35 526 Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19)

25 295 Infectieziektenbestrijding

BL1 BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID, VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT/ALGEMENE ZAKEN EN HUIS VAN DE KONING EN VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 25 mei 2021

De leden van de vaste commissies voor Justitie en Veiligheid, voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben met belangstelling kennisgenomen van de stand van zakenbrief covid-19 van 11 mei 20212. In deze brief informeert u de Kamer onder andere over de afdoening van toezegging T03138, die gedaan is tijdens het interpellatiedebat op 20 april 2021 door de Minister van Justitie en Veiligheid. Deze toezegging betreft het per brief toezenden van het verslag van de bijeenkomst met vervoerders – waarin gesproken is over de uitvoering van het bepaalde in artikel 58p, vijfde lid, van de Wet publieke gezondheid (Wpg) – aan deze vervoerders, in lijn met de motie-Nicolaï3 waarin de regering is verzocht om ter toelichting aan vervoerders en alle andere bij de toepassing betrokkenen schriftelijk aan te geven dat in concreto de toetsing of terecht een beroep kon worden gedaan op dit artikel dient te geschieden door de Nederlandse autoriteiten bij binnenkomst in Nederland. Naar aanleiding van de informatie in voornoemde stand van zakenbrief hebben de commissieleden een verzoek.

In uw brief schrijft u dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat invulling heeft gegeven aan de toezegging, aangezien in de Stuurgroep Veilig & Gezond met de luchtvaartsector van 29 april 2021 artikel 58p, vijfde lid, van de Wpg opnieuw aan de orde is geweest. Daarbij is het proces nogmaals toegelicht en ook dit verslag zal volgens u met de overige betrokkenen van de sector worden gedeeld.4

Voornoemde leden zijn verheugd te lezen dat het onderwerp nogmaals onder de aandacht is gebracht. Zij hadden echter wel verwacht dat het aan de vervoerders aangeboden verslag – of de relevante passage daarin – ook aangeboden zou worden aan de Eerste Kamer, ter verificatie van de afdoening van de toezegging. Nu dit niet is gebeurd, verzoeken zij u dit verslag ook zo spoedig mogelijk met de Kamer te delen, ter afdoening van toezegging T03138. Daarbij vragen zij u ook of de Kamer het verslag – of de relevante passages daarin – van de hiervoor genoemde bijeenkomst van 29 april 2021 kan ontvangen.

De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat ontvangen een afschrift van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, M.M. de Boer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.A.M. Adriaansens

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/ Algemene Zaken en Huis van de Koning, B.O. Dittrich

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer


X Noot
1

De letters BL hebben alleen betrekking op wetsvoorstel 35 526.

X Noot
2

Kamerstukken I 2020/21, 35 526 / 25 295, BB.

X Noot
3

Kamerstukken I 2020/21, 35 695, E.

X Noot
4

Kamerstukken I 2020/21, 35 526 / 25 295, BB, p. 83.

Naar boven