35 531 Wijziging van de Mijnbouwwet (aanpassing van het vergunningsstelsel voor opsporen en winnen van aardwarmte)

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT / LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT1

Vastgesteld 6 april 2022

Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

1. Inleiding

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel en zij hebben hierover een aantal vragen.

De leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA hebben kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel en zij hebben hierover gezamenlijk een aantal vragen.

De leden van de Fractie-Nanninga hebben kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel en zij hebben hierover een aantal vragen.

2. Eerste ervaringen

De leden van de PVV-fractie vragen de regering of alle aanwezige geothermieputten beschikken over alle voorgeschreven vergunningen. Zo niet, kan de regering aangeven hoeveel putten er niet met alle voorgeschreven vergunningen werken? Wil de regering voorts aangeven welke vergunningen er hierbij ontbreken? En wat de oorzaak is dat die vergunningen niet verstrekt zijn? En wat de gevolgen zijn voor het werken zonder de voorgeschreven vergunningen?

Kan de regering, zo vragen de leden van de PVV-fractie, aangeven of alle werkende geothermieputten beschikken over een door het Ministerie van EZK goedgekeurd winningsplan? Zo niet, kan zij aangeven hoeveel putten er niet met een goedgekeurd winningsplan werken? Wat zijn daarbij de gevolgen voor het werken zonder een goedgekeurd winningsplan?

De leden van de PVV-fractie vragen de regering of er momenteel incidenten bekend zijn bij de regering betreffende geothermieputten/installaties? Zo ja, hoeveel incidenten betreft het? En wat hielden deze incidenten in? Tevens vragen deze leden of de incidenten gevolgen hadden voor de verantwoordelijke organisaties of personen. En welke maatregelen zijn er getroffen om eventuele toekomstige incidenten te voorkomen?

3. Adviezen

De leden van de GroenLinks-fractie en de PvdA-fractie achten de inspraak van lagere overheden van groot belang bij zaken die een dergelijk grote invloed kunnen hebben op een gebied. De inspraak van de provincies, gemeenten en waterschappen is in de wet geregeld door middel van een adviesmogelijkheid. Indien wordt afgeweken van het advies van de provincies wordt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat hierover geïnformeerd in verband met de verantwoordelijkheid voor de drinkwatervoorziening. De leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA vernemen graag wat de procedure is indien wordt afgeweken van het advies van gemeenten en waterschappen. Moet deze afwijkende beslissing onderbouwd worden, en tegenover wie wordt hiervoor verantwoording afgelegd? Hoe, en met welk beleidskader vindt een nadere afweging plaats ten opzichte van andere belangen, zoals bijvoorbeeld waterwinning voor agrarische beregening?

4. Toewijzing zoekgebied

De leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA merken op dat de toetsing van milieueffecten pas in het verlenen van de startvergunning wordt meegenomen omdat bij de toewijzing van het zoekgebied de exacte locatie van de werkzaamheden nog niet bekend is. Deze leden vragen of de regering risico’s ziet in deze latere toetsing van milieueffecten. Tevens vragen zij naar de mogelijkheden om mogelijke nadelige milieueffecten toch al in de fase van de toewijzing zoekgebied mee te nemen, eventueel over een wat breder gebied. Hoe beoordeelt de regering deze mogelijkheden?

De leden van de PVV-fractie vernemen graag of de toekomstige drinkwatervoorraden al aangewezen zijn en of hun beschermingsregime al is vastgesteld. Zo niet, waarom niet, en wanneer gaat de regering dit realiseren? Deze leden vernemen ook graag of er voor het aanleggen van een geothermieput ook de techniek van fracken wordt toegepast.

5. Risico’s

De leden van de PVV-fractie merken op dat drinkwater binnen de wet- en regelgeving twee verschillende belangen toegekend kan krijgen. De Drinkwaterwet kent drinkwater een «zwaarwegend belang» toe, en een «nevengeschikt belang» in het nationale ruimtelijk beleid voor de ondergrond voor geothermie en drinkwater. De leden van de PVV-fractie vragen de regering of het niet voor de hand ligt om drinkwater altijd een «zwaarwegend belang» toe te kennen, aangezien drinkwater een eerste levensbehoefte betreft.

De leden van de Fractie-Nanninga wijzen op het rapport van de Algemene Rekenkamer2 waarin wordt gesteld dat de overheid onvoldoende de drinkwatervoorraden beschermt tegen de risico’s van het boren naar aardwarmte. Volgens deze leden blijkt uit de reactie van de regering op dit rapport dat de regering de urgentie van het probleem en het belang van een meer centrale regie op de ondergrond nog onvoldoende herkent en erkent. Hoe pareert de regering deze kritiek?

Voorts constateert de Algemene Rekenkamer dat er weinig afweging plaatsvindt tussen zowel de aardwarmtewinning als de grondwaterwinning. Er mist een gedegen afweging tussen deze twee nationale belangen. Daarnaast zit er weinig cohesie in het beleid rondom de inrichting en het beheer van de ondergrond. Kan de regering, zo vragen de leden van de Fractie-Nanninga, aangeven in welke mate dit wetsvoorstel helpt om deze problematiek op te lossen? Wat is er nog voor nodig om deze zwaarwegende kritiekpunten verder tegemoet te komen? Is de regering bereid om de aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer integraal over te nemen? Graag een toelichting op dit antwoord.

De leden van de Fractie Nanninga vragen de regering of het aangenomen amendement van de leden Grinwis en Erkens3 betekent dat de winning van aardwarmte op geen enkele manier meer zal conflicteren met grondwatervoorzieningen. Deelt de regering deze lezing van de leden van de Fractie-Nanninga? Zo niet, dan vernemen deze leden graag hoe de regering dit amendement wel leest.

6. Toezicht en handhaving

De leden van de Fractie-Nanninga vragen de regering hoe het met het toezicht is gesteld. Het toezicht op dergelijke activiteiten valt onder het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Nu heeft het SodM in 2016 het toezicht op zoutwinner Nobian verscherpt. Desondanks blijkt dat een caverne is «kwijtgeraakt».4 Dat kan risico’s opleveren voor verzakkingen en de drinkwatervoorziening. Is het toezicht van de SodM scherp genoeg aangaande geothermie en het risico dat het gebruik van aardwarmte met zich brengt? Welke stappen worden – indien nodig – genomen om de risico’s te mitigeren vanuit het SodM?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien de antwoorden van de regering met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 4 mei 2022.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, L.P. Van der Linden

De wnd. griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Van Luijk


X Noot
1

Samenstelling:

Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Vos (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga) (voorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Prins (CDA), Vendrik (GL), Van der Voort (D66), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA) en N.J.J. van Kesteren (CDA).

X Noot
2

Algemene Rekenkamer, Bescherming drinkwater bij het boren naar aardwarmte, juni 2021.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2021–2022, 35 531, nr. 39.

X Noot
4

Tubantia «Nobian is ineens een caverne kwijt onder afvalberg van Twence» 7 maart 20221, https://www.tubantia.nl/enschede/nobian-is-ineens-een-caverne-kwijt-onder-afvalberg-van-twence~a446e729/.

Naar boven