35 513 Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen

Nr. 8 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 7 april 2021

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel I, onderdeel AE, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. In het achtste lid (nieuw) wordt «artikelen 99 tot en met 109c van de Waterschapswet» vervangen door «artikelen 98a tot en met 109c van de Waterschapswet».

B

Aan artikel I, onderdeel AJ, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. In het achtste lid (nieuw) wordt «artikelen 99 tot en met 109c van de Waterschapswet» vervangen door «artikelen 98a tot en met 109c van de Waterschapswet».

C

Aan artikel I, onderdeel AO, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. In het achtste lid (nieuw) wordt «artikelen 99 tot en met 109c van de Waterschapswet» vervangen door «artikelen 98a tot en met 109c van de Waterschapswet».

D

Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IVa

De Wet Nationale ombudsman wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1a, eerste lid, onder b, wordt «of artikel 10, vierde lid, artikel 41, eerste lid, onder i, artikel 50a, eerste lid, onder e, artikel 52, eerste lid, onder i, artikel 62, onder a, artikel 74, eerste lid, onder i, en artikel 84, eerste lid, onder i, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;» vervangen door «of artikel 10, vierde lid, artikel 41, eerste lid, onder a, artikel 50a, eerste lid, onder a, artikel 52, eerste lid, onder a, artikel 62, onder a, artikel 74, eerste lid, onder a, artikel 84, eerste lid, onder a, en artikel 126, onder b, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;».

B

In artikel 1b, eerste lid, wordt «of artikel 10, vierde lid, artikel 41, eerste lid, onder i, artikel 50a, eerste lid, onder e, artikel 52, eerste lid, onder i, artikel 62, onder a, artikel 74, eerste lid, onder i, en artikel 84, eerste lid, onder i, van de Wet gemeenschappelijke regelingen» vervangen door «of artikel 10, vierde lid, artikel 41, eerste lid, onder a, artikel 50a, eerste lid, onder a, artikel 52, eerste lid, onder a, artikel 62, onder a, artikel 74, eerste lid, onder a, artikel 84, eerste lid, onder a, en artikel 126, onder b, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.»

Toelichting

Algemeen

Met de onderhavige nota van wijziging worden enkele technische verbeteringen in het wetsvoorstel doorgevoerd.

Artikelsgewijs

Onderdeel A tot en met C

Ingevolge het huidige zevende lid (nieuw: achtste lid) van de artikelen 68, 81 en 91 van de Wgr zijn de begrotingsregels uit de Waterschapswet van toepassing indien er sprake is van een gemeenschappelijke regeling waarin een waterschap participeert én uitsluitend bevoegdheden aan de waterschappen zijn overgedragen. Daartoe wordt verwezen naar artikel 99 tot en met 109c van de Waterschapswet. Hierbij is abusievelijk verzuimd ook een verwijzing op te nemen naar artikel 98a uit de Waterschapswet waarin een grondslag is opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen over begroting en jaarrekening van waterschappen. Met deze wijziging wordt deze verwijzing hersteld.

Onderdeel D

In de Wet Nationale ombudsman zijn enkele verwijzingen naar de Wet gemeenschappelijke regelingen opgenomen die niet juist blijken te zijn: waar verscheidene keren naar onderdeel i van een bepaald artikel in de Wgr wordt verwezen, moet dit onderdeel a zijn. Met dit wijzigingsonderdeel zijn deze foutieve verwijzingen hersteld. Ook is aan artikel 1a, eerste lid, onder b en artikel 1b, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman een verwijzing naar artikel 126, onder b, van de Wgr toegevoegd. Op deze wijze vallen ook gemeenschappelijke regelingen die door de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn getroffen onder het bereik van de betreffende bepalingen uit de Wet Nationale ombudsman. Concreet zien deze bepalingen op het toepassingsbereik van de Wet Nationale ombudsman in verhouding tot de mogelijkheid die provincies, gemeenten en de Caribische openbare lichamen hebben om zelf een klachtregeling vast te stellen. Die mogelijkheid wordt door de betreffende bepalingen in de Wgr waarnaar in de Wet Nationale ombudsman wordt verwezen ook toepasselijk verklaard voor gemeenschappelijke regelingen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven