35 526 Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19)

Nr. 56 BRIEF VANDE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2020

Op vrijdag 16 oktober jl. heb ik aan u het ontwerp Tijdelijk besluit veilige afstand (Kamerstuk 35 526, nr. 55) aangeboden. De voorlegging geschiedde in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel 58f, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid).

Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad over het ontwerpbesluit niet eerder dan een week nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Ik wil met deze brief verhelderen dat u een week, buiten de periode van het herfstreces, heeft om u uit te spreken over het ontwerpbesluit. Dit betekent dat de voorhang eindigt op 30 oktober. Gezien de spoed die in de toekomst gepaard zou kunnen gaan met de totstandkoming van ministeriële regelingen op grond van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid, kan ik niet garanderen dat de voorhang van die regelingen ook altijd buiten het reces zal vallen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zal ik in de betreffende voorhangbrief de reden daarvan aangeven.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Naar boven