht om daarmee het vertrouwen in de werking, veiligheid en waarborgen voor privacy te vergroten. In de landelijke publiekscampagne die bij landelijke introductie van CoronaMelder van start gaat, al ik ook uitgebreid aandacht voor schenken aan de privacy en de veiligheid van CoronaMelder en de waarborgen die ik heb genomen om de app veilig en betrouwbaar te maken.

107

Verder vragen de leden van de D66-fractie wie er verantwoordelijk is voor het vernietigen van de data als ze niet meer nodig is voor het doel, en hoe wordt gecontroleerd dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.

Voor de server en de gegevens op de server ben ik als Minister van VWS verwerkingsverantwoordelijke. Deze data wordt binnen de vastgestelde bewaartermijnen dagelijks geautomatiseerd gewist. Daarbij vindt controle plaats om vast te stellen dat er geen verouderde gegevens achterblijven. Gegevens die lokaal op de telefoon van gebruikers zijn opgeslagen worden geautomatiseerd gewist na 14 dagen. De gebruiker kan ook zelf te allen tijde alle op de telefoon opgeslagen gegevens verwijderen.

108 en 109

De leden van de D66-fractie merken op dat techniek die gebruikt wordt voor de detectie, bluetooth, niet voor een dergelijk gebruik is ontwikkeld, en dat deskundigen hun twijfel hebben geuit over de effectiviteit. Zij vragen waarom de Minister meent dat bluetooth toch geschikt is. Ook vragen zij of het gebruik van de app betekent dat gebruikers 24/7 hun bluetooth aangeschakeld moeten hebben en wat er gebeurt als een gebruiker bluetooth uitzet. Ook verwijzen de leden van de leden van de D66-fractie naar verschillende onderzoeken die de indruk geven dat er goede reden is om te denken dat het gebruik van een app ook bij relatief kleine deelname effect zal hebben als ondersteuning van het bron en contactonderzoek. Dit moet wel gemonitord en geëvalueerd worden, zo merken de leden van de D66-fractie op. Zij vragen hoeveel fout positieve en fout negatieve testresultaten de Minister verwacht.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de GroenLinks-fractie (vraag 257, 259, 261, 262, 264 en 265).

Om de geschiktheid van bluetooth te testen is een veldtest in Vught uitgevoerd. Hieruit bleek dat alhoewel bluetooth niet geschikt is voor het precies schatten van afstanden, het wel geschikt is om in voldoende mate te detecteren dat mensen in elkaars nabijheid zijn geweest. Wanneer bluetooth wordt uitgeschakeld, worden ontmoetingen niet geregistreerd.

In een aantal gevallen zal iemand juist wel een melding krijgen die niet binnen 1,5 meter was. Deze persoon was dan meestal wel binnen 3 meter afstand en altijd binnen 10 meter. Naar aanleiding van de veldtest is de verwachting dat deze situatie eveneens in circa 25% van de gevallen zal voorkomen (fout positieven). OP dit punt is de werking van de app vergelijkbaar met de reguliere bron- en contactopsporing. Ook hierbij kunnen niet alle contacten worden opgespoord en worden soms ook contacten opgespoord die op meer dan 1,5 meter zaten van de besmette persoon (denk bijvoorbeeld aan een restaurant waarbij getracht wordt met alle bezoekers contact te krijgen). Onder meer de begeleidingscommissie kwam tot het oordeel dat met deze resultaten invoering van de app zinvol is.

110

Ook wijzen de leden van de D66-fractie erop dat de impact van de app op het denken en handelen van mensen geëvalueerd moet worden. Zij vragen welke onderzoeken de Minister geïnitieerd heeft, en hoe zowel de effectiviteit als het effect van de CoronaMelder app geëvalueerd wordt.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de PvdA-fractie en de leden van de ChristenUnie-fractie (vraag 164 tot en met 166).

111

De leden van de D66-fractie vragen hoe de GGD’en op korte termijn de capaciteit hebben om het capaciteitstekort in zowel het testen als het bron- en contactonderzoek op te lossen.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de D66-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 1.

112

Verder verwijzen de leden van de D66-fractie naar een brief aan de Tweede Kamer waarin staat dat een notificatie geen indicatie is voor een test.20 Zij vragen of dit niet de effectiviteit en proportionaliteit van de app ondermijnt.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van 50PLUS-fractie (vraag 222), de SGP-fractie (vraag 236 tot en met 238) en de GroenLinks-fractie (vraag 248).

Dit wetsvoorstel ziet op explicitering van de grondslag voor de gegevensverwerking in het kader van CoronaMelder en strafbaarstelling van misbruik van de app. CoronaMelder is aanvullend op reguliere bron- en contactopsporing en de melding die volgt op de constatering dat de gebruiker in contact is geweest met een besmette persoon, bevat een handelingsadvies dat aansluit bij de LCI-Richtlijn covid-19. In de praktijktest werd onderzoek gedaan naar testen zonder klachten op de zevende dag na het risicovolle contact. Een van de gedachten hierbij was dat dit vooruitzicht mensen helpt om thuis te blijven. Door thuis te blijven en rekening te houden met een mogelijke besmetting worden ketens van besmetting doorbroken.

Ik laat onderzoek uitvoeren naar de toegevoegde waarde van asymptomatisch testen. Zodra de testcapaciteit toeneemt en de onderzoeksresultaten bekend zijn, zal ik het OMT en het RIVM vragen om het testbeleid te heroverwegen. Ik overweeg niet om de invoering van de app uit te stellen, omdat ook zonder asymptomatisch testen CoronaMelder toegevoegde waarde heeft voor de volksgezondheid.

Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

113

De leden van de PvdA-fractie vragen de meerwaarde van CoronaMelder in het bestrijden van de covid-19 virus op deze punten te duiden.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 40 en 112.

114

Ook vragen zij wat voor de regering de belangrijkste criteria zijn om te beoordelen dat CoronaMelder voldoende toegevoegde waarde in de praktijk heeft in de bestrijding van het coronavirus.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 110.

115

De leden van de PvdA-fractie merken op dat de effecten van CoronaMelder maandelijks worden gemonitord en zij vragen wat de regering gaat doen met de resultaten van deze monitoring en welke – eventuele – aanvullende acties in deze kunnen worden verwacht.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 103 en 110.

116

De leden van de PvdA-fractie merken op dat de app meer van betekenis is als meer mensen hem gedownload hebben en adequaat gebruiken. Het aantal downloads lijkt op dit moment te blijven steken bij zo’n 1,2 miljoen. Zij vragen wat de regering gaat doen om mensen te motiveren om CoronaMelder te gebruiken zonder de indruk te wekken dat de overheid het gebruik van deze app oplegt, c.q. mensen het gevoel hebben dat zij onder druk zijn gezet.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 102.

117

De leden van de PvdA-fractie vragen verder op welke wijze de regering specifiek aandacht heeft geschonken aan het inrichten van de juiste «defaults» en «nudges», zo vragen voornoemde leden.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 25.

118

Tevens vragen de leden van de PvdA-fractie welk effect het aantal gebruikers heeft op de toegevoegde waarde van de CoronaMelder-app op het opsporen van mensen die besmet zijn met het virus.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 25.

119

De leden van de PvdA fractie vragen wat het te verwachten effect is op de meerwaarde van CoronaMelder nu de app niet kan worden gedownload downloaden op een relatief groot aantal telefoons.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 88.

120

Voorts vragen de leden van de PvdA-fractie op welke wijze bij de inrichting en lancering van de app rekening wordt gehouden met de adviezen uit het rapport Weten is nog geen doen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.21

De praktische bruikbaarheid van CoronaMelder is met diverse doelgroepen getest. In gebruikersonderzoek is bekeken of de teksten in de app duidelijk zijn, of de userinterface duidelijk is, en of de gebruiker de door CoronaMelder gegeven adviezen begrijpt en kan opvolgen. De samenstelling van de onderzoeksgroep was een dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving, onder andere naar opleiding, leeftijd, (digitale) geletterdheid en sociale achtergrond. Daarnaast is onderzocht of de app bruikbaar is voor mensen met een visuele, motorische of auditieve handicap. Bij de ontwikkeling van CoronaMelder is een speciale taskforce Gedragswetenschappen ingesteld, onder leiding van Rik Crutzen (professor Behaviour Change & Technology aan de Universiteit van Maastricht) die heeft geadviseerd tijdens de ontwikkeling.

121

Op welke wijze heeft de regering specifiek aandacht geschonken aan het inrichten van de juiste «defaults» en «nudges», zo vragen voornoemde leden.

De functionaliteit van de app is beperkt tot de strikt noodzakelijke acties om risicovolle contacten te kunnen registreren en, in geval van een positieve coronatest, de willekeurige sleutels met de GGD te kunnen delen. De app heeft geen aanvullende opties of instellingen. Tijdens de installatie van de app moet de gebruiker akkoord gaan met de privacy-voorwaarden en de app «aanzetten». Voor beide acties is de «default» waarde dat er een uitdrukkelijk akkoord van de gebruiker nodig is. Tijdens de installatie wordt de gebruiker nogmaals herinnerd aan het de preventieve maatregelen ter voorkoming van een virus-besmetting. In het contact met de GGD wordt de gebruiker door de GGD door de functionaliteit heen geleid.

122

De leden van de PvdA-fractie merken op dat, zoals bekend, de coronapandemie helaas ongelijkheden vergroot in de samenleving. Zij vragen wat het effect is van CoronaMelder hierop.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de SGP-fractie (vraag 228 en 230).

Met de maatschappelijke impact van CoronaMelder is rekening gehouden bij de ontwikkeling en introductie door veel aandacht te besteden aan vrijwilligheid, het voorkomen van stigmatisering, toegankelijkheid voor zoveel mogelijk mensen en privacy. De impact van bijvoorbeeld de handelingsadviezen na een melding is daarbij uitgebreid onderzocht en de adviezen zijn hierop afgestemd. Daarnaast is de bredere sociaal-maatschappelijke impact aan de orde gekomen in een uitgevoerde ethische toets met zowel experts als burgers. Hierbij kwamen met name het belang van vrijwilligheid en solidariteit (dat men de app installeert om anderen te kunnen waarschuwen) naar voren. De maatschappelijke impact is tenslotte onderdeel van de doorlopende evaluatie. Via survey’s worden grote groepen representatieve burgers gevraagd naar de impact van de app op hun gedrag. Op basis van de resultaten kan de communicatie en/of het beleid kan worden gewijzigd als er ongewenste effecten optreden die niet voorzien zijn.

123

Ook vragen de leden van de PvdA-fractie welke inzet zij van de regering mogen verwachten om ongewenste neveneffecten tegen te gaan.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de ChristenUnie-fractie (vraag 166).

De werking van de wet en CoronaMelder zelf zal doorlopend worden geëvalueerd aan de hand van een vooraf vastgesteld evaluatieprotocol. Hierbij wordt op basis van het daadwerkelijke gebruik van de app in de samenleving de leidende gedachte achter CoronaMelder onderzocht: als zoveel mogelijk mensen CoronaMelder installeren en zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk en zo goed mogelijk de handelingsperspectieven ontvangen en daadwerkelijk opvolgen wordt dan inderdaad de tijd tussen infectie en testen waardoor verkort en wordt vervolgens ook verdere verspreiding van het virus ingedamd, verminderd of voorkomen? Daarbij wordt tevens bekeken of er wellicht niet beoogde neveneffecten zijn die om bijsturing vragen, waarbij ook ervaringen en inzichten uit het buitenland worden meegenomen. Deze doorlopende evaluatie leidt zo nodig tot aanpassingen en bijstellingen van de communicatie, het beleid en/of CoronaMelder zelf. De criteria die in samenhang de toegevoegde waarde bepalen zijn de adoptie van de app (zoals het aantal downloads), het gebruik van de app (is de app actief en hebben mensen hun telefoon bij zich), beoogde effecten (in welke mate worden de handelingsadviezen opgevolgd en waarom wel/niet), indirect beoogde effecten (leidt het gebruik van de app tot een daling van de besmettingsgraad) en niet beoogde effecten (leidt de app bijvoorbeeld tot verslapping van navolging van andere Coronamaatregelen)?

124, 125 en 133

De leden van de PvdA-fractie merken op dat CoronaMelder-app mensen waarschuwt als zij in aanraking zijn geweest met iemand die positief is getest op het covid-19 virus. Dan wordt van degene die gewaarschuwd wordt verwacht dat hij/zij daadwerkelijk actie onderneemt. De leden van de PvdA-fractie vragen zich af wat de regering gaat ondernemen om mensen te motiveren dan contact met de GGD op te nemen en in preventieve isolatie te gaan. Zij vragen verder of er onderzoek is gedaan naar welke interventies in deze effectief zijn om adequaat handelen van degene die gewaarschuwd heeft tot stand te brengen? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dat onderzoek en hoe is de regering daarmee omgegaan? Zo niet, vragen zij of de regering bereid is en van plan is hier aandacht aan te besteden en zo ja, op welke wijze.

De leden merken verder op dat wanneer mensen gewaarschuwd worden via de CoronaMelder-app zij geadviseerd worden om thuis te blijven. Het is nu al bekend dat veel mensen die geadviseerd worden om na contact met een positief getest persoon niet in preventieve isolatie gaan. De leden van de PvdA-fractie vragen wat de regering gaat (laten) doen – aanvullend op alle informatie en communicatie die nu al hierover verspreid wordt – om mensen ervan te overtuigen dat op dat moment thuis blijven het beste is. Ook vragen zij wat het verwachte effect is van het advies dat iemand kan krijgen om in preventieve isolatie te gaan op de geneigdheid van mensen om de app te gebruiken.

Een vergelijkbare vraag is gesteld door de leden van de SP-fractie (vraag 151).

Gebruikers van CoronaMelder krijgen na notificatie het handelingsadvies dar aansluit bij de op dat moment geldende LCI-Richtlijn covid-19. Op dit moment luidt dat advies, om ook zonder klachten tot 10 dagen na het moment van risicovolle contact thuis te blijven. Ik onderzoek nog manieren om mensen zo veel mogelijk te helpen om dit advies ook daadwerkelijk op te laten volgen. Door thuis te blijven en rekening te houden met een mogelijke besmetting worden mogelijk ketens van besmetting doorbroken.

In de praktijktest werd onderzoek gedaan naar testen zonder klachten op de zevende dag na het risicovolle contact. Een van de gedachten hierbij was dat dit vooruitzicht mensen helpt om thuis te blijven. Ik laat mij bij het opstellen en zo nodig aanpassen van de adviezen in CoronaMelder mede adviseren door de taskforce Gedragswetenschappen.

126 en 127

De leden van de PvdA-fractie merken op dat er signalen zijn dat de GGD’en nu al overbelast zijn. Uit de technische briefing, maar ook uit de media komt bovendien het beeld naar voren dat de GGD’en weinig meerwaarde zien van de CoronaMelder-app. De leden vragen of de regering dit beeld herkent, wat hieraan ten grondslag ligt en hoe de regering hiermee om denkt te gaan. De leden vragen verder als de regering het beeld niet herkent, hoe het dan kan dat in de technische briefing dit aangegeven werd.

De leden van de PvdA-fractie geven aan dat het gebruik van CoronaMelder Onmiskenbaar tot meerwerk zal leiden van medewerkers van de GGD. De leden vragen op welke wijze zij worden geëquipeerd om dit werk aan te kunnen? Ook vragen zij of de GGD’en deze extra vragen aankunnen, zo ja waar dit uit blijkt en zo nee, wat voor gevolgen dit dan heeft.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de 50PLUS-fractie (vraag 224 en 225) en de leden van de GroenLinks-fractie (vraag 253).

Met CoronaMelder worden meer mensen sneller opgespoord die langere tijd nabij een achteraf besmet gebleken persoon zijn geweest. Dit zal naar verwachting leiden tot meer vraag naar testen van die contacten en vervolgens tot meer bron- en contactopsporing als deze contacten ook besmet blijken te zijn.

Hoeveel meer mensen zullen worden getest om een besmetting vast te stellen of uit te sluiten en hoeveel meer contacten als gevolg daarvan moeten worden opgespoord ten opzichte van de reguliere bron- en contactopsporing zal moeten blijken in de praktijk en hangt mede af van het totaal aantal besmettelijke personen en het aantal contacten dat mensen hebben binnen de bestaande richtlijnen.

Daarbij geldt inderdaad dat de beschikbare capaciteit van zowel testen als bron- en contactopsporing op gespannen voet kan staan met de toenemende vraag. Mede daarom is een uitvoeringstoets uitgevoerd waarin op basis van de praktijktest inzichtelijk wordt gemaakt wat voor de GGD’en de uitvoeringsconsequenties zijn van de introductie van CoronaMelder. De uitkomsten zijn onder meer gebruikt voor gesprekken met de GGD over de benodigde capaciteit en voor het beoordelen of er zo ja welke mitigerende maatregelen nodig zijn. De GGD GHOR Nederland heeft in een brief aan VWS kenbaar gemaakt klaar te zijn voor introductie van CoronaMelder, mits is voldaan aan een aantal voorwaarden ten aanzien van testen uitsluitend bij klachten en beschikbaarheid van test- en analysecapaciteit.

128 en 129

In vervolg op vraag 127 vragen de leden van de PvdA-fractie naar de testcapaciteit. Nu besloten is docenten en zorgpersoneel voorrang te geven bij de testen, de herfst op komst en het aantal besmettingen toeneemt, zal de druk op de testcapaciteit nog meer gaan toenemen, zo merken zij op. Zij vragen of de regering dit probleem herkent. Zo ja, wat zij gaat doen om dit op te lossen en wanneer en zo niet, waarom niet.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 1.

Artikel 130

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering vreest voor implicaties voor het vertrouwen in de overheid als er na een signaal van CoronaMelder dat iemand dicht in de buurt is geweest met iemand met covid-19, de opvolging (contact met GGD en eventueel testen) niet adequaat is. Ook vragen zij wat de regering gaat doen om hierin verandering te brengen.

In deze tijd komen veel mensen voor het eerst zelf in aanraking met infectieziektenbestrijding en ook met bron- en contactopsporing als cruciaal instrument daarin. Bron- en contactopsporing zorgt voor waarschuwing van mensen die risico lopen en helpt ketens van infectie te stoppen doordat mensen tijdelijk hun gedrag aanpassen zodat ze niet onverhoopt anderen besmetten. Het is ook voor het eerst dat digitale hulpmiddelen op grote schaal een rol in kunnen spelen als aanvulling op bron- en contactopsporing. Met CoronaMelder kunnen meer mensen sneller worden opgespoord die langere tijd nabij een achteraf besmet gebleken persoon zijn geweest.

Bij de landelijke introductie van CoronaMelder zal veel aandacht worden besteed aan de werking van CoronaMelder, aan wat mensen kunnen doen bij een notificatie en aan de meerwaarde in het kader van de infectiebestrijding. Voor vragen over CoronaMelder is ook een aparte helpdesk ingericht. Daarmee wordt gewerkt aan het vertrouwen in CoronaMelder.

131

Voorts vragen de leden van de PvdA-fractie of zij goed hebben begrepen dat niet wordt overgegaan tot een advies te testen zonder klachten bij een notificatie omdat de testcapaciteit onvoldoende is en niet vanuit principiële bezwaren.

In het kader van onderzoek naar testen zonder klachten is in de praktijktest van CoronaMelder testen zonder klachten onderdeel geweest van het handelingsadvies. De evaluatie naar de effectiviteit van dit testen zonder klachten is nog niet afgerond. Vanwege de testcapaciteit is dit onderzoek bovendien op dit moment gestopt. Bij landelijke introductie zal CoronaMelder de adviezen bevatten voor nauwe contacten zoals opgenomen in de LCI-richtlijnen. Op dit moment geldt daarbij dat het advies is om te laten testen bij (milde) klachten.

132

Ook vragen de leden van de PvdA-fractie of de regering het met hen eens is dat voorrang bij testen zonder coronagerelateerde klachten niet aan de orde mag zijn als een vorm van impliciete druk c.q. verleidingsstrategie om CoronaMelder te gebruiken

Testen zonder klachten na notificatie was onderdeel van een breder onderzoek naar testen zonder klachten. Bij landelijke introductie zal CoronaMelder de adviezen bevatten voor (met CoronaMelder opgespoorde) nauwe contacten zoals opgenomen in de LCI-richtlijnen. Op dit moment is dat testen bij (milde) klachten. Het gebruik van CoronaMelder is vrijwillig en kan en mag niet gepaard gaan met enige vorm van verleiding tot gebruik.

134 tot en met 136

De leden van de PvdA-fractie refereren aan de technische briefing waar aan bod kwam dat uit simulaties zou blijken dat in zo’n 75% van de contacten binnen de gestelde criteria (binnen 1,5 meter en langer dan 15 minuten) adequaat geregistreerd worden. Zij merken op dat dat betekent dat 25% van de contacten onterecht niet als kritisch worden aangeduid. Zij vragen of uit de praktijktesten op dit punt al meer bekend is, zo ja welk beeld dit oplevert en zo nee of de regering op dit punt nog nadere informatie verwacht. Het valt de leden van de PvdA op dat bij het opstarten van CoronaMelder aan adequaat gebruik niet of nauwelijks aandacht wordt besteed. Waarom niet, zo vragen zij zich af. Daarbij vragen de leden van de PvdA-fractie welke voornemens de regering heeft om bij de bredere introductie van CoronaMelder aandacht te besteden aan effectief gebruik.

In een aantal gevallen zal iemand die binnen 1,5 meter was geen melding krijgen. Het kan dus voorkomen dat iemand wél een notificatie had moeten krijgen, maar die niet heeft gehad (fout negatieven). Dus het contact was langer dan 15 minuten en binnen 1,5 meter, maar de app heeft desalniettemin een te korte tijd of een te zwak signaal gemeten. Dat kan bijvoorbeeld komen omdat twee personen hun telefoon beide in de achterzak van hun broek hadden. Dan wordt het signaal ernstig verzwakt door de twee lichamen in het signaalpad. Alle contacten die wel een notificatie krijgen waren met zekerheid langere tijd in de nabijheid van een achteraf besmet gebleken persoon.

In een ander aantal gevallen zal iemand juist een melding krijgen die niet binnen 1,5 meter was. Deze persoon was dan meestal wel binnen 3 meter afstand en altijd binnen 10 meter.

Naar aanleiding van de veldtest is de verwachting dat deze situatie eveneens in circa 25% van de gevallen zal voorkomen (fout positieven). Op dit punt is de app vergelijkbaar met reguliere bron- en contactopsporing. Ook hierbij kunnen niet alle contacten worden opgespoord en worden soms ook contacten opgespoord die op meer dan 1,5 meter zaten van de besmette persoon (denk bijvoorbeeld aan een restaurant waarbij getracht wordt met alle bezoekers contact te krijgen).

De uitleg bij het voor de eerste keer opstarten van CoronaMelder is gericht op het goed en volledig informeren over de werking van de app en het bijbehorende gegevensgebruik. Dit zodat gebruikers een weloverwogen keuze kunnen maken over al dan niet in gebruik nemen van de app. CoronaMelder en communicatie zullen worden aangepast indien bevindingen uit de doorlopende evaluatie daartoe aanleiding geven.

137 en 138

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe de regering zicht houdt op veranderingen die Google en Apple doorvoert en welke veranderingen voor de regering aanleiding kunnen zijn om de app uit te zetten.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PvdA-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 46.

139

De leden van de PvdA-fractie vragen onder welke voorwaarden de regering het koppelen van de Nederlandse app aan de app’s van andere landen aanvaardbaar vindt.

De koppeling met andere landen is op dit moment nog niet mogelijk – de European Federated Gateway is nog in ontwikkeling. Er wordt op dit moment in eHealth verband in de «joint controller group» gewerkt aan de voorwaarden. Ik acht koppeling aanvaardbaar indien is voldaan aan de ook voor CoronaMelder geformuleerde uitgangspunten van vrijwilligheid, privacy, informatieveiligheid, grondrechten en nationale veiligheid. Daarbij hoort ook dat Nederland bij een dergelijke koppeling nooit méér gegevens zal uitwisselen dan binnen Nederland gebeurt.

140

Verder vragen de leden van de PvdA-fractie of er in de afgelopen maand nog nieuwe lessen zijn te trekken uit het werken met corona-apps in andere landen waar we ons voordeel mee kunnen doen en zo ja, welke lessen dat zijn.

Uit Duitsland weten we inmiddels dat lancering van de app veel vragen bij lokale GGD’en kan opleveren. Daarom is hier vóór de landelijke uitrol al een telefonische helpdesk en webcare ingericht. In Europees verband vindt wekelijks overleg plaats over dergelijke lessen.

141

De leden van de PvdA-fractie merken op dat de regering in haar reactie op het advies van de Raad van State aangeeft dat CoronaMelder wordt gedeactiveerd als deze onvoldoende effectief blijkt. Daarvan is onder andere sprake als de app geen bijdrage (meer) levert aan bredere, snellere en efficiënter opsporen van met het covid-19 geïnfecteerde personen, zo lezen zij in het antwoord van de regering.22 De leden vragen of de regering deze meer kwalitatieve beoordeling van de effectiviteit van de app kan duiden met maat en getal. Meer specifiek vragen zij om hoeveel geïnfecteerde personen het dan moet gaan en in welke tijdsperiode. Ook vragen zij hoe dit wordt gemeten.

De effectiviteit van CoronaMelder is afhankelijk van diverse factoren waarbij kwalitatieve en kwantitatieve factoren samenhangen zoals het aantal downloads en de mate waarin handelingsadviezen opgevolgd worden. Vanuit het oogpunt van infectiebestrijding gaat het om het verkorten van de tijd tussen de identificatie van de besmet persoon door een test en het moment waarop personen, die langer dan een bepaalde periode in de buurt geweest zijn, voorzien zijn van een handelingsperspectief en relevante bijbehorende informatie. Om dit te meten worden zowel survey’s uitgezet als kwantitatieve gegevens verzameld gedurende het proces van testaanvragen en bron- en contactonderzoek. De onderzoeksresultaten uit Nederland worden vergeleken met de onderzoeksresultaten uit het buitenland. Er zijn nog geen gegevens beschikbaar op basis waarvan kwantitatieve voorspellingen kunnen worden gedaan anders dan wetenschappelijke simulatie-onderzoeken.

Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

142

De leden van de PVV-fractie vragen hoe de GGD vaststelt of een persoon mogelijk is geïnfecteerd met het virus. Zij vragen of dat enkel is door middel van de zogenaamde PCR test en zo nee welke test(en) er nog meer door de GGD worden gebruikt om infectie met het Sars-CoV-2 vast te stellen.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PVV-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 42.

143

De leden van de PVV-fractie lezen in de memorie van toelichting dat «alleen in geval van bronopsporing waarbij gebouwen, vervoermiddelen of goederen, waarvan wordt vermoed dat deze zijn besmet met het coronavirus, dat deze op basis van de Wet publieke gezondheid (Wpg) door de burgemeester of voorzitter van de veiligheidsregio kunnen worden gedwongen om medewerking te verlenen.» Zij vragen de Minister dergelijke gebouwen, vervoermiddelen of goederen nader te specificeren.

Dit betreft het op dit moment al geldende artikel 47 van de Wpg, waarin is geregeld dat de voorzitter van de veiligheidsregio bij een vermoeden van een besmetting terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen kan controleren op de aanwezigheid van een besmetting, zonodig door het nemen van monsters. Bij een vastgestelde besmetting kunnen deze terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen worden ontsmet en kunnen voorschriften van technisch-hygiënische aard worden gegeven. Degenen die over die terreinen en ruimten gaan moeten op grond van deze bepaling hier verplicht aan meewerken.

Wat onder een gebouw, vervoermiddel en goed moeten worden verstaan is geregeld in de onderdelen s tot en met u van artikel 1 van de Wpg:

  • een gebouw is elk bouwwerk dat een overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging;

  • een vervoermiddel is een luchtvaartuig, schip, trein of wegvoertuig en

  • een goed is een tastbaar product, met inbegrip van planten en met uitzondering van dieren, vervoermiddelen en lijken in de zin van artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet op de lijkbezorging.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat artikel 47 Wpg geenszins betrekking heeft of kan hebben op het gebruik van CoronaMelder.

144

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie waaruit de in vraag 143 genoemde medewerking zou moeten bestaan, en of er in een dergelijke situatie gedwongen persoonsgegevens moeten worden afgegeven die in relatie staan met de gezondheid.

De verplichte medewerking bij een gegrond vermoeden van een besmetting omvat:

  • controle door de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio van terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen controleren op de aanwezigheid van een besmetting, zonodig door het nemen van monsters;

  • voorschriften van technisch-hygiënische aard en

  • het ontsmetten van terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen, met inbegrip van de vernietiging van vectoren.

In het geval van een besmetting waarbij ernstig gevaar dreigt voor de volksgezondheid, kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio op grond van artikel 47 Wpg bovendien:

  • gebouwen of terreinen dan wel gedeelten daarvan sluiten;

  • een verbod uitvaardigen tot het gebruik maken of betreden van vervoermiddelen;

  • waren vernietigen

Het gaat hier dus niet om testen of controle op personen. Er kan in deze situatie dus geen sprake zijn van het gedwongen moeten afgeven van (bijzondere) persoonsgegevens.

145

De leden van de PVV-fractie constateren dat om alle misverstanden uit te sluiten er schriftelijke afspraken met Apple en Google zijn gemaakt waarin is vastgelegd dat Apple en Google de gegevens uit CoronaMelder niet voor andere doelen zullen worden gebruikt/verwerkt. Zij vragen wie dat controleert.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de PVV-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 46.

146

De leden van de PVV-fractie vragen waarom de in het kader van CoronaMelder gegeneerde gegevens pas 14 dagen na verwijdering van de app worden verwijderd en niet per direct. Ook vragen zij of er een situatie denkbaar is dat het aantal dagen meer of minder zal zijn dan 14.

De codes worden niet opgeslagen in de app maar in de api op de telefoon zelf. Het verwijderen van de app heeft daarom geen effect op de aangemaakte en verzamelde opgeslagen codes. Gegevens worden nooit langer op de telefoon bewaard dan 14 dagen. Korter kan wel, de gebruiker kan namelijk te allen tijde zelf de op de eigen telefoon opgeslagen codes verwijderen.

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

147

De leden van de SP-fractie merken op dat daar waar het gaat om de app zelf de Minister weliswaar eerst een valse start heeft gemaakt, maar daarna een voor de overheid verfrissende aanpak gekozen. Resultaat is een app waar technisch weinig op af te dingen lijkt te zijn. In de Tweede Kamer vroeg collega Hijink of de Minister bereid was om aan collega Knops te vragen lessen mee te nemen die er uit de aanpak van dit project te trekken zijn.23 De Leden vragen zich af wat de uitkomst van dat overleg is geweest en horen graag wat de conclusie was van de collega van de Minister.

Dit overleg is nog gaande. Ik kan de uitkomst daarvan dan ook nog niet met u delen.

148

De leden van de SP-fractie merken op dat met name het gebruik van Open Source iets is wat in de overheid altijd sceptisch wordt bekeken, maar hier voor een groot draagvlak heeft gezorgd. De leden vragen of de Minister dit met hen eens is?

De transparantie in de totstandkoming van CoronaMelder heeft naar mijn indruk inderdaad bijgedragen aan het draagvlak. Dat betreft niet alleen de transparantie met betrekking tot de broncode, maar bijvoorbeeld ook de ontwerpen, de architectuur, de inrichting van de informatiebeveiliging, etc.

149

De leden van de SP-fractie geven aan dat, wat betreft de randvoorwaarden, er nu het wetsvoorstel ligt. Dit dient om de randvoorwaarden neer te leggen rondom het gebruik van de app. De Leden vinden dit een goed wetsvoorstel, zeker na de amendering van de Tweede Kamer. De leden vragen wel waarom de Minister niet heeft gewacht met het uitrollen van de app, voordat het wetsvoorstel door beide Kamers is geaccepteerd? Dan had het juridische kader er ook gelegen.

Ik hou landelijke introductie van de app aan tot inwerkingtreding van de wet. Op 17 augustus is er wel gestart met een praktijktest van CoronaMelder om de impact van de invoering op de werkprocessen van de GGD te onderzoeken. De praktijktest vindt plaats in vijf GGD-regio’s (Twente, IJsselland, Drenthe, Gelderland Zuid en Noord- en Oost-Gelderland).

150

De leden van de SP-fractie merken op dat het ronduit ongelukkig is dat het Ministerie van de Minister zelf druk heeft uitgeoefend om de app te laten installeren door maaltijdbezorgers. Tegelijkertijd geeft dit aan hoe kwetsbaar het al dan niet adviseren van de app kan zijn, het is ook hoe de ontvanger zoiets ervaart. De leden vragen hoe de Minister hier tegen aankijkt?

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de SP-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 23.

151

De leden van de SP-fractie merken op dat het doel van de app volgens de Minister is dat mensen die zijn de buurt zijn geweest van iemand die corona bleek te hebben en klachten hebben thuis blijven. Maar daarvoor hoeven we de app niet te hebben, dat is namelijk sowieso het devies. Bij klachten blijf thuis. De app zou juist aanleiding moeten geven tot testen, zelfs zonder klachten.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de SP-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 124.

152

De leden van de SP-fractie vragen zich af waarom die lijn niet gevolgd is. Zij vragen of dat te maken heeft met de testcapaciteit? De leden vragen wat de toegevoegde waarde van de app is, wanneer de adviezen gelijk zijn aan mensen die de app niet gebruiken en of mensen zich niet toch laten testen bij een melding ook al zijn er geen klachten.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de SGP-fractie (vraag 233 tot en met 235).

Gebruikers van CoronaMelder krijgen na notificatie het advies dat is opgenomen in de LCI-Richtlijn covid-19 als het gaat om zogenaamde «nauwe contacten». Op dit moment luidt dat advies om ook zonder klachten tot 10 dagen na het moment van het risicovolle contact thuis te blijven en zich te laten testen bij (milde) klachten. In de praktijktest werd onderzoek gedaan naar testen zonder klachten op de zevende dag na het risicovolle contact. Een van de gedachten hierbij was dat dit vooruitzicht mensen helpt om thuis te blijven. Door thuis te blijven en rekening te houden met een mogelijke besmetting worden ketens van besmetting doorbroken. In verband met de beperkte testcapaciteit is inmiddels gestopt met dit onderzoek. De onderzoeksresultaten zijn nog niet bekend.

Vragen en opmerkingen van de ChristenUnie-fractie

153 en 154

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Minister kan bevestigen dat privacy, beveiliging en toegankelijkheid de belangrijkste waarden waren in de ontwikkeling van CoronaMelder en dat dit ook de volgorde was. Ook vragen zij of het tijdens het ontwerpproces ook gelukt is om deze waarden te realiseren dan wel of er tijdens het ontwerpproces dilemma’s zijn opgetreden die alleen opgelost konden worden door een van de waarden minder tot zijn recht te laten komen.

Bij de ontwikkeling van CoronaMelder heb ik inderdaad hoge eisen gesteld aan privacy, informatieveiligheid, nationale veiligheid, bruikbaar en toegankelijkheid. Ik heb op geen van deze onderdelen concessies gedaan en hanteer daarin daarom geen volgorde.

155

De leden van de ChristenUnie-fractie verwijzen naar een brief die de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) in verband met het wetsvoorstel Wet digitale overheid24 aan de Staatssecretaris van BZK heeft gestuurd met betrekking tot de waarden «privacy by design» en «open source».25 Zij vragen of de CoronaMelder volledig voldoet aan de eisen van «privacy by design» en «open source».

Ja, CoronaMelder voldoet aan de eisen omtrent privacy by design en open source. Voor wat betreft privacy by design is dit expliciet bevestigd door de Autoriteit Persoonsgegevens in haar advies van 6 augustus 2020. De AP schrijft: «De AP constateert met genoegen dat deze is ontworpen volgens de «privacy-by-design»-standaard.» CoronaMelder is ook volledig open source ontwikkeld waarbij de code tijdens het ontwikkelen voortdurend openbaar is gemaakt.

156 en 157

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben veel waardering voor het feit dat er een ethische analyse is gedaan van de notificatie app en voor de inhoud van die analyse.26 Zij merken op dat het expert panel een tiental waarden heeft geïdentificeerd die leidend moeten zijn in de ontwikkeling van de app. Zij vragen de Minister per waarde aan te geven in hoeverre de betreffende waarde gerealiseerd is en dit ook voor elke waarde stevig te onderbouwen met voorbeelden, kwalitatieve en kwantitatieve gegevens.

Ook vragen de leden van de ChristenUnie-fractie per aanbeveling van het panel stevig onderbouwd aan te geven in hoeverre de betreffende aanbeveling opgevolgd is c.q. zal worden.

Op grond van de kernwaarden komt het ethische expertpanel tot een aantal aanbevelingen die zich in belangrijke mate richten op:

  • een adequate wettelijke regeling die zorgt voor adequate doelomschrijving en doelbeperking, in het bijzonder wat betreft gebruik door de overheid, maar ook door private partijen. Het gebruik van de app dient geheel vrijwillig te zijn, maar de overheid zou wel een moreel appèl mogen doen op burgers om de app te gebruiken in het kader van de collectieve verantwoordelijkheid voor het tegengaan van de pandemie.

  • Onderzocht moet worden of de app voor iedereen toegankelijk is. De overheid dient de sociale impact van de app zorgvuldig te monitoren. Om te voorkomen dat de app een cultuurverandering inluidt waarin mensen minder huiverig worden voor surveillance, dient de app te worden ingezet en gepositioneerd als een middel voor digitale solidariteit.

  • De app zou pas algemeen beschikbaar moeten komen als de testen en DPIA positief zijn, en niet alleen de app zelf, maar ook de omringende infrastructuur gereed is, waaronder informatievoorziening, klachtmogelijkheden en ondersteunende en randvoorwaardelijke wet- en regelgeving.

De aanbevelingen van het ethische expertpanel komen voort uit het gesprek over de kernwaarden en zijn in belangrijke mate verwerkt in het wettelijk borgen van de vrije keuze om de app wel of niet te gebruiken. Er zijn geen drempels voor installeren (bijv. kosten) maar ook worden geen incentives gegeven (voordelen bij installeren, of nadelen bij niet installeren) waardoor mensen zich gedwongen kunnen voelen de app te installeren. Aan weigering van de app zijn bijvoorbeeld geen nadelen verbonden, en burgers krijgen via de app geen hulp die ze zonder de app niet zouden krijgen. Daarbij is er een meldpunt opgericht waar overtredingen van de antimisbruikbepaling gemeld kunnen worden en kunnen overtredingen worden gesanctioneerd. Dit alles in het belang van het bewaken van de vrijwilligheid rond het al dan niet gaan gebruiken van CoronaMelder.

De andere aanbevelingen richten zich in hoge mate op de toegankelijkheid voor iedereen. CoronaMelder is zo laagdrempelig en gebruikersvriendelijk mogelijk ontworpen (diverse talen worden ondersteund en bij de ontwikkeling is ook rekening gehouden met onder meer blinden/slechtzienden, laaggeletterden, digitaal minder vaardige mensen). CoronaMelder is ontworpen en gebouwd op Web Content Accessibility Guidelines (WCAG)2.1 AA niveau. Bij landelijke introductie zal CoronaMelder aan alle 50 punten van de richtlijn voldoen.

Andere aanbevelingen zoals het monitoren van de sociale impact van de app zijn opgevolgd door dit mee te nemen in de survey’s van de doorlopende evaluatie. Daarin wordt onderzocht wat het effect is op het gedrag van individuen, het proces van bron- en contactopsporing en op de virusverspreiding. De doorlopende evaluatie is opgezet in samenwerking met taskforces zowel gericht op epidemiologie, gedragswetenschap als digitale innovatie.

De aanbeveling rondom solidariteit komt als kernwaarde terug in de publiekscampagne waarin de app conform de aanbeveling van de ethische analyse wordt ingezet en gepositioneerd als een middel voor digitale solidariteit, waarbij de vrijwilligheid van gebruik van de app evengoed wordt benadrukt.

Tenslotte is voorzien in een door de Autoriteit Persoonsgegevens beoordeelde DPIA en is in het wetsvoorstel ingegaan op de opmerkingen van de Autoriteit Persoonsgegevens. Naast de app zelf is de omringende infrastructuur (incl. het door de GGD-en gebruikte webportaal tijdens de bron- en contactopsporing) opgezet en getest (ook door GGD-en). De informatievoorziening wordt continue actueel gehouden voor zowel burgers en GGD-en in samenhang met beleidswijzigingen (bijvoorbeeld het testbeleid) en veelgestelde vragen vanuit de Helpdesk CoronaMelder. De helpdesk is ten behoeve van slechthorende/dove mensen ook per mail bereikbaar.

158 en 159

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de ethische commissie benadrukt dat het gebruik van CoronaMelder geheel vrijwillig is maar dat de overheid wel een moreel appèl mag doen in het kader van de collectieve verantwoordelijkheid. De leden van de ChistenUnie-fractie vragen de Minister hoe hij die dubbele boodschap in zijn communicatie wil vormgeven zonder afbreuk te doen aan een van beiden. De waarden «geheel vrijwillig» en «moreel appel» kunnen tot dilemma’s leiden in de zorg voor kwetsbare Nederlanders. Immers, het gebruik van CoronaMelder kan gezien worden als een middel om de zorg voor die groep Nederlanders veiliger te maken. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of er inderdaad sprake is van dilemma’s, wat de belangrijkste zijn en hoe daarmee om zou moeten worden gegaan.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 105.

160

Ook vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of de Minister daarover overleg heeft gevoerd met de verschillende organisaties in de zorg, bijvoorbeeld de KNMG en wat er uit dat overleg is gekomen.

Het onderhavige wetsvoorstel is voor advies voorgelegd aan diverse organisaties in de zorg zoals de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de branchevereniging van organisaties in de eerstelijnszorg (InEen) en de Artsenfederatie KNMG.

KNMG vraagt onder meer aandacht voor de noodzaak tot aansluiting bij het Richtsnoer van de EDPB, de onderbouwing van doel en noodzaak van CoronaMelder, de toepasselijkheid van de AVG en duidelijkheid over de verwerkingsverantwoordelijke voor CoronaMelder. In lijn met het advies van de KNMG is de toelichting ten aanzien van deze onderwerpen op verschillende onderdelen aangevuld. Ook is in artikel 6d opgenomen dat de Minister de verwerkingsverantwoordelijke voor CoronaMelder is.

Over de opmerking van de KNMG dat er vanuit de samenleving een zekere druk kan uitgaan om CoronaMelder bij een eenmaal vastgestelde besmetting te gebruiken wordt opgemerkt dat voor anderen niet te controleren valt of iemand gebruik maakt van CoronaMelder. Ook de GGD kan dit niet nagaan. Bovendien mogen derden, waaronder ook de GGD, op grond van de antimisbruikbepaling niet verplichten tot gebruik van CoronaMelder.

Verder vraagt de KNMG of CoronaMelder leidt tot wijzing van richtlijnen voor zorgaanbieders. Bijvoorbeeld of de huisarts als er een besmet persoon in de wachtkamer heeft gezeten, ook na de ingebruikname van CoronaMelder iedereen moet informeren die daar op dat moment was. CoronaMelder leidt niet tot wijziging van dergelijke richtlijnen. Het is immers niet bekend wie CoronaMelder gebruikt en wie er dus al dan niet een bericht ontvangt dat hij risicovol in de nabijheid van een besmet persoon is geweest. Tot slot wijst de KNMG, evenals de AP, op een eerder abusievelijk in de toelichting opgenomen passage over mogelijk toekomstige applicaties voor andere doelen dan bron- en contactopsporing. Deze passage is geschrapt.

161

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19 tot veel onrust op de sociale media leidt. Burgers zijn bang dat Nederland een dictatuur wordt die geregeerd gaat worden door bepaalde politieke, financiële en/of industriële krachten. In de visie van de leden is deze angst in hoge mate gebaseerd op desinformatie. Zij vragen de Minister waar deze desinformatie vandaan komt (binnenland, buitenland, typen organisaties) en wie deze «campagnes» financiert. Ook vragen zij hoe de Minister met deze desinformatie wil omgaan c.q. wil bestrijden.

Er is geen signaal dat er sprake is van geregisseerde desinformatie. In deze tijd komen veel mensen voor het eerst zelf in aanraking met infectieziektenbestrijding en ook met bron- en contactopsporing als cruciaal instrument daarin. Daarbij is het ook voor het eerst dat digitale hulpmiddelen daar op grote schaal een rol in kunnen spelen. Met CoronaMelder kunnen meer mensen sneller worden opgespoord die langere tijd nabij een achteraf besmet gebleken persoon zijn geweest. Dat dit kan zonder te weten wie je bent, waar je bent en met wie je in contact bent geweest, is niet altijd vanzelfsprekend voor mensen. Onbekendheid en onzekerheid daarover kan wantrouwen voeden. Daarom zal in de beoogde landelijke publiekscampagne ook veel aandacht worden besteed aan het doel van CoronaMelder en de werking.

162

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of de invoering van de wet gepaard gaat met een brede campagne. Zo ja, of er voldoende budget beschikbaar is om een krachtige campagne te voeren en wat de belangrijkste doelgroepen voor deze campagne zijn.

Voor antwoord op deze vraag van de leden van de ChristenUnie-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 24 en 102.

163

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welk doel de Minister nastreeft m.b.t. het aantal gebruikers

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de ChristenUnie-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 25.

164 en 165

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister hoe hij de effecten van deze wet gaat evalueren. Met name vragen zij zich af hoe het spanningsveld «vrijwilligheid» en «moreel appèl / solidariteit» geëvalueerd gaat worden.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 110.

166

Daarnaast vragen de leden van de ChristenUnie-fractie op welke manier «onverwachte» of «onvoorziene» sociale effecten onderzocht gaan worden.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de ChristenUnie-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 123.

Vragen en opmerkingen van de PvdD-fractie

167

De leden van PvdD-fractie vragen of de Minister het wenselijk acht dat personen die een notificatie krijgen vanaf dat moment contacten met kwetsbare personen mijden.

Personen die een notificatie krijgen, wordt geadviseerd om thuis te blijven en zich te laten testen bij klachten. Dit is het advies voor nauwe contacten conform de LCI-Richtlijn.

168

De leden van PvdD-fractie vragen voorts wat de Minister bedoelt met kwetsbare personen.

Met kwetsbare personen worden personen bedoeld, die een verhoogd risico lopen op besmetting met covid-19.

169

Als met kwetsbare personen bedoeld wordt ouderen of andere personen die mogelijk meer moeite hebben om eventuele besmetting goed te doorstaan, waarom zou het mijden van die personen terwijl andere personen niet worden gemeden, leiden tot «het doorbreken van ketens van besmetting», zo vragen de leden van de PvdD-fractie.

Het mijden van contact met kwetsbare personen en niet-kwetsbare personen zal beiden leiden tot het doorbreken van ketens van besmetting. Echter, het risico op besmetting met covid-19 is voor kwetsbare personen groter.

170

Ook vragen de leden van PvdD-fractie of de Minister het wenselijk acht dat personen die de notificatie krijgen vanaf dat moment contacten met andere personen zoveel mogelijk mijden, zo ja op welke grond en zo nee, welk gedrag dan van die persoon wordt verwacht.

Mensen die een notificatie ontvangen uit CoronaMelder, wordt geadviseerd om thuis te blijven tot tien dagen na het contact. Dit advies volgt uit de LCI-Richtlijn covid-19. Door thuis te blijven en rekening te houden met een mogelijke besmetting worden ketens van besmetting doorbroken.

171

De leden van PvdD-fractie vragen of uit onderzoek is gebleken welke gedragsverandering is te verwachten van personen die de notificatie krijgen als deze niet een oproep omvat om zich te laten testen en zo ja welke gedragsverandering.

Er zijn nog geen empirische onderzoeksresultaten naar notificatieapps en de impact op het gedrag van mensen. De komende maanden vindt onderzoek samen met andere lidstaten van de EU plaats.

172

De leden van PvdD-fractie merken op dat een notificatie kan worden ontvangen door een persoon die géén van de symptomen heeft die met covid-19 in verband kunnen worden gebracht en die niet een test heeft ondergaan waaruit blijkt dat hij besmet is. Zij vragen of uit onderzoek is gebleken onder welke omstandigheden zo’n persoon een gedragsverandering zal ondergaan die van belang is om «ketens van besmetting te doorbreken» en zo ja welke.

Uit een representatieve enquête onder Nederlanders tijdens de veldtest van CoronaMelder bleek dat mensen de intentie hebben om de adviezen in de app op te volgen. Een ruime meerderheid van de testers geeft aan zich te willen laten testen als zij een notificatie krijgen ongeacht of ze wel of geen (ernstige) klachten hebben. Ook geeft een meerderheid aan zoveel mogelijk thuis te blijven na een notificatie. Naarmate de klachten ernstiger worden, geven mensen vaker aan een arts te zullen raadplegen.

173

Voorts vragen de leden van PvdD-fractie in welke gevallen iemand die een notificatie heeft ontvangen maar geen symptomen heeft wordt aangeraden zich te laten testen.

Personen die een notificatie hebben ontvangen uit CoronaMelder, wordt geadviseerd om zich te laten testen bij klachten. Het is mogelijk dat dit advies, opgenomen in de LCI-Richtlijn covid-19, in de toekomst zal wijzigen.

174

De leden van PvdD-fractie vragen in welke gevallen aan zo’n persoon, indien hij zich nog niet heeft laten testen in de periode waarin hij blijkens de notificatie in aanraking is geweest met een besmet persoon en hij geen symptomen heeft, niet wordt gevraagd zich te laten testen.

Personen die een notificatie hebben ontvangen uit CoronaMelder, wordt op dit moment niet gevraagd om zich te laten testen als men geen klachten heeft. Het is mogelijk dat dit advies, opgenomen in de LCI-Richtlijn covid-19, in de toekomst zal wijzigen.

175

Tevens vragen de leden van PvdD-fractie of de Minister het aanvaardbaar acht dat aan zo’n persoon, indien hij zich nog niet heeft laten testen in de periode waarin hij blijkens de notificatie in aanraking is geweest met een besmet persoon en hij geen symptomen heeft, niet gevraagd wordt zich te laten testen.

Personen die een notificatie hebben ontvangen uit CoronaMelder, wordt evenals andere nauwe contacten zonder klachten, op dit moment niet gevraagd om zich te laten testen als men geen klachten heeft. Het is mogelijk dat dit advies, opgenomen in de LCI-Richtlijn covid-19, in de toekomst zal wijzigen.

176

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar artikel 22 van de Wpg waarin is geregeld dat bij een vermoeden dat een persoon lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A, een melding dient plaats te vinden aan de GGD. Zij vragen op welk moment er voor een persoon die naar aanleiding van een notificatie van CoronaMelder contact opneemt met de GGD, sprake is van een vermoeden als bedoeld in artikel 22 dat de betrokkene zou kunnen lijden aan covid-19.

De arts van de GGD kan bij een door hem onderzocht persoon het vermoeden hebben of doen vaststellen dat deze aan een infectieziekte behorend tot groep A, zoals covid-19 lijdt. De vaststelling geschiedt via een test door tussenkomst van een laboratorium. Dit vermoeden zal dus niet op basis van de notificatie van CoronaMelder kunnen bestaan.

177

Voorts vragen de leden van de PvdD-fractie of het voor de in vraag 176 bedoelde persoon voor een vermoeden als bedoeld in artikel 22 dat hij mogelijk lijdt aan covid-19 voldoende is dat hij meldt dat hij één van de bij covid-19 behorende symptomen heeft en zo nee, waarom niet.

In de praktijk wordt er geen meldingsplicht meer gehanteerd bij een vermoeden van covid-19, maar wordt enkel de vaststelling gemeld (aan de GGD). Als een persoon meldt dat hij een dergelijk symptoom heeft, zal de arts van de GGD een test aanraden om uitsluitsel te bieden. Overigens ziet artikel 22 op de meldingsplicht van artsen, zoals huisartsen of ziekenhuisartsen, aan de arts infectieziektebestrijding van de GGD. Als laatstgenoemde arts direct op de hoogte wordt gebracht via een betrokken (besmet) individu heeft dit artikel geen betekenis. De arts infectieziektebestrijding zal dan immers via dat directe contact kunnen besluiten over een door te voeren bron- en contactonderzoek.

178

Indien de betreffende persoon meldt dat hij één van de bij covid-19 behorende symptomen heeft, acht de Minister het dan verantwoord dat die persoon weigert zich te laten testen, zo vragen de leden van de PvdD-fractie.

In algemene zin is de lijn dat mensen zich laten testen bij klachten, dus in algemene zin vind ik het niet verantwoord als mensen dat niet doen als zij klachten hebben. Het is en blijft echter een advies dat iemand zich laat testen bij klachten. Mensen zijn in beginsel vrij om van dat advies af te wijken.

179

In vervolg op vraag 178 vragen de leden van de PvdD-fractie of op grond van de Wpg een bevoegdheid kan worden aangewend om de betrokkene te verplichten zich te laten testen en zo ja, aan welke wetsbepaling die bevoegdheid wordt ontleend.

Een dergelijke zelfstandige bevoegdheid is er niet. Wel bestaat er de bevoegdheid om onderzoek in het lichaam te verrichten bij iemand die onderworpen is aan de maatregel van isolatie (artikel 31 Wpg). Daarbij moet dan zijn voldaan aan de voorwaarden die in dat artikel zijn genoemd, en vindt een rechterlijke toets plaats (artikel 39–41 Wpg).

180

De leden van de PvdD-fractie vragen of het wetsvoorstel Tijdelijke Wet maatregelen covid-19 in een in de vorige vraag bedoelde bevoegdheid voorziet.

Dat is niet nodig, want de Wpg regelt dit nu al.

181

De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister het wenselijk acht dat de wet op dit punt wordt aangevuld.

Nee dit is niet nodig omdat de Wpg dit nu al regelt. Hierbij wordt ook verwezen naar het antwoord op vraag 179 en 180.

182

Indien een persoon die naar aanleiding van de notificatie de GGD meldt dat hij één van de bij covid-19 behorende symptomen heeft maar dat hij niet bereid is zich te laten testen, wettelijk kan worden verplicht zich te laten testen, wordt die informatie dan verstrekt aan degenen die de CoronaMelder hebben gedownload of overwegen dat te doen, zo vragen de leden van de PvdD-fractie.

Nee, deze informatie wordt niet via CoronaMelder verstrekt.

183

De leden van de PvdD-fractie merken op dat mensen naar aanleiding van een notificatie contact zullen opnemen met de GGD. Zij veronderstellen dat dat de personen – al dan niet daartoe bevraagd door de GGD – in dat contact informatie verschaffen over symptomen die bij covid-19 behoren, indien zij die hebben.

De leden van de PvdD-fractie vragen of de melding van betrokkene dat hij één van de symptomen heeft die bij covid-19 horen, voor de toepassing van artikel 27 Wpg op één lijn wordt gesteld met de melding als bedoeld in artikel 22, eerste lid van die wet.

Nee, dat is niet het geval. Het door een persoon melden van één van de symptomen die bij covid-19 horen, kan immers niet worden gelijkgesteld met de situatie waarin een arts vermoedt of vaststelt dat een door hem onderzochte persoon covid-19 heeft.

184

Voorts vragen de leden van de PvdD-fractie of de situatie waarin betrokkene bereid is een test te ondergaan, en deze test wordt door de GGD uitgevoerd en leidt tot de vaststelling dat de betrokkene lijdt aan covid-19, op één lijn wordt gesteld met de melding als bedoeld in artikel 22, eerste lid Wpg.

Artikel 22 Wpg is dan niet aan de orde. Als de uitslag van het laboratorium een besmetting meldt, zal de GGD hierin aanleiding (kunnen) zien te starten met de bron- en contactopsporing.

185

Ook vragen de leden van de PvdD-fractie, waar wettelijk is geregeld dat de GGD verplicht is tot de in artikel 27 en 28 van de Wpg bedoelde meldingen wanneer op basis van informatie van de betrokkene of van een test het vermoeden bestaat of is vastgesteld dat hij lijdt aan covid-19?

Ik verwijs graag naar het antwoord op voorgaande vragen waarin aan de hand van de vragen van de leden van de PvdD-fractie de werking van de Wpg in de praktijk is uiteengezet.

186

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar artikel 31, eerste lid Wpg waarin de voorwaarden zijn opgenomen voor verplichte «isolatie» van een persoon van wie is vastgesteld dat hij lijdt aan covid-19 of ten aanzien van wie het gegronde vermoeden daarvan bestaat. Zij vragen of in de situatie dat een persoon naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD, zich heeft laten testen en gebleken is dat de betrokkene lijdt aan covid-19, volgens de Minister dan met betrekking tot die persoon voldaan is aan de in artikel 31, eerste lid Wpg genoemde voorwaarden?

Artikel 31 Wpg bevat een regeling voor het geval dat een persoon die lijdt aan covid-19 niet vrijwillig in isolatie wil gaan. Daarbij moet voldaan zijn verschillende voorwaarden die in artikel 31 genoemd staan: zo moet er een ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaan dat niet op andere wijze effectief kan worden afgewend. Het enkele feit dat iemand een notificatie heeft gehad is in ieder geval geen reden voor toepassing van artikel 31 Wpg.

187

Ook vragen de leden van de PvdD-fractie of in de situatie waarbij een persoon naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD en heeft aangegeven één of meer symptomen te hebben van covid-19 maar zich niet heeft laten testen, volgens de Minister met betrekking tot die persoon is voldaan aan de in artikel 31, eerste lid Wpg genoemde voorwaarden?

Nee, dan is er niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, eerste lid, Wpg.

188

Voorts vragen de leden van de PvdD-fractie of de betrouwbaarheid van de testen die op dit moment worden uitgevoerd, volgens de Minister voldoende is om te concluderen dat bij een positief testresultaat is voldaan aan voorwaarde a in het eerste lid van artikel 31 Wpg.

De testen die op dit moment worden uitgevoerd zijn betrouwbaar om te kunnen vaststellen dat iemand geïnfecteerd is met covid-19. Daarmee wordt dus voldaan aan voorwaarde a, van genoemd eerste lid.

189

De leden van de PvdD-fractie vragen tevens of de Minister voornemens is om een aanwijzing te geven aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s tot toepassing van de in artikel 31, eerste lid Wpg toegekende bevoegdheid met betrekking tot een persoon die naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD en heeft aangegeven één of meer symptomen te hebben van covid-19 en zo nee, waarom niet.

Het feit dat iemand een notificatie heeft gekregen kan nooit aanleiding tot toepassing van artikel 31 Wpg zijn.

190

De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister voornemens is om een aanwijzing te geven aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s tot toepassing van de in artikel 31, eerste lid Wpg toegekende bevoegdheid met betrekking tot een persoon die naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD, zich heeft laten testen en ten aanzien van wie gebleken is dat de betrokkene lijdt aan covid-19 en zo nee, waarom niet.

Zoals reeds is opgemerkt in de voorgaande antwoorden, kan er alleen sprake zijn van verplichte isolatie indien aan de voorwaarden van het geldende artikel 31 Wpg is voldaan. Het feit dat iemand een notificatie heeft gehad is in ieder geval geen reden voor toepassing van artikel 31 Wpg.

191

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar de nota naar aanleiding van het verslag waarin ten aanzien van de toename van de behoefte aan covid-19 PCR-tests staat dat «hogere aantallen mogelijk (zijn)» dan die van het minimale scenario (toename 0,2%).27 Zij vragen of het juist is dat het aantal besmettingen op dit moment toeneemt zodat er sprake is van «hogere incidentie» zoals in de nota naar aanleiding van het verslag verwoord.

Ja, dat is juist.

192

Voorts vragen de leden van de PvdD-fractie of het juist is dat de 0,2% toename die door de RIVM berekend was, niet uit ging van de «hogere incidentie» zie zich nu voordoet.

Dat klopt. Een hogere incidentie kan leiden tot een hogere toename dan genoemde 0,2%. Een hogere incidentie heeft echter ook los van de inzet van de app gevolgen voor de testbehoefte.

193

De leden van de PvdD-fractie vragen verder wat op dit moment, gegeven de toename van het aantal besmettingen en uitgevoerde testen, de verwachting is van de toename van de behoefte aan testen en op welke objectieve gegevens die is gebaseerd.

Er is nog geen nieuwe inschatting gemaakt van de toename van de behoefte aan testen specifiek voor het gebruik van de app. Voor de totale testvraag is wel een nieuwe berekening gemaakt ook gebaseerd op de huidige toename in de vraag naar testen. Deze schatting van de testvraag ligt nog onder de berekening van het RIVM uit april naar de schatting van de verwachtte toename naar de testvraag. We zijn uitgegaan van deze berekeningen. Door onverwachte tegenvallers kunnen we op dit moment niet aan de huidige vraag naar testen voldoen. Daarnaast verwacht ik dat dit begin oktober weer is opgelost.

194

Hoe wordt gecontroleerd of iemand die een test aanvraagt en die stelt één of meer symptomen van covid-19 te hebben, werkelijk die symptomen heeft en levert die controle een betrouwbaar resultaat op, zo vragen de leden van de PvdD-fractie.

Bij het aanvragen van de test wordt gevraagd naar symptomen. Bij de afname wordt nogmaals nagevraagd welke symptomen er aanwezig zijn. Controle levert geen 100% betrouwbaarheid op, het is ook de eigen verantwoordelijkheid van degene die getest wordt om niet onnodig testcapaciteit in te nemen als er geen symptomen zijn.

195

De leden van de PvdD-fractie vragen of de testcapaciteit op dit moment voldoende is om te kunnen voldoen aan de vraag naar testen indien CoronaMelder door een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking wordt gebruikt. Zij vragen op welke objectieve gegevens de Minister zich bij beantwoording van deze vraag baseert.

Het huidige beleid, dat is vastgelegd in de LCI-Richtlijn covid-19, stelt dat men zich alleen kan laten testen op covid-19 bij klachten. Dit geldt ook voor nauwe contacten die een notificatie krijgen via CoronaMelder. Derhalve heeft de introductie van CoronaMelder beperkte consequenties voor de benodigde testcapaciteit.

196

Tevens vragen de leden van de PvdD-fractie of de Minister het verantwoord acht om – gegeven de beperkte test capaciteit – het advies te geven aan een ieder die een notificatie ontvangt, om zich te laten testen.

Het huidige beleid, dat is vastgelegd in de LCI-Richtlijn covid-19, is dat men zich alleen laat testen op covid-19 bij klachten. Dit geldt ook voor nauwe contacten die een notificatie krijgen via CoronaMelder. Derhalve heeft de introductie van CoronaMelder beperkte consequenties voor de benodigde testcapaciteit.

197

De leden van de PvdD-fractie refereren aan de Nota naar aanleiding van het verslag waarin staat dat de toegevoegde waarde van de CoronaMelder is dat degenen die de notificatie krijgen «zichzelf en ook anderen (kunnen) beschermen tegen verspreiding van het virus».28 Zij vragen of de Minister van beide situaties een voorbeeld kan geven.

CoronaMelder geeft mensen een notificatie als ze langere tijd nabij een achteraf gebleken besmet persoon zijn geweest. Zo stelt CoronaMelder betrokkene in staat om goed op zijn eigen gezondheid te letten en goed in de gaten te houden of hij klachten krijgt die mogelijk Corona-gerelateerd zijn. Verder kan betrokkene

anderen beschermen door zijn gedrag aan te passen en zodoende verspreiding van het virus te voorkomen. Een voorbeeld van dat laatste is om thuis te blijven zoals ook in de LCR-richtlijn staat.

198

De leden van de PvdD-fractie vragen naar het nadere oordeel van de AP naar aanleiding van het antwoord op vraag 117 in de nota naar aanleiding van het verslag.29

De AP heeft inmiddels gereageerd. De AP schrijft dat het conform de AVG de taak van de verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval de Minister van Volksgezondheid) is om te beoordelen welke maatregelen er dienen te worden getroffen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking in overeenstemming met de AVG wordt uitgevoerd. De AP schrijft verder dat zij niet diepgaand beoordeeld hebben of de aangeleverde documentatie en toelichting voldoende waarborgen bevatten.

Daarnaast merk ik op dat ik de DPIA nogmaals door een externe partij heb laten toetsen of extra afspraken nodig zijn. In het rapport «second opinion op de DPIA»30 staat op dit specifieke punt dat verdergaande afspraken of wetgeving om meer grip te krijgen op de api niet nodig lijken.

199

De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister het met de fractie van de PvdD eens is dat met het oog op de eis van proportionaliteit waaraan een invoering van CoronaMelder rechtens moet voldoen, het van belang is om te bepalen welke adoptiegraad minimaal moet worden behaald om de inbreuken op de vrijheidsrechten en belangen van burgers die verbonden zijn aan het gebruik van CoronaMelder te kunnen rechtvaardigen.

De impact van de epidemie en ook van de maatregelen om deze te bestrijden is groot. Proportionaliteit dient in deze context te worden bezien. Bij de ontwikkeling van CoronaMelder is veel aandacht besteed aan vrijwilligheid, voorkomen van stigmatisering, toegankelijkheid voor zoveel mogelijk mensen en de privacy. Daarnaast is de inzet van CoronaMelder tijdelijk en wordt deze alleen gecontinueerd als uit de evaluatie blijkt dat CoronaMelder effect heeft in de bestrijding van de pandemie. Dit effect wordt niet alleen bepaald door de adoptiegraad maar ook door het gebruik van de app, opvolgen van handelingsadviezen en de mate waarin ongewenste neveneffecten optreden. Gelet op het bovenstaande en het genoemde onderzoek van de Universiteit van Oxford31 is geen minimale adoptiegraad vastgesteld.

200

Tevens vragen de leden van de PvdD-fractie hoe «merkbaar» volgens de Minister het resultaat moet zijn, wil er sprake zijn van een effectief middel.

Met CoronaMelder kunnen meer mensen sneller worden gewaarschuwd dat ze langere tijd nabij een – achteraf gebleken – besmet persoon waren. Daarbij is de inzet dat het handelingsadvies uit de app door betrokkenen wordt opgevolgd.

Op die manier weten dus meer mensen sneller dat ze mogelijk geïnfecteerd zijn en kan inzet van de app bijdragen aan een daling van de besmettingsgraad. CoronaMelder is dus één van de instrumenten die kunnen helpen om verspreiding het virus in te dammen, en daarmee naar de mening van de regering waardevol.

Ik verwijs de leden van de PvdD-fractie ook nog graag naar het antwoord op vraag 211 van dezelfde leden.

201

De leden van de PvdD-fractie vragen verder bij welke adoptiegraad volgens de Minister bereikt is dat er sprake is van een «effectief» middel?

Zoals bij het antwoord op vraag 199 is toegelicht, is geen minimale adoptiegraad vastgesteld.

202

Bij welke adoptiegraad is objectief aantoonbaar dat aan het «bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus» zodanig gewicht toekomt, dat – aangenomen dat de betrouwbaarheid van de CoronaMelder voldoende zou zijn – de invoering van de CoronaMelder voldoet aan de eis van proportionaliteit, zo vragen de leden van de PvdD-fractie.

Zoals bij het antwoord op vraag 199 is toegelicht, is hiervoor geen minimale adoptiegraad vastgesteld.

203

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar de ethische analyse waarin is opgemerkt: «De app vraagt wel specifiek toestemming aan een geïnfecteerd persoon voor het delen van zijn/haar contactcodes met andere app gebruikers, zodat ze op hun app een notificatie kunnen krijgen indien ze met de geïnfecteerde persoon relevant contact hebben gehad. Ook hier is het vragen van consent niet vereist onder de AVG omdat er voor de dataverwerking via de app een wettelijke grondslag bestaat».32 De leden van de PvdD-fractie vragen of die conclusie juist is.

Ja die conclusie is juist. De grondslag voor de gegevensverwerking is de taak van algemeen belang die in de Wpg is opgenomen voor de GGD’en en de Minister van VWS (artikel 6, onder e, van de AVG).

204

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar de technische briefing aan de Eerste Kamer waar is medegedeeld dat een zogeheten «pauzeknop» op dit moment niet is ingebouwd in de app en dat er geen garantie bestaat dat dit alsnog zal gebeuren. Zij vragen of dit betekent dat mensen die achter een scherm met personen gesprekken voeren die langer duren dan 15 minuten hun app niet kunnen «uitzetten» tijdens hun werk.

Het aan- of uitzetten van het vastleggen van ontmoetingen kan niet in de app zelf worden gedaan maar wel in de instellingen van de eigen smartphone. In de app wordt uitgelegd welke instellingen mensen op hun telefoon aan- of uit moeten zetten om de app te pauzeren.

Daarnaast wordt, zoals in de briefing ook opgemerkt, in overleg met Apple en Google bekeken of dat ook in de app zelf mogelijk kan worden gemaakt.

205

Als de app niet uitgezet is, worden dan de contacten die hebben plaatsgevonden tussen personen die door een scherm gescheiden zijn maar die wel binnen de 1,5 meter hebben plaatsgevonden, «meegenomen» in het notificatie-proces, zo vragen de leden van de PvdD-fractie.

Vergelijkbare vragen zijn gesteld door de leden van de GroenLinks-fractie (vraag 258 en 260).

Ja, het kan zijn dat dergelijke schermen of autoramen bluetoothsignalen niet dermate hinderen dat dat gedetecteerd wordt. Atmosferische factoren hebben een beperkte invloed. Notificatie vindt overigens alleen plaats als de ontmoeting langer duurde dan 15 minuten.

206

In vervolg op vraag 207 vragen de leden van de PvdD-fractie hoe betrouwbaar dan de notificatie is met betrekking tot de vraag of de betrokkene in contact is geweest met een besmet persoon.

Net als bij reguliere bron- en contactopsporing kan niet in elk individueel geval absoluut worden zeker gesteld dat er sprake was van een risicovolle ontmoeting en ook niet of de genomen maatregelen in dat individuele geval afdoende waren om besmetting te voorkomen. Bij notificatie is wel zeker dat men langere tijd nabij een achteraf besmet gebleken persoon is geweest.

207

De leden van de PvdD-fractie vragen of het juist is dat niet wordt voldaan aan de in het rapport van de ethische commissie opgenomen «eis» in het kader van de «vrijwilligheid» dat de app de mogelijkheid heeft om deze te kunnen uitschakelen zonder dat deze gedeïnstalleerd behoeft te worden.

Het is mogelijk om het vastleggen van ontmoetingen en daarover meldingen ontvangen tijdelijk uit te zetten. Op dit moment kan dat in de instellingen van de telefoon. In de app wordt uitgelegd hoe men dit kan doen. Daarnaast wordt in overleg met Apple en Google bekeken of dat ook in de app zelf mogelijk kan worden gemaakt.

208

De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister bereid is de invoering uit te stellen tot het moment waarop aan de in vraag 207 genoemde eis is voldaan.

Zoals in het antwoord op vraag 207 is uitgelegd is het mogelijk om het vastleggen van ontmoetingen en daarover meldingen ontvangen tijdelijk uit te zetten.

209

De fractie van de PvdD maakt zich zorgen over sociale impact van de invoering van de CoronaMelder met het oog op het sluipenderwijs gewend laten worden van burgers aan een surveillancemaatschappij. Zij vragen op welke wijze die sociale impact voorafgaande aan de invoering is onderzocht en wat waren de resultaten van dat onderzoek waren.

Met de maatschappelijke impact van CoronaMelder is rekening gehouden bij de ontwikkeling en introductie door veel aandacht te besteden aan vrijwilligheid, het voorkomen van stigmatisering, toegankelijkheid voor zoveel mogelijk mensen en privacy. De impact van bijvoorbeeld de handelingsadviezen na een melding is daarbij uitgebreid onderzocht en de adviezen zijn hierop afgestemd. Daarnaast is de bredere sociaal-maatschappelijke impact aan de orde gekomen in een uitgevoerde ethische toets met zowel experts als burgers. Hierbij kwamen met name het belang van vrijwilligheid en solidariteit (dat men de app installeert om anderen te kunnen waarschuwen) naar voren. De maatschappelijke impact is tenslotte onderdeel van de doorlopende evaluatie. Via survey’s worden grote groepen representatieve burgers gevraagd naar de impact van de app op hun gedrag. Op basis van de resultaten kan de communicatie en/of het beleid worden gewijzigd als er ongewenste effecten optreden.

210

Ook vragen de leden van de PvdD-fractie hoe wordt voldaan aan de eis die de ethische commissie heeft geformuleerd inhoudende: «De overheid dient de sociale impact van de app zorgvuldig te monitoren.»

Hieraan wordt voldaan door de sociale impact op te nemen in het evaluatieprotocol. Zowel aan de kant van inputvariabele voor adoptie als bij mogelijke niet beoogde effecten van CoronaMelder. Via de survey’s onder grote representatieve panels zal hierover inzicht verkregen worden. Daarnaast wordt gekeken naar bestaande (internationale) onderzoeken.

211

Verder vragen de leden van de PvdD-fractie welke gegevens in het kader van de monitoring over de sociale impact aanleiding zullen kunnen vormen voor het uit gebruik nemen van de CoronaMelder.

De werking van de in het wetsvoorstel opgenomen regeling en CoronaMelder zelf zal doorlopend worden geëvalueerd aan de hand van een vooraf vastgesteld evaluatieprotocol. Hierbij wordt op basis van het daadwerkelijke gebruik van de app in de samenleving de leidende gedachte achter CoronaMelder onderzocht: als zoveel mogelijk mensen CoronaMelder installeren en zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk en zo goed mogelijk de handelingsperspectieven ontvangen en daadwerkelijk opvolgen wordt dan inderdaad de tijd tussen infectie en testen verkort en wordt vervolgens ook verdere verspreiding van het virus ingedamd, verminderd of voorkomen? Daarbij wordt tevens periodiek bekeken of er wellicht niet beoogde neveneffecten zijn die om bijsturing vragen, waarbij ook ervaringen en inzichten uit het buitenland worden meegenomen. Deze doorlopende evaluatie leidt zo nodig tot aanpassingen en bijstellingen van de communicatie, het beleid en/of CoronaMelder zelf. Ook kan CoronaMelder worden beëindigd wanneer de inzet onvoldoende effectief is. Dat zal het geval zijn wanneer uit de evaluatie blijkt dat CoronaMelder geen bijdrage levert aan het breder, efficiënter en sneller opsporen van mensen die met het virus geïnfecteerd zijn. Dat zal op basis van een brede afweging zijn, en niet alleen op basis van één criterium.

De criteria die in samenhang de toegevoegde waarde bepalen zijn de adoptie van de app (zoals het aantal downloads), het gebruik van de app (is de app actief en hebben mensen hun telefoon bij zich), beoogde effecten (in welke mate worden de handelingsadviezen opgevolgd en waarom wel/niet), indirect beoogde effecten (leidt het gebruik van de app tot een daling van de besmettingsgraad) en niet beoogde effecten (leidt de app bijvoorbeeld tot verslapping van navolging van andere Coronamaatregelen)?

Het onderzoek is doorlopend, waarbij de geformuleerde indicatoren continue kunnen worden afgewogen.

Vragen en opmerkingen van de 50PLUS-fractie

212

De leden van de 50PLUS-fractie verwijzen naar de passage in de memorie van toelichting waarin staat dat «Direct nadat de opgehaalde TEK’s verwerkt zijn voor het maken van de match en de weging worden deze verwijderd van de telefoon». Ook refereren zij aan de technische briefing waarin is benadrukt dat gegevens pas na veertien dagen worden verwijderd.

De leden van de 50PLUS-fractie vragen hoe zich het woord «direct» ten aanzien van de opgehaalde TEK’s en het direct verwijderden van de notificatie zoals gesteld in de MvT verhoudt met de bewaartermijn van veertien dagen voor alle ontvangen dobbelsteencodes genoemd tijdens de technische briefing. Is de regering het met de leden van 50PLUS eens dat de betekenis van direct verwijderen niet overeenkomt met een termijn van veertien dagen en dat voor de burger daardoor onduidelijkheid ontstaat over de lengte van het bewaren van gegevens en dat deze onduidelijkheid vragen oproept, zo vragen zij.

Het verschil valt te verklaren doordat dit het gebruik betreft van TEKs in twee verschillende fases van CoronaMelder:

Fase 1

De TEK (Temporary Exposure Key) is een willekeurige code die elke dag opnieuw wordt aangemaakt op de telefoon van de gebruiker. Op basis van deze willekeurige code wordt elke 10 tot 20 minuten een onderliggende code aangemaakt, de RPI (rolling proximity Indicator). Deze RPIs worden door de telefoon van gebruikers uitgezonden en door andere gebruikers ontvangen en opgeslagen. Deze TEKs en RPI’s worden maximaal 14 dagen bewaard.

Fase 2

Nadat een gebruiker positief is getest op het virus kan hij ervoor kiezen om andere gebruikers van CoronaMelder te waarschuwen. De gebruiker uploadt dan de TEKs van de afgelopen 14 dagen (die zijn opgeslagen op zijn telefoon) na tussenkomst van de GGD naar de server. Deze TEK’s worden beschikbaar gesteld aan alle andere gebruikers van CoronaMelder. Zodra andere gebruikers deze TEKs hebben gedownload wordt op de telefoon van deze gebruikers gecontroleerd of de in de afgelopen 14 dagen ontvangen RPIs afgeleid zijn van de server gedownloade TEKs. Na deze controle worden de van de server gedownloade TEKs direct verwijderd. Deze zijn immers alleen nodig voor de controle of contact is geweest.

Om onduidelijkheid bij de gebruiker te voorkomen is ná het schrijven van de memorie van toelichting besloten de benaming van de TEKs die geüpload worden naar de server aangepast naar DK (Diagnosis Key). Hier wordt nadere uitleg aan gebruikers over gegeven in de privacy verklaring van CoronaMelder.

213

De leden van de 50Plus- fractie vragen naar een vermeende discrepantie tussen de technische briefing, waarin is opgemerkt dat de GGD server weet dat er een gevalideerde code is maar niet van wie die was, enerzijds en de memorie van toelichting waarin staat dat, de met de GGD uitgewisselde validatiecode en het ip- adres van de betreffende gebruiker worden meegestuurd, anderzijds.

Bij alle internetverkeer wordt een zogenaamd ip-adres meegezonden dat herleidbaar kan zijn naar de individuele gebruiker. Dit ip-adres wordt in het geval van CoronaMelder afgevangen in de infrastructuur en bereikt de GGD-server niet. Het ip-adres wordt buiten de backend server kort bewaard om eventuele digitale aanvallen op de infrastructuur te kunnen afweren. Beide beweringen zijn daarmee correct: het ip-adres wordt altijd meegezonden maar het bereikt de backend server niet.

214

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of het juist is dat het Unierecht zoals genoemd bij artikel 23 van de AVG artikel 6d, lid 3a, b, c van het wetsvoorstel buiten werking kan stellen.33 Zij merken op dat dit zou betekenen dat artikel 6d,lid 3 een wassen neus is aangezien er o.g.v. het beschermen van de volksgezondheid ten alle tijden een beroep kan worden gedaan op artikel 23 AVG. Hoe valt dit te rijmen met bescherming van de privacy van de gebruikers, zo vragen zij.

Ik kan de in deze vraag vervatte zorg wegnemen. Artikel 23 van de AVG maakt het mogelijk dat de reikwijdte van een aantal verplichtingen en rechten uit de AVG kunnen worden beperkt, overigens slechts onder stringente voorwaarden. Artikel 23 van de AVG is echter géén grondslag voor een uitzondering op of beperking van artikel 6d, derde lid.

215

De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat in het voorliggend wetsvoorstel en in de technische briefing nadrukkelijk wordt gesproken over het uitgangspunt van volstrekte vrijwilligheid van gebruik van de CoronaMelder. Niemand mag een ander verplichten tot het gebruik van deze melder. Overtreding van deze verbodsbepaling kan zelfs leiden tot hechtenis of een geldboete. Zij vragen zich bezorgd af welke impact het artikel van NRC heeft34 waarin gesteld wordt dat het Ministerie van VWS aan de Nederlands Vereniging van maaltijdbezorgers het verzoek doet om de Corona-app te downloaden. De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de regering kan aangeven hoe een dergelijk verzoek zich verhoudt met het uitgangspunt van volstrekte vrijwilligheid zonder enige sturing en psychische dwang? Zij vragen of het wel realistisch is te veronderstellen dat organisaties, bedrijven of andere werkgevers die het belang van zo’n Corona-app onderkennen, toch niet op subtiele wijze medewerkers aansporen de app te downloaden. Voornoemde leden wijzen erop dat de Autoriteit Persoonsgegevens ook waarschuwde over het effect van verzoeken aan ondergeschikten omtrent het gebruik van de app.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 3 en 24.

216

De leden van de 50PLUS-fractie vragen hoe de Minister denkt elke vorm van dwang te voorkomen in berichtgeving rond de CoronaMelder waarbij het doel is om zoveel mogelijk mensen te bereiken en te verzoeken om de app te installeren.

Voor antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 24.

217

De leden van de 50PLUS-fractie vragen op welke wijze de regering denkt voldoende draagvlak te creëren binnen de samenleving voor gebruik van de app?

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 102.

218

Welk percentage app gebruikers is voor de Nederlandse regering nodig om de effectiviteit ervan vast te kunnen stellen?

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 25.

219

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of er al evaluaties van het tot dusverre gebruik van de app in andere Europese landen of in de testgebieden in Nederland bestaan.

Op dit moment zijn er tien lidstaten die een notificatieapp hebben gerealiseerd. In deze landen zijn ook evaluaties gestart. Nederland werkt samen met de andere lidstaten samen bij het vorm geven van evaluatieonderzoek zodat resultaten later ook vergeleken kunnen worden. Op dit moment zijn er vanuit de andere lidstaten alleen cijfers beschikbaar over het aantal downloads en het aantal gemelde besmettingen.

220

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of er cijfers bekend zijn hoeveel burgers terecht een melding hebben gekregen omdat ze geïnfecteerd waren en hoeveel wel een melding kregen maar niet geïnfecteerd waren?

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 9.

221

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of het effect van een melding niet zal gaan verdwijnen wanneer iemand meerdere keren wel een melding ontvangt maar niet geïnfecteerd blijkt te zijn? De leden vragen of een zogenaamde schijnveiligheid kan ontstaan bij degene die geen melding krijgt maar wel geïnfecteerd blijkt te zijn?

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 103.

222

De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat, mocht het voorliggend wetsvoorstel worden aangenomen, dan de essentie van de app is dat iemand die een melding krijgt omdat die mogelijk in contact is gekomen met een besmet persoon dat die – voordat klachten optreden – zich laat testen om zo verdere verspreiding van besmetting in een vroegtijdig stadium te voorkomen. Zij merken op dat het beleid van de Minister van VWS thans is dat iemand zich alleen laat testen als die daadwerkelijk klachten heeft om zo overbelasting van de testcapaciteit te voorkomen. Zij vragen de regering nader uiteen te zetten hoe deze tegenstrijdigheid te verklaren valt. Zij menen dat het advies om bij een notificatie, zonder klachten vrijwillig in thuisquarantaine te gaan gedurende een periode van 10 dagen geenszins aansluit bij de oorspronkelijke doelstelling van dit wetsvoorstel.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 112.

223

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de regering het eens is met de stelling dat de overheid verantwoordelijk is voor het regelen van voldoende testcapaciteit

Ik ben het eens met de stelling dat de overheid verantwoordelijkheid is voor het regelen van voldoende testcapaciteit voor covid-19 testen wanneer er schaarste is. Om voldoende testcapaciteit te organiseren heb ik meerdere acties ondernomen, al vanaf april, zoals ook opgenomen in mijn brief van 28 augustus jl. Voor de meer recente toename in testvraag heb ik drie contracten gesloten met buitenlandse laboratoria, ga ik binnenkort contracten aan met pooling laboratoria en ga ik kijken naar een slimmere verdeling van testen en testmaterialen over laboratoria. Daarnaast kunnen sneltesten en innovatieve testen ook een manier zijn om de testcapaciteit op grote schaal te vergroten.

224 en 225

De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat van de 100 GGD’en op dit moment 86 GGD’en al overbelast zijn en de aanvragen om te testen op covid-19 niet aankunnen.35 Zij vragen wat dat betekent na introductie van de app wanneer het aantal aanvragen enkel zal toenemen. Ook vragen voornoemde leden of het klopt dat niet vooraf in te schatten is in welke regio de testcapaciteit omhoog moet omdat daartoe geen data uit de app kan worden gehaald.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 126.

226

De leden van de 50PLUS-fractie vragen of het juist is dat niet kan worden overgegaan tot snelle regionale maatregelen bij brandhaarden omdat de GGD «en daarvoor nog de reguliere bron- en contactopsporing moeten toepassen.

CoronaMelder is aanvullend op de reguliere bron- en contactopsporing. Bij een regionale brandhaard zullen zowel het reguliere bron- en contactonderzoek als CoronaMelder bijdragen aan het waarschuwen van mensen die een verhoogd risico lopen om zelf besmet te zijn en het virus verder te verspreiden. Het overgaan tot regionale maatregelen zal vervolgens plaatsvinden op basis van informatie die GGD-en verzamelen en delen met instanties zoals het RIVM en gemeenten.

227

De leden van de 50PLUS-fractie wijzen erop dat voor een aanzienlijk deel van de ouderen het gebruik van CoronaMelder geen optie is vanwege het (verouderde) type toestel.36 Zij vragen of de regering het met hen eens is dat juist de ouderen die een kwetsbare groep zijn voor de gevolgen van het virus niet mogen worden buitengesloten van maatregelen die mogelijk verdere verspreiding van de besmetting kan voorkomen.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de 50PLUS-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 88.

Vragen en opmerkingen van de SGP-fractie

228 en 230

De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer – ondanks vragen van diverse fracties hierover – nauwelijks is ingegaan op de bredere sociaal-maatschappelijke impact die de CoronaMelder mogelijkerwijs heeft. Zij vragen of de regering duidelijk kan aangeven hoe de maatschappelijke impact van de app wordt gevolgd en op welke wijze de maatschappelijke impact wordt meegenomen in de evaluatie van de app.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de SGP-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 122.

229

De leden van de SGP-fractie vragen of de regering de mening van de leden van de SGP-fractie deelt dat het zeer onwenselijk zou zijn als de app een cultuurverandering inluidt waarbij mensen minder huiverig worden voor surveillance door de overheid en hier sluipenderwijs aan gewend raken? Wat doet de regering om dit te voorkomen?

Ik acht het van groot belang dat CoronaMelder te allen tijde vrijwillig is. Mensen mogen nooit, direct dan wel indirect, door wie dan ook worden gedwongen tot het gebruik van CoronaMelder of van andere digitale middelen nu en in de toekomst. Daarom voorziet het wetsvoorstel in een antimisbruikbepaling en is er een meldpunt voor misbruik ingericht. Bij de ontwikkeling van CoronaMelder is veel aandacht besteed aan het ervoor zorgen dat de app niet weet wie je bent, waar je bent en wie je ontmoet. Daarmee is er juist geen sprake van surveillance.

231 en 232

De leden van de SGP-fractie lazen dat er inmiddels door het Ministerie van VWS aan verschillende organisaties is gevraagd om hun medewerkers of leden aan te sporen de app te downloaden.37 Zij vragen zich af hoe dit kon gebeuren en horen graag hoe de regering in de toekomst gaat voorkomen dat het gevoel ontstaat dat mensen verplicht zijn om de app te gebruiken.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de SGP-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 23.

233 tot en met 235

De leden van de SGP-fractie menen dat de effectiviteit van de app staat of valt met de beschikbare testcapaciteit. Immers, de app heeft alleen toegevoegde waarde indien mensen zich laten testen als zij een notificatie krijgen, ongeacht of zij klachten hebben. Als iemand klachten heeft, is het immers al de boodschap dat diegene zich moet laten testen. De leden van de SGP-fractie constateren dat op dit moment de vraag naar testen het beschikbare aanbod overtreft. Zij vragen of de regering kan aangeven wat in deze situatie nog de toegevoegde waarde van de app is. De leden van de SGP-fractie vragen verder hoe de app op dit moment nog iets toevoegt aan het werk van de GGD’en. Ook vragen zij of de invoering van de app nog proportioneel is bij een dergelijk groot gebrek aan testcapaciteit.

Voor het antwoord van deze vragen van de leden van de SGP-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 152.

236 tot en met 238

De leden van de SGP-fractie vragen wat de regering iemand adviseert te doen als hij een notificatie krijgt dat hij in de buurt van een besmette persoon is geweest, maar zich vanwege de tekorten niet kan laten testen. Zij vragen of de regering van plan is om mensen die de CoronaMelder hebben geïnstalleerd voorrang te geven voor een coronatest.

Tevens vragen de leden van de SGP-fractie of en in hoeverre de regering overweegt om de invoering van de app uit te stellen totdat de testcapaciteit weer dusdanig is dat iedereen die dat wil zich binnen korte tijd kan laten testen.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de SGP-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 112.

Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-fractie

239

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de woorden «te verplichten» in de antimisbruikbepaling moeten worden gelezen als «direct of indirect te verplichten.

Ja, dit kan ik bevestigen.

240 en 241

Voorts vragen de leden van de GroenLinks-fractie of de regering nog eens duidelijk kan maken wat er precies moet worden begrepen onder indirect verplichten. Zij vragen of dat ook het verleiden of uitnodigen tot gebruik omvat.

Onder indirect verplichten kunnen tal van handelingen of methoden vallen. Ik ontleen ter illustratie graag een aantal voorbeelden die zijn opgenomen in de nota naar aanleiding van het verslag. Indirecte methoden of handelingen zijn bijvoorbeeld het gebruiken van een gezagsverhouding of afhankelijkheidsrelatie tussen verzoeker en gebruiker, of het bieden van een financieel voor- of nadeel. Bij het eerste kan gedacht worden aan een werkgever-werknemersrelatie of een zorgrelatie. Een voorbeeld van het tweede is een reisorganisatie die een app-gebruiker korting zou willen geven op een reis en een niet app-gebruiker niet, of dat iemand een gratis drankje op het terras krijgt van een café als hij de app heeft gedownload en degenen die dat niet gedaan hebben niet. Ik zie dit als uitingen van verleiden, die dus niet zijn toegestaan.

Voor wat betreft uitnodigen tot gebruik, verwijs ik ook naar het antwoord op vraag 3. Het is toegestaan om CoronaMelder in algemene zin onder de aandacht te brengen, zolang duidelijk wordt aangegeven dat het downloaden en gebruiken van CoronaMelder vrijwillig is en mensen niet persoonlijk worden gevraagd CoronaMelder te downloaden en gebruiken. Ten slotte zij vermeld dat bij amendement juist ook op het punt van indirecte handelingen en methoden in de antimisbruikbepaling is verduidelijkt welke handelingen of methoden niet zijn toegestaan, overigens zonder limitatief te zijn.38

242

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat zij aannemen dat het verbod ook impliceert dat het niet geoorloofd is onderscheid te maken tussen degenen die de app wel en degenen die de app niet hebben. Zij vragen hoe zich dit verhoudt tot de vrijheid die bedrijven hebben om op andere gronden wel klanten te weigeren, bijvoorbeeld door het stellen van kledingvoorschriften. De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat restaurants bijvoorbeeld klanten weigeren aangaande kledingvoorschriften.

De aanname van de bedoelde leden is juist: zoals in het antwoord op de vragen 240 en 241 is aangegeven, is het niet geoorloofd onderscheid te maken tussen degenen die de app wel en degenen die de app niet gebruiken. Dit regelt de antimisbruikbepaling. De wettelijk geregelde antimisbruikbepaling gaat altijd voor op huisregels van bijvoorbeeld restaurants.

243 en 244

Voorts vragen de leden van de GroenLinks-fractie op grond waarvan de regering bedrijven wel mag verbieden om onderscheid te maken tussen gebruikers en niet-gebruikers van de CoronaMelder. Ook vragen zij hoe het zit met het verzoek van een restauranteigenaar aan zijn klanten om de CoronaMelder te gebruiken.

De antimisbruikbepaling geldt voor een ieder, dus ook voor bedrijven.

Zoals in het antwoord op de vragen 240 en 241 al is aangegeven, mag een restauranteigenaar zijn klanten niet vragen om CoronaMelder te gebruiken of daar inzage in te geven. Wel mag hij in algemene zin CoronaMelder onder de aandacht brengen van zijn klanten, zolang hij duidelijk aangeeft dat het downloaden en gebruiken van CoronaMelder vrijwillig is en hij hen niet persoonlijk vraagt CoronaMelder te gebruiken. Hij kan hiervoor gebruik maken van de in het antwoord op vraag 3 genoemde toolkit die in het kader van de promotiecampagne zal worden verstrekt aan werkgevers, bedrijven etc.

245

Ook vragen de leden van de GroenLinks-fractie of een restauranteigenaar zijn terras in mag tweeën splitsen met gebruikers enerzijds en niet-gebruikers anderzijds.

Nee, dit mag niet, alleen al niet omdat een restauranteigenaar zijn klanten niet persoonlijk mag vragen CoronaMelder te gebruiken. Een dergelijke handelwijze zou dus in strijd zijn met de antimisbruikbepaling.

246

De leden van de GroenLinks-fractie vragen voorts of een restauranthouder coronamaatregelen, zoals het dragen van mondmaskers bij klanten, face shields en handschoenen bij het personeel hierop mag aanpassen?

Gelet op het antwoord op vraag 245 ziet de regering niet voor zich dat een restauranteigenaar dit soort maatregelen zou kunnen treffen omdat hij, zoals daar uiteengezet, klanten niet persoonlijk mag vragen CoronaMelder te gebruiken.

247

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het juist is dat het verbod (direct of indirect) te verplichten tot het gebruik van de app ook impliceert dat gebruikers geen voordeel mogen hebben van dat gebruik.

Ja, dit is juist. Zie ook de voorbeelden die zijn gegeven in het antwoord op de vragen 240 en 241.

248

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het juist is dat het in de testfase gehanteerde beleid dat gebruikers van de app die een melding hebben gehad dat zij in de nabijheid zijn geweest van iemand die positief is getest ook zonder klachten kunnen worden getest na inwerkingtreding van de wet niet voortgezet kan worden, en dat gebruikers dan net als niet gebruikers pas getest kunnen worden bij klachten.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de GroenLinks-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 70 en 112.

249 tot en met 251

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of, indien dit het geval is, de regering kan aangeven wat dan nog de toegevoegde waarde is van de app voor de gebruiker? Zij vragen of de regering het met de leden eens is dat de enige toegevoegde waarde is dat de gebruiker na een melding waarschijnlijk alerter is op mogelijke symptomen, en zich bij het optreden van die symptomen mogelijk sneller zal laten testen. Verder vragen de leden van de GroenLinks-fractie of de regering het dan ook met de leden eens is dat deze toegevoegde waarde verdwijnt op het moment dat er onvoldoende testcapaciteit bestaat?

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de GroenLinks-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 152.

252

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe de regering de kans inschat dat mensen die een melding krijgen zich al met zeer lichte klachten zullen laten testen, of dat zij zullen stellen symptomen te hebben terwijl dat niet het geval is, en zo een groot beslag zullen leggen op de – nog steeds beperkte – testcapaciteit.

De verwachting is dat meer mensen die ook (lichte) klachten hebben, bereid zijn zich na notificatie te laten testen. Daarmee worden mogelijke besmettingen eerder opgespoord. Het aandeel mensen zonder klachten dat een test aanvraagt, wordt meegenomen in de doorlopende evaluatie. Er is, ook internationaal, nog onvoldoende ervaring op gedaan met dergelijke apps om hier op dit moment een betrouwbare schatting van te maken.

253

De leden van de GroenLinks-fractie hebben begrepen dat het gebruik van de app geen invloed heeft op het bron- en contact-onderzoek door de GGD’en, omdat de melding niet aan personen gekoppeld is of kan worden. Gebruik van de app levert dus geen taakverlichting op voor de GGD’en. In hoeverre is er wel sprake van een verzwaring van het werk van de GGD’en, bijvoorbeeld omdat zij moeten navragen of mensen de app gebruiken en codes moeten verstrekken.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de GroenLinks-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 126.

254 tot en met 256

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe de effectiviteit van CoronaMelder wordt vastgesteld, en hoe, en op basis van welke criteria de regering deze effectiviteit gaat monitoren en evalueren. Zij vragen of de regering veronderstelt dat er sprake is van een één-op-één-relatie tussen de effectiviteit van CoronaMelder en de afname van besmettingen. Zij merken op dat gewaarschuwde appgebruikers in zelfquarantaine kunnen gaan, terwijl niet-gebruikers geïnfecteerd raken, waardoor onterecht geconcludeerd kan worden dat het niet effectief is en dat andersom gewaarschuwde appgebruikers zonder klachten anderen kunnen infecteren, terwijl besmettingen wel degelijk afnemen door bron- en contactonderzoek waardoor de applicatie onterecht als effectief wordt bestempeld Voornoemde leden vragen hoe de regering dit ziet en hoe zij een adequate effectiviteitsmeting gaat vormgeven.

Voor het antwoord op deze vraag van de leden van de GroenLinks-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 126.

257, 259, 261, 262, 264 en 265

Voorts vragen de leden van de GroenLinks-fractie hoe betrouwbaar de regering de huidige vormgeving via bluetooth acht. Zij vragen of er sluitend onderzoek bij de regering bekend is hoe goed bluetooth als indicator van nabijheid werkt. Ook vragen voornoemde leden wat de verwachting van de regering is omtrent valspositieve meldingen en hoeveel de Minister acceptabel acht.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de GroenLinks-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 108.

258 en 260

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het bijvoorbeeld mogelijk is om een melding te krijgen als gebruikers een kwartier lang naast elkaar in een stilstaande file hebt gestaan. Ook vragen zij hoe gevoelig bluetooth is voor atmosferische factoren.

Voor het antwoord op deze vragen van de leden van de GroenLinks-fractie wordt verwezen naar het antwoord op vraag 205.

263

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de Minister op een bepaald punt bereid is om te zeggen dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen van zelfquarantaine, extra testen en het gevoel van schijnonveiligheid, indien na enkele maanden blijkt dat het aantal valse meldingen hoger is dan gedacht.

Als CoronaMelder geen bijdrage levert aan het breder, efficiënter en sneller opsporen van mensen die met het virus geïnfecteerd zijn of als er onacceptabele niet beoogde effecten optreden, zal dit blijken uit de doorlopende evaluatie. Indien de voordelen niet opwegen tegen de nadelen, zal de inzet van CoronaMelder beëindigd worden. De app is zo ontwikkeld dat deze ook kan worden beëindigd.

266 en 267

Ook vragen de leden van de GroenLinks-fractie waarom bijvoorbeeld is geaccepteerd dat gebruikers een google-account moeten gebruiken, terwijl dat technisch helemaal niet nodig is. Zij merken op dat zowel Apple als Google gebruikers zich laten identificeren voorafgaand aan het downloaden van apps uit hun appstore, maar dat dit is technisch helemaal niet nodig is. Zij vragen of de Minister bereid is toe te zeggen hierover met Apple en Google in gesprek te gaan zodat deze accounts niet nodig zijn.

Zowel Apple als Google vragen gebruikers CoronaMelder te downloaden op de voor smartphonegebruikers gebruikelijke wijze. Ik ben niet van plan hier andere afspraken over te maken.


X Noot
2

Bijlage bij Kamerstukken II, 2019/20, 25 295, nr. 510, «Testen en traceren: samen strategisch de Corona-pandemie bestrijden».

X Noot
4

Kamerstukken II, 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 62.

X Noot
6

«The effect of minimising tracing delay (eg, with appbased technology) declines with decreasing coverage of app use, but app-based tracing alone remains more effective than conventional tracing alone even with 20% coverage, reducing the reproduction number by 17.6% compared with 2.5%.»

X Noot
7

Https://developer.apple.com/contact/request/download/Exposure_Notification_Addendum.pdf en https://blog.google/documents/72/Exposure_Notifications_Service_Additional_Terms.pdf.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2019/20, 35 538, nr. 17.

X Noot
10

Deloitte Global Mobile Consumer Survey, 2019.

X Noot
11

https://gs.statcounter.com/os- market-share/mobile/Netherlands.

X Noot
15

«The effect of minimising tracing delay (eg, with appbased technology) declines with decreasing coverage of app use, but app-based tracing alone remains more effective than conventional tracing alone even with 20% coverage, reducing the reproduction number by 17.6% compared with 2.5%.»

X Noot
16

Https://lci.rivm.nl/informatie-nauwe-contacten-patient.

X Noot
17

Kamerstukken II, 2019/20, 35 538, nr. 19.

X Noot
18

NRC, 8 september 2020.

X Noot
19

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.

X Noot
20

Brief van 11 september 2020 over tijdelijke aanpassing testbeleid covid-19 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/11/kamerbrief-over-tijdelijke-aanpassing-testbeleid-covid-19).

X Noot
22

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 4, p. 14.

X Noot
23

Handelingen II 2019/20, nr. 96, item 6, p. 2.

X Noot
24

Kamerstukdossier 34972.

X Noot
25

Kamerstukken I 2019/20, 34 972, I.

X Noot
26

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.

X Noot
27

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 9.

X Noot
28

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 11.

X Noot
29

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 33 en 34.

X Noot
32

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.

X Noot
36

ANBO artikel d.d. 28 april 2020, Corona app: wat zijn de gevolgen voor ouderen.

X Noot
38

Kamerstukken II, 2019/20, 35 538, nr. 19.