35 531 Wijziging van de Mijnbouwwet (aanpassing van het vergunningsstelsel voor opsporen en winnen van aardwarmte)

E NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 30 juni 2022

Met belangstelling heb ik kennis genomen van de vragen van de leden van de PVV-fractie.

Vragen van de leden van de PVV-fractie

De regering geeft in de beantwoording aan dat voor alle projecten waarbij aardwarmte wordt gewonnen, winningsvergunningen en omgevingsvergunningen zijn verleend en dat daarnaast instemming met een winningsplan vereist is. Vervolgens geeft de regering aan dat voor acht projecten waar reeds aardwarmte wordt gewonnen de aanvragen om instemming met het winningsplan in behandeling zijn. De leden van de PVV-fractie lezen hier een tegenstrijdigheid. Zij concluderen dat in acht gevallen gewoon geboord wordt en activiteiten worden ontplooid zonder dat de gehele procedure om tot een winningsvergunning te komen is doorlopen. Deelt de regering deze conclusie? Zo niet, dan vernemen deze leden graag een toelichting.

Voor de acht projecten is de procedure voor het verlenen van een winningsvergunning doorlopen. Op grond van de huidige Mijnbouwwet moet ook voor aardwarmte een winningsplan worden opgesteld waarmee ingestemd moeten worden. Echter, de eisen aan een winningsplan voor aardwarmte waren niet uitgewerkt in lagere regelgeving. Dit is de reden dat van acht projecten waar al wel aardwarmte op een veilige en verantwoorde wijze werd gewonnen, alsnog een winningsplan moest worden beoordeeld. Vooruitlopend op de onderhavige wijziging van de Mijnbouwwet, waarin een eigenstandige vergunningensystematiek voor aardwarmte is uitgewerkt, is op basis van de huidige Mijnbouwwet en -regelgeving in 2019 in de geest van het voorliggende wetsvoorstel een beoordelingsmethodiek ontwikkeld voor de instemming met een aardwarmte winningsplan.

Inmiddels is met vijf van deze winningsplannen ingestemd. Van de overige drie winningsplannen hebben recent twee ontwerpbesluiten ter inzage gelegen en zijn de definitieve instemmingsbesluiten eind juni voorzien. Van het laatste winningsplan zal naar alle waarschijnlijkheid eind juli een ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd.

Wat betreft de drie projecten waarvoor nog geen instemming met het winningsplan is verleend, is – zoals ook in de memorie van antwoord aangegeven – een tijdelijke oplossing gevonden door, waar mogelijk, via de omgevingsvergunning enkele waarborgen voor een veilige en verantwoorde winning op te nemen. SodM ziet toe op de naleving hiervan.

De leden van de PVV-fractie vragen de regering wie er opdraait voor de kosten indien een geothermiebedrijf failliet gaat en de situatie zich voordoet dat de kosten die voortvloeien uit een veilige en verantwoorde ontmanteling van de mijnbouwlocatie niet verhaald kunnen worden op het betreffende bedrijf. Kan de regering, zo vragen deze leden, aangeven hoe vaak dergelijke situaties zijn voorgevallen en hoe groot de omvang was van deze kosten?

Het voorliggende wetsvoorstel zorgt ervoor dat in de toekomst voorafgaand aan het uitvoeren van activiteiten wordt getoetst of een geothermiebedrijf voldoende financieel daadkrachtig is om aan zijn opruimverplichtingen te kunnen voldoen. Het wetsvoorstel ziet voorts op verplichte deelname van EBN in nieuwe geothermieprojecten. Voor het percentage dat EBN deelneemt, deelt zij niet alleen in de opbrengsten, maar ook in de kosten. Daarnaast kan door een recente wijziging van de Mijnbouwwet op 1 januari 20221 ook achteraf, na vergunningverlening, aanvullend zekerheid worden gesteld met het oog op opruimverplichtingen. Door deze wetswijziging zijn twee nieuwe artikelen in werking getreden die het stellen van financiële zekerheid voor het verwijderen van een mijnbouwwerk en pijpleidingen mogelijk maakt. In geval financiële zekerheid gevraagd wordt, dient het mijnbouwbedrijf goedkeuring te verkrijgen voor het tijdstip waarop de zekerheid moet zijn gesteld, het bedrag waar de zekerheidsstelling op ziet, de termijn van de zekerheidsstelling en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld.

Een faillissement van een bedrijf kan niet worden voorkomen via regelgeving, er kan slechts in de regelgeving zo goed mogelijk op worden geanticipeerd. Als een geothermiebedrijf onverhoopt failliet gaat in het geval dat er geen financiële zekerheid is gesteld, er ook geen doorstart plaatsvindt en de mijnbouwlocatie opgeruimd moet worden, dan zullen de kosten voor het opruimen van de mijnbouwlocatie met een invorderingsbesluit worden ingediend bij de betreffende curator. Indien er na verkoop van de boedel nog kosten overblijven dan komen deze kosten voor rekening van de Staat. Van een dergelijk situatie is slechts één keer sprake geweest en dat is in het geval van een project in Horst aan de Maas (provincie Limburg), waarvan de initiatiefnemer in oktober 2020 faillissement heeft aangevraagd, dat inmiddels is uitgesproken. De afhandeling van dit faillissement loopt nog. Momenteel is nog niet helder hoeveel kosten er na de verkoop van de boedel over zullen blijven.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Wet van 27 januari 2021 tot wijziging van de Mijnbouwwet (het verwijderen of hergebruiken van mijnbouwwerken en investeringsaftrek), Staatsblad 2021, 92.

Naar boven